Sitemap | Nieuwsbrief | Help | RSS |
Loading
7 februari 2012 15:33 | Leeftijd: 109  dag(en)
| Thema: België, België, Geschiedenis, Syndicaal

Nationale stakingen in de Belgische sociale geschiedenis

De grootste algemene stakingen uit onze geschiedenis waren – naar aantal stakers - die van 1953 rond de koningskwestie en die van ‘60-’61 tegen de Eenheidswet, met telkens 700 à 800 duizend stakers. Maar die brachten daarom nog niet de grootste overwinningen.


Maart-april 1886: oproer in heel het land

1. Maart-april 1886: oproer in heel het land

Op 18 maart 1886 waren er in Luik twee betogingen: een van mijnwerkers vanuit Jemeppe en een betoging ter herdenking van de Commune van Parijs. Toen de twee betogingen samen door Luik trokken, verliep die bijzonder woelig. Als gevolg daarvan nam de mijnstaking snel uitbreiding. Op 24 maart 1886 stonden 10.000 stakende mijnwerkers oog in oog met 6.000 ordetroepen. Het resultaat was erg bloedig: 3 doden en 67 gewonden. Hierop sloeg de staking over naar de Borinage en andere regio’s.

Op 26 maart ging Charleroi volledig plat en lieten woedende arbeiders een spoor van vernieling achter in de fabrieken en in de rijkere wijken. De regering stuurde een massale ordekracht. Er vielen liefst 24 doden en honderden gewonden. Op 1 april waren er al meer dan 100.000 stakers. Het was een uitbarsting van collectieve woede, maar zonder actieplan of duidelijke richting. De autoriteiten konden de beweging dan ook met harde repressie terugslaan. Toch was het parlement danig geschrokken en besliste het om een commissie op te richten die de leef- en werkomstandigheden van de arbeiders moest onderzoeken. De conclusies van die commissie leidden tot eerste (heel beperkte) sociale wetten.

2. 1893-1913: stakingen voor algemeen stemrecht

In 1893 kreeg een oproep van de BWP1 tot een algemene staking een enorme weerklank: 250.000 arbeiders gingen in staking. Dit leidde in Henegouwen tot verschillende confrontaties met ordetroepen en er vielen heel wat doden. De BWP-leiding stemde al snel in met een compromis. Er kwam een algemeen meervoudig stemrecht: iedereen kreeg stemrecht maar wie veel verdiende, kreeg meer stemmen. Op 18 april roept de BWP op voor werkhervatting. In 1894 keurt de BWP op een paascongres in Quaregnon de Verklaring van Quaregnon goed.

Op 8 april 1902 volgt er een tweede nationale staking voor het algemeen stemrecht, deze keer een spontane staking. Ook die kreeg enorm veel steun, zelfs in het leger. In Gent trokken legereenheden de straat op terwijl ze de “Marseillaise” zongen. Het spontane karakter zorgde voor paniek bij de autoriteiten, die heel repressief terugsloegen. In Leuven vielen er op 18 april 1902 vijf doden. De BWP riep onmiddellijk op om de acties te stoppen om verder bloedvergieten te vermijden.

Op 14 april 1913 lanceerde de BWP opnieuw een stakingsoproep. 400.000 stakers staakten tot 20 april. De BWP had de staking tot in de puntjes voorbereid. Verschillende coöperatieven hadden grote voorraden aangelegd, er waren reservefondsen, alle acties waren georganiseerd om iedere vorm van repressie te vermijden… De staking werd een demonstratie van de organisatorische kracht van de socialistische beweging in België. Ook de BWP-leiding schrok van de kracht van de beweging en stemde snel in met een nietszeggend compromis: een commissie zou een eventuele grondwetsherziening bestuderen die algemeen enkelvoudig stemrecht zou mogelijk maken. Het enkelvoudig stemrecht werd in 1919 ingevoerd, na de oorlog, en alleen voor mannen. De vrouwen kregen het pas in 1948.

3. Stakingen van de crisisjaren 1930

Juli 1932. In volle crisisperiode2 breekt er bij de mijnwerkers in de Borinage een spontane staking uit tegen de loonsverminderingen en de verlaging van de werkloosheidsuitkering. Op 7 juli zijn er straatgevechten, op 11 juli staken 150.000 mensen. Er volgt een staat van beleg in Henegouwen. Op 12 juli erkent de BWP de staking, maar vier dagen later roept ze al op om het werk te hervatten. De staking breidt nog uit tot de Kempische mijnen. Pas begin september 1932 komt er een einde aan de stakingen. De eisen van deze beweging waren: geen loonsverminderingen, veralgemening van de 40-urige werkweek, werkloosheidsvergoedingen. Na de staking hielden de loonsverminderingen op, alvast tot de herfst van 1933.

In juni 1936 begint een nationale staking voor de 40-urige werkweek, loonsverhogingen, een week betaalde vakantie en meer syndicale vrijheid. De staking begint bij dokwerkers van Antwerpen op 2 juni. 500.000 stakers tegen 15 juni. De staking is algemeen. Op 17 juni komt de 1ste Nationale Conferentie van de Arbeid (NCA) bijeen, een verre voorloper van de Nationale Arbeidsraad. De staking vermindert vanaf 21 juni na een positief resultaat van deze NCA. Einde van alle stakingen op 2 juli 1936. Resultaat: invoering van het minimumloon, invoering van zes dagen betaalde vakantie, meer syndicale vrijheden en een geprogrammeerde vermindering van de wekelijkse arbeidsduur in de sectoren met zware arbeid.

4. Staking van 1950 rond de koningskwestie

Op 21 juli 1950 komt Leopold III terug uit ballingschap. Op 24 juli start er een nationale algemene staking die totaal is in Wallonië vanaf 26 juli en in Vlaanderen vanaf de 27ste. Er zijn 700.000 stakers. Er wordt een samenscholingsverbod uitgevaardigd. Op 30 juli vallen er drie doden in Grâce-Berleur (streek van Luik). Op 1 augustus treedt de koning af ten voordele van zijn zoon. Een geplande mars op Brussel wordt geannuleerd. Hervatting van het werk op 4 augustus 1950.

5. De grote staking van ‘60-‘61

Een van de grootste en langste stakingen uit de Belgische geschiedenis. Ze duurt van dinsdag 20 december tot maandag 23 januari 1961. De staking was gericht tegen de Eenheidswet van de regering-Gaston Eyskens, die besparingen zocht in de werkloosheidreglementering3 en in een verstrengde controle, een verhoging van de btw en bij het overheidspersoneel: herziening van het statuut en de pensioenregeling van het gemeentepersoneel, verhoging van de sociale bijdragen voor onder meer de pensioenen en het bemoeilijken van vervroegde pensionering. In totaal voor 250 miljoen euro besparingen.

Op het hoogtepunt van de staking zijn er meer dan 700.000 stakers. De Kommunistische Partij (KPB) speelde een grote rol in het op gang trekken van de staking. Op het hoogtepunt van de staking vielen er doden te Luik.

Op 13 januari 1961 keurde het Parlement de Eenheidswet goed. Desondanks ging de staking nog een week verder. Op maandag 23 januari hervatten ook, als laatsten, de metaalarbeiders van Luik en Charleroi, na vijf weken het werk. Velen gaan met opgeheven vuist en de Internationale zingend de fabriekspoorten binnen. De staking was een nederlaag, maar een maand na de staking viel de regering-Eyskens. Daardoor werden verschillende punten van de Eenheidswet nooit omgezet in uitvoeringsbesluiten. Zonder enige twijfel een uitgestelde overwinning van de staking.

6. Jaren 80: stakingen tegen de regering-Martens

In 1982 zijn er drie nationale 24-urenstakingen. In februari houdt het ABVV een nationale staking tegen de maatregelen waarmee de regering haar begrotingstekort wil wegwerken. Eind februari devalueert de regering de Belgische frank en voert ze de druk op de vakbonden op. Heel het jaar door blijft het onrustig. In oktober 1982 beslist Martens de drie volgende indexaanpassingen integraal in de kassen van de sociale zekerheid te laten storten.4 Hiertegen houden de vakbonden in november en december 1982 twee nationale 24-uren stakingen.

De nationale staking van de openbare diensten van 9 tot 23 september 1983 komt er als reactie op de begroting voor 1984 door de regering waarin de openbare diensten zwaar werden aangepakt. De spoormannen starten de staking op 9 september en tot 23 september zal er geen enkele trein nog rijden. Tegen 15 september was de staking algemeen in alle openbare diensten. Tegen 20 september begonnen de eerste stakingen in de privé. Een compromis tussen de regering en de vakbonden van de openbare diensten kan een echte algemene staking nog net vermijden. De staking zelf had geen onmiddellijk resultaat. Wel werden saneringen bij de openbare diensten uitgesteld.

7. 1993: staking tegen het Globaal Plan

Onder druk van het Verdrag van Maastricht kwam de regering-Dehaene met een besparingsplan. Het plan voorzag in de aanpassing van de index en in een loonstop. Op 15 en 26 november volgden er 24-urenstakingen in gemeenschappelijk vakbondsfront. Door onenigheid in het vakbondsfront bloedde de beweging dood en kon het Parlement eind december het Globaal Plan goedkeuren.

8. 2005: staking tegen het Generatiepact

In oktober 2005 stelde de regering-Verhofstadt haar Generatiepact voor. Het plan bevatte maatregelen om de mensen langer te laten werken. Op 7 oktober organiseerde het ABVV een algemene staking. Vele ACV-ers deden mee, zodat er weinig later een gemeenschappelijk vakbondsfront tot stand kwam, dat op 28 oktober een 24-uren staking organiseerde. Ondanks deze stakingen en ondanks de zware druk op de sp.a en de PS vanuit de vakbondswereld keurde het Parlement op 16 december 2005 het Generatiepact goed.

Toch was het sterke verzet tegen het Generatiepact niet helemaal zonder resultaat. Door de felle tegenstand duurde het bij ons zeven jaar vooraleer de regering een nieuwe aanval op de pensioenen durfde in te zetten, terwijl in landen waar het verzet minder groot was, de pensioenen veel eerder onder vuur kwamen te liggen.


1. “Belgische Werklieden Partij” – BWP, de sociaaldemocratische partij van België opgericht op 5 en 6 april 1885. Na de oorlog veranderde de BWP zijn naam in BSP Belgische Socialistische Partij. De BSP viel in 1978 uiteen in de Waalse socialistische partij, de Parti Socialiste (PS) en de Vlaamse Socialistische Partij (SP). In 2001 veranderde de SP zijn naam in Socialistische Partij Anders (sp.a) en  in 2009 in Socialisten en Progressieven Anders (sp.a).
2. Recessie na de beurscrash van 1929. Is te vergelijken met de huidige recessie na de bankencrisis van 2008.
3. Belangrijkste maatregel was het koppelen van de werkloosheidsvergoeding aan de gewerkte jaren (1ste periode) en de samenstelling van het gezin in een 2de resterende periode.
4. Ook vandaag stort jouw werkgever die drie indexaanpassingen - 7,48% van je loon - aan de sociale zekerheid.


Nog geen reacties ontvangen
Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*