Sitemap | Nieuwsbrief | Help | RSS |
Loading
8 februari 2012 10:32 | Leeftijd: 108  dag(en)
| Thema: België, België, Armoede/Rijkdom, Wonen

“Op straat sta je niet alleen”

Een liefdesrelatie die op de klippen loopt, een verslaving… het kan iedereen overkomen. Pierre Van Ackere en Jean, alias “le Suisse” kunnen ervan meespreken. Sinds het hen overkwam schipperen ze tussen de straat en tijdelijke onderkomens. We ontmoetten beide heren in het Brusselse Centraal Station bij het vallen van een van de koudste nachten van het jaar.


Jean “le Suisse” (links) en Pierre Van Ackere aan het Centraal Station in Brussel. De eerste leeft op straat, de tweede heeft de straat achter zich gelaten. “Het is aan ons, daklozen, om in actie te komen. Op de politici kunnen we niet rekenen.” (Foto Solidair, Antoine Moens)

Jean “le Suisse” is 57 jaar. Pierre Van Ackere wordt er op 5 maart 70. De eerste is dakloos, de tweede vond net een klein appartementje. Maar met zijn pensioen (900 euro), valt het hem moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen aan het eind van de maand na het betalen van de huur (430 euro) en de vaste kosten (60 euro voor gas en elektriciteit). “Reken zelf maar uit, hoeveel houd ik over om van te leven?” 410 euro.

Bij zijn aankomst aan het station groet Jean verschillende mensen. “Daklozen net als ik. Hier kent iedereen elkaar.” En waarderen ze elkaar ook? “Dat hangt ervan af. De miserie maakt dat mensen die niets meer te verliezen hebben, soms gewelddadig worden. Er zijn soms ruzies tussen clans (de clan van de verslaafden, die van de alcoholici, enz.), maar als het koud is, is er wel solidariteit.”

Bij een glas – Jean maakt er een erezaak van om het te betalen – vertellen de twee vrienden hun verhaal. Een verhaal van dertien in een dozijn, dat tevens het verhaal is van veel van de honderden daklozen die in de hoofdstad onder de sterrenhemel slapen.

Jean begint. Getrouwd, maar gescheiden, hij heeft twee kinderen. Twee jongens, van 18 en 25 jaar. Elk jaar trekt hij een week naar zee met de jongste: “Ik spaar het hele jaar om in de zomer met mijn zoon een week naar Blankenberge te kunnen gaan. Dan slaap ik tenminste in een goed bed. Ik krijg het leefloon, dat is 736 euro. Ik probeer elke maand 100 euro opzij te leggen voor de vakantie of voor het geval ik ziek wordt. Of een van mijn zonen.”

Ziek is hij al, levercirrose. Niet verwonderlijk als je weet dat hij vroeger soms “vijf liter pastis per dag” dronk, soms ook “tien liter wijn”. “Het is door de alcohol dat ik op straat sta”, zegt hij eerlijk. “Door het zware werk in de restaurants waar ik werkte, ben ik beginnen te drinken. Eerst een beetje. Dan veel. Mijn vrouw kon het niet meer aan.”

Momenteel logeert hij met een vriend (“Het is erg belangrijk voor de veiligheid om met twee te zijn, op straat”), bij iemand die hen sinds enkele dagen in zijn appartement ontvangt (“Er is televisie ’s avonds en het is er warm. We willen hem geld geven, maar hij weigert”). Maar het is tijdelijk: “We zijn er in elk geval niet thuis. Thuis, dat is de straat voor ons. We voelen ons er goed, want je bent er nooit alleen. Er zijn altijd contacten. Met mijn 736 euro, kan ik toch nooit een woning vinden. Soms bedel ik om aan het einde van de maand de eindjes aan elkaar te knopen. Wat ik graag heb, is dat de mensen blijven staan om een paar minuten te discuteren. Een goeiedag kost niets. Misprijzen kost veel…”

“Het hele jaar hebben we problemen”

Elke dag, zomer of winter, begint Jean met een koffie. “In het café kan je zo de nieuwsberichten horen op de radio.” Die behoefte om zich te informeren komt vaak terug in het gesprek: “Maar het stoort ons dat ze maar een keer per jaar over ons spreken: in de winter. We hebben het hele jaar door problemen! Je moet niet denken dat het in de zomer beter is. Zowel in de zomer als in de winter zijn er bedden te kort. En een sociaal restaurant vinden dat niet te ver is, is ook het hele jaar door een probleem.”

Pierre Van Ackere, die tot nog toe zwijgend het verhaal van Jean mee volgde, vertelt zijn wedervaren: “Ik ging tot mijn 16 jaar naar school. Ik ben beginnen te werken op de wereldtentoonstelling van 1958, als kok. Ik heb mijn legerdienst moeten doen. Daarna was het een aaneenschakeling van kleine jobs.”

Zoals Jean, was ook hij gehuwd. Maar daar wil hij niet meer over spreken. Zoals Jean werkte hij ook in prestigieuze restaurants. Over hoe hij op straat terechtkwam, wil hij het volgende kwijt: “Na mijn scheiding heb ik alles laten vallen, alles laten varen. Ik heb mij volledig laten gaan. Maar op een morgen heb ik gezegd ‘stop’. Dan heb ik mij herpakt. Ik heb contact opgenomen met organisaties, advocaten. En nu krijg ik een pensioen en heb ik een klein appartementje. Maar ik zit niet graag opgesloten, ik moet mensen zien.”

“Het is aan ons, daklozen, om in actie te komen”

Pierre heeft de moed niet meer, gezien zijn leeftijd, om te strijden, noch om op straat te leven. (“Als het mij nu overkomt, ga ik dood”). Je voelt zijn angst. Jean van zijn kant reageert door actief te zijn in verschillende organisaties. Hij heeft trouwens een drukke agenda. Hierna moet hij gaan praten met journalisten van de RTBF. Maar hij is blij dat hij bezig is: “Het is de ene vergadering na de andere. Ondertussen drink ik niet en zit ik in de warmte. Het is aan ons, daklozen, om in actie te komen. Op de politici kunnen we niet rekenen. Al wat men ons aanbiedt zijn homes en bedden in kazernes. Maar daar ga ik niet meer naartoe. Je krijgt er luizen en er zijn veel ziektes. Maar daar spreken ze natuurlijk niet over.”

Het is tijd om afscheid te nemen. We maken een afspraak voor na 30 maart, de vervaldag van het Winterplan. Als dit plan van dringende hulp aan de daklozen eindigt, zal het aantal bedden verminderen, en worden de mensen weer massaal de straat op geduwd, koud of niet koud. Dus als de media de daklozen alweer vergeten zijn, tot de volgende winter. 


Bert, 14-02-12 16:42:
Eigenlijk moet er het hele jaar door opvang zijn voor daklozen en moet dat niet stoppen op 31 maart hetgeen ook in Duitsland is, Jammerlijk.

het kan in de zomer s nachts ook koud zijn en de politiekers en het etisch gevoel voor de mensen moet daarvoor een oplossing voor zoeken. Meer daklozenopvang het hele jaar door;

Ik heb zelfs in de collocatie-psychiatrie gezeten omdat ik in een kraakpand woonde metvule klederen

IK raad zulke hel niemand aan collcoatie

en ze wilden me niet laten gaan voordat ik een woning had maar daar vind ik jullie nog goede gelukzakken de daklozen van het artikel zijn goede gelukzakken dat hen geen collocatie is moeten overkomen

terwijl ze er meer voor in aanmerking komen dan mezelf ben ik eerlijk.

reageren kan steeds

Bert Panda-Procter
vijverlaan 5 bus 4
B 3010 Kessel bij Leuven

e-mail bertpanda@hotmail.com
Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*