Sitemap | Nieuwsbrief | Help | RSS |
Loading
9 februari 2010 15:17 | Leeftijd: 2  jaar
| Thema: Dossier crisis, België, België, Dossier

Crisisinterview met Jo Cottenier van de PVDA-studiedienst (deel 2)

Tal van economen en politici zagen enkele weken terug “de eerste tekenen van herstel”, vandaag zakken de beurzen weg, dreigt het failliet van landen als Portugal en Spanje en de val van de euro. Wie kan er nog volgen?


Ruim 30.000 mensen betoogden op 29 januari in Brussel op initiatief van de drie vakbonden. Jo Cottenier: “Hoopgevend is het groeiend bewustzijn dat dit systeem moet verdwijnen en plaats maken voor een geplande economie.“ (Foto Solidair, Salim Hellalet)

Vorige week spraken we met Jo Cottenier over lonen en werkgelegenheid, het wensenlijstje van de Belgische patroons. Deze week bekijken we het globale plaatje. Met Das Kapital in de hand kijkt Jo Cottenier achteruit en vooruit: de oorzaken, de gevolgen en de oplossingen voor de crisis. Hij trakteert ons op een marxistische kijk op de dingen. De liberale visie krijgen we er gratis en voor niets bij.

Eind 2008 dachten velen dat de huidige crisis vergelijkbaar is met die van de jaren 30. Sinds kort spreekt men van “een pril economisch herstel”. En vandaag hebben economen het over een “dubbele dip”: een nieuwe recessie door de schuldenlast van de staten. Is iedereen het noorden kwijt?

Jo Cottenier

Jo Cottenier. Het kapitalisme is het noorden kwijt. In september 2008 was er het uitbarsten van de bank- en kredietcrisis en stond letterlijk het hele financiële systeem op ineenstorten. Dat is meer dan waarschijnlijk zoals in 1929 het startschot van een diepe en lange crisis in de reële economie. Economen en politici kondigden eind 2009 het economisch herstel aan, we zegden toen al dat dit wel eens van korte duur zou kunnen zijn. En dat wordt nu duidelijk. De staat genas de financiële sector, maar is nu zelf grondig ziek.

De financiële markten begonnen een regelrechte speculatiegolf tegen enkele staten zoals Griekenland, Spanje en Portugal om hen tot verregaande begrotingsinspanningen te dwingen. De Europese Unie eist ook besparingen om de euro te redden, maar een grote besparingsgolf hypothekeert op haar beurt het zeer broze herstel. En dan krijgen we wellicht een tweede krimp, de gevreesde ‘double dip’. 

Waarom volgde op die financiële crisis een economische crisis?

Jo Cottenier. Eigenlijk is het andersom.

Hoezo? De economische brak toch pas uit na de val van enkele banken in de Verenigde Staten met een financiële crisis tot gevolg die overwaaide naar Europa?

Jo Cottenier. De oorzaak moeten we zoeken in de productiesfeer. Aan de basis van elke crisis ligt een probleem van overproductie. De drijvende kracht in het kapitalisme is marktaandelen van concurrenten inpalmen door goedkoper te produceren. Dat kan alleen door de loonkosten te drukken of door met minder arbeidskrachten/meer machines productiever te produceren. Onvermijdelijk snijdt men dan in de koopkracht. Zo ontstaat een tegenstelling tussen een stijgende productiecapaciteit en een dalende koopkracht op wereldvlak. Men creëert overproductie.

Een tijdlang kunnen krediet en speculatie een kunstmatige vraag creëren en de crisis in de productiesfeer wegmoffelen. Maar als de kloof tussen droom en werkelijkheid te groot wordt, dan spatten de financiële bubbels uit elkaar

Een tijdlang kunnen krediet en speculatie een kunstmatige vraag creëren en de crisis in de productiesfeer wegmoffelen. Maar als de kloof tussen droom en werkelijkheid te groot wordt, spatten de financiële bubbels uit elkaar. Zij die beweren dat het alleen over een financiële crisis gaat, gaan niet naar de kern. Als je het op een iets langere termijn bekijkt, sluiten we nu een lange periode af, waarin er eigenlijk al overcapaciteit en overproductie was sinds de economische crisis van de jaren 70. En dus begint het kapitaal nu een grote ‘zuiveringsperiode’ met massale vernietiging van capaciteit.

Vanaf eind 2009 leek het alsof de economie uit het dal kroop. De economische groei werd zelfs opnieuw positief.

Jo Cottenier. Er wordt veel kabaal verkocht over de heropleving maar dat is voornamelijk peptalk, bedoeld om het vertrouwen te herstellen en de portemonnees open te krijgen.

Er kwam wel een licht herstel door de relanceplannen. Over de hele wereld pompten regeringen geld in de economie om de vraag aan te wakkeren: 800 miljard in de VS, 500 miljard in China, 200 miljard in de Europese Unie. Het Duitse schrootplan bijvoorbeeld pepte de vraag naar auto’s op. Maar veel van die plannen lopen nu ten einde. Een andere factor in dat lichte herstel waren de aanvullingen van voorraden in bedrijven na een jaar afbouw ervan.

Maar dat is geen echte heropleving. Die moet komen van een werkelijke toename van de vraag naar goederen en diensten. En die is er niet. De werkloosheid neemt zeer snel toe en de koopkracht daalt. De achterstallige betalingen nemen toe. De mensen zijn onzeker over de toekomst en sparen.

Er wordt vaak kabaal verkocht over de heropleving maar het is voornamelijk peptalk, bedoeld om het vertrouwen te herstellen

Wat maakt deze crisis zo uitzonderlijk?

Jo Cottenier. Het kapitalisme loopt gewoon langs alle kanten vast en vindt niet direct een uitweg. In geen enkele sector ligt een werkelijk herstel van de vraag in het verschiet.

De industriële sector zit in het slop: geen nieuwe investeringen, wel herstructureringen en afdankingen, waardoor de koopkracht van de bevolking verder daalt. Een tijdlang is de crisis opgevangen met de zalf van de economische werkloosheid, maar nu zitten we echt in de snijfase.

Over heel de wereld zie je dat de grote monopolies de crisis gebruiken om te ‘saneren’. Het overtollige moet verdwijnen zodat opnieuw een afgeslankt maar winstgevend apparaat aan de start komt. De ontslagen vallen niet alleen in verlieslatende bedrijven, maar ook in winstgevende, zoals AB InBev, of zoals DHL op de luchthaven. Er zijn veel faillissementen en overnames, de zwaksten vallen uit de boot en de sterksten versterken zich nog meer.

De kredietsector likt zijn wonden en wil vooral zijn winsten opkrikken. Ook bedreigen de moeilijkheden van een deel van de industrie op hun beurt de banken omdat failliete bedrijven hun schulden niet terugbetalen. Banken zijn daarom zeer zuinig met krediet aan de industrie. En door de schuldenlast van de regeringen moeten we uit die hoek ook niet veel verlossing verwachten.

Het kapitalisme zoekt nieuwe afzetmarkten om opnieuw te groeien. Kan de groene economie niet die motor worden voor een werkelijk herstel van de vraag?

Jo Cottenier. Dat is zowat de deus ex machina tegenwoordig: de groene economie als oplossing voor de ecologische en economische crisis. Zowat alle politieke partijen en ook internationale instellingen als de Verenigde Naties dwepen met de Green Deal: het kapitaal een duwtje geven om duurzaam en groen te produceren en in een klap heeft de economie ook een nieuwe locomotief gevonden. Maar zo simpel is dat natuurlijk niet. 

Waarom niet?

Jo Cottenier. Niemand ontkent dat de omschakeling naar een duurzame en koolstofarme economie een geweldige omwenteling inhoudt van de productiewijze. Om de CO2-uitstoot te reduceren met 30 à 40% tegen 2020 en met 95 % tegen 2050 is  een gigantische heroriëntatie van de economie nodig. Dat biedt perspectieven voor een economische relance, maar we moeten die ook niet overdrijven.

Of het nu om speelgoed, shampoo of zonnepanelen gaat: wat en hoe de kapitalist produceert, hangt af van de winstmogelijkheden

Tot hiertoe is de tewerkstelling in de groene industrie vrij beperkt. De eco-industrie en -diensten zijn goed voor slechts 2,2 % van het bbp van de 25 landen van de Europese Unie. Groene jobs zijn vaak ook niet meer dan vervanging van jobs die verloren gaan in andere sectoren. De Europese vakbond maakte een studie die met die realiteit rekening houdt en voorspelt op die basis een groei van de tewerkstelling door de eco-industrie van 1 à 2 %.

Levert het ecologisch iets op?

Jo Cottenier. Of het nu om speelgoed, shampoo of zonnepanelen gaat: wat en hoe de kapitalist produceert, hangt af van de winstmogelijkheden. De kapitalist ligt niet wakker van de klimaatproblemen in de toekomst, maar van de winst vandaag. Natuurlijk zijn er die beseffen dat, als ze vandaag risico nemen, ze morgen misschien de markt voor zich hebben. Zo zie je een zekere kapitaalrush naar de ‘niches’ van het groene kapitalisme: de windmolens, de zonnecellen, de elektrische wagen, de instrumenten voor energiebesparing…

Maar ecologsich blijft het ver beneden de mogelijkheden en de noden, want de winstjacht is soms een stimulans, maar vaak ook een rem. De technologische uitvindingen zijn in handen van privémonopolies en patenten worden verborgen voor de concurrenten. Ze worden de problemen niet globaal en efficiënt aangepakt.

Als het kapitaal uitkijkt naar andere energiebronnen dan kiest het niet voor de meest milieuvriendelijke maar voor de meest rendabele. Vandaag zijn erg vervuilende kolencentrales weer “in”, met de belofte dat de CO2 onder de grond zal opgeslagen worden. Ander voorbeeld is de ontginning van enorme velden van teerzand in Canada die zeer milieuvervuilend is.

De duurzame groene economie is voor het privékapitaal nog altijd zeer risicovol en zonder staatssteun minder rendabel dan de vervuilende economie. Als men alleen op het privékapitaal rekent om de omschakeling te maken, dan zal die omschakeling maar mondjesmaat gebeuren.

Moet de overheid dan niet dringend de groene economie aanmoedigen?

Jo Cottenier. Dat is wat over heel de wereld de overheden proberen. De strategie 2020 van de Europese Unie en ook de federale en gewestplannen in België besteden daar aandacht aan. Zo zullen onder dreiging van klimaatrampen grote sommen belastinggeld naar het privékapitaal versluisd worden. Een totaal verkeerde aanpak, want de CO2-uitstoot is bij uitstek een probleem dat een globale en geplande aanpak vergt en dus niet moet geregeerd worden door de wetten van markt en winst.

Volgens de Verenigde Naties vind je de meest coherente aanpak van de milieuproblemen in China. De greep van de socialistische staat op de groene investeringen is daar niet vreemd aan. Terwijl hier het kapitaal bijna alleen beslist over de investeringen. Vele bedrijven doen pas iets groens als het geld oplevert en als ze zin hebben. Dat doen ze dan ook nog eens naast mekaar in plaats van met mekaar. Van samenhang kun je moeilijk spreken. 

Enkel met een staatsgeleide aanpak kan men evolueren naar een duurzame economie. Dat vereist investeringen in openbare ondernemingen in de eco- en energiesector

Milieu en werkgelegenheid gaan niet altijd hand in hand. Zijn strengere milieunormen geen gevaar voor de petrochemische sector in Vlaanderen en de staalsector in Wallonië? 

Jo Cottenier. Tijdens de top in Kopenhagen verscheen een manifest van de Vlaamse petrochemische sectorbazen waarin staat dat strenge normen een ravage betekenen voor de chemie, voor de haven en de Vlaamse economie. Die lobbyen natuurlijk om de uitstootnormen zo laag mogelijk te houden en de regeling zo soepel mogelijk. Vaak schermen die dan met de werkgelegenheid.

Maar de twee kunnen wél samengaan. Een koolstofarme economie is technologisch perfect mogelijk. Dat is geen technisch maar een maatschappelijk probleem. Als je de omschakeling aan de privé overlaat gaat dat gepaard met afdankingen, sluitingen en delokalisaties naar gebieden waar de bedrijven wel nog kunnen vervuilen.

Met een staatsgeleide aanpak zou elke sector wel de nodige bijdrage leveren. Zo kan men geleidelijk evolueren naar een duurzame economie. Maar dan moet er wel gepland worden en geïnvesteerd worden in openbare ondernemingen in de eco- en energiesector. In de plaats daarvan denkt men het ei van Columbus te hebben ontdekt: de handel in CO2.

Ook voor het klimaatprobleem ziet men de markt als dé oplossing?

Jo Cottenier. Die handel in uitstootrechten is het ultieme bewijs dat men ook het klimaatprobleem in handen van de markt geeft. Hoe werkt het? De staten krijgen uitstootrechten die ze verdelen onder hun meest vervuilende industrieën. Een staalbedrijf dat meer uitstoot dan waar het recht op heeft, kan dan twee dingen doen: saneren of uitstootrechten kopen van bedrijven die onder hun uitstootnorm zitten. Zo ontstaat een markt van CO2-uitstootrechten, waarvan de prijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt. Momenteel is die prijs zeer laag, omdat de crisis en de lagere productie een overschot aan rechten op de markt creëert. Zwaar vervuilende industrieën geraken zo goedkoop aan rechten en kunnen rustig verder CO2 spuien. Emissiehandel remt een planmatige vermindering van de uitstoot af. 

De handel verplaatst ook het probleem, want er is ook een emissiehandel met de ontwikkelingslanden. Men mag de uitstoot ginder helpen beperken – wat minder kost – en in ruil krijgt men uitstootrechten. Dan heb ik het nog niet over de perverse fenomenen eigen aan vele markten. En dat allemaal op de kap van een bijzonder ernstig maatschappelijk probleem: de klimaatopwarming.

Welke perverse fenomenen?

Jo Cottenier. Speculatie bijvoorbeeld. De handel van koolstofcertificaten wordt een nieuwe financiële markt. Koolstofcertificaten zijn als aandelen waarmee gespeculeerd kan worden. Sommigen zeggen nu al dat het de nieuwe zeepbel wordt, dat de koolstofcertificaten de nieuwe rommelkredieten zijn. De koolstofmarkt bedroeg 125 miljard dollar in 2008 maar zou volgens voorspellingen tot 3.000 miljard dollar oplopen in 2020.

Marxisten menen dat het kapitalisme aan zijn eigen tegenstellingen ten onder gaat. Zijn al die crisissen een teken aan de wand?

Jo Cottenier. Het kapitalisme stort wel niet spontaan in mekaar, hé. De crisis zal zware sporen laten en we staan voor een periode van grote onzekerheid, omdat de verschillende crisissen mekaar versterken: de financiële, de economische, de klimaatcrisis, de energiecrisis, de demografische. Het is niet omdat het crisis is dat er geen periodes van herstel meer komen. Het kapitalisme zoekt steeds uitwegen, zelfs als daar oorlogen voor nodig zijn.

De krachtsverhoudingen in de wereld zijn veranderd. De suprematie van de VS is aangetast, de dollar zwalpt en er is een herverdeling van de macht op wereldvlak. Dat zagen we ook duidelijk op de top in Kopenhagen waar China, Latijns-Amerika en Afrika van zich afbeten en zich niet schikten naar de agenda van het Westen. De evolutie van die verandering bepaalt ook mee de uitkomst van de crisis.

En weliswaar bepaalt natuurlijk de sterkte van de werkende mensen de toekomst van dit systeem. Hoopgevend in die zin is dat het bewustzijn groeit dat dit systeem moet verdwijnen en plaats maken voor een geplande economie. Want hoe men het ook draait of keert, we zien nu duidelijk de ravages van de winstjacht, die de kern is van het kapitalisme. 

 


sim, 26-02-10 16:19:
Ik heb 2 vragen over het artikel. Misschien kan iemand ze beantwoorden.
1. Van welke instantie krijgen de staten hun emissierechten? Is dat van de VN?
2. Men spreekt in de tekst ook over de koolstofcertificaten. Is dat hetzelfde als uitstootrechten? Worden deze dan ook verhandeld op de beurs?
maria, 11-02-10 20:02:
ik heb maar een klein pensioen,en kom amper nog toe.wat moeten arme mensen doen om te blijven om alles te betalen.wel krijgen wij meer pensioen?julli slagen alles maar op.maar ons pensioen blijft altijd hetzelfde.
Robert, 10-02-10 16:02:
Beste,
Volgens Jo Cottenier stort het kapitalisme niet spontaan in mekaar. Maar wat zal er nu gebeuren? Krijgen we weldra een socialistische (of kommunistische) staat of blijven we in een kapitalistische staat?
Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*