
Medicamenten zijn duur. De PVDA pleit voor het kiwimodel, zoals in Nieuw-Zeeland. Daar werden geneesmiddelen dankzij een slim systeem van openbare aanbesteding 50% tot 90% goedkoper.
De gezondheidszorg draait om mensen. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat de mens daar altijd op de eerste plaats komt. Toch is dit niet zo. In ons land kan één op de drie gezinnen zijn gezondheidsfactuur niet betalen. Naar de kinesist gaan bijvoorbeeld is een luxebehandeling geworden. En een bezoek aan de oogarts wordt nogal eens uitgesteld. Tien procent van onze gezinnen zegt medische zorgen uit te stellen om financiële redenen. Voor veel bejaarden zijn de kosten van een rusthuis erg hoog en als ze ziek worden, brengt dat grote financiële en sociale problemen voor hen mee. De regering voerde de ‘maximumfactuur’ in maar dat lost de problemen niet op.
Om de kosten van de geneesmiddelen te drukken kwam dokter Dirk Van Duppen van Geneeskunde voor het Volk op de proppen met het kiwimodel. Dat is ontleend aan Nieuw-Zeeland. Daar wordt voor elk geneesmiddel een openbare aanbesteding uitgeschreven. Het beste en goedkoopste product wordt uitgekozen en op de markt gebracht, volledig terugbetaald door het ziekenfonds. Door dat systeem werden de kosten voor medicamenten in Nieuw-Zeeland de helft goedkoper. Pijnstillers, zoals paracetamol, kosten in Nieuw-Zeeland 0,20 euro. In België 3,20 euro tot 5,50 euro voor eenzelfde doosje.
Waar gaat al dat geld nu naartoe? De meest verkochte pijnstiller bij ons is Dafalgan (8 miljoen doosjes per jaar) van de Amerikaanse multinational Brystol-Meyers Squibb (bsm). Die doet in België geen onderzoek, heeft hier geen tewerkstelling en betaalt nul euro belastingen. Wat wij te veel betalen voor een pijnstiller is dus zuivere winst voor de Amerikaanse aandeelhouders. Zo komt het ook dat bsm een jaarloon van 56 miljoen euro kon uitbetalen aan haar topmanager Heilbold.
Met de openbare aanbesteding volgens het kiwimodel wint de ziekteverzekering jaarlijks 1,5 miljard euro. Dat geld kan de overheid gebruiken om geneesmiddelen terug te betalen (300 miljoen euro), om 25.000 nieuwe jobs in de zorgsector te creëren (1 miljard euro) en om de raadpleging bij de huisarts volledig terug te betalen (200 miljoen euro).