De oorlog gaf een nieuwe betekenis aan de NAVO die met haar militaire interventies de Westerse belangen en energietoevoer moet veilig stellen.In april 1999, in volle Joegoslavië oorlog, werd een NAVO-top gehouden in Washington. Daar werden Tsjechië, Hongarije en Polen - als eerste landen van de vroegere bondgenoten van de Sovjet-Unie - opgenomen in de Alliantie. Maar vooral werd daar een nieuw strategisch concept goedgekeurd, dat de NAVO omvormde van een defensieve alliantie naar een aanvalspact dat overal ter wereld de belangen van het Westen kan gaan verdedigen. Sindsdien is de zelf toebedeelde rol van ‘Gendarm van de Wereld’ enkel maar uitgebreid.
Maar wat me vooral bijbleef van deze conferentie, in deze woelige tijden van crisis, waren de uiteenzettingen over de economische doelstellingen van de oorlog. Elk van de onafhankelijke staten van ex-Joegoslavië is vandaag volledig ten prooi aan liberalisering en privatisering. Dat was geen spontaan proces.
Michel Chossudovsky (Canada) legde uit hoe de NAVO-bombardementen een onderdeel waren van een langdurige strategie van economische verovering. Al in 1984 had VS-president Reagan een Nationale Veiligheidsbeslissing uitgevaardigd om Joegoslavië weer naar een vrije markt economie te ‘duwen’. We geven enkele elementen uit deze veelzijdige aanpak.
In 1989 stelde de Wereldbank een ‘faillissementenprogramma’ op, waarbij delen van de Joegoslavische nationale industrie op een geprogrammeerde manier moest failliet gaan. Tegen september 1990 waren over heel Joegoslavië al 614.000 arbeiders ontslagen (zowat een op vier). In januari 1990 stelde het Internationaal Munt fonds een ‘shok-therapie’ voor, waarbij het onmogelijk werd om nog financiële transfers te hebben tussen de federale overheid en de regionale regeringen van Joegoslavië. Geen transfers meer! Hierdoor kwam het federale geld vrij om de buitenlandse schuld af te betalen, en werden de ongelijkheid en tegenstellingen tussen de deelstaten alsmaar groter.
De opsplitsing van Joegoslavië in kleine stukken werd in belangrijke mate versneld door deze IMF-dwangmaatregel. De kleine staatjes waren gemakkelijke prooi voor de westerse multinationals. Toen uiteindelijk enkel Servië nog dwars bleef liggen, werd het land zwaar aangepakt. De beslissing om Joegoslavië te bombarderen zou volgens Chossudovsky als drie jaar eerder zijn genomen.
Neil Clark (UK) toonde concreet aan waarom de VS en Europa Servië als probleem zagen. 75% van de industrie was nog van de staat of in coöperatief bezit. Er bestond een wet dat bij een mogelijke privatisering van staatseigendom, minstens 60% van het bedrijf moest gaan naar de werknemers.
De bombardementen van 1999 duurden van 24 maart tot 6 juni. Daarbij werden welgeteld 14 Servische tanks vernietigd. Maar er werden 372 industriële sites platgegooid. Een ongelukje? Vreemd genoeg was daar geen enkele privéonderneming bij.
Eenmaal het verzet was gebroken en een nieuwe prowesterse regering aan de macht was, veranderde dit snel. Vanaf dan kon 70% van een staatsbedrijf naar buitenlandse opkopers gaan, terwijl slechts 15% gereserveerd bleef voor de werknemers. Clark: “Ook Joegoslavië was nu een vazalstaat geworden die helemaal open lag voor de Westerse multinationals”.
Michel Collon wees erop dat de oorlog tegen Joegoslavië een hoofdstuk was in de agressieve opstelling van het Westen onder Amerikaanse leiding, tegen de rest van de wereld. Na Joegoslavië volgden nog Afghanistan en Irak. Maar daar kwamen de VS en de NAVO in een moeras terecht. Ze kunnen niet op tegen het verzet van de bevolking. En ook in Latijns-Amerika groeide in de voorbije 10 jaar enorm verzet tegen de Amerikaanse overheersing.
Voeg hieronder uw mening toe