De Belgian Refining Corporation maakt deel uit van Petroplus, met vijf raffinaderijen de grootste onafhankelijke raffinagegroep van Europa. In de Antwerpse vestiging werken 230 van de 2.500 werknemers. Naast België zijn er ook vestigingen in Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittanië.
Jarenlang kocht het management de ene raffinaderij na de andere op, hoe diep de schulden ook waren. Die roekeloze overnamepolitiek moest zorgen voor een succesverhaal op de beurs en voor snel geld voor snelle jongens. Op die manier werd er nog niet zo lang geleden grof geld verdiend. Zo wist de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle Group in 2005-2006 in vijftien maanden de waarde van Petroplus te vervijfvoudigen van 550 miljoen naar 3 miljard euro.
Maar sinds de economische crisis van 2008, liep de gokstrategie van overnames door een immense schuldopbouw vast op een daling van de vraag. De beurswaarde ging steeds verder achteruit, en de productie werd afhankelijk van de nieuwe leningen die de banken ter beschikking stelden om grondstoffen aan te kopen, lonen te betalen...
De banken verliezen nu hun vertrouwen dat de schulden nog worden terugbetaald. In december 2011 beslisten ze de kredietkraan dicht te draaien, waardoor ook geen nieuwe ruwe olie meer kan aangekocht worden, en de productie moest worden stilgelegd.
Op 16 januari kwam er voor het eerst nieuws van de onderhandelingen met de banken, waaruit bleek dat een aantal kredieten voor korte termijn verzekerd zijn. Maar enkel voor de Britse en Duitse vestigingen, er is geen sprake over de drie andere.
De werknemers van BRC kennen het al jarenlang: de onzekerheid over de toekomst van hun bedrijf. Al die jaren nemen ze het op zich de installaties zo goed en zo veilig mogelijk te laten werken. Ook vandaag proberen ze die installaties werkingsklaar te houden, om op te starten zo gauw de kredietlijn opnieuw open zou gaan.
In een persbericht van 16 januari schrijven ABVV en ACV: “De Antwerpse werknemers, die al sinds eind vorig jaar in de grootste onzekerheid verkeren, blijven uitgaan van een uitkomst waarin de Antwerpse raffinaderij blijft functioneren. Binnen de huidige groep Petroplus, of eventueel bij een overnemer.” Om de toekomst te garanderen rekenen ze op steun: “Ook aan onze politici doet het vakbondsfront een oproep om de nodige aandacht aan dit dossier te besteden.”
Als enige garantie dat er genoeg middelen blijven voor de toekomst van het personeel, wordt de aanwezige stock niet vrijgegeven. De actie en de oproep van de bonden is terecht. Ligt er geen verantwoordelijkheid bij banken die geld blijven toestoppen aan bedrijven die al zware schulden hebben? In de hoop er veel uit te slaan?
Wie langs het tankstation moet om te tanken zal het verrassen, maar de raffinaderijen klagen steen en been over de markt. Want sinds de economische crisis van 2008 kwam er een stagnatie in de afname en de sector vindt dat er wat moet gebeuren aan de overcapaciteit van raffinaderijen.
De prijs van de ruwe olie stagneert al sinds het voorjaar van 2011 rond de 100 dollar per vat. Interessant voor olieproducerende landen en voor de grote, geïntegreerde mammoetmultinationals als Exxon Mobil, Chevron en BP.
Voor de onafhankelijke raffinaderijen zijn de hoge prijzen geen voordeel: er moet veel cash geïnvesteerd worden in de aankoop van grondstof, terwijl de economische crisis niet meteen zorgt voor een stijgende vraag die hogere raffinagemarges zou toelaten.
Terwijl de onheilstijdingen over Petroplus in de pers komen, verschijnen er ook verheugde berichten vanuit de hoek van andere Amerikaanse oliegiganten. Die lieten optekenen dat sluitingen van Petroplus-raffinaderijen zou kunnen zorgen voor een gevoelige vergroting van de raffinagemarge door de vernietiging van overcapaciteit. Zij zien de dollars nu al binnenstromen en onthalen elk drama op champagne.