Sitemap | Nieuwsbrief | Help | RSS |
2 februari 2010 11:03 | Leeftijd: 212  dag(en)
| Thema: PVDA, Jongeren, Brussel, België

Onze leden, onze rijkdom :: “De PVDA is toch een stapje verder dan Comac”

Mei Lan is een goedlachse spraakwaterval van 18 jaar. Aan het Rits in Brussel volgt ze het eerste jaar van de opleiding radio.

Frans Vanbelle

Mei Lan

Ze noemt zichzelf een mélangeke. Mei Lan heeft een Chinese vader en een Belgische moeder, is geboren in Borgerhout en opgegroeid in Mechelen. Sinds september 2009 zit Mei Lan op kot in Brussel. Daar droomde ze al lang van. “Het hoort erbij als je gaat studeren”, vindt ze. In haar geval iets minder evident, want Mei Lan is blind. Maar dat onderwerp is geen item: “Als je blind bent, en je wilt op kot, dan moet je dat gewoon doen. Alleen moet je meer voorbereiden, zoals de weg leren naar de campus en naar de winkel. En trein en metro leren gebruiken”, zegt ze. Dat geldt voor heel wat zaken: “Het kan, het kost meer moeite, maar dat is nu eenmaal zo.”

Brussel is een hele leuke stad, zo groot, en internationaal en er valt van alles te beleven. “Je zit natuurlijk op mekaars lip in zo’n stad met veel mensen, maar dat anonieme heeft ook leuke kanten: ik loop liever rond met mijn witte stok in Brussel dan in Mechelen.” De opleiding tot radiojournaliste is een boeiende uitdaging, maar Mei Lan is zeker van haar keuze. “In het kunstonderwijs moet je goed weten waar je mee bezig bent, je hebt veel vrijheid en daardoor val je terug op jezelf en op je eigen ideeën”, zegt Mei Lan. “De mentaliteit is veel opener dan op mijn middelbare school. Op het Rits kun je ‘Che Guevara’ zeggen, zonder dat je bekeken wordt als een guerrillastrijder!”

Veel vrije tijd heeft Mei Lan niet meer sinds ze studeert, maar af en toe pakt ze haar saxofoon vast, gaat ze joggen, surfen, of schaatsen. Nog liever skiet ze. Hoezo skiën als je blind bent? “Gewoon”, lacht Mei Lan, “met een vaste begeleider, die achter mij skiet en verbaal begeleidt, die dus zegt wanneer ik een bocht naar links of naar rechts moet maken en wanneer ik moet stoppen, aan de rand van een ravijn of zo, ha, ha!”

Comac

Op haar 15de is Mei Lan lid geworden van Comac. De PVDA kende ze via haar mama en als kind ging Mei Lan al eens mee op kamp met de Pioniers. Mei Lan zocht zelf contact met Comac, omdat Comac haar een leuke manier leek om bezig te zijn met de dingen die haar interesseerden. Om iets te kunnen doen met gelijkgezinden ook. Haar thema's waren racisme, Vlaanderen-Wallonië, hoofddoeken en de negatieve bijklank van het socialisme in de lessen geschiedenis.

Comac Mechelen was een leuk groepje en het jaarlijks Vredeskamp een echte oppepper, net zoals het 1 Meifeest. “Op zo’n gelegenheden merk je dat je met velen bent, leer je andere jongeren kennen, zoals de Comac'ers van Luik, jongeren uit Palestina, van de Griekse en Turkse communistische partij. We bereikten ook jongeren waar ik het niet van verwacht had, zoals twee van mijn vriendinnen”, zegt Mei Lan. “Het belangrijkste aan Comac is voor mij dat het me warm houdt voor mijn ideeën, dat ik strijdbaar blijf en niet het gevoel krijg: ik kan er toch niets aan doen.”

Lid worden van de PVDA was, eens ze 18 jaar was, een logische stap voor Mei Lan. De PVDA, dat is echt een partij, dat is toch een stapje verder dan Comac, zegt ze: “Ik blijf ook lid van Comac, zolang ik student ben, want Comac-studenten is voor mij een manier om aan activiteiten deel te nemen, maar student zijn, dat duurt niet tot je 35ste, hé. En ondertussen wil ik de PVDA al steunen door lid te worden. Als ik geen student meer ben, wil ik echt wel bij de partij blijven.”


Nog geen reacties ontvangen

Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*