
“Volkeren van Europa, sta op”, zo luidde de oproep van de Griekse Communistische Partij (KKE) van op de Acropolis in Athene ten tijde van draconische maatregelen die de Griekse regering oplegde op last van de Europese Unie. (Foto KKE)
Henri Houben. “Wat men ook zegt over de oorzaken van de crisis, de Grieken, de Portugezen, de Spanjaarden zijn niet spilziek, ze leefden niet boven hun stand. Ze hadden gewoon weinig of geen financiële middelen. Een loontrekkende uit Athene verdient nauwelijks 900 euro per maand en moet alleen al aan huur maandelijks 500 euro uitgeven.
Het zat voor Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje – tegenwoordig zeer denigrerend als de PIGS-landen opgevoerd – al grondig fout bij de invoering van de Europese gemeenschappelijke munt in 2002. De monetaire politiek in de Europese Muntunie (EMU) hield de PIGS-landen van in het begin in een ijzeren greep die wel moest leiden tot een economische knock out. Vele economen keken verbaasd op toen Europa destijds de frank, de lire, de mark enzoverder naar de geschiedenis verwees en verving door de euro. Volgens de theorie kan zo’n muntzone maar werken als de economieën van de deelnemende landen niet te sterk van elkaar verschillen. Maar voor Europa was dat op zijn zachtst gezegd wel het geval.
De lonen lagen omtrent de eeuwwisseling in het ene land nog vier tot zes maal hoger dan in het andere land. En het bbp (bruto binnenlands product, de waarde van het totaal geproduceerde goederen en diensten) per hoofd van de bevolking lag in de PIGS-landen tussen de 25% en 50% lager dan het gemiddelde van de eurozone. Het convergentieproces naar gelijklopende economieën had op de eerste plaats moeten gebeuren door de loonverschillen tussen de landen te verkleinen. Maar dat gebeurde niet. Het was zelfs nooit de bedoeling. Om hun winsten te verhogen wilden de werkgevers de loonverschillen net aanwakkeren en vervolgens hun gebruikelijke deuntje zingen: kijk, ginder liggen de lonen lager, hier moeten ze ook zakken om de competitiviteit van de ondernemingen te herstellen.”
“Wel werden in de aanloop naar de euro monetaire ‘convergentiecriteria’ opgelegd: de fameuze Maastrichtnormen van 1991 met onder meer een begrotingstekort van maximum 3% en een overheidsschuld van maximum 60% van het bnp. Die criteria zijn met het zogenaamde Stabiliteitspact nog altijd van toepassing. De gezamenlijke munt leidde ook tot een gezamenlijke monetaire politiek met als dogma, onder druk van Duitsland: een sterke en stabiele munt.
Zo’n politiek is op maat gesneden van een sterke economie als Duitsland maar voor de mediterrane naties met hun zwakke export en economische achterstand past dat als een zadel op een koe. Neem daarbij de competitiviteit van de ondernemingen als de hoeksteen van alle economisch beleid in de EU, ook al op aangeven van Duitsland, en je hebt de cocktail voor de kater van de PIGS-landen.
Niet toevallig krijgen de economieën van de PIGS-landen na de vorming van de EMU gelijkaardige trekjes: een boom in de vastgoedsector, stijgende buitenlandse kapitaalinbreng en groeiende activiteit van multinationals.
Bij de oprichting van de euro gingen de intresttarieven in alle landen naar beneden. In de PIGS-landen was de inflatie iets hoger dan in de rest van de EU – wat in het voordeel is van de schuldenaren en lenen stimuleert. Dat leidde tot een boom in de arbeidsintensieve sectoren van de bouw en het vastgoed. Die worden in de PIGS-landen tot dubbel zo groot als het Europees gemiddelde (in verhouding tot het bnp) en een kwart tot een derde van de mensen die werk vinden, belandt in de bouwsector.
Tot zover is er ogenschijnlijk geen vuiltje aan de lucht. De economie groeit, de mensen hebben een job en gaan lenen voor de aankoop van een huisje zoals dat ook in de beter boerende landen in de EU gebeurt. Maar vanaf de crisis van de rommelkredieten uit de VS overwaait naar Europa is het liedje uit. Het bbp van de PIGS-landen duikelt naar beneden vanaf midden 2008. Ierland valt zelfs terug op het niveau van 2003. De tijdelijke contracten in de bouw- en vastgoedsector worden niet meer hernieuwd. In Spanje klom het werkloosheidscijfer van 8 % in 2007 tot bijna 18 % in 2009. Werkgelegenheid en koopkracht kregen ook nog eens een ferme knauw wanneer aangetrokken multinationals hun tenten elders opslaan, zoals in Ierland waar elektronicareuzen Dell en Intel naar Oost-Europa delokaliseerden. De economie zakt als een pudding ineen. Een sterke economie bouw je niet op huizen en multinationals.”
“In zo’n omstandigheden is het niet abnormaal dat de overheid het moeilijk krijgt. In alle Europese landen zijn de overheidsfinanciën belabberd, maar in de PIGS-landen zijn ze nog problematischer, net door hun economisch groeimodel sinds de euro.
Door hun eenzijdige economie (vastgoed) kopen de PIGS-landen meer en meer goederen en diensten aan in het buitenland. Een deel van de binnenlandse consumptie wordt dus geproduceerd in het buitenland wat hun economie niet ten goede komt. En vele van de opbrengsten van de multinationals actief in de PIGS-landen vloeiden ook al naar het thuisland van de multinational. Kortom, de belastingontvanger ziet er veel centen aan zijn neus voorbijgaan.
Het is wat technisch maar om de macro-economische boekhouding op orde te hebben wordt buitenlandse kapitaalinbreng noodzakelijk. Het probleem is dat hier de volgende jaren intresten op moeten betaald worden. Hoe groter de buitenlandse aankopen, des te meer kapitaal is nodig om dit op te vangen. En dit gaat steeds meer kosten … Zo treedt een spiraal in werking.
Bij het uitbreken van de crisis gaat het met de overheidsfinanciën van kwaad naar erger. Enerzijds dalen de inkomsten uit de vennootschapsbelasting (dalende activiteit en winsten), uit de btw (dalende consumptie) en uit de personenbelasting (daling werkgelegenheid). Anderzijds gaan de uitgaven omhoog door de stijgende werkloosheid en het redden van de banken.
Vanaf het moment dat de schuldeisers van de PIGS-landen zich afvroegen of ze hun geld ooit zouden terugzien, begonnen dan ook nog eens de intresten te stijgen. Begin 2010 moest de Griekse overheidslening een intrestvoet garanderen van 6 à 7% in plaats van de 3% die geldt in Berlijn. Nadat de PIGS-landen dus eerst profijt konden halen uit de lage reële intrestvoeten in de EU, zien ze die nu pijlsnel stijgen. Deze spiraal duwt ze nog verder in de rode cijfers.
“Door de belabberde situatie van de buitenlandse rekeningen (lage export en hoge buitenlandse kapitaalinbreng) en van de overheidsfinanciën ruiken speculanten geld. Zij willen inspelen op de daling van de waarde van de euro. Daarom eisen de sterkere lidstaten in de EU dat de ‘slechte leerlingen’ maatregelen nemen om het evenwicht op de rekeningen te herstellen. Maar de gemakkelijkste methode – een muntdevaluatie – gaat niet meer door de gemeenschappelijke munt.
De PIGS-landen worden door de EU gedwongen om de rekening door te schuiven naar de bevolking: verhoging van btw, verlaging van de lonen van de ambtenaren, verhoging van de inkomensbelasting, optrekken van de pensioenleeftijd, bevriezing van de pensioenen, afschaffing van een reeks sociale voordelen... Dit is natuurlijk een absurde situatie. Voor de heropleving van hun economie zouden deze landen veel beter af zijn met een plan voor overheidsinvesteringen om de economie te stimuleren. Maar dit wordt hen verboden door de EU. Opnieuw die EU.
Ondertussen kijken multinationals uit naar de uitverkoop op rug van de PIGS-landen en hun bevolking. Deutsche Telekom bijvoorbeeld bezit nu 30% van de aandelen van OTE, het belangrijkste telecommunicatiebedrijf van Griekenland en aast op de 20% aandelen - 900 miljoen aan de huidige koers – die nog in handen van de overheid zijn. En Duitse volksvertegenwoordigers vroegen in ruil voor kapitaal al eens een Grieks eiland. De spiraal gaat verder…”