Sinds de eerste editie in 2000 is de Zinneke Parade in Brussel een symbool geworden voor samenwerking en feest over alle culturele, sociale en taalgrenzen heen. Tijdens de parade kan het publiek kennis maken met het resultaat van anderhalf jaar hard werken door honderden kunstenaars en bewoners. Dit jaar is ‘water’ het thema van Zinneke. Myriam Stoffen is als directrice van Zinneke vzw sinds 2005 belast met de taak om alles in goede banen te leiden.
Wat is een Zinneke eigenlijk?
Myriam Stoffen. Het is een bijnaam voor Brusselaars, die misschien iets minder gekend is dan enkele bijnamen voor de inwoners van andere steden. Het woord is afkomstig van de straathonden die in de late Middeleeuwen bij de Kleine Zenne (vandaar Zenneke/Zinneke) rondhingen. Later is Zinneke dan een bijnaam geworden voor de Brusselaars, die net als de straathonden een samensmelting zijn van verschillende achtergronden en culturen. Die bijnaam was wat in de vergetelheid geraakt, maar onder meer de Zinneke Parade heeft die dus nieuw leven ingeblazen.
Hoe is de Zinneke Parade ontstaan?
Myriam Stoffen. Zinneke is een van de projecten die ontstaan zijn in het kader van Brussel 2000, Europese Cultuurstad en is tot stand gekomen vanuit verschillende ideeën. Ten eerste was ere en wens om het centrum van Brussel, waar ongeveer 90 % van de klassieke culturele instellingen actief zijn, te verbinden met de 19e eeuwse omliggende wijken. Die wijken zijn een product van de industriële revolutie en zijn ontstaan en vormgegeven door de opeenvolgende migratiegolven naar de stad. Eerst waren dat Vlamingen en Walen op zoek naar werk, later werden dat Italianen en Spanjaarden, nog later kwamen dan de mensen uit Noord-Afrika en Turkije, enzovoort. In 2000 was er nog altijd een sterke scheiding tussen het centrum en die verschillende wijken van de 19e eeuwse gordel. Het idee was om daar een brug tussen te vormen. Ten tweede was er het idee om opnieuw een Brussels carnaval te organiseren, symbool voor een populair feest dat ontbrak in deze stad. Ten derde wou men het populaire feest toch via een artistiek project uitbouwen, waarbij professionele kunstenaars samen met de verschillende organisaties en mensen uit de wijken een collectief project uitdenken, creëren en realiseren. Er werd bewust voor gekozen om telkens twee jaar de tijd te nemen, zodat de kunstenaars en de bewoners elkaar goed kunnen leren kennen alvorens samen een project uit te werken. Het is dus niet zo dat de kunstenaars eerst iets uitdenken en dan de mensen aan het werk zetten.
U heeft het over bruggen bouwen, is dat evident in een stad als Brussel?
Myriam Stoffen. Dat is zeker niet altijd even gemakkelijk. Je hebt hier een enorme sociale en culturele mix, maar er bestaan veel tussenschotten tussen de verschillende instellingen en gemeenschappen. Die barrières zijn vooral mentaal en institutioneel, want fysiek is de afstand zeer klein. In dezelfde straat wonen mensen met de meest uiteenlopende achtergronden en culturen. Je zou het doorbreken van die institutionele en taalbarrières de ‘politieke agenda’ van Zinneke kunnen noemen.
Er wordt vaak gezegd dat multiculturele feesten geen oplossing zijn voor de samenlevingsproblemen, wat vindt u daarvan?
Myriam Stoffen. Daarom trekken we ook steeds twee jaar tijd uit om de parade voor te bereiden. Als je er de tijd niet voor neemt, dan gebeurt er niets fundamenteels. Je kan mensen bij wijze van spreken even samenbrengen om wat muntthee te delen en wat couscous te proeven, maar wat wordt er dan daadwerkelijk uitgewisseld? Wij proberen iedereen samen rond de tafel te krijgen om samen, ieder vanuit zijn eigen sociale, culturele, religieuze of politieke achtergrond of smaak, iets nieuws te laten maken. Bij zo’n confrontatie beginnen mensen zich vaak pas te realiseren welke schat aan ervaringen en achtergronden ze meedragen. Als ze dat dan met elkaar beginnen te delen, dan is dat heel mooi om te zien.
Natuurlijk zal Zinneke niet alle problemen oplossen, maar we zijn er wel van overtuigd dat door zo’n sociale en artistieke initiatieven de mensen elkaar een beetje beter kunnen leren kennen. Doorheen zo’n proces ontdekken mensen ook vaak dat ze een mening hebben en dat het wel degelijk de moeite loont om die te uiten en zich te moeien met wat er rondom hen en in de samenleving in het algemeen allemaal gebeurt. Je zou het een emancipatieproces kunnen noemen dat mensen aanzet om een actieve actor in de samenleving te worden.
Ik geloof alleszins niet dat repressief optreden en het plaatsen van camera’s de samenlevingsproblemen zal oplossen. Het is beter dat mensen de tijd en de ruimte krijgen om samen iets op te bouwen en daar is Zinneke een goed middel voor, zij het niet het enige, uiteraard.
Onlangs kwam de Anderlechtse wijk Kuregem een paar keer slecht in het nieuws met geweld op het openbaar vervoer. Wordt daar ook mee aan de Zinneke Parade gewerkt?
Myriam Stoffen. In Kuregem zijn sinds een aantal jaar een aantal organisaties actief die knap werk verrichten, maar dat is nog heel fragiel. Het vraagt tijd om te werken met de buurt en de bewoners. In Kuregem wordt ook getimmerd aan een project voor de Zinneke Parade. Het project maakt daar een link tussen verschillende organisaties en hun publiek in verschillende wijken van Anderlecht: organisaties die werken met personen met een mentale en fysische handicap, een home voor ouderen, een dienstencentrum, het Ocmw, een wijkhuis en hun jongeren. De inzet was onder meer om de wijken met elkaar in contact te brengen, generaties samen te brengen en verschillende levensrealiteiten te laten kruisen.
Het is belangrijk om zo’n initiatieven op te zetten en mensen een plek te geven om samen een project uit te bouwen. Zeker voor jongeren is er in Brussel nog maar heel weinig ruimte. Terwijl 30 % van de Brusselaars jonger dan negentien is. Daarbij komt nog dat in Brussel 70 % van de jongeren een achterstand oploopt in hun schoolloopbaan en dat de werkloosheid in sommige buurten zeer hoog is. Het is een grove schande dat we niets aanvangen met dit onwaarschijnlijke potentieel.
Door initiatieven als Zinneke leren die jongeren dat niet alles onrechtvaardig en ‘fucking shit’ hoeft te zijn. Dat ze wel ergens een plaats kunnen hebben en iemand zich zorgen om hen maakt. Je hebt organisaties die daar actief mee bezig zijn, maar veel culturele instellingen houden absoluut geen rekening met de buurt waar ze in zitten. Het gaat om zoveel meer dan een groep jonge gasten met hun rapnummer één keer op je programma te zetten en je er daarna niets meer van aan te trekken. Ik blijf het herhalen, je moet de tijd nemen om die gasten te leren kennen. Hen bijvoorbeeld te leren hoe ze een vzw moeten oprichten, hoe ze betaald kunnen worden, enzovoort. Wij zijn daar voortdurend mee bezig.
Heeft de communautaire crisis van het afgelopen jaar een invloed gehad op de samenwerking tussen de verschillende taalgemeenschappen bij de voorbereiding van de parade?
Myriam Stoffen. Nee, niet direct. Maar wij zijn er nu wel meer dan ooit van overtuigd dat het noodzakelijk is om dit soort projecten te organiseren. Zinneke bewijst dat een andere praktijk en discours dan het communautaire gekibbel geen utopie is. Wij maken deel uit van de mensen die zeggen: “Brussel is niet het probleem, maar de oplossing”. Het probleem is dat die Brusselse stem niet aan bod komt in het communautaire debat. Eigenlijk is dat een ramp voor Brussel.
In Vlaanderen en Wallonië is de hoofdstad weinig gekend en geliefd, is de Zinneke Parade een goede gelegenheid om Brussel beter te leren kennen?
Myriam Stoffen. Absoluut, ik denk dat veel mensen tijdens de parade een ander beeld van Brussel te zien krijgen. In Vlaanderen leeft een nogal ambigue houding ten opzichte van de hoofdstad, in Wallonië ook maar op een iets andere manier. We willen ook niet alleen bruggen bouwen binnen Brussel, maar ook tussen Brussel en de rest van het land.
Tot nu toe hebben we nog niet zoveel tijd gehad om daar actief in te investeren, maar er zijn verschillende groepen uit Genk, Liezele/Temse, Antwerpen en Gent en van Tamines, Charleroi, Eghezée en Waterloo in Wallonië, die ook meestappen in de parade. We proberen die mensen zoveel mogelijk te laten samenwerken met groepen in Brussel en uiteindelijk raken die mensen ook geboeid door de hoofdstad. Dus voor de volgende editie in 2010 is iedereen die wil meedoen alvast uitgenodigd om op onze deur te komen kloppen, we beginnen met de voorbereiding in januari. Daarnaast heb ik ook veel contact met verschillende organisaties en diensten die ik help om projecten vanuit een soortgelijke filosofie te helpen opstarten in hun eigen stad of gemeente.
Op jullie website spreken jullie ook over Zinnodes. Wat zijn dat juist?
Myriam Stoffen. Een Zinnode is de benaming voor een multidisciplinair artistiek project rond eenzelfde dramaturgie dat uitgedacht en gedragen wordt door verschillende partners. Eén Zinnode telt ongeveer een honderdtal deelnemers. In totaal hebben we dit jaar 23 Zinnodes en zal er 2.500 man mee opstappen in de parade. Om meteen nog wat cijfers te geven: we werken voor deze editie samen met minstens 185 kunstenaars en 175 sociale en culturele organisaties. Het totaal aantal medewerkers is moeilijk in te schatten, maar is een veelvoud van het aantal dat mee opstapt. Als laatste cijfer kan ik nog meegeven dat in 2006 de Zinneke Parade zestigduizend toeschouwers lokte. Komt dat zien op 31 mei, zou ik zo zeggen!
Meer info www.zinneke.org
Voeg hieronder uw mening toe