
“Dat een splitsing van justitie de efficiëntie zal verhogen moet eerst maar eens bewezen worden,” zegt Raf Jespers. “Wie heeft daar baat bij? Tenzij het de bedoeling is dat een bedrijf even zijn zetel vestigt over de taalgrens om daar van een bedrijfsvriendelijker rechtspraak te kunnen genieten.” (Foto Solidair, Vinciane)
“Meester, u haalt buitenlandse rechtspraak aan”. Zo provoceerde een Antwerpse rechter half ludiek half serieus toen een advocaat enkele maanden geleden rechtspraak van het hof van beroep van Luik ter sprake bracht. Deze anekdote schoot ons door het hoofd bij lezing van het interview (De Standaard, 1 februari) met Jo Stevens, de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies (OVB). Onze confrater verdedigt de splitsing van justitie onder meer met: “Als ik in Wallonië pleit, kan ik niet verwijzen naar een Nederlandstalig vonnis of arrest want ze kunnen het toch niet lezen.”
Volgens Jo Stevens zijn er nu al verschillen tussen de rechtspraak in Vlaanderen en Wallonië, vooral inzake sociaal recht, en zou een splitsing leiden tot een “efficiëntere justitie”. Leven we in een land waar de splitsing van justitie “al een feit” is, zoals Stevens zegt?
Wij kennen Jo Stevens als een zeer gewaardeerde voorzitter die geen blad voor de mond neemt als het aankomt op het verdedigen van fundamentele rechten van de burgers en die ook voorstander is van een actieve advocatuur. Onder zijn impuls kwamen de antiterrorismewetgeving en de bijzondere opsporings- en inlichtingenmethodes onder vuur te liggen. Zeer recent nog is de OVB-eis voor een consequente toepassing van de Salduz-rechtspraak (bijstand advocaat bij verhoor), of de oproep om advocaten die worden vervolgd, zoals op de Filipijnen, te verdedigen.
Precies omwille van die waardering kunnen we hem niet volgen in zijn idee van de splitsing want die zal voor de rechtzoekende geen voordeel opleveren, integendeel.
Wij geloven niet in de veralgemening dat in Vlaanderen fundamenteel anders recht wordt gesproken dan in Wallonië. Er zijn verschillen aan te wijzen zoals er wellicht ook verschillen zijn in de rechtspraak van vrouwelijke en mannelijke rechters, of tussen die van Antwerpen, Veurne of de Oostkantons. Het is bijvoorbeeld juist dat de Franstalige kamers van de Raad van State of van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen meer begrip tonen voor een procederende asielzoeker. Dat arbeidsrechtbanken in Wallonië op sommige terreinen progressiever uit de hoek komen lijkt juist. Maar is dit een reden om de splitsing te verdedigen? Dat de sociale beweging sterker staat in Wallonië, is daaraan niet vreemd. Het beschermen van de sociale rechten van de werknemers is juist een progressieve en geen conservatieve evolutie. Het sociaal recht heeft als doel de werknemer te beschermen aangezien hij in een economisch ongelijke positie staat ten opzichte van de werkgever.
Maar het onderscheid dat Jo Stevens ziet, moet ook genuanceerd worden. Zijn voorbeeld in verband met stakingen is kenschetsend voor de (voor-)oordelen die ter zake heersen. In het dossier-Carrefour bijvoorbeeld kreeg de werkgever, die stakingsacties wilde verbieden, ongelijk van drie rechtbanken in Vlaanderen (Brugge, Antwerpen, Mechelen) en van geen enkele in Wallonië. Ter herinnering: eind 2008 wilde Carrefour een nieuwe hypermarkt oprichten met voor de werknemers lagere loon- en arbeidsvoorwaarden. Dus zeggen dat “wat stakingsrecht betreft bijna alles toegelaten is in Wallonië”, strookt niet met de realiteit.
En wat is er mis met het gegeven dat “de schuldbemiddeling ruimer wordt toegepast in Wallonië” zoals Stevens schrijft? Als dat al zo zou zijn, heeft dit ongetwijfeld te maken met de hogere armoedecijfers in Wallonië. Schuldbemiddeling heeft tot doel een nieuwe kans te bieden aan mensen die tot over hun oren in de schulden zitten en bepaalde schulden te herleiden of te schrappen, als er toch geen enkel vooruitzicht is dat ze ooit zullen worden gerecupereerd.
In het interview positioneert Jo Stevens de advocatuur te eenzijdig ten gunste van de bedrijfswereld en van wie geen geldzorgen heeft. Dat is niet ons verhaal.
En dan het andere argument van Stevens: de splitsing van justitie zou tot meer efficiëntie leiden. Dat hoeft eerst maar eens bewezen te worden.
België is al zo’n klein land. Splitsing vergt een heel andere organisatie en kost handenvol geld. Gaan we de karikatuur van elk gewest zijn minister van Buitenlandse Zaken nog eens overdoen met drie ministers van Justitie, en dat op een ogenblik dat justitie via de EU centraliseert? Er zijn grenzen aan Absurdistan.
Een ander vervolgingsbeleid, een andere rechtspraak per regio: wie heeft daar baat bij? Tenzij het de bedoeling is dat een bedrijf even zijn zetel vestigt over de taalgrens om daar van een bedrijfsvriendelijker rechtspraak te kunnen genieten.
Stevens heeft misschien een punt dat elk gerechtelijk arrondissement nu 20 Mexicaanse generaals heeft, maar is een opsplitsing met 200 Griekse kolonels dan beter?
Dat er aan justitie heel wat moet hervormd worden, is onbetwistbaar. Maar de actuele splitsingsrage die gestoeld is op een nationalistische logica, is hiervoor niet de beste vroedvrouw. Er mag geen monstertje geboren worden. Wat we nodig hebben is een justitie die dicht bij de burger staat, die democratisch, toegankelijk en efficiënt is en die vooral de gelijkheid en rechtsbescherming van alle inwoners van dit land garandeert. In beide landstalen heeft klassenjustitie dezelfde betekenis.
Decentralisatie van bepaalde rechtbankstructuren moet kunnen wanneer duidelijk is dat het de burgers ten goede komt. Laten we bijvoorbeeld bestuderen hoe die decentralisatie in Duitsland werkt, vooraleer hier te improviseren. Maar laten we vooral focussen op de enorme, ook juridische, rijkdom van dit multiculturele land met zijn drie talen. Wij hebben permanent overleg met onze collega’s in de hoofdstad en Wallonië en organiseren ieder jaar een boeiend tweetalig colloquium. Het valt daarbij op hoe identiek de juridische knelpunten en oplossingen zijn in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Iedereen die zich daarvan wil vergewissen, is bij deze uitgenodigd. Onze ervaringen staan haaks op de oproepen om justitie te splitsen.
Raf Jespers
Jan Buelens
(de auteurs zijn advocaten bij Progress Lawyers Network www.progresslaw.net)
Geen standpunt van alle Vlaamse balies
Niet iedereen in de magistratuur is het erover eens dat justitie beter gesplitst wordt. In oktober vorig jaar had Solidair een gesprek met meester Dirk Van Gerven, stafhouder van de Nederlandstalige Orde van Advocaten bij de Balie Brussel (NOAB). Hij ziet geen heil in een splitsing. “Een splitsing vergt een heel andere organisatie en ze kost ook een heleboel geld, geld dat er op dit ogenblik niet is. Mijn vraag is vooral: is dat wel efficiënt? Alvorens dergelijke beslissingen te nemen, zou men toch beter de gevolgen daarvan moeten inschatten.” In De Standaard (1/02) wijst Van Gerven er verder nog fijntjes op dat de NOAB bijna 30% vertegenwoordigt van de Vlaamse advocaten en dat er binnen de OVB geen overleg is geweest over het standpunt van haar stafhouder. “Dit kan dan ook niet voorgesteld worden als een standpunt van alle Vlaamse balies.” (ND)