
Twee jaar na de staking was de fabriek bijna onherkenbaar geworden: op het vlak van veiligheid, van gezondheid en van loon was alles verbeterd. François zucht als hij vertelt dat nadien de arbeiders zich dikwijls uit verband lieten spelen door de directie. (Foto Groenten uit Balen)
“Er deden geruchten de ronde dat de zinkarbeiders van Hoboken en Overpelt een premie van 2.000 frank hadden gekregen”, herinnert François – vandaag genietend van een welverdiend brugpensioen – zich die woelige periode. “Ik werkte op de cadmium, toen een afdeling waar de giftige dampen de hele afdeling vulden. De gieters, de mannen die de vloeibare cadmium in blokken goten, dachten dat ze een goede job hadden. Maar ze ademden die troep in en geen van hen is oud geworden.”
Hij vertelt dat er voordien al onrust was om die premie. Maar de meeste arbeiders hadden schrik om in actie te komen. “Ge moet weten dat de arbeiders toen nog hun klak afdeden als ze binnen of buiten de fabriek een ingenieur of directielid ontmoetten. Onze lonen voor zwaar en vuil werk lagen laag. Mijn vrouw verdiende op Philips meer dan ik. We voelden ons onrechtmatig behandeld en trokken met een delegatie naar de directie. Ik liep als jonge snaak mee hoewel mijn opzichter met ontslag dreigde.”
Directeur Griffier ontving hen, maar viel tegen hen uit: voor zoiets onderbreek je toch het werk niet? Toen er geen schot in de zaak kwam, werd bij de mensen het gevoel van onrechtvaardig behandeld te worden sterker dan de schrik. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik ander werk ben gaan zoeken. Op het fabriek had ik een oudere werknemer verdedigd die van de pijn even was gaan zitten en van de opzichter kreeg ik de wind van voor.”
Veertien dagen later was de staking een feit. “Ik heb toen werk gevonden bij General Motors in Antwerpen, maar tijdens de staking ging ik bijna elke dag naar het piket. Ik herinner me dat het Rik Molemans was die vaak het voortouw nam. Piet Poppeliers was de man van overleg en discussie. Dat was ook zijn sterkte.” François legt uit dat hij door die staking wel de smaak te pakken kreeg om zich in te zetten in de vakbond.
“Ik begreep toen de kracht van solidariteit. Maar solidariteit zonder organisatie is niet genoeg. Toen ik twee jaar later terug in Vielle Montagne aan de slag ging herkende ik de fabriek niet meer. Op vlak van veiligheid, van gezondheid en van loon was alles verbeterd. Piet heeft me toen gevraagd om actief militant te worden. Je moet weten dat de directie en de ingenieurs toen nog Frans spraken. Ik kwam van Wallonië en kon hun onderonsjes op vergaderingen vertalen.”
François zucht even als hij vertelt dat nadien de arbeiders zich dikwijls uit verband lieten spelen door de directie: de ploegenarbeiders tegen de stielmannen, het ACV tegen het ABVV, de arbeiders tegen de bedienden. “Gelukkig zijn de tijden op dat vlak veranderd en gaan de drie vakbonden nu samen naar een algemene staking. De mensen worden slimmer.”
Lees ook:
• Groenten uit Balen (1) :: Staf Henderickx: “Ik was de huisarts van de stakingsleider”
• Groenten uit Balen (2) :: Anne Fonteyn: “Zelfs onze telefoon werd afgeluisterd”
• Groenten uit Balen (3) :: Bert Hollants: “Deze film kan tonen hoe de strijd te winnen”

Staf Henderickx, De Kopervreters. De geschiedenis van de zinkarbeiders in de Noorderkempen, EPO, 2000, paperback (15 x 22,5 cm), 192 p., geïllustreerd. U kan het boek bestellen aan het voordeeltarief van 10 euro inclusief portkosten. Interesse? Stuur een mailtje naar orders(at)epo.be met vermelding ‘actie Solidair’.
Verschillende van de figuren in de film van Frank Van Mechelen worden in de tweede helft van de jaren zeventig patiënt van Staf Henderickx: Guido Van Grieken, Jacques Van Bommel maar ook hoofdrolspeler en stakingsleider Piet Poppeliers. “Toen Piet doodziek was, beloofde ik hem zijn levensverhaal in een boek te verwerken. Dat boek is De Kopervreters geworden. Het vertelt niet alleen het verhaal van de staking van Vieille Montagne. Het tweede deel concentreert zich op de figuur van Piet. Toen ik voor het eerst van de verfilming van Groenten uit Balen hoorde, heb ik de regisseur het boek opgestuurd.”
En zo komt het dat de figuur van Piet Poppeliers in de film meer gebaseerd is op het boek van Staf Henderickx, waarin hij meer is uitgewerkt, dan op het toneelstuk van Walter Van den Broeck.