
Op enkele weken voor de Klimaattop van Kopenhagen geven de Verenigde Staten toch weer verstek. Een bijkomende reden om op 5 december te betogen, reageren milieuactivisten. (Foto Diana Redig)
Van 7 tot 18 december zitten de wereldleiders rond de tafel in Kopenhagen voor de VN-klimaattop. Maar nog vóór de top laat president Obama uitschijnen dat de planeet geen bindend akkoord moet verwachten. De grote betoging van de Klimaatcoalitie van 5 december in Brussel is meer dan nodig om de wereldleiders een oorveeg te verkopen. Wat is de inzet van Kopenhagen en hoe redden we moeder Aarde? Solidair zoekt het antwoord en legt Jan Turf (BBL), klimaatexpert Peter Tom Jones en PVDA-voorzitter Peter Mertens vijf stellingen voor.
Vijf stellingen over klimaat
1. Kopenhagen dreigt te mislukken omdat de grootste vervuilers hun verantwoordelijkheid ontlopen.
2. Betogen is niet nodig omdat iedereen zich ondertussen wel bewust is van de gevaren van de opwarming van het klimaat.
3. De strijd tegen de klimaatopwarming heeft negatieve gevolgen voor de welvaart, economische groei en werkgelegenheid.
4. Groene belastingen zijn sociaal onrechtvaardig (verhoging btw voor ecologisch schadelijke producten, kilometerheffing, brandstofbelasting, rekeningrijden, congestion charge, ...)
5. Een ecologisch beleid vereist meer overheid en minder privé in de organisatie van de economie.
Jan Turfbeleidscoördinator Bond Beter Leefmilieu
1. Kopenhagen dreigt te mislukken omdat de grootste vervuilers hun verantwoordelijkheid ontlopen.
1. “Ik zou nog niet meteen zeggen dat Kopenhagen mislukt is. Ik zie wel dat er een aantal landen op aansturen om niet tot een bindend akkoord te komen, maar voor ons als milieubeweging is dat geen optie. Er móet een bindend akkoord komen. Europa moet in plaats van een afwachtende houding aan te nemen eindelijk haar verantwoordelijkheid op zich nemen, want het is net door die afwachtende houding van Europa dat de Amerikanen nu de dans leiden.
Onze stelling is: Europa moet samen met andere landen en groepen die wél vooruit willen, het voortouw nemen, en dan zullen we wel zien wat er in Kopenhagen gebeurt. Dat hoeft niet per se te zijn wat Obama nu heeft aangekondigd. Op het ogenblik vinden wij dus niet dat de zaak al mislukt is. We mogen ons niet neerleggen bij wat de Amerikanen daar verteld hebben. Maar als het misloopt, is het inderdaad omdat de grootste vervuilers – en dan denk ik in eerste instantie aan Europa en de Verenigde Staten – hun verantwoordelijkheid niet opnemen. De stelling klopt dus, maar het zou bijzonder ongelukkig zijn om nu al definitief een kruis te maken over Kopenhagen.”
2. Betogen is niet nodig omdat iedereen zich ondertussen wel bewust is van de gevaren van de opwarming van het klimaat.
2. “Betogen blijft noodzakelijk om de druk op de politiek te houden. Politici blijken er vandaag in theorie wel min of meer van overtuigd dat de klimaatopwarming een ernstig probleem is, maar dat wil nog niet zeggen dat ze hun politiek gedrag aanpassen. Het komt erop aan politici onder druk te zetten zodat ze de juiste beslissingen nemen en niet langer de kat uit de boom kijken. Zonder druk van de publieke opinie zal er geen goed akkoord komen. Een betoging is natuurlijk een goed instrument om dat te realiseren.”
3. De strijd tegen de klimaatopwarming heeft negatieve gevolgen voor de welvaart, economische groei en werkgelegenheid.
3. “Het omgekeerde is natuurlijk het geval. Het rapport Stern (rapport uit 2006 over de gevolgen van de klimaatopwarming voor de economie geschreven door de econoom Nicolas Stern, nvdr.) rekent ons voor dat de kosten van niet handelen twintig maal groter zijn dan de investeringen in de strijd tegen de klimaatopwarming. Indien we de klimaatverandering op zijn beloop laten, gaan we naar een zeer diepgaande verarming van onze samenleving. Als we onze welvaart willen redden, moeten we absoluut ingrijpen.
De EU berekende dat als we de doelstelling halen om 20 % van onze energie uit hernieuwbare bronnen te halen, dit zorgt voor 2,8 miljoen nieuwe jobs. En dat zijn jobs op alle niveaus: van ongeschoolde arbeid tot hoogtechnologische functies. Dat betekent dus een enorme boost qua tewerkstelling. Lagere uitgaven voor olie-import en milieuwinst zouden voor een besparing van 70 miljard euro zorgen tegen 2020. Niet investeren in de strijd tegen klimaatverandering leidt tot onbegrensde daling van de welvaart. Wel investeren leidt tot hogere welvaart.”
4. Groene belastingen zijn sociaal onrechtvaardig (verhoging btw voor ecologisch schadelijke producten, kilometerheffing, brandstofbelasting, rekeningrijden, congestion charge, ...)
4. “Hier past een genuanceerd antwoord. Groene belastingen kunnen zowel sociaal rechtvaardig als onrechtvaardig zijn. Dat hang af hoe je de belasting aanpakt. Het verminderen van de fiscale voordelen op bedrijfswagens treft de hogere looncategorieën. Dat is bijna een sociale maatregel. Het verhogen van uitgaven voor stookolie daarentegen kan voor sommige gezinnen nefast zijn.
Daarom moet bij elke groene stap in de fiscaliteit, heel goed nagedacht worden over de sociale impact. De maatregel an sich moet daarom niet ingetrokken worden, maar de ongewenste sociale neveneffecten moeten opgevangen worden, zodanig dat je het positieve verhaal overeind houdt en de ongewenste neveneffecten kunt vermijden. Dat moet bij elke fiscale maatregel onderzocht worden. Als milieubeweging vinden wij dat een belangrijk aspect van de fiscaliteit.”
5. Een ecologisch beleid vereist meer overheid en minder privé in de organisatie van de economie.
5. “Daar zijn we het mee eens. De vrijemarkteconomie slaagt er niet in om een adequaat antwoord te geven op milieuverloedering. Daarom is er nood aan een overheid die correcties aanbrengt en regels uitvaardigt en handhaaft. Maar het is niet omdat de overheid actief optreedt dat de problemen opgelost zijn. We moeten waakzaam zijn en vermijden dat de overheid regels gaat opleggen op maat van een of andere privéondernemer, zoals het geval is met Electrabel. Daar zorgt de verwevenheid tussen overheid en privé ervoor dat Electrabel zijn monopoliepositie kan behouden.”
Peter Tom Jonesdoctor in de Toegepaste Wetenschappen, onderzoeksmanager aan de KUL en mede-auteur van Terra Incognita (2006) en Terra Reversa (2009)
1. Kopenhagen dreigt te mislukken omdat de grootste vervuilers hun verantwoordelijkheid ontlopen.
1. “De wetenschap werd opzij geschoven voor het najagen van kortzichtige eigenbelangen. De voorgestelde reducties van de Westerse landen schieten schromelijk tekort. Gemiddeld beloven de rijke landen voor 2020 slechts een daling van 16 à 23% ten opzichte van 1990. De nog niet-aangenomen klimaatwet in de VS houdt het bij een daling van amper 7% ten opzichte van 1990. Zelfs de Europese doelstelling (20% tegen 2020, 30% indien een mondiaal akkoord wordt bereikt) is onvoldoende, aangezien een aanzienlijk deel van die reductie via flexibele mechanismen buiten Europa zou worden gerealiseerd.
Ook op het vlak van de financiering van aanpassingsmaatregelen en technologieoverdracht overtuigt het Westen niet. Het op de recente Europese top aangekondigde fonds van 50 miljard euro publieke middelen is volstrekt onvoldoende om de verwachte klimaatschade te dekken. De Westerse landen tonen weinig verantwoordelijkheidsgevoel, wat op termijn ook vernietigend is voor het Westen zelf.”
2. Betogen is niet nodig omdat iedereen zich ondertussen wel bewust is van de gevaren van de opwarming van het klimaat.
2. “De urgentie van de klimaatkwestie is nog helemaal niet voldoende doorgedrongen. Het is van uitermate groot belang dat de sociale en ecologische bewegingen hun stem luider dan ooit laten weerklinken. Indien er vanuit dat middenveld geen krachtige druk wordt gezet, dan is het plausibel dat er weinig zal bewegen op overheidsniveau. Die druk op de ketel is ook nodig om het bedrijfsleven te bewegen tot een echt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemerschap te ontwikkelen.
Omgekeerd is de inzet van dat middenveld ook noodzakelijk om een voldoende groot electoraal draagvlak voor een klimaatbeleid voort te brengen: dit is een zelfversterkend proces.”
3. De strijd tegen de klimaatopwarming heeft negatieve gevolgen voor de welvaart, economische groei en werkgelegenheid.
3. “Manifest onjuist. De prijs van niet-handelen is op lange termijn veel groter dan de kostprijs van klimaatbeleid. Een klimaatbeleid brengt bovendien ook tal van snel voelbare voordelen met zich mee. Radicale veranderingen inzake transport, (hernieuwbare) elektriciteitsproductie, schone technologie, duurzame voeding en behuizing scheppen immers veel mogelijkheden.
Een recent rapport van het Europees Vakverbond toont aan dat een proactief klimaatbeleid een netto positief effect heeft op de werkgelegenheid. Andere kansen doen zich voor op het vlak van toegenomen energieonafhankelijkheid en leefbare steden (schonere luchtkwaliteit, lagere gezondheidskosten en meer verkeersveiligheid). Studies hierover suggereren zelfs dat deze meervoudige voordelen financieel zwaarder kunnen wegen dan de kostprijs van het klimaatbeleid zelf.”
4. Groene belastingen zijn sociaal onrechtvaardig (verhoging btw voor ecologisch schadelijke producten, kilometerheffing, brandstofbelasting, rekeningrijden, congestion charge, ...)
4. “In de context van de transitie naar een sociaalecologische economie is groene fiscaliteit geen nieuwe belasting om de begrotingsproblemen op te lossen maar refereert zij aan een belastingsombouw: onduurzame keuzes belasten om duurzame keuzes goedkoper te maken. Arbeid minder belasten, want daar hebben we hard behoefte aan, en het gebruik van natuur evenals vervuiling, net zoals inkomens uit vermogens, veel zwaarder belasten.
Deze taksombouw is essentieel voor de transitie naar duurzame productie en schone technologie. Het spreekt voor zich dat men flankerende maatregelen moet nemen die ervoor zorgen dat de sociaal zwaksten gecompenseerd worden voor groene belastingen, terwijl de opbrengsten deels teruggesluisd worden naar sociale en ecologische projecten. Op termijn moeten groene heffingen vervangen worden door zogenaamde cap-and-trade systemen, die op sociaal vlak per definitie rechtvaardiger zijn.”
5. Een ecologisch beleid vereist meer overheid en minder privé in de organisatie van de economie.
5. “In een ecologische economie wordt de markt op een totaal andere manier aangewend dan in het huidige systeem. Eerst wordt een duurzame schaal voor de economie politiek afgesproken, vervolgens een rechtvaardige verdeling ingesteld en pas in derde en laatste instantie kan er gebruik worden gemaakt van marktmechanismen. Dit is een ware breuk met de basispremissen van het neoliberalisme.
Essentieel in een transitie naar een sociaal-ecologische economie is de herwaardering van de publieke sector. In plaats van de ‘vrije markt’ te verstoren, zal de openbare sector een proactieve rol dienen te spelen in het beschermen van de macro-economische stabiliteit, het leveren van openbare diensten, het verschaffen van nieuwe werkgelegenheid en – absoluut fundamenteel – het investeren in groene productie- en consumptiesectoren (grondstofefficiëntie, hernieuwbare energie, schone technologie, klimaatadaptatie en ecosysteembescherming en -restauratie).”
Peter Mertensvoorzitter van de PVDA
1. Kopenhagen dreigt te mislukken omdat de grootste vervuilers hun verantwoordelijkheid ontlopen.
1. “Kopenhagen kan mislukken omdat er geen akkoord bereikt wordt. Maar Kopenhagen kan ook mislukken mét een akkoord. Een akkoord met veel te zwakke doelstellingen, te lange termijnen en allerlei achterpoortjes, met mooie namen als 'flexibele mechanismen'. Vergeet niet dat de vorige klimaattop in Kyoto de klimaatontaarding niet heeft gestopt. De uitstoot van broeikasgassen steeg tussen 1990 en 2007 met 38%.
De ijzeren wet van de maximale winst blijft mens en planeet bedreigen. Zo kregen veel bedrijven ‘gratis’ uitstootrechten. Meer zelfs dan ze nodig hebben. Er wordt zelfs met uitstootrechten gemarchandeerd en gespeculeerd. Als de energiereuzen vandaag investeren in vervuilende steenkoolcentrales (Rotterdam, Antwerpen…) dan is dat omdat dit het meeste winst oplevert.”
2. Betogen is niet nodig omdat iedereen zich ondertussen wel bewust is van de gevaren van de opwarming van het klimaat.
2. “Dat zou je ook kunnen zeggen over de economische crisis. Maar toch blijft dit hele neoliberale systeempje doordraaien. Overal eisen aandeelhouders nog met luide stem tweecijferige rendementen. Grote bedrijven beperken hun voorraden en passen het just-in-time-systeem toe. De stocks circuleren dan in vrachtwagens en vliegtuigen, met extra vervuiling en veel fileleed als gevolg.
De strijd voor een menswaardig leven zonder uitbuiting gaat samen met de strijd voor een beter klimaat. Ze botst op dezelfde tegenstanders, op dezelfde grote aandeelhouders, grote banken, en energiereuzen. Dat kan je alleen maar veranderen als je mobiliseert, bewust maakt, in actie komt.”
3. De strijd tegen de klimaatopwarming heeft negatieve gevolgen voor de welvaart, economische groei en werkgelegenheid.
3. “Helemaal niet. Als we niets doen, is de kostprijs veel groter. De grote energiereuzen besteden de laatste jaren tientallen miljarden euro's aan het opkopen van concurrenten. Zij schrappen groene energieprojecten omdat die niet genoeg winst opleveren. Drie vierde van de energiecentrales die in de steigers staan in Europa, zijn fossiele energiecentrales. Dat is de weg van de maximale winst.
Wij willen een veralgemening van de beste bestaande productietechnieken en gebruik van hernieuwbare energiebronnen om de uitstoot van broeikasgassen maximaal in te perken. Wij willen massale investeringen in het openbaar personen- en goederenvervoer en wetten die het goederentransport over lange afstanden verplichten per trein of schip. Daarvoor heb je grote aantallen nieuwe werkkrachten nodig, bijkomende scholing in stielkennis en investeringen in openbaar onderzoek.”
4. Groene belastingen zijn sociaal onrechtvaardig (verhoging btw voor ecologisch schadelijke producten, kilometerheffing, brandstofbelasting, rekeningrijden, congestion charge, ...)
4. “Groene belastingen gaan het klimaat niet verbeteren. Het zijn besparingsmaatregelen in het kader van de begroting die de werkende mensen het hardst treffen. Sociaal écht onaanvaardbaar. We dienen eerst de alternatieven beschikbaar te stellen in plaats van met pestbelastingen als rekeningrijden te werken die enkel de kloof tussen arm en rijk vergroten.
Met het openbaar vervoer geraak je vandaag vaak onmogelijk op het werk. In plaats van vele kleine treinstations te sluiten, moet men investeren in een fijnmazig openbaar vervoernet met hoge frequentie. Een kilometerheffing voor vrachtwagens, zoals in Duitsland, is wel een goed idee. De meeste gezinnen hebben ook de financies niet om energie te besparen door een betere isolatie van hun woning. Wij ijveren voor een algemene aanpak van isolatie van gebouwen, bekostigd door de energieproducenten als derde betaler.”
5. Een ecologisch beleid vereist meer overheid en minder privé in de organisatie van de economie.
5. “Natuurlijk. We zitten vandaag met de puinhopen van het neoliberalisme. Dit systeem wordt enkel recht gehouden met massale overheidsinvesteringen. Ongecontroleerd en zonder garanties. En alles start opnieuw. Kijk naar de banken, kijk naar een bedrijf als GDF-Suez dat zowaar 5,1 miljard euro dividenden aan zijn aandeelhouders uitkeert. De grootste multinationals hebben als les uit de crisis getrokken: er kan ons niets overkomen. Want als het fout gaat, zijn we “te groot om failliet te gaan” en zal de belastingbetaler ons wel redden. Ook de groene technologie is geprivatiseerd, gevangen in brevetten en patenten die worden verhandeld op de markt, voor de hoogste prijs. Dat is pervers.
Het klimaat is een collectief erfgoed, we moeten er omzichtig mee omspringen. Het moet, net als water, gezondheid, onderwijs, publiek bezit worden. De grote productieketens moeten publieke instellingen worden. Iedere serieuze mens weet dat planning in de economie die uitgaat van de draagkracht van de natuur en het welzijn van de mensen nodig is. Dit systeem is op drift, en we hebben een globaal socialistisch antwoord nodig.”
Nationale betoging
"Loop storm voor het klimaat"
Zaterdag 5 december, 14.00 u, Luxemburgplein, Brussel (metroTroon)
Georganiseerd door de Klimaatcoalitie, die een zeventigtal organisaties groepeert, waaronder heel wat grote ngo’s en de vakbonden. Folders en affiches verkrijgbaar in de twee talen. Met ons PVDA-blok sluiten we aan bij de groep "Klimaat en Sociale Rechtvaardigheid".