Sitemap | Nieuwsbrief | Help | RSS |
8 juni 2010 14:35 | Leeftijd: 91  dag(en)
| Thema: België, België, Werkgelegenheid

Het ABC van het Belgische werkgelegenheidsbeleid

Welke bevoegdheden zitten op nationaal en welke op regionaal niveau? En wie zet de krijtlijnen uit? Solidair frist een en ander op.

Herwig Lerouge

Het Belgische werkgelegenheidsbeleid kadert volledig in de neoliberale doctrine. Die stelt dat de staat niet zelf jobs moet creëren – bijvoorbeeld in overheidsbedrijven, door grote openbare werken en sociale huisvesting. Neen, de staat moet gewoon een kader scheppen dat privéondernemingen toelaat winst te maken.

Onder het mom van “jobcreatie” hebben de regeringen meer dan honderd maatregelen ter ondersteuning van de patroons bekokstoofd. Er kwam ook een loonmatigingswet die de ondernemingen competitiever moest maken. De meeste van die maatregelen – verlaging van de sociale lasten, notionele interesten – hebben vooral bijgedragen tot een verhoging van de winsten en grotere dividenden voor de aandeelhouders.

Het werkgelegenheidsbeleid gaat niet alleen over jobs. Het bevat ook de werkloosheidsuitkeringen, het arbeidsrecht, de vorming. De bevoegdheid is verdeeld onder de federale regering en de gewesten en gemeenschappen.

Het federale niveau

De federale staat is samen met de sociale partners bevoegd voor lonen (de loonnorm die niet mag worden overschreden), belastingen en sociale zekerheid. Hij kent verminderingen van de sociale bijdragen toe: algemene of specifiek gericht op doelgroepen zoals oudere werklozen, jongeren, eerste aanwervingen enz. Andere federale maatregelen hebben betrekking op de vermindering van de belastingen – bijvoorbeeld de notionele interesten.

De federale regering is ook verantwoordelijk voor de werkloosheidsverzekering. Die maakt deel uit van de sociale zekerheid. Ze wordt beheerd en georganiseerd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

De federale regering en de sociale partners zijn ten slotte ook bevoegd voor het arbeidsrecht, dat de individuele betrekkingen tussen de werkgever en de werknemer regelt: arbeidsovereenkomst, arbeidsreglement, loonbescherming, arbeidstijd, feestdagen, arbeidsrecht, wekelijkse rust, rusttijden, vermindering van de arbeidsduur, uitzendarbeid, enz. Ze regelen ook de collectieve verhoudingen tussen arbeidsklasse en  patroons: de regelingen in verband met de vakbonden en de vakbondsafgevaardigden, de collectieve arbeidsovereenkomsten, de paritaire comités.

De sociale zekerheid en het arbeidsrecht werden verkregen door meer dan honderd jaar sociale strijd tegen de willekeur van de werkgevers.

De regionale bevoegdheden

De gemeenschappen en de gewesten beschikken over bevoegdheden die een weerslag kunnen hebben op het werkgelegenheidsbeleid. Maar ze mogen geen beleid over de lonen, belastingen of de sociale zekerheid voeren. Grosso modo zijn de gewesten belast met de vorming en bijscholing van werklozen en moeten ze hen aan werk helpen en begeleiden. Die opdrachten worden vervuld door de VDAB, de Forem en ADG. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verzekert Actiris de hulp bij het zoeken naar werk en de VDAB de vorming.

Die instellingen controleren de werklozen in hun zoektocht naar werk, ze organiseren ook opleidingen. Ze hebben geen recht om ze te straffen of uit te sluiten als werkloze. Hiervoor is alleen de federale RVA bevoegd.

De Gewesten zijn ook bevoegd voor de economie: economische initiatieven van de overheid, steun aan de ondernemingen en buitenlandse handel.


Nog geen reacties ontvangen

Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*