Sitemap | Nieuwsbrief | Help | RSS |
27 februari 2009 15:14 | Leeftijd: 2  jaar
| Thema: Maatschappij, België, Algemeen

Peter Mertens over de overleden filosoof Jaap Kruithof

Woensdag 25 februari overleed Jaap Kruithof, filosoof en oud-professor aan de UGent. PVDA-voorzitter Peter Mertens schreef een in memoriam.

Peter Mertens

Jaap Kruithof in 1990: “Na de modellen die nu bezwijken, zullen er nieuwe komen. Als socialisten hier verslagen worden, duiken ze noodzakelijkerwijze elders op. Omdat het kapitalisme niet in staat is wat dan ook fundamenteel op te lossen.”

“’s Morgens staan we op met een groet aan de zon. Het geschenk dat we er mogen zijn. Overdag is er de zorg om het menselijk ageren. ’s Avonds kruipen we onder de lakens met op onze lippen ‘venceremos’, denkend aan het dappere verzet van de misdeelden en onderdrukten in de wereld. Het geschenk van het leven en de strijd tegen sociaal onrecht zijn de twee pijlers van ons bestaan.” De filosoof Jaap Kruithof is overleden.

Ik heb bij hem op de schoolbanken gezeten. Met zeven studenten rond de tafel voor een keuzevak. Bij Jaap Kruithof. De ene week fulmineerde hij tegen Solidair, de week nadien trok hij van leer tegen al wie Solidair niet las. Hij zette mijn wereld op zijn kop. Terug op zijn voeten, zei hij. Hij had gelijk.

Hij wakkerde maatschappelijke discussie aan. De denker die niet voor zichzelf denkt, maar doet nadenken. Meer dan twintigduizend studenten hebben bij hem examen afgelegd. “Ik heb altijd getracht van studenten mensen te maken die ideeën au sérieux nemen, die dus niet per ongeluk denken maar beslissen te denken. Die geen stof slikken maar ze autonoom verwerken. Tegenspreken dus, eigen gronden aanbrengen, het debat verruimen.” En dus werd er vaak grondig van mening verschild, daar in de lessen bij Jaap op de Blandijnberg in Gent. Vonken en vuur, op zoek naar nieuwe ideeën en denkbeelden.

Bij de eerste golfoorlog tegen Irak, in 1991, organiseerde hij mee het protest. ‘Geen oorlog om olie’, dat vond hij de nagel op de kop. “Ik ga niet liggen voor de neoliberale dictatuur. Ik ben een hardnekkige doorduwer van het socialisme. Tegen alles in.” Zo heb ik hem gekend. Toen we de Blandijn afsloten met kettingen en houten spieën, om Filip Dewinter buiten te houden, steunde hij dat. En hij begon over mei ‘68. “Mensen moeten kant kiezen”, zei hij, en hij begon over zijn keuze voor de contesterende studentenbeweging van Ludo Martens, Walter De Bock en Paul Goossens die de universiteiten deed open bloeien.

Op zoek naar de grondslag

Jaap had een boon voor Geneeskunde voor het Volk. En meer in het algemeen, voor mensen die de daad bij het woord voegen. Maar hij verschilde vaak hartstochtelijk van mening met de PVDA. “Kom naar mijn bureau”, gebood hij dan. En als jong studentje ging ik dan naar de tweede verdieping, in een klein kantoortje met meubeltjes die wellicht nooit verplaatst waren sinds de jaren 60. Dan schoof hij stapels papieren en boeken aan de kant, en dan vroeg hij me: “Wat waren de economische problemen in de Sovjet-Unie?” Hij ging op zoek naar de economische grondslag, naar de basis. “Aan Marx heb ik veel te danken. Door hem ben ik tot in het merg antikapitalistisch geworden en gebleven. De nadruk op economische processen, de discrepantie tussen de gebruikswaarde en de ruilwaarde, de strijd om de meerwaarde, de arbeidsantropologie, de klassentegenstellingen en de klassenstrijd, het zijn inzichten die mijn wereldbeeld blijven bepalen”, schreef hij in 1983 in zijn boek Links en Rechts.

Ik was student bij hem begin de jaren 90, toen de fluwelen contrarevolutie het socialisme in de Sovjet-Unie onderuit had gehaald. Hij eiste daar een debat over. “Onder socialisten”, zo zei hij. Hij was streng voor simplistische verklaringen. Hij was nog harder voor degenen die hun engagement aan de kapstok wilde hangen. “Voor de wanhopigen, de ontmoedigden, de gedemoraliseerden die het niet meer zien zitten, blijft er een boodschap: na de modellen die nu bezwijken, zullen er nieuwe komen. Als socialisten hier verslagen worden, duiken ze noodzakelijkerwijze elders op. Omdat het kapitalisme niet in staat is wat dan ook fundamenteel op te lossen”, zo schreef hij in Socialisme en vrijheid (1990).

Europees socialisme

De woorden uit dat boek klinken vandaag nog als een opdracht: “Indien het waar is dat de wereld onvermijdelijk naar het socialisme evolueert en indien socialisme in een land niet kan geïmporteerd worden, maar uit de interne ontwikkeling moet geboren worden, wacht de Europese linkerzijde vroeg of laat een grote taak. Zich voorbereiden op die taak is vandaag voor Europees links de belangrijkste opdracht. Dat moet gebeuren door het kapitalisme in zijn meest recente ontwikkelingsvormen wetenschappelijk te bestuderen en actief te bestrijden. Een blad van lucide ontevredenen is niet genoeg. Alleen een sociale beweging ter verwezenlijking van antikapitalistische structuurhervormingen kan uitkomst bieden. Kan men nog veel mensen voor een dergelijke actie winnen? Het is vaak zeer moeilijk, wij ondervinden het in België dagelijks. Toch is de toekomst minder donker dan veel mensen met hersenen, maar sociaal passieven zichzelf wijsmaken. Het kapitalisme is in zijn diepste wezen zo onmenselijk dat het uiteindelijk door de mens zelf zal opgeruimd worden.”

Jaap, de activist voor vrijheid en socialisme

In 2000 nodigde hij me uit voor zijn boekvoorstelling Het neoliberalisme (Uitgeverij EPO). De striemende aanklacht van toen zou iedereen vandaag opnieuw moeten lezen. “Nooit, nooit was er in de wereldgeschiedenis zo’n schrijnende ellende, zoveel ontoelaatbare onrechtvaardigheid, zo’n gebrek aan zorg, zoveel geweld en onderdrukking. De wereld is een stinkende puinhoop geworden”, schreef Jaap. En verder: “De hele rotzooi woekert maar voort in het neoliberalisme. Alles wat mooi is en waarde heeft, wordt erdoor kapot gemaakt. Het neoliberalisme is een dictatuur die de wereld in zijn greep houdt. Het vernietigt onze toekomst. Het vernietigt de schoonheid. Het vernietigt het milieu. Het vernietigt de mens. Het vernietigt alles.”

Er zijn heel wat mensen die Jaap Kruithof  beter hebben gekend dan ik. Ik ken hem vooral als een integer man, met een onlesbare dorst naar kennis en een aanstekelijk optimisme voor vrijheid en socialisme. Met zijn woorden: “Het doel, zeggen de marxisten, is de vrijheid van de enkeling. Om dit te bereiken is vrijheid van allen, van de gemeenschap nodig. De individuele vrijheid veronderstelt aldus de collectieve vrijheid.”


Nog geen reacties ontvangen

Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*