Dimitri Verhulst. We hebben nood aan een Belgische literatuur. Een Belgische literaire prijs zou al een begin zijn. Die heeft als ik me niet vergis in de jaren negentig wel bestaan, hoor. Het ene jaar wint een Vlaams boek, het andere een Franstalig. De winnaar krijgt geen geld maar een vertaling cadeau. Dat is op zich al mooi, vind ik. Zo open je het venster tussen Vlamingen en Walen.
Uw boek De helaasheid der dingen is verfilmd. Hoe verklaart u het succes bij de Franstaligen?
Dimitri Verhulst. Toen ik voor het eerst C’est arrivé près de chez vous zag, was ik op slag fan van Poelvoorde, omdat hij me een wereld toonde die ik kende. Zelfs al is hij Waal en ik Vlaming, toch hebben we zaken gemeen. Niet alleen de omgeving waarin we leven, maar ook de manier waarop we een verhaal vertellen, waarop we om sommige zaken lachen. We hebben dezelfde sarcastische, ironische, zwarte humor. Hetzelfde gevoel heb ik bij de gebroeders Dardenne. Daarvan zeggen recensenten voortdurend dat ze de Luikse microkosmos in beeld brengen. Maar als ik hun films bekijk, zie ik niet per se Luik of Seraing. Ik zie ook Aalst, waar ik geboren ben en waar evengoed armoede is en waar je dezelfde achtergestelde wijken hebt. Zoals Gent dezelfde quartiers de merde kent als Seraing.
Om de vraag te beantwoorden: misschien zegt het succes van de film wel iets voor de kwaliteit van de film. De traditie van de Vlaamse film, cinema van de bovenste plank, is zeer jong en begon bij Stijn Coninx. Maar eigenlijk ben ik slecht geplaatst om over films te spreken, de laatste tijd heb ik er ook niet veel gezien.
Hebben Vlaams-nationalisten geen punt als ze zeggen dat België uit twee verschillende landen bestaat?
Dimitri Verhulst. Et alors? Er zijn ook raakpunten tussen Vlamingen en Walen. Dingen die we niet gemeen hebben met Hollanders, Duitsers of Fransen. Belgische dingen. Tegelijkertijd heb ik ook overeenkomsten met een Chinees. We zijn allemaal maar mensen.
Dat we op sommige vlakken verschillen vind ik geen reden om te scheiden. Integendeel. Ik hou van mijn vrouw omdat zij mij niet is. Het lijkt me verschrikkelijk met jezelf getrouwd te zijn. We hebben natuurlijk zaken gemeen, ik en mijn vrouw, maar op andere punten verschillen we of zijn we complementair. Dat is net het fijne aan een koppel vormen. Trouwens, als je gelooft dat de verschillen tussen Walen en Vlamingen geen verrijking zijn, waarom zou je dan nog geloven in Europa?
Waarom bent u eigenlijk verhuisd van Vlaanderen naar Wallonië?
Dimitri Verhulst. Eerst en vooral: ik ben niet geëmigreerd, hé. Ik ben een Belg die in België woont. Dat is redelijk normaal, neen? Een Vlaming die een villa in de Provence koopt, krijgt die vraag niet. Een Vlaming die naar Wallonië verhuist wel. Maar voor mij waren er verschillende redenen. Ik kwam sowieso al regelmatig in deze streek om rotsen te beklimmen of te fietsen. Ik hou van de bossen, de rust en natuur. In Vlaanderen is de natuur een bonzaï. Bovendien voelden ik en mijn vrouw ons daar al een paar jaar verloren in het rechtse klimaat. Dat extreemrechts aanvaardbaar is geworden, dat mensen durven zeggen dat ze Arabieren haten, dat vind ik bizar. En dat racisme niet meer choqueert, bevalt me niks. Maar je hebt het jammer genoeg ook in Wallonië. Toen we hier een paar jaar geleden toekwamen, ontmoetten we mensen die zeiden: “Ah Vlamingen! Ze zijn zoals ons, ze houden evenmin van Arabieren.” Denken dat alle Vlamingen racistisch zijn... het eeuwig probleem van veralgemenen. Maar er zijn overal goeden en slechten. Dé Vlaming bestaat niet, zoals dé Waal niet bestaat.
Het vertrekpunt van Niet in Onze Naam was de 11 julispeech waarin N-VA’er en voorzitter van het Vlaams Parlement Jan Peumans pleitte voor een sterkere Vlaamse identiteit. Tegenwoordig hoor je ook Waalse politici een lans breken voor het promoten van een Wallo-Brusselse identiteit? Hoe ga je in tegen zo’n discours?
Dimitri Verhulst. Als Peumans dat zegt, erkent hij eigenlijk dat die Vlaamse identiteit niet bestaat. Volgens mij zijn de mensen daar ook totaal niet mee bezig. Onze politieke leiders hebben dus niet door hoe belachelijk ze zich gedragen. Ze zien zelfs niet dat niemand luistert. Het is zoals in het Duitsland van de jaren dertig: onze identiteit cultiveren. Komaan zeg. We zitten in 2011! Ik vind dat allemaal leuk als historische studie, maar moet je dat echt ernstig nemen? Wat moet je bijvoorbeeld doen of denken om Waal te zijn? Ik weet dat niet.
Nu, ergens steekt het me wel tegen om te zeggen dat alles de schuld van de politici is, want ik vind dat wij de verantwoordelijken van de politieke crisis zijn. Wij gaan stemmen. En als wij niet voor die mensen hadden gekozen zaten we nu niet in zo’n impasse. We hebben de verkiezingen niet genoeg au sérieux genomen. En volgens de peilingen lijkt het erop dat de volgende verkiezingen krak dezelfde winnaars zal opleveren. Ik neem die peilingen tegenwoordig ernstig. In tegenstelling tot vroeger, toen ik de voorspellingen over de zeges van N-VA en Vlaams Blok nooit geloofde.
In zekere zin mogen we ons nog gelukkig prijzen dat we hier “maar” zitten praten over N-VA. Want de reservisten van het Vlaams Blok, dat is toch nog erger. Zelfs al hebben ze figuren die een brug slaan, zoals wijlen Marie-Rose Morel. Maar ik denk niet dat De Wever een racist is. Ik houd absoluut niet van zijn discours maar volgens mij is hij een democraat. Dat kan je niet zeggen van Vlaams Belang’ers. En zijn populisme, tja. Hij houdt niet op Wallonië te ridiculiseren, zoals Leterme eerder de Franstaligen ridiculiseerde door te zeggen dat ze intellectueel niet capabel zijn een andere taal te leren. Ergens is dat ook racisme, het is alleszins debiel.
Wie in Wallonië over de politieke impasse spreekt, wijst vaak met de vinger naar de Vlaamse politici. Maar wat vindt u van de attitude van hun Franstalige collega’s?
Dimitri Verhulst. Ze beginnen Nederlands te praten. Ik heb nog nooit zoveel Franstalige politieke verantwoordelijken Nederlands horen praten: een goede zaak. Want je moet correct blijven. Samenleven, dat betekent twee talen spreken. Zelfs als je zoals ik praat, Frans met veel fouten. Dat is niet erg, dat zorgt alleen voor humor.
Wat me somber stemt is dat er geen Belgische politieke families meer zijn. Vroeger waren er tenminste nog de socialisten. Ze geloofden in de idee van het socialisme: de Waalse en Vlaamse socialisten waren in de eerste plaats socialisten. Nu zijn het Walen en Vlamingen. Ze hebben hun ideologie opgegeven voor hun lap grond. Waarom zingen ze eigenlijk nog de Internationale? Met iedereen willen samenleven en strijden, maar niet op nationaal niveau? Ik verkies een wereld waarin ideeën circuleren, waarin een ideeënstrijd leeft. Ik vind het niet interessant om tegen iemand te zijn omwille van zijn afkomst of woonplaats, daar veeg ik mijn broek aan. Het gaat om wat iemand denkt.
Op school was ik altijd geïnteresseerd in de ideeën van filosofen. Maar wanneer het ging over keizers die vochten voor een territorium haakte ik af, dat verveelde me. Het lijkt wel alsof er in ons land geen ideeën meer zijn. Het gaat niet over ideologie, filosofie, ethiek of armoede. Het is al territorium dat de klok slaat. Zelf lees ik niks meer over Brussel-Halle-Vilvoorde. Ik heb geen affiniteit met dat onderwerp.
In Humo was u erg lovend over Op mensenmaat, het boek van PVDA-voorzitter Peter Mertens. Leg eens uit.
Dimitri Verhulst. Eerst en vooral stemt het me triest dat de grote kranten die man zijn ideeën niet aan bod laten komen. Neem De Morgen, die toch linkse roots heeft. Die krant geeft een column aan De Wever. Dat moet kunnen, nogmaals: ik hou van ideeënstrijd. Maar waarom opent die krant haar kolommen ook niet voor anderen? Voor Peter Mertens? Ik heb nog nooit een stuk van hem in De Morgen gelezen. Hetzelfde voor wijlen Morel, die een blog op de website van de VRT had. Daar had ik evenmin problemen mee. Op één voorwaarde: de andere kant van het politieke spectrum moet dezelfde ruimte krijgen. Maar Mertens heeft nooit geblogd voor de VRT…
In zijn boek vertelt hij zijn verhaal op een eenvoudige, begrijpelijke en duidelijke manier. Ik vond zijn stuk over de ASLK bijvoorbeeld erg interessant, ik kende die historie niet. Maar bon, blijkbaar zijn wij op een of andere manier allemaal Amerikanen die vinden dat iemand met een rood hart des duivels is en een enkeltje naar Guantánamo verdient. Ik heb nooit begrepen waarom links de mensen zo afschrikt. Vanwaar die angst wanneer ze horen spreken over gelijkheid en gelijke rechten?
Wat me nog het meest bekoorde aan het boek is dat het opnieuw de idee van solidariteit naar voor schuift, de toekomst van onze pensioenen, de werkloosheid, enz. Solidariteit is het beton van ons land. Dat is ook de reden waarom ik deel uitmaak van het platform Niet in Onze Naam. Ik moest al op jonge leeftijd verder zonder ouders en belandde in een tehuis. Ik at en liep school dankzij de staat. Zonder solidariteit had ik onder een brug geslapen, nu heb ik overleefd, gestudeerd, me intellectueel ontwikkeld. Om uiteindelijk vandaag belastingen te betalen. Ik kan zeggen: merci, ik sta stevig om mijn poten en ik betaal terug wat ik ooit gekregen heb. Daar zit trouwens ook Waals belastinggeld bij. In Vlaanderen zijn er ook werklozen. Dat is een taboe, maar in sommige streken is het een feit. Die mensen hun uitkering komt ook voor een deel van de Walen. Dat wordt vaak vergeten.
Met Problemski Hotel wordt straks uw tweede boek verfilmd. Schreef u dat boek om het, zachtjes uitgedrukt, weinig hartelijk onthaal van asielzoekers in België aan te klagen?
Dimitri Verhulst. Ja. Maar het idee kwam niet van mij. De directrice van een asielcentrum merkte in die periode hoeveel racisme er in haar gemeente hing. De inwoners stonden erg negatief tegenover de aanwezigheid van asielzoekers. De directrice, een intelligente madam, dacht: de mensen reageren racistisch omdat ze niks weten van ons centrum en zijn bewoners. Ze organiseerde een opendeurdag waarop ze heel de gemeente uitnodigde. Als trekpleister had ze een paar schrijvers uitgenodigd. Zo moesten de mensen niet zeggen “we zijn naar de Indiërs geweest” maar “we zijn naar een literaire avond geweest.”
De directrice heeft toen enkele schrijvers gepolst iets te maken rond asielzoekers. Het idee trok me aan, maar ik heb haar gezegd: “Ik wil dat wel doen, maar in zekere zin ben ik niet anders dan de bewoners van deze gemeente. Uw asielcentrum is me even vreemd. Mag ik hier niet komen logeren?” Zo heb ik een paar dagen tussen de asielzoekers geleefd. Ik at met hen en sliep op hetzelfde soort matrassen, en ik noteerde verhalen. Zovéél verhalen dat een paar bladzijden niet volstonden. Het is een kleine roman geworden. Maar wat een moeilijke, boeiende ervaring! Voordien dacht ik altijd dat ik wel wat emoties aankon. Maar wat ik daar zag, heeft me diep gechoqueerd. Alleen al de nonchalance waarmee wij ons over de problemen van asielzoekers buigen. Eigenlijk zijn ze hier om op een papier te wachten dat ofwel zegt “Ja, u mag blijven in ons landje vol racisten en u mag ergens ’s nachts in een fabriek gaan werken” ofwel “neen, u moet terug naar uw land, zelfs al betekent dat uw dood.” En ondertussen kijken we naar die mensen alsof ze criminelen zijn.
We zijn nu tien jaar na uw verblijf in Problemski Hotel. Wordt u niet moedeloos als u naar de wereld kijkt?
Dimitri Verhulst. Neen, integendeel, dat motiveert me net. Ik heb geen bezwaar tegen literatuur die over niks gaat, zoals je me geen kwaad woord hoort zeggen over stationsromannetjes. Maar laten we niet vergeten dat literatuur ook een ander gezicht heeft: dat van verantwoordelijkheid en van mensen de ogen openen, van engagement. Het is dat laatste dat me aantrekt. Ik ben verliefd geworden op de literatuur dankzij Louis Paul Boon, een schrijver die ik iedereen aanraad te lezen. Die man heeft heel zijn leven met zijn hart en met zijn stylo onder de mensen geleefd. Dat is de literatuur die ik in m’n hart draag. Het interesseert me niet te weten hoeveel keer Catherine M. deze week heeft geneukt en of ze gelukkig is met haar nieuwe vibrator. Het is goed dat ze daar boeken over schrijft, maar mij boeit het niet. Ik, ik gebruik mijn stylo zoals anderen hun wapen.
Ik ben geëngageerd, maar ik voel het niet aan als verplichting. Een geëngageerd artiest zijn, vandaag klinkt dat pejoratief. In de jaren tachtig waren artiest en progressief een synoniem. Vandaag zijn mensen bijna gegeneerd “toe te geven” dat ze progressief denken. Zoals ze gegeneerd zijn te zeggen dat ze Belg zijn. Dat is uit de mode. Ik trek me daar niks van aan. Ik ben geëngageerd, dat is geen keuze maar ligt in mijn karakter.

De laatste liefde van mijn moeder,
Dimitri Verhulst, Uitgeverij Contact,
2010, 235p.