Het model van Ahold-Delhaize? Stabiele jobs vervangen door goedkope minderjarigen

.

“Delhaize wil 9.000 vaste jobs inruilen voor een kleine kern vaste werknemers, aangevuld met precaire, goedkope jobstudenten. Net zoals moederbedrijf Albert Heijn in Nederland doet. Via franchisewinkels kunnen ze makkelijker naar zo’n lage-lonen-model overstappen. Een ramp voor werknemers en kassa-kassa voor aandeelhouders”, zegt Raoul Hedebouw (PVDA).

Ahold Delhaize, de multinational waartoe Delhaize België behoort, heeft zijn hoofdzetel in het Nederlandse Zaandam, waar voorheen Ahold, de holding van Albert Heijn, zijn hoofdkwartier had. Dat is geen toeval: bij de fusie van Ahold en Delhaize kreeg de Nederlandse holding 61% van de aandelen en werd de CEO van Albert Heijn ook CEO van de hele groep. Sindsdien zijn het veelal de Nederlanders die de koers bepalen.

Delhaize wil zijn 128 supermarkten in eigen beheer verkopen aan zelfstandigen en zo ruim 9.000 vaste arbeidsplaatsen in de uitverkoop zetten. Zo willen ze 1 miljard euro besparen, geld dat moet gaan naar een share buyback-programma voor de aandeelhouders. De directie beweert bij hoog en bij laag dat de verkoop niets zou veranderen aan het aantal arbeidsplaatsen, noch aan de loon- en arbeidsvoorwaarden. In een eerdere studie toonde de PVDA al aan dat dit niet klopt.

Wat kunnen we dan wel verwachten? Bij winkels van Delhaize die in het verleden al werden verzelfstandigd, gingen vaak de helft of meer van de vaste jobs verloren. De taken werden veelal overgenomen door jobstudenten. De studiedienst van de PVDA ging verder graven en legde ook het model van Albert Heijn in Nederland onder de loep.

“Wij wilden zien waar het model dat de directie in België wil opleggen vandaan komt”, zegt PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw. “Daarvoor zijn we gaan kijken hoe het eraan toegaat bij Albert Heijn in Nederland, zeg maar het moederbedrijf van Delhaize. Als je in Maastricht gaat winkelen, zie je vooral heel veel tieners aan het werk. Dat is hun model: enkele vaste personeelsleden, aangevuld met veel jobstudenten.”

Dat biedt een idee van tot waar het management bereid is te gaan. Ze zoeken werkelijk de ondergrens op van wat wettelijk door de beugel kan. En als het kan, verlagen ze die wettelijke ondergrens nog wat. De voorbije jaren zetten de Nederlandse werkgevers in de retailsector telkens druk om de supermarkten-cao uit te kleden. “In Nederland zijn er nu al praktijken gangbaar die wij gewoon kinderarbeid zouden noemen”, aldus Hedebouw.

Bij Albert Heijn maken ze er geen geheim van: “Wist je dat je vanaf je 13de al bij ons mag komen werken?” Ze lopen er zelfs mee te koop op hun website. In Albert Heijn-winkels zijn tot 70% minderjarigen aan het werk.

Het model van Albert Heijn leidt tot minder vaste jobs en meer precaire, laagbetaalde, tijdelijke contracten. Het zet scholieren aan het werk, vanaf erg jonge leeftijd, enkel en alleen om de winsten van aandeelhouders te maximaliseren. Terug naar de tijd van Daens?

“We begrijpen nu beter de plannen van Delhaize”, zegt Raoul Hedebouw. “Ze willen 9.000 vaste jobs inruilen voor een kleine kern vaste werknemers, aangevuld met precaire, goedkope jobstudenten. Net zoals moederbedrijf Albert Heijn in Nederland doet. Via franchisewinkels kunnen ze makkelijker naar zo’n lage-lonenmodel overstappen. Voor werknemers is dat een ramp, voor aandeelhouders is het kassa-kassa. Delhaize belooft de aandeelhouders een dividendverhoging van 10,5%.”

De franchisering van Delhaize gaat voorlopig niet zo ver als de huidige situatie in Nederland, gezien de wettelijke beperkingen op kinderarbeid. Maar het aangekondigde Delhaize-plan is wel een aardverschuiving in de supermarktwereld. Het model is niet alleen een reëel gevaar voor de werkomstandigheden van de Delhaiziens maar ook voor andere werknemers uit de sector en daarbuiten.

“Het is een race to the bottom die helemaal dreigt te ontsporen, net zoals in Nederland. Daarom moeten we de plannen van Delhaize echt een halt toe roepen. Gedaan met de sociale afbraak. Wij willen opnieuw deftige jobs, waar je een carrière en een leven op kan uitbouwen”, besluit Raoul Hedebouw.