Scheelt er iets aan de psychiatrische zorg in België of loopt er iets fout in onze bovenkamer?
Eric Rosseel. In België zijn er vijf keer meer opnames in psychiatrie dan het Europees gemiddelde en er worden twee maal zoveel psychiatrische medicijnen voorgeschreven dan in vergelijkbare buurlanden. België heeft het dichtste netwerk psychiatrische ziekenhuizen in Europa. Maar ondanks al die zorg gaat de geestelijke gezondheid er niet op vooruit. Het aantal depressies, het aantal burn-outs, het aantal gevallen van zinloos geweld en agressie dat ook in verband met geestesstoornis wordt gebracht, blijft stijgen. Dat toont dat er iets fundamenteels fout zit met heel het psychiatrisch model.
De psychiatrie stelt zich voor als een geneeskunde. De klassieke geneeskunde is een proces in twee fasen. Men stelt vast dat er iets afwijkt van het normaal functioneren van het lichaam: de diagnose. Op basis van die diagnose bepaalt men een behandeling voor de patiënt. Iemand heeft bijvoorbeeld een tumor. Of die patiënt nu bij oncoloog X of Y gaat, maakt weinig uit. Noch over de diagnose, noch over de behandeling zal er veel discussie zijn. En of de patiënt geneest is toetsbaar. Het gezwel verdwijnt of het verdwijnt niet. De koorts zakt of de koorts zakt niet. Dat is geneeskunde.
Is de psychiatrie dan geen geneeskunde?
Eric Rosseel. De gelijkenis of het verschil is dat de psychiatrie zich bezig houdt met wat afwijkt van wat ‘normale’ gevoelens, gedachten en gedragingen zijn of horen te zijn. In de psychiatrie gaat het dus om mensen die bizarre dingen voelen, denken of doen. Maar de kans dat iemand met een geestesstoornis tien verschillende diagnoses hoort na raadplegen van tien verschillende psychiaters is reëel. Dat is verdacht, dat heb je bij een kankergezwel niet. Van een kind dat raar doet, zegt de ene dat het autistisch is, de andere bestempelt het als een vorm van schizofrenie, en nog een andere noemt het bipolair (de tegenwoordige term voor manisch-depressief), ADHD, hoogbegaafd, of wat dan ook... Ook over de therapie is er bij de psychiaters vaak geen eensgezindheid. Kan je dan beweren dat psychiatrie een vorm van geneeskunde is?
De Canadese psychologe Tina Dineen beweert dat de psychiatrie “zotten produceert” en die afhankelijk maakt van farmabusiness en psychiaters.
Eric Rosseel. De realiteit bij de geneeskunde is dat de mensen effectief ziek zijn. Ook is het zo dat in de klassieke geneeskunde men moeilijk een ziekte kan creëren. In de psychiatrie krijgen we soms de indruk dat dat wel het geval is. In die zin worden de psychiatrie en de psychologie een industrie die op zoek is naar consumenten en die de mensen wijs maakt dat ze ziek zijn, dat ze zich niet goed voelen en dat ze deskundige begeleiding nodig hebben. Daarvoor moeten klanten gevonden worden. Die industrie gaat van onnozele boekjes als “hoe leer ik mezelf zijn in tien lessen” tot hypertechnologische hersenchirurgie.
Geeft u eens een voorbeeld.
Eric Rosseel. Men ziet dat goed bij kinderen. Zodra een kind iets raars doet, vragen ouders zich natuurlijk af wat er met hun kind aan de hand is. Maar door de jachtige samenleving en door de geflexibiliseerde arbeid stellen ze zich zelf de vraag niet of ze goed bezig zijn met hun kinderen of kunnen ze moeilijk tijd vrijmaken voor de kinderen. De psychiatrie praat de ouders dan aan dat hun kind bipolair is of ADHD heeft. Terwijl het kind misschien gewoon wat koppig en nerveus was of is door de hectische wereld waarin we leven of door prestatiedrang op school.
Kinderen krijgen daartegen dan zware antipsychotica, vanaf twee jaar soms al. In de VS slikken nu miljoenen kinderen antipsychotische medicijnen met mogelijk blijvende schade voor brein en vitale biologische functies. Een psychiater gaf recent toe dat psychofarmaca voor kinderen één groot experiment zijn. In de VS zijn er nu al 40 maal meer kinderen met een bipolaire diagnose dan 10 jaar geleden. Maar de ouders zijn content want ze weten zogezegd wat er scheelt aan hun kind. En zo is de cirkel gesloten.
Maken de psychiaters de mensen wijs dat ze een geestesstoornis hebben?! Burnouts, slaapstoornissen, depressies, waanvoorstellingen... dat zijn toch geen verzinsels?
Eric Rosseel. Neen, ze maken dat de mensen niet wijs. Maar ze maken de mensen wel vaak wijs dat zij de deskundigheid hebben om daaraan te verhelpen. In de meeste gevallen hebben geestesproblemen te maken met levensomstandigheden. Slaapstoornissen kunnen het gevolg zijn van schrik voor ontslag, van geldgebrek, miserie met de partner, bezorgdheid over de kinderen... Heel de psycho-industrie stelt het voor alsof dat kan herleid worden tot het probleem van dat kind of van die persoon. Moeilijkheden in het samenleven worden geïndividualiseerd tot het probleem intern aan een persoon, herleid tot een geestesziekte
Vroeger was je bijvoorbeeld minimum een maand in de rouw bij het overlijden van partner of een familielid. Je droeg een maand zwarte kleren. Nu moeten de mensen na drie dagen weer aan het werk en vragen ze anti-depressiva om zich staand te houden. En zo wordt rouwen een depressie, een geestesziekte.
Men stelt ook vast dat mensen die op of onder de armoedegrens leven, meer dan anderen last hebben van depressies. Het heeft dan geen zin dat een psychiater of een psycholoog die mensen behandelt voor een depressie. Geld voor zo’n psychiatrische zorg zou beter besteed zijn aan een verhoging van het leefloon of een borg voor het alimentatiegeld voor alleenstaande moeders als de vader niet betaalt. Het is helemaal niet duidelijk dat een patiënt beter wordt van een therapeutische sessie. Zeker niet als die arm is, en behandeld word voor een depressie als gevolg van zijn armoede.
Is de psychiater voor u dan niets anders dan een op geld beluste kwakzalver?
Eric Rosseel. Niet overdrijven. Het is zeker niet mijn bedoeling om de individuele psychiater aan te vallen. Er zijn goede en er zijn slechte. Ik neem heel het systeem van de psychiatrie op de korrel: het samenspel tussen de psychiater, de ziekenhuizen, de patiëntenverenigingen, de overheid en zelfs de patiënt. Het hele systeem herleidt maatschappelijke, psychosociale problemen tot psychische en soms zelfs biologische problemen, zoals bijvoorbeeld afwijkingen in de hersenen. De psychiater kan aan de maatschappelijke problemen niets doen. Hij kan de patiënt wat oplappen en hem de indruk geven dat die zich beter voelt.
Men weet dat meer dan de helft van de depressies uit zichzelf geneest, zonder de tussenkomst van welke deskundige dan ook. Over psychotherapie weten we dat 60% van de mensen zonder psychotherapie van zijn problemen afgeraakt. Vaak speelt de aard van de psychotherapie (bv. psychoanalyse of gedragstherapie) nauwelijks een rol van betekenis. Blijkbaar slagen de mensen erin zich zelf te herpakken door hun leven anders aan te pakken of door steun van familie of vrienden.
Maar het probleem is dat in deze geïndividualiseerde kapitalistische maatschappij mensen elkaar moeilijker vinden of minder op elkaar kunnen rekenen. En dan trekken ze naar een deskundige – die pretendeert dat hij het weet, terwijl hij heel weinig weet – om hun miserie te vertellen. Het feit dan dat ze het gevoel hebben dat er iemand naar hen luistert is vaak al voldoende. En er bovenop slikken ze ook psychofarmaca.
Over die psychiatrische medicijnen is de laatste tijd heel wat te doen. Een recent Brits onderzoek leerde dat in 80% van de gevallen antidepressiva als Prozac, Seroxat en Efexor geen effect resorteert. Ze werken niet beter dan een placebo.
Eric Rosseel. Inderdaad. Maar dat betekent niet dat alle patiënten beter af zijn zonder chemisch middel. We zijn niet per definitie tegen die medicijnen. Voor 80% hebben ze misschien geen nut, maar voor één op de 5, voor de zware depressies, zijn ze mogelijk wel zinvol en zelfs noodzakelijk.
Ook op dit vlak schort er iets aan het systeem. Marketingpraktijken zorgen ervoor dat huisartsen, die niet of weinig geschoold zijn in geestesziekten en psychofarmacologie, die medicijnen voorschrijven aan mensen die dat helemaal niet nodig hebben. Ook in de psychiatrische instellingen neemt het gebruik van psychofarmaca toe. Door een stijgende werkdruk voor verplegers maakt de babbel ter kalmering van de patiënt plaats voor een spuit of meteen maar de isoleercel.
In de VS diende de staat Arkansas een schadeclaim in tegen Janssens Pharmaceutica van tientallen miljoenen euro voor bedrieglijke marketingpraktijken en frauduleuze medische informatie over het anti-schizofreniemedicijn Risperdal. Krijgt de psychofarmabusiness het lastig?
Eric Rosseel. Ja en neen. In andere Amerikaanse staten worden ook andere grote farmaceutische firma’s zoals Eli Lilly voor Zyprexa en AstraZeneca voor Seroquel vervolgd. De bijwerkingen van die antipsychotica zoals obesitas, diabetes en verslaving tot zelfs nieuwe psychotische symptomen worden geminimaliseerd tot verzwegen. Het gaat allemaal om medicijnen die ook in België ruim voorgeschreven worden.
Maar laat u niet misleiden door die processen. Actiegroepen reageren inderdaad op de misleidende marketingpraktijken en nevenwerkingen, maar de overheden is het vooral te doen om hun centen. De middelen van de gezondheidszorg worden geplunderd en verkeerd aangewend. Het is de overheden niet zozeer te doen om een andere geestelijke gezondheidszorg, als wel om hun begroting.
Het systeem wordt ongemoeid gelaten. Weet u dat er in Amerika televisieprogramma’s bestaan waarbij men aan kinderen tussen de 5 en de 10 jaar een vragenlijstje voorlegt waarmee kinderen kunnen uitrekenen of ze zot zijn. Zo ja, wordt hen aangeraden om met de ouders naar een psychiater te trekken. Die programma’s worden gesponsord door de farmaceutische industrie, maar worden ongemoeid gelaten door de overheid.
Hoeveel wordt er in België besteed aan psychofarmaca?
Recent werd een parlementaire vraag gesteld aan Onkelynx over de evolutie de laatste 5 jaren van het gebruik van psychofarmaca in België in vergelijking met de buurlanden. De vraag kwam van iemand van het VB. Je ziet, als men zich al in dat soort milieu vragen begint te stellen... Daar is nog geen antwoord op. Maar in de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn de cijfers wel gekend. Bijvoorbeeld, de kost van zware psychofarmaca voor Medicaid (de voornaamste zorgverzekeraar in de USA, overeenkomend met ons mutualiteiten/RIZIV systeem) steeg van 9 miljoen $ in 1999 tot 30 miljoen $ in 2006. Alleen al in Florida is het aantal kinderen dat via Medicaid, antipsychotica voorgeschreven krijgt in 2006 tot meer dan 18.000 gestegen, een verdubbeling in 7 jaar!
In België weet men bijvoorbeeld ook dat het aantal kinderen met ADHD in minder dan 10 jaren vertwintigvoudigd is. Maar terwijl bijvoorbeeld in Canada het gebruik van amfetamine (zoals bijvoorbeeld Rilatine) bij ADHD verboden is, wordt het in België terugbetaald sinds 2004! Op vijf jaar tijd is het gebruik van Rilatine meer dan verdubbeld. Per jaar worden er nu zo’n 7,5 miljoen pillen verkocht. Ook in België zijn er al kleuters die aan de Rilatine zitten.
Een patiënt kan zich vrijwillig laten opnemen in een psychiatrische instelling. Maar de psychiater kan de patiënt daar ook toe dwingen. Dat geeft de psychiater macht, wat in het verleden al eens leidde tot misbruiken.
Eric Rosseel. Nu raken we aan de historische functie van de psychiatrie. Die bestaat erin gevaarlijke psychopaten en perverten die de samenleving in gevaar brengen uit de samenleving te verwijderen. Het is de psychiater die oordeelt of dat individu al dan niet toerekeningsvatbaar is. In wezen is dat nog altijd de enige wettelijke rol van de psychiatrie. Het genezen is iets wat er later is bijgekomen. Met de wet op de gedwongen opname van 1990 wou men de patiënt beschermen tegen het machtsmisbruik door de psychiater die kon handelen op een simpele vraag van een burgemeester of familielid.
Is dat gelukt?
Eric Rosseel. Een gedwongen opname kon door die nieuwe wet voortaan alleen door een openbare procedure via de vrederechter en, in een noodprocedure, via de Procureur des Konings, die later door de vrederechter moet bekrachtigd worden. Die wet heeft enkele jaren gewerkt maar sinds 1995 neemt het aantal gedwongen opnames ieder jaar zienderogen toe. Bovendien blijken 80 à 90 % der gedwongen opnames via de noodprocedure geregeld te worden.
Het aantal gedwongen opnames bedroeg in 2007 ongeveer 4.500 voor gans België, tegenover zo’n 2.000 in het jaar 1995. Dit is meer dan een verdubbeling. De toename betreft vooral Vlaanderen en Brussel. Om bij cijfers te blijven: in 2006 werden in de Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen 5.287 volwassen patiënten gemiddeld 4 dagen opgesloten in de 274 bestaande isoleercellen. Plus nog eens 258 kinderen. In Vlaanderen ligt het gebruik (of misbruik) van de isoleercel 2,5 maal hoger dan in Wallonië, 8 maal hoger dan in Frankrijk en Spanje en Italië en 4 maal hoger dan in Portugal. Die mensen die in isoleercellen belanden, zijn doorgaans ook diegenen die gedwongen opgenomen worden: bij het minste protest vliegen zij de cel in.
Dat gedwongen opnames voor heel wat mensen en voor de ziekenhuizen in het bijzonder nogal wat centen in het laatje brengen is daar niet vreemd aan. Perverse mechanismen werken die stijging verder in de hand. In de grootstad wil politie zich ontdoen van herrieschoppers, dronkelappen, kleine criminelen.... Na een nachtje brommen worden die vaak weer vrijgelaten. Maar als de politie die in een psychiatrische instelling krijgt, zitten ze een maand vast. Op hun beurt zijn psychiatrische instellingen tevreden want zo krijgen ze hun bedden gevuld. In Brussel levert de politie personen af op de spoedgevallen voor de psychiatrische afdeling. Ik vind dat niet uit. In het niet bepaald linkse wetenschappelijk magazine EOS werden verleden jaar foto’s van documenten gepubliceerd die die mechanismen blootlegden.
Het kan toch niet dat politie en psychiatrie beslissen onder elkaar over de gedwongen opname. Wat zijn de wettelijke voorwaarden van een gedwongen opname?
Eric Rosseel. Neen, de politie is slechts een tussenschakel. De vrederechter speelt een belangrijke rol en zijn opstelling is bepalend. Hij baseert zich op een vereist medisch attest dat zegt of de persoon al dan niet aan een geestesziekte lijdt. Dat attest moet voldoen aan een aantal voorwaarden, maar sommige vrederechters aanvaarden om het even welk attest, zelfs als dat overduidelijk een loopje neemt met die voorwaarden. Om te beginnen mag het medisch attest niet uitgeschreven worden door een verwante van de patiënt. Meer algemeen zijn er drie voorwaarden: de patiënt moet een geestesstoornis hebben, gevaarlijk zijn voor hemzelf of voor de maatschappij, en er mag geen alternatieve behandeling voorhanden zijn.
Dat lijkt toch een heldere reglementering?
Eric Rosseel. De willekeur is erg groot. Door de enorme uitbreiding van het aantal diagnoses is er een kwalijke tendens om elke afwijking van de norm als een symptoom van een geestesstoornis te beschouwen. Veel hangt af van de ingesteldheid en het rechtvaardigheidsgevoel van de vrederechter. Zo zijn er progressieve vrederechters die bv. de psychiater van de patiënt als een verwante beschouwen en zijn attest ongeldig verklaren.
Een voorbeeld, echt gebeurd. Een man die wat moeilijkheden heeft met de overheid vertelt zijn buurman ‘als dat hier zo voortgaat, steek ik mijn huis in brand’. De buurman belt met de politie en die haalt er een geneesheer bij. Die schrijft een attest uit dat de man geestesziek en gevaarlijk is. Op basis van zo’n banale uitspraak kan je dus gedwongen opgenomen worden. Moeten we iedereen die beweert dat hij zelfmoord gaat plegen of die een zelfmoordlijn belt gedwongen laten opnemen ‘omdat hij een gevaar betekent voor zichzelf of de maatschappij’?!
De willekeur wordt nog groter doordat in vele streken vrederechter, ziekenhuisdirecteur, psychiater, geneesheer en zelfs pro-deoadvocaat, die in principe de patiënt bij een gedwongen opname moet verdedigen, elkaar goed kennen en het vlot op een akkoordje gooien. Ik belde ooit uncover als Dr. Rosseel met een ziekenhuispsychiater en vroeg hem: “De verlenging van de collocatie voor meneer X is toch in orde?” en de dwaze psychiater zei: “Ja, Collega, dat is al geregeld.” En toen ik hem erop wees dat de vrederechter daar binnen een week nog moest over beslissen, viel hij uiteraard totaal door de mand.
Zie je dan verschillen tussen de gerechtelijke kantons in het aantal gedwongen opnames?
Eric Rosseel. Ja, er zijn bijvoorbeeld grote verschillen tussen de arrondissement Oostende-Veurne-Diksmuide, een streek zonder psychiatrische ziekenhuizen, en de streek Ieper-Kortrijk-Menen, waar het wemelt van de psychiatrische ziekenhuizen. Zou Oostende een geestelijk gezonde streek zijn en Kortijk een streek getroffen door een epidemie van geestesziektes?! Het is ook zo dat iemand gecolloceerd wordt op de plaats waar hij zich bevindt (dus niet noodzakelijk zijn woonplaats) en beoordeeld wordt door de vrederechter van die plaats. Zo lokt men bijvoorbeeld mensen met problemen vanuit een kanton zonder psychiatrisch ziekenhuis naar een ziekenhuis voor consultatie. En men colloceert ze daar, wetende dat de vrederechter van het kanton daar ziekenhuisvriendelijk is. Naar onze informatie doet zich dat voor in Sint-Truiden. In het kanton Landen werden er in 2005-2006 drie personen gecolloceerd, terwijl in het daarnaast gelegen kanton Sint-Truiden in dezelfde periode maar liefst driehonderd werden gecolloceerd.
Volgens u wordt de mogelijkheid van een alternatieve behandeling zelden overwogen?
Eric Rosseel. Inderdaad. Het is alsof dat de psychiatrische behandeling in ziekenhuis de enige mogelijke behandeling is. Wat helemaal niet evident is. Vaak gebeurt er niet zoveel in die psychiatrische instellingen. Een gedwongen opname duurt in een eerste fase een veertigdal dagen. In die tijdspanne ziet de patiënt de psychiater hooguit 20 max. 30 minuten. Voor de rest zit die patiënt daar: weinig therapie, vooral toezicht. Terwijl de geest van de wet stelt dat er therapie moet gebeuren en de gedwongen opname geen louter vrijheidsberoving mag zijn. Er moet kans zijn op therapeutisch resultaat. Dat resultaat is er vaak wel. Maar dat komt meer door het samenzijn met medepatiënten, met lotgenoten, dan door de therapie.
De vrijheidsberoving beperkt zich niet tot de gedwongen opname maar loopt verder tijdens de opname. De psychiater heeft de vrijheid, of liever de macht, om naar eigendunken te beslissen of de patiënt naar huis mag tijdens de weekends of voor een overnachting tijdens dat weekend. Ook tijdens de opname blijft willekeur de regel. Dit geldt overigens ook voor mensen die zich vrijwillig laten opnemen.
Geeft u eens een voorbeeld van de verreikende macht van de psychiater?
Eric Rosseel. Een heel concreet geval en nog politiek interessant ook, uit 2007. Een jonge man had in de voorgaande jaren vier naasten verloren, die overleden waren. Hij sukkelt in een depressie, geraakt op de dool en belandt in een psychiatrische instelling. Na een tijdje belandde hij in een systeem van beschut wonen onder de controle van die psychiatrie. De psychiater kwam te weten dat de jonge man deelnam aan de 1-meioptocht in Bilzen. Dat zinde hem niet want hij stelde de jongen voor de keuze: ‘nieuwe opname of afschaffing van het beschut wonen’. Kortom: dreiging met dakloosheid, want de jonge man had alleen zijn invaliditeitsuitkering. De jonge man ziet geen andere uitweg dan zich opnieuw ‘vrijwillig’ te laten opnemen maar hij signaleert het wel aan ons Netwerk Psychiatrie. Aan de telefoon vertelt de psychiater me dat de jongen aan “politieke waan” lijdt. Ik vraag hem wat dat is: “Als Yves Leterme in zijn kop steekt dat de PS het land naar de kloten helpt, heeft Yves Leterme dan een politieke waan?” “Neen, maar die jongen wel” zegt die psychiater. Op mijn vraag wie daarover oordeelt zegt die psychiater: “Ik, want ik ben de psychiater”. De jongen kon niet gaan stemmen. Hij werd vastgehouden tot en met 11 juni, de dag na de parlementsverkiezingen. Dat is wettelijk verboden want een psychiatrische patiënt behoudt zijn burgerrechten. In de instelling mocht hij zelfs niet naar de verkiezingsshow kijken. Daarna hebben we niets meer van hem vernomen. Het is hem verboden nog contact te hebben met de strijdmakkers van de actiegroepen waar hij lid van was en ook niet met ons, vermoedelijk weer onder het dreigement zijn beschut wonen te verliezen.
Dat is de macht van een psychiater na een opname. Als je een misdrijf pleegt heb je recht op verdediging voor de uitspraak. In de psychiatrie word je opgenomen en als je dat niet zint moet je dat aanvechten, als je kunt. Maar de psychiatrische patiënt is heel zwak: hij kent zijn rechten niet, die worden hem ook niet meegedeeld en hij heeft doorgaans niet het geld een advocaat te betalen. En de ombudsman mag bij een klacht alleen “bemiddelen”. Zegt de psychiater: “hier valt niets te bemiddelen”, dan is de ombudsman machteloos.
Is dat geen geïsoleerd geval?
Eric Rosseel. Neen. Ik geef u een ander voorbeeld. Op aanraden van zijn familie laat een persoon zich vrijwillig opnemen. De man beseft dat hij psychisch niet helemaal in orde is en gaat in op het voorstel. Na drie dagen wil hij naar huis. Hij vindt dat hij er niet goed zit. Volgens de wet mag een vrijwillig opgenomen patiënt op elk moment het ziekenhuis verlaten. Maar wat doet de psychiater? Hij colloceerde hem terplaatse.
Motief?
Eric Rosseel. “Manisch-depressief”, wat hij ook was. En “gevaarlijk”, wat hij niet was. De psychiater neemt er een collega bij die dat bevestigt in een attest. Nu die patiënt was zelf psycholoog en schakelt een advocaat in, die dreigt met een proces wegen vrijheidsberoving en ontvoering. Nu betaalt de prive-verzekering van die psychiater, en de verzekering van het ziekenhuis, die man een schadevergoeding op voorwaarde dat ie het niet publiek maakt natuurlijk.
Ik zeg niet dat die misbruiken schering en inslag zijn. Maar in ieder geval maakt het systeem die misbruiken mogelijk. En er wordt daar niets aan gedaan. Politici tonen weinig interesse, want het zijn toch maar zotten. Hoewel recent de interesse wel toeneemt. De psychische diagnoses zitten in de lift. Studies wijzen uit dat bijna de helft van de bezoeken aan de huisarts een psychische component aanwezig is. Het budget van het RIZIV dat aan psychische zorg besteed wordt stijgt dus eveneens. En politiekers vragen zich bijgevolg af of dat geld goed besteed wordt.
Momenteel buigt zich een federale commissie over de rechten van de psychiatrische patienten. Leeft het besef dat de macht van de psychiater moet ingeperkt worden?
Eric Rosseel. Neen, totaal niet. Alle patiënten, of ze nu te kampen hebben met diabetes, kanker of een geestesstoornis, hebben wettelijk het recht op informatie over hun ziekte, het recht om een behandeling te weigeren, het recht op inzage in het dossier... Die commissie wil nu uitsluitend voor de psychiaterische patienten die rechten inperken onder het mom dat een psychiatrische patiënt geen inzicht kan hebben in zijn ziekte. En dus ook niet kan weten of een behandeling goed of slecht is. Precies alsof een kankerpatient begrijpt wat chemotherapie is, precies alsof een psychiater die een patient 10 minuten spreekt inzicht heeft in die patient. Die federale commissie wil dat de beroepsoefenaar de patiënt eigenmachtig wilsonbekwaam mag verklaren. Geen poespas meer met een vrederechter, met medische attesten....En wat erger is: de erkende ‘patiëntenverenigingen’ zijn het daarmee eens in ruil voor meer subsidies vanwege de overheid.
U noemt de povere geestelijke gezondheid een maatschappelijk probleem. Ziet u ook verschillende benadering van de psyche al naargelang de sociale klasse?
Eric Rosseel. Dat is een complex fenomeen. Er is een klasseverschil, zeker. Het kapitalisme heeft behoefte aan wat men noemt “gewillige lichamen”, lichamen die arbeid verrichten op een voorspelbare manier en geen last veroorzaken. Maar het kapitalisme hongert ook naar nieuwe markten en daarom nieuwe ideeën, nieuwe producten. Het kapitalisme heeft tegelijkertijd dus ook mensen nodig die anders zijn, die bizar zijn, die raar doen, en dan zie je het klasseverschil. Het raar doen is het (voor)recht van een bepaald soort mensen, kunstenaars, artiesten, universiteitsprofessoren. Die mogen niet alleen, die moeten raar doen. Als de dichter Willem Kloos (belangrijk Nederlands dichter eind 19de eeuw) schrijft “ik ben een god in ‘t diepst van mijn gedachten”, dan krijgt hij als het ware de nobelprijs voor literatuur. Als een gewone sukkelaar zegt “ik ben jezus christus”, dan vliegt hij in de psychiatrie, terwijl ze alletwee hetzelfde zeggen.
Maar die tegenstelling zie je niet alleen weerspiegeld in de sociale klassen. Op het niveau van het gezin, bijvoorbeeld, wensen ouders dat hun kinderen voorspelbaar zijn, want ze hebben het zelf al zo moeilijk om hun leven te regelen. Maar tegelijkertijd verlangen ze wel dat hun kind succes heeft in het leven. Hun kind moet op een bepaalde manier uitblinken, anders zijn, raar zijn, zodanig dat hun kans op succes in het leven groter is dan die van anderen. Weer een paradox.
En die paradox vind je ook terug in het socialisme. Hoe bewaar je in socialistische samenleving door en voor de mensen het evenwicht tussen discipline en afwijking van het voorspelbare? Ook het socialisme moet anticiperen op nieuwe problemen, heeft mensen nodig die creatief zijn, die raar doen, die andere ideeën hebben, die bizar zijn dus.
Creativiteit en raar zijn, genie en waanzin, dat ligt allemaal dicht bij elkaar. En daarvoor moet ruimte bestaan in welke samenleving dan ook die weliswaar ook nood heeft aan regels en discipline.
Welke beleidsmaatregelen acht u wel zinnig?
Eric Rosseel. Die ruimte creëren voor een afwijking van het voorspelbare is een moeilijke kwestie. Maar ik gaf al aan dat armoedebestrijding, een andere arbeidsorganisatie, geen jacht op winst... heel wat geestelijke gezondheidszorg overbodig zou kunnen maken. Bij het huidige psychiatrisch model plaatsen we vele vraagtekens. Samen met de Sarahbeweging eist het Netwerk Psychiatrie & Samenleving de oprichting van onderzoekscommissie binnen het federaal en het Vlaams parlement (zie onder).
Meer in het algemeen moeten we ijveren opdat de psychologische malaise als een maatschappelijk probleem wordt erkend en niet als de optelling van individuele gevallen. Op individueel vlak heb ik één algemene tip. Vermijd ten alle prijze dat je het etiket geesteszieke opgeplakt krijgt en plak je het zeker zelf niet op.
Veel hangt ook ook af van hoe we met zotten omgaan: want veel van hun lijden komt omdat er met hen gelachen wordt, ze elke dag weer vernederd en mishandeld worden zodat hun ziekteverschijnselen alleen maar erger worden en ze op de duur echt hopeloze gevallen worden. Als iemand zich wijs maakt : “Ik ben Che Guevara!”, dan zal ik hem niet wandelen sturen met: “Och zot, Che is al 40 jaar dood!”. Nee, ik zal met hem praten over het onrecht in Zuid-Amerika en in de Derde Wereld en welke bijdrage hij of wij kunnen leveren om dat onrecht te verhelpen. Want iemand die zich Che Guevara waant, weet dus blijkbaar wel dat er onrecht in de wereld is: zo dom of zot is ie dus niet.
Eric Rosseel is coördinator van het Netwerk Psychiatrie & Samenleving. Dat Netwerk vraagt samen met de Sarahbeweging de oprichting van onderzoekscommissie binnen het federaal en het Vlaams parlement, die zich zou buigen over het geheel van de praktijken in de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor:
1. de zelfmoorden binnen de psychiatrie en de falende aanpak van de zelfmoordproblematiek in het algemeen;
2. de wijze waarop de wet betreffende de gedwongen opname in de praktijk functioneert en het probleem van de onverantwoorde vrijheidsberoving van zowel vrijwillig als gedwongen opgenomen patiënten, in al zijn vormen, waarvan de isoleercel maar de meest spectakulaire is;
3. de voortschrijdende beperking van de patiëntenrechten voor mensen in psychiatrische behandeling of in psychiatrische opname en voor mensen met psychosociale problemen;
4. de marketingpraktijken van de farmaceutische industrie (“informatie” aan de artsen; manipulatie van het wetenschappelijk onderzoek; sponsoring van “patiëntenverenigingen” of verenigingen van ouders van “geesteszieke” kinderen; “voorlichting” van de publieke opinie);
5. de wijze waarop maatschappelijke en psychosociale problemen herleid worden tot inwendig psychische en biologische problemen;
6. de onverantwoorde propaganda voor dure maar therapeutisch betwistbare behandelingstechnieken zoals ElektroConvulsieTherapie (“elektroshocks”) en het gebrek aan middelen voor (meer) kleinschalige therapeutische gemeenschappen;
7. een herziening van de ziekenhuispsychiatrische methodiek van intake tot ontslag (wanneer we de miljarden euro’s die jaarlijks besteed worden aan psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg, in rekening nemen, dan zijn de globale resultaten eerder mager); het aantal mensen dat van zijn “ziekte” nooit geneest en het FONA-niveau (Fouten Ongevallen & Near Accidents) zijn onrustwekkend hoog.
Netwerk voor Psychiatrie en Samenleving: psychiatrie.blogse.nl
Sarahbeweging: www.sarahbeweging.net
Ik kan mij grotendeels vinden in de analyse van dhr Rosseel. Ik mocht zelf aan den lijve ondervinden wat collocatie betekent. Isoleercel, fixatie op bed "we moeten het even van u overnemen", complete en gehele afhankelijkheid van de verpleging (inclusief basisbehoeftes zoals plassen). Een collocatie is een traumatische gebeurtenis, neem dat van me aan. De macht van de verpleging is compleet, de ontreddering van de patiënt daarmee nog completer. In 2007 had ik een hypofyse adenoom (tumor van de hypofyse) als gevolg waarvan mijn hormonale balans geheel zoek was en derhalve ook mijn functioneren faalde (ik deed een suïcidepoging na 2 jaar vruchteloze hulp bij allerhande specialisten). De suïcidepoging was géén weloverwogen keuze, het was een paniekreactie. Paniek, omdat ik op die gegeven ochtend dermate miserabel was dat ik geen creatievere oplossing meer kon bedenken. Het moest ophouden, punt.
Anno 2007 slaagt de psychiatrie erin om zo’n compleet verwarde patiënt op te sluiten in een isoleercel, vast te binden op zijn bed (enkels, polsen, borstkas) in een kamer met kunstlicht. Zónder klok. Zónder klok!!! Weet je wat dat betekent? Dat betekent dat je op geen enkel moment nog enig tijdsbesef hebt. Dat is bijzonder lastig, en naar ik meen ook misdadig. Ik heb 7 dagen doorgebracht in isolement, waarvan drie dagen fixatie op bed (dat heb ik pas later kunnen reconstrueren). Mijn vrouw heb ik pas op dag 4 voor een kwartier mogen zien. Fixatie betekent volledige immobiliteit. Dat betekent dus evenzeer korte slaapperiodes, waardoor de desoriëntatie compleet word. Men handelt naar eigen zeggen “uit veiligheid voor de patiënt”. Ik kan u verzekeren dat ik veel méér tijd heb moeten steken in het verwerken van deze traumatische ervaring dan de mededeling dat ik een hersentumor had. Wat een geluk! Een tumor is een klinisch gegeven waar men niet omheen kan. Het is vast te stellen en, godzijdank, te behandelen. Stel je voor dat ik géén tumor had gehad. Mensen toch, ik kan u verzekeren dat het verblijf op een psychiatrische afdeling Dante’s hel is. Zoals de heer Rosseel terecht aangeeft is traagheid troef. Géén therapie (tenzij men het sorteren van spietjes, in bakjes van twintig stuks elk, geschrankt, als therapie wil benoemen). Inderdaad heeft men nauwelijks contact met de psycholoog, noch de psychiater, inderdaad géén of nauwelijks informatie over uw rechten, en bovenal, géén of nauwelijks contact met de verpleging (de cipiers?). Deze laatsten hebben het te druk met hun administratie, hun “overdrachtgesprekken”, hun huishoudelijke taken zoals daar zijn: koffie maken en eten opdienen. Hallo????
Kijk, mijn ervaring met de psychiatrie is uiteraard gekleurd. Ik heb geen “objectieve” kijk op dit gegeven. Ik wil aannemen dat “de psychiatrie” haar best doet om mensen te helpen. Ik wil dit aannemen. Maar ik heb verdomd veel last met haar methodes. Die zijn, naar mijn bescheiden mening, nogal van de pot gerukt. Ik durf zelfs beweren dat de doorsnee psychiatrisch verpleegkundige het onderscheid niet meer kent tussen basisemoties en “gedrag kenmerkend voor een ziektebeeld” (ik druk me voorzichtig uit!). Het aantal keren dat ik mensen, mét geweld, zag opsluiten (en derhalve “fixeren” in de isoleer , da’s “protocol” weet je wel) omdat ze, bij gebrek aan verbale expressie, hun malaise op een meer “primitieve” manier uitten, is beschamend. Ronduit, beschamend. Ik ben ervan overtuigd dat men in het gevangeniswezen strengere regels hanteert alvorens men besluit tot isolatie. Maar wie ben ik om “de protocollen” in vraag te stellen? Ik ben niet gemachtigd noch geplaatst.
Kijk, ik heb ook erg agressieve patiënten gezien. Ik heb ooit zélf gevraagd mijn kamerdeur te sluiten omdat een patiënt erg agressief en opdringerig was. Maar ik was patiënt, géén hulpverlener. Ik wil géén pleidooi voeren voor of tegen de isoleercel. Da’s en bijzonder moeilijk debat. Enerzijds zijn er de patiëntenrechten, anderzijds is er de veiligheid, (ook deze van de medepatiënten). Maar zoals het isoleren nu als standaardprocedure wordt ingezet, is onaanvaardbaar. Hulpverleners hebben volgens mijn weliswaar bescheiden mening nog weinig besef van de ingrijpendheid van dit gebeuren. Men staat er niet bij stil wat het betekent om vastgebonden op je bed, in totale overgave, te moeten doorbrengen. Men staat er niet meer bij stil wat het betekent om daar te liggen in complete verwarring. Dergelijke methodes helpen de patiënt geen stap verder, wel integendeel. Of had je wat anders verwacht?. De verpleging heeft echter tijdelijk geen “last” meer van de patiënt. Maar ik verzeker u allen dat de patiënt is gestorven op dat bed.
Als de heer Rosseel een pleitbezorger zoekt voor zijn zaak, dan ben ik graag kandidaat. U kunt mij contacteren op sfengs@perso.be
een zeer treffend artikel waaruit blijkt dat het colloceren misbruikt wordt waardoor machtsmisbruik tussen mensen kan ontstaan. De gecolloceerde is wel getekend voor de rest van zijn leven en daar doet niemand wat aan.
Deze complexe materie is op een voor de leek begrijpelijke manier gebracht.
Pluim voor Eric Rosseel.
Voeg hieronder uw mening toe