
De Nederlandse journalist Paul Brill zegt dat het Westen niet moet beginnen te bibberen als er rapporten opduiken van “uitgehongerde Iraanse kinderen”. Die zullen inderdaad het eerste slachtoffer zijn van het embargo. Maar voor Europa is dat van ondergeschikt belang. (Foto Solidair, Martine Raeymaekers)
Momenteel gaat 18 tot 20% van de Iraanse olie naar de Europese Unie. De invoering van een olie-embargo betekent dat er geen nieuwe contracten met de Iraanse oliesector mogen worden afgesloten. Bovendien worden vanaf juli alle lopende contracten ingetrokken. Deze geleidelijke afbouw moet Griekenland, Italië en Spanje – de Europese landen die de meeste Iraanse olie invoeren – de mogelijkheid bieden om zich via andere bronnen te bevoorraden. Japan en Australië hebben besloten het Europese voorbeeld te volgen. De Europese Unie heeft ook alle tegoeden van de Iraanse Centrale Bank (BCI) in Europa bevroren. Europa heeft daarbij talrijke financiële transacties met de BCI geblokkeerd.
Iran beweert dat het de schade van deze blokkade zal kunnen beperken door naar andere landen uit te voeren. Maar toch getuigt de Iraanse reactie van een groeiende wanhoop. Naar aanleiding van de recente Amerikaanse sancties, heeft Iran ermee gedreigd de Straat van Hormuz af te sluiten. 20% van de wereldproductie van olie passeert via de Straat van Hormuz. Dit dreigement is geen bewijs van het feit dat Iran de agressie predikt, integendeel. Het toont eerder aan dat Iran niet over doeltreffende middelen beschikt om het Westen lik op stuk te geven.
Ondertussen heeft dit embargo grote gevolgen voor de Iraanse economie. De Iraanse munt heeft ten opzichte van de dollar ongeveer een kwart van zijn waarde verloren. Als gevolg hiervan stijgen de prijzen voor basisproducten en voedsel. Sommige producten, zoals kolen, worden schaars. Sommigen kranten en commentatoren spreken al openlijk over de mogelijkheid dat er bij sommige lagen van de bevolking ‘hongersnood’ zal komen.
Het Iraakse scenario lijkt misschien nog ver af, maar de Amerikaanse president Obama kondigde toch al fier aan dat zijn maatregelen de Iraanse economie kapotgemaakt hebben. Werkelijk een mooi resultaat: een land vernietigen! De Nederlandse commentator, Paul Brill, verdedigt het embargo en verklaart aan iedereen die het wil horen dat het Westen zich moet voorbereiden op maatregelen van lange duur en vooral niet moet beginnen te bibberen wanneer er rapporten opduiken van “uitgehongerde Iraanse kinderen”.
De gelijkenis met Irak ligt voor de hand. Daar kwamen meer dan 500.000 (!) kinderen om, ten gevolge van de moordende maatregelen die na de eerste Golfoorlog getroffen werden. Nadat Irak door een embargo zeer zwaar verzwakt was, werd het land het slachtoffer van een misdadige oorlog. En het grootste slachtoffer – zowel van het embargo als van de oorlog – was natuurlijk de burgerbevolking.
Ook voor Irak voerde men als reden aan dat het absoluut noodzakelijk was om de ontwikkeling van massavernietigingswapen te stoppen. Vandaag weten we dat dit slechts een leugen was om de oorlog te rechtvaardigen. De wapens werden nooit gevonden. Nu wordt Iran geviseerd – toevallig ook een olieproducerend land. De officiële reden voor het opleggen van het embargo is dat Iran ervan moet overtuigd worden zijn nucleair programma op te geven. Nochtans heeft het Internationaal Atoomenergieagentschap (AIEA), dat geleid wordt door een VS-gezinde secretaris-generaal, tot op heden geen enkel bewijs gevonden van een mogelijk atoomprogramma voor militaire toepassingen!
Europa vraagt echter veel meer dan de opheffing van een zogezegd atoomprogramma voor militair gebruik. Europa vraagt niet meer of minder dan het stopzetten van het volledige programma voor uraniumverrijking, zelfs voor burgerlijke toepassingen. Volgens het non-proliferatieverdrag heeft Iran nochtans het volste recht dit te doen. Natuurlijk stelt Iran zich vragen: Israël en India krijgen westerse steun voor hun nucleair programma, zelfs voor militaire toepassing. En wij, Iraniërs, zouden zelfs geen nucleair programma voor burgerlijke toepassingen mogen uitwerken?
Uit de vergelijking met Irak leren we dat we het best niet te veel vertrouwen schenken aan de verklaringen van Europees commissaris Karel De Gucht of van onze minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders. Zij verklaren dat het embargo dient om een militaire confrontatie te vermijden. Van Joegoslavië tot Irak hebben embargo’s altijd als doel gehad een land te verzwakken om gemakkelijker tot een militaire operatie te kunnen overgaan. Besluit: een embargo dient niet om een oorlog te vermijden, integendeel, een embargo is de voorloper van een oorlog!
Bovendien gaat het euro-atlantische embargo samen met het uitbreiden van militaire activiteiten in de Perzische Golf en in de Straat van Hormuz, met herhaalde schendingen van het Iraanse luchtruim en andere provocaties die de Iraanse overheid aan de VS en aan Israël toeschrijft.
Door het embargo tegen Iran, loopt men het risico dat de olieprijs in Europa zal stijgen. De Europese bevolking zal hieronder, in volle crisisperiode, zwaar te lijden hebben.
Maar de Europese leiders zijn met andere zaken bezig. Door de opkomst van de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) kunnen ontwikkelingslanden betere prijzen krijgen voor hun grondstoffen en die dan ook aan de meest biedende verkopen. Deze meest biedende is zelden Europa. De BRICS-landen ondermijnen op die manier de Europese economische dominantie in de ontwikkelingslanden. Als Europa baas wil blijven, moet het dus kiezen. Ofwel betaalt het een correcte en rechtvaardige prijs voor de producten die het invoert, ofwel probeert het om – rechtstreeks of onrechtstreeks – de ontwikkelingslanden onder controle te houden
De recente Europese militaire interventies in Libië en Ivoorkust tonen aan dat Europa voor de twee optie heeft gekozen. Maar om te slagen heeft Europa de hulp van de VS nodig. De oorlog in Libië, die vooral door de Europese grootmachten gewild was, heeft aangetoond dat Europa op militair vlak zwak staat: er waren acht maanden nodig om Khaddafi omver te werpen! Tijdens de Golfoorlog tegen Irak in 2003, probeerde Europa nog een eigen koers te voeren, onafhankelijk van de VS. Vandaag doet Europa opnieuw een beroep op VS om zijn belangen te verdedigen en verdwijnen de belangen van de Iraanse en Europese bevolking op het achterplan.