Arbeiders en bedienden dumpen: het lijkt in deze tijden wel het motto van het patronaat.
Jo Cottenier. Ja, tijdens het eerste jaar van de crisis maakten veel bedrijven gebruik van de economische werkloosheid. Nu herstructureren ze en danken ze af om hun winsten herstellen. De sterksten zoals AB InBev, DHL, Janssens Pharmaceutica of Hewlett Packard rationaliseren nu al om na de crisis sterker te staan. Voor wie dweept met de vrije markt is de crisis een goede zaak want de kapitalisten vernietigen de overtollige productiekrachten. Ze sluiten bedrijven. “Creatieve destructie” noemen ze dat. De zwaksten gaan eruit en de sterksten versterken zich: zo gaat dat onder kapitalisten. De grootste schuldigen voor de overproductie komen er het sterkst uit en de cyclus kan herbeginnen.
Waarom zetten winstgevende bedrijven personeel aan de deur?
Jo Cottenier. Een kapitalist zul je nooit horen zeggen: “Ik heb genoeg winst”. Tegen dat de economie herstelt, wil hij op de eerste rij staan met een nog productiever productieappraat. Want iedere kapitalist denkt: “Als ik het niet doe dan ben ik de klos, want dan doet de concurrentie het wel”. De meest voor de hand liggende manier om de winstvoet op te drijven is dezelfde omzet draaien met nog minder volk.
Maar in verlieslatende bedrijven of in sectoren op hun retour zoals de auto-industrie zijn herstructureringen wel aan de orde?
Jo Cottenier. Dat bepaalde sectoren een andere richting moeten uitslaan is evident. De PVDA wil bijvoorbeeld dat openbaar transport voorrang krijgt op privévervoer. Of dat vervuilende industrieën plaats maken voor duurzame productie. Dat veronderstelt een heroriëntering van investeringen.
Maar dat is geen reden om die herstructureringen aan de privé over te laten. Vele tientallen jaren stapelden patroons de winsten op. Maar als het fout loopt, knijpen ze er tussenuit en staan de arbeiders en bedienden op straat. Dat gebeurt nu op grote schaal. Hoeveel families zijn er stinkend rijk geworden door de huidige verlieslatende bedrijven? Zijn de eigenaars van Opel te beklagen? Het is volledig terecht dat de getroffen arbeiders en bedienden voor hun job vechten, ook in verlieslatende bedrijven. Zij hebben geen schuld aan de crisis. Laat de echte schuldigen niet ontsnappen: dát zou het motto moeten zijn.
Een performant bedrijf als Opel Antwerpen sluiten is een waanzinnige verspilling, maar Opel het geld cadeau doen is een even grote verspilling
Waarom zou de overheid een verlieslatend bedrijf als Opel moeten ondersteunen? Is dat geen pleister op een houten been?
Jo Cottenier. Als de Vlaamse overheid dan toch 500 miljoen euro veil heeft voor Opel Antwerpen, kan ze beter zelf beslissen over de besteding van die centen. Een performant bedrijf als Opel Antwerpen sluiten is een waanzinnige verspilling, maar Opel geld cadeau doen is dat evenzeer.
De meest evidente oplossing voor Opel is een nationalisatie van de Europese Opelgroep. Een gigantische omschakeling naar een duurzame economie wordt met de dag dringender: collectief vervoer, zuinige en elektrische wagens, slimme netwerken. De privé kan dat niet. Enkel een verdeling van de nodige productiequota voor auto's over de verschillende productiesites in Europa biedt garantie op een duurzame toekomst.
Allemaal goed en wel, maar van de overheid wordt toch vaak gezegd dat ze een inefficiënte ondernemer is?
Jo Cottenier. Daar is geen enkel bewijs voor. Renault was vroeger toch een goed draaiend overheidsbedrijf? De vroegere ASLK toch een goed werkende bank? Ze realiseerde een voldoende winst van 3 à 4 %. Bovendien stonden haar activiteiten in dienst van de samenleving: een kosteloze rekening voor iedereen, goedkope leningen, sociale woningbouw...
Toen de ASLK werd geprivatiseerd, zei huidig Europees president Van Rompuy dat er niks zou veranderen, noch voor de spaarders noch voor de privé. We hebben gezien waartoe die privatisering heeft geleid, hé.
Vanwaar dan die hardnekkige mythe?
Jo Cottenier. De mythe van de inefficiënte overheid dient om de privé naar de mond te praten. Het is een constante in de kapitalistische geschiedenis. Als de privé de middelen niet wil of kan opbrengen voor een economische activiteit omdat die bijvoorbeeld — nog — niet rendabel is, is het de staat die efficiënt onderneemt. Zo ging dat in de mobiliteitssector, in de energiesector, in de banksector... Eens het spel goed draait, neemt de privé het boeltje over en boekt ze gigantische winsten. En als het kapitaal het verknoeit dan moet de staat weer redding brengen.
Eens het spel goed draait, neemt de privé het boeltje over en boekt ze gigantische winsten. Als het kapitaal het verknoeit dan moet de staat weer redding brengen
Je ziet bijvoorbeeld ook in periodes van oorlog dat de staat veel rationeler de inzet van alle middelen organiseert. Ook de grote doorbraken in technologisch onderzoek en de industriële toepassing ervan kwamen er steeds dankzij de overheid. Daarom is de PVDA voor een meer sociale, collectieve economie waarbij de strategische sectoren in handen van de staat zijn.
De patroons wijzen met de vinger in de richting van de loonkosten. “Als de loonkosten verder stijgen, krijg je nog meer Opels”, zei Pieter Timmermans van de patroonsorgansatie VBO bij de voorstelling van hun campagne “Laat ons ondernemen”. Zonder verkoop, geen productie. En zonder productie, geen werk. Of in de woorden van de patroons: “Wij zetten werkkracht om in koopkracht.”
Jo Cottenier. Dat is pas de wereld op zijn kop! Niet de lonen zijn de oorzaak van de crisis maar de ongebreidelde winstzucht van het kapitaal. De patroons zetten de werkkracht vooral om in winst.
Nochtans, zegt VBO-baas Thomas Leysen, heeft België nu al een loonhandicap van 11 % tegenover zijn buurlanden. Klopt het dan niet dat bedrijven goedkoper moeten produceren dan de concurrentie om hun producten te kunnen verkopen?
Jo Cottenier. Dat cijfer over de loonhandicap klopt van geen kanten, daar hebben de vakbonden vorige week al op gereageerd. Bovendien is er vooral een probleem van koopkracht. De producten vinden geen afzet, omdat het kapitaal een steeds groter deel van het nationaal product naar zich toe haalt ten koste van de werkende bevolking. En als de crisis van overproductie toeslaat, kennen de patroons maar één slogan: de loonkost moet omlaag.
Die overproductie vinden ze blijkbaar geen probleem. Baggeraar Jan De Nul, een van de rijkste mensen van België, laat in volle crisis zelfs schepen bouwen: hij gaat voor een bezit van 40 % van alle schepen in de baggersector om zo wereldleider te worden. Tegelijkertijd zegt hij: “De overcapaciteit is mijn zorg niet, want de brokken zullen bij mijn concurrenten vallen.” Staalreuzen als ArcelorMittal redeneren op dezelfde manier. Zo werkt het kapitalisme. De ene zijn dood is de andere zijn brood. Hyena's onder mekaar. En in perioden van crisis vallen de grootste brokken te verdelen, want dan speelt nog meer dan anders de wet van de sterkste. De koers om markten te veroveren is nu een strijd geworden om concurrenten op te eten.
Dat belooft voor bij de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord in het najaar.
Jo Cottenier. Inderdaad. De werkloosheid verhoogt, waardoor de druk op de lonen verder toeneemt. Het VBO stelt zich nu al frontaal op om elke looneis af te wimpelen en te bestempelen als economisch niet haalbaar. De crisis van de jaren 30 toont nochtans dat loonsverlagingen de economie nog verder kelderen. Momenteel is er nog geen sprake van de brutale loonsverlagingen zoals in de jaren 30. Maar de patroons gebruiken andere trucs.
De werkloosheid verhoogt waardoor de druk op de lonen verder toeneemt. Het VBO stelt zich nu al frontaal op om elke looneis af te wimpelen en te bestempelen als economisch niet haalbaar in crisis
Zoals?
Jo Cottenier. Ze snoeien in de extralegale voordelen. Ze sjoemelen met de paritaire comités, zoals bleek uit de strijd rond de Carrefour in Brugge (Carrefour wou de werknemers in de nieuwe vestiging van Brugge minder betalen dan in andere vestigingen, n.v.d.r.). Momenteel vallen veel werknemers in lagere categorieën van cao’s door verschuivingen van paritair comité. Ook de vervanging van stabiele arbeidskrachten door interims en van statutairen door contractuelen in de openbare sector, komt neer op loonsdalingen en dalingen van sociale voorzieningen. Dat snijdt in de koopkracht. Daardoor zal het zeer lang duren voordat die opnieuw een motor van herstel kan worden. Met hun politiek bereiken de patroons net het omgekeerde van wat ze beweren na te streven. Maar daar liggen ze niet van wakker, het gaat hen om het herstel van hun winsten.
Met die klemtoon op het beheersen van de loonkosten blijft de concurrentiepositie van de bedrijven het debat rond ons economisch beleid domineren. Waarom wordt die niet ter discussie gesteld?
Jo Cottenier. Omdat je dan ook het kapitalisme ter discussie stelt. Als je zweert bij de dogma's van de vrije markt dan is de competitiviteit van de ondernemingen de maat der dingen. Het is de heersende logica van al de klassieke partijen, van de nationale staten, van de centrale banken, van het kapitalisme tout court.
De crisis toont dat Marx het bij het rechte eind had. Het kapitalisme genereert sowieso crisissen. Voor het kapitaal is er dan geen andere uitweg dan het verder verhogen van de uitbuiting en het verder uitbreiden van zijn invloedssfeer. Concreet betekent dat: lonen drukken, arbeiders harder en langer doen werken, nieuwe sectoren ontwikkelen, nieuwe gebieden veroveren, goedkoper produceren in derdewereldlanden... Nog meer dan anders geeft dat in crisisperiodes spanningen op wereldvlak.
Zonder maatregelen voor de concurrentiepositie dreigt België in de komende jaren “Griekenland aan de Noordzee” te worden, verklaarde VBO-voorzitter Thomas Leysen bij de voorstelling van de patroonscampagne “Laat ons Ondernemen!” Wat bedoelt hij daarmee?
Jo cottenier. Griekenland heeft een zwakke economie en kampt met een begrotingstekort van 12 % van het bruto binnenlands product. De financiële markten laten het land nu in de steek. Alle beleggers dumpen hun Griekse obligaties waardoor Griekenland nog zwaarder in moeilijkheden komt. De Griekse staat betaalt nu al 3,5 % méér intrest op haar leningen dan de Duitse. De Europese Centrale Bank onderzoekt zelfs al wat er gebeurt als Griekenland de eurozone moet verlaten.
Met hun politiek bereiken de patroons net het omgekeerde van wat ze beweren na te streven
Voor de patroons is dit een buitenkans om te dreigen met rampscenario's en de situatie in hun eigen voordeel te keren. ‘Griekenland aan de Noordzee’ is een schot voor de boeg van de regering om haast te maken met besparingen, de pensioenhervorming en het onder druk zetten van de lonen. Voor de patroons is er maar één remedie: de staat afslanken en er tegelijk toch zoveel mogelijk cadeaus uit proberen graaien.
In de crisis van de jaren 30 schreef econoom Keynes voor dat de staat de economie moet stimuleren door overheidsinvesteringen. Waarom maken de staten daar geen werk van?
Jo Cottenier. Je moet geld hebben, hé. Volgens Keynes zouden de staten nu inderdaad grote werken moeten uitvoeren om de vraag op te krikken. Maar de staten hebben kolossaal veel geld uitgegeven om de banken te redden, zowat 2.000 miljard dollar op wereldvlak. En dat geld vloeit op termijn maar deels terug naar de terug naar de staat. De staten betalen ook interesten op de leningen die ze aangingen om de banken te redden.
Bovendien dalen de inkomsten uit belastingen en stijgen de uitgaven door de werkloosheid. De begrotingstekorten lopen daardoor hoog op in heel de kapitalistische wereld: 10 % van het bbp in de VS, 6 % in België, meer dan 10 % in Groot-Brittannië, Griekenland, Ierland en IJsland. In feite vertaalt de financiële en de economische crisis zich nu in een crisis van de staatsbegrotingen.
Het Wereld Economisch Forum van Davos noemt de belabberde situatie van de staatsfinanciën het grootste risico voor 2010. Alle regeringen willen besparen en snoeien. Maar eigenlijk moeten ze de economie aanwakkeren in plaats van de koopkracht nog verder uit te hollen.
Het systeem rijdt zich vast langs alle kanten. En directe oplossingen liggen niet voor het grijpen. De staten hebben nog minder manoeuvreerruimte voor een Keynesiaanse politiek dan in de jaren 1930. Al hun cartouchen zijn al verschoten.
Is het nu de bevolking die het gat in de begroting zal dichtrijden?
Jo Cottenier. Zo ziet het ernaar uit. De werkende bevolking levert al twintig jaar in en slikte het ene besparingsplan na het andere om de normen van Maastricht te halen. Op enkele maanden tijd is al die inlevering verkwanseld en piekt de overheidsschuld weer boven de 100 % van het bruto binnenlands product. De Europese Commissie wil voor België al tegen eind 2012 een begrotingstekort van 3 %, goed voor een besparing van liefst 9 miljard euro. We mogen dus weer besparingen verwachten in de openbare diensten, in de pensioenen, in de ziekteverzekering, in onderwijs... Maar de politiek kan natuurlijk ook andere keuzes maken. In plaats van het geld te zoeken bij de belastingbetaler en de werkende mensen kan ze paal en perk stellen aan de onverantwoorde belastingverminderingen voor banken en bedrijven. De notionele interesten moeten eraan en de werkelijke belastingvoet op winsten moet algemeen toegepast worden. Ook de strijd tegen de fiscale fraude kan zeker helpen om het begrotingsgat dicht te dichten.
Dit is het eerste deel van het crisisinterview met Jo Cottenier. Volgende week bekijken we het globale plaatje. Staan we aan het eind of het begin van de crisis? Welke uitwegen zijn er? Hoe zal de werkgelegenheid evolueren? Hoe vergaat het de banken? And last but not least verdiepen we ons in de begroting.
Voeg hieronder uw mening toe