Tot nu toe is de notionele-interestaftrek toegestaan aan elke Belgische firma, met inbegrip van de Belgische filialen van buitenlandse multinationals. Voortaan, aldus de Commissie, zou het systeem ook moeten gelden voor duurzame handelsvestigingen van multinationals in ons land, die dus niet beschikken over een Belgische rechtspersoonlijkheid.
Goed om weten is dat het de Europese Commissie is die – indirect – verantwoordelijk is voor de uitvinding van de notionele intresten. Vroeger had België een speciaal belastingregime voor de coördinatiecentra van bedrijven. Zo’n 100 à 200 multinationals profiteerden daarvan, maar de Europese Commissie veroordeelde dat systeem. Daarop toverde de Belgische regering een nieuw fiscaal gunstregime uit haar hoed: de notionele-interestaftrek, waar dit keer álle ondernemingen gebruik van konden maken. Inderdaad, om een krankzinnig voordeel voor een paar multinationals in stand te kunnen houden (hun coördinatiecentra betaalden rond de 1% belastingen op hun winsten), breidde men het cadeau uit tot honderdduizenden ondernemingen. Vandaar ook de enorme begrotingsontsporing veroorzaakt door deze beslissing.
Nu zou de Commissie willen dat België de waaier aan begunstigden nóg ruimer maakt! In de huidige context van besparingen, is dit een waanzinnige beslissing. Gaan ze nu aan de toekomstige gepensioneerden vragen om nog langer te werken om die aftrek te kunnen toekennen aan een nieuwe lichting multinationals?
Deze nieuwe Europese beslissing is nu wel echt de gelegenheid om te doen wat de PVDA al sinds de invoering van de notionele-interestaftrek eist: volledig afschaffen dat gunstregime. Nog geen enkele ook maar een beetje ernstige studie heeft imemrs ooit aangetoond dat deze bijzonder dure fiscale aftrek ook maar enig gunstig effect heeft gehad op de werkgelegenheid en nieuwe investeringen. Het enige waarop de aftrek een gunstig effect had, waren de winsten. Bovendien zorgt het voor een serieuze belastingdiscriminatie tussen natuurlijke personen en ondernemingen. En binnen de bedrijven nog eens tussen KMO’s en multinationals (25 grote bedrijven profiteren van 37% van het totaal aan notionele interesten dat afgetrokken wordt).