Het plan van de PVDA om de prijzen te doen dalen en Engie te doen betalen

.

Het aantal mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen gaat door het dak. Steeds meer kleine handelszaken en kmo's verkeren in grote moeilijkheden. Het is hoog tijd om actie te ondernemen en energie weer betaalbaar te maken. Willen we opnieuw controle krijgen over de prijzen, dan moeten we breken met de wetten van de markt.

Download het plan als PDF.

We willen de energiefacturen snel terugbrengen tot het niveau van oktober 2021, net voordat ze volledig door het dak gingen, en zorgen voor stabiele prijzen door maximumprijzen in te voeren. Daartoe pakken we de onderliggende oorzaken van deze stijgingen aan, namelijk de liberalisering van de Europese energiemarkt die de prijzen onstabiel en oncontroleerbaar maakt. En we pakken ook de grote winnaars van de liberalisering aan, de Europese en mondiale energiemultinationals die nu profiteren om winsten van honderden miljarden binnen te rijven. We willen ook maatregelen nemen om op lange termijn de switch te maken naar goedkope en duurzame energie.

1) We verlagen en blokkeren de energieprijzen

Of het nu gaat om gezinnen, werkende mensen, alleenstaanden, zelfstandigen of bedrijven, niemand ontkomt aan de huidige explosie van de energieprijzen. De situatie is onhoudbaar. Voor gas en elektriciteit zijn de prijzen verdrie- of zelfs verviervoudigd ten opzichte van 2020. De brandstofprijs is gestegen van gemiddeld 1,40 euro per liter over de periode 2015-2020 tot 1,80 euro per liter voor benzine 95 en zelfs 2 euro per liter voor diesel begin september.

Het is absoluut noodzakelijk om de prijzen te verlagen en ze vervolgens te blokkeren. In België komt de federale overheid slechts met eenmalige kortingen. Voor de rest rekent ze op de bevolking en op Europa. Landen als Spanje en Portugal laten zien dat het mogelijk is op te treden en in te grijpen in de markt.

  • We blokkeren de elektriciteitsprijs op maximaal 75 euro/MWh

Op dit moment bepaalt de duurste elektriciteitsproductie-eenheid de prijs voor de hele markt. Zo kan Engie in zijn kerncentrales elektriciteit produceren tegen een kostprijs van 35 euro en deze voor het tienvoudige verkopen. In plaats van het huidige systeem wil de PVDA de elektriciteitsprijs berekenen op basis van de werkelijke productiekost, vermeerderd met een vaste marge. Hierdoor zal de prijs van elektriciteit in België dalen tot maximaal 75 euro/MWh, het prijsniveau van oktober 2021, net voor de prijzen volledig door het dak gingen.

Toelichting. De prijs van elektriciteit wordt nu berekend op basis van de “marginale kosten”. Dit houdt in dat de duurste productie-eenheden (momenteel gasgestookte centrales) de uiteindelijke prijs op de gehele markt bepalen1. Dit beginsel werd ingevoerd met de liberalisering van de energiesector, om er zich van te verzekeren dat privé-actoren altijd de nodige energie leveren wanneer nodig. Lang leve de vrije markt, waar het winstbejag regeert.

Maar wat is het gevolg? Een multinational als Engie kan zo enorme overwinsten boeken. Terwijl de productiekosten van kerncentrales vrijwel onveranderd zijn gebleven (ongeveer 25 tot 35 euro/MWh), kan het zijn elektriciteit verkopen op basis van de prijs van gasgestookte centrales, die geëxplodeerd is (tot 200 à 300 euro/MWh of nog meer op de spotmarkten). De huidige situatie illustreert het falen van de liberalisering van de energiesector: dit is gebeurd ten koste van de consument en de energietransitie, volledig in het voordeel van de private reuzen van de sector. Het is hoog tijd om dit systeem in vraag te stellen.

We bepalen de maximumprijs voor elektriciteit op basis van de gemiddelde productiekost van de verschillende productietechnologieën voor elektriciteit in België, vermeerderd met een vaste marge. Dat brengt ons tot een maximumprijs van 75 euro/MWh, hetzij het prijsniveau van oktober 2021, net voor de prijzen volledig door het dak gingen.

  • Voor kernenergie en hernieuwbare energie leggen we de productiekosten plus marge vast op een maximum van 50 euro/MWh. De stroomprijs lag de afgelopen jaren ook nooit hoger dan dit bedrag.

  • We berekenen de productiekosten van een gascentrale aan de hand van een gasprijs van maximum 70 euro/MWh2.

  • In België wordt circa 20% van de elektriciteit geproduceerd met aardgas en de rest met andere productietechnologieën. Dat brengt een gemiddelde productiekost voor elektriciteit in België van 75 euro/MWh.

Deze prijsblokkering zorgt ervoor dat we de gemiddelde elektriciteitsfactuur kunnen plafonneren op een absoluut maximum van 63 euro per maand voor een gezin, 32 euro per maand voor een alleenstaande.

  • We blokkeren de gasprijs om maximaal 70 euro/MWh

We blokkeren de gasprijs op maximaal 70 euro/MWh en financieren deze blokkering door de overwinsten te belasten die de energiereuzen sinds het begin van de crisis hebben geboekt (zie punt 2). Meer fundamenteel stellen wij de manier waarop de gasmarkt in Europa werkt ter discussie en gaan wij in de richting van een publieke en gereguleerde aanpak.

Toelichting. Met de liberalisering van de gasmarkt zijn leveringscontracten met vaste langetermijnprijzen geleidelijk vervangen door kortetermijncontracten, die op spotmarkten worden verhandeld (per kwartaal, per maand of zelfs per dag). Deze liberalisering van de gasvoorziening in de EU heeft geleid tot een grotere prijsvolatiliteit. En ze heeft een nieuwe speculatieve markt doen ontstaan: voor elke liter gas die daadwerkelijk in Europa wordt geleverd, vinden gemiddeld meer dan 25 transacties (aan- en verkoop) plaats.

Met het economische herstel na de covidpandemie en de escalatie van de oorlog in Oekraïne en de negatieve spiraal van sancties en tegensancties zijn de prijzen op de gasmarkten geëxplodeerd. Sommige van deze prijsstijgingen zijn speculatief: ze gaan uit van toekomstige tekorten en worden veroorzaakt door handelaren die kopen en verkopen op de gasbeurzen. De energieprijzen hebben dus niets meer met de reële productiekosten te maken, maar alles met speculatie en winsthonger. De winnaars van deze mechanismen zijn de (Europese en mondiale) gasmonopolies, die hun gas tegen een veel hogere prijs aan ons verkopen zonder enige verandering in hun productiekosten. Indien wij de prijsreguleringsmechanismen hadden aangehouden, die door de liberalisering van de gassector werden doorbroken, zouden wij vandaag 3 tot 4 maal minder betalen voor ons gas.

Het is dringend noodzakelijk de gasprijs te blokkeren op maximaal 70 euro/MWh. En het kan ook. We moeten gelijktijdig vier sporen volgen:

  • 30% van het Europese gas komt nu via pijpleidingen uit Noorwegen. Noorwegen heeft geen andere manier om zijn gas naar Europa te exporteren, dus we hebben een sterke hefboom om een lagere prijs te eisen (vooral omdat de Noorse economie sterk verbonden is met Europa en de recessie haar hard zal treffen). 70 euro/MWh blijft voor hen een hoge prijs, meer dan vier keer hoger dan voor de crisis. We moeten die prijs opleggen. Net zoals we een maximumprijs moeten opleggen voor Russisch gas, en besprekingen moeten voeren met de andere landen die Europa via pijpleidingen bevoorraden, zoals Azerbeidzjan, Libië en Algerije (die samen nog steeds goed zijn voor 30% van de leveringen aan Europa).

  • Nog eens 40% is afkomstig van vloeibaar gas (LNG) dat per schip wordt ingevoerd. Voornamelijk uit de Verenigde Staten en Qatar. Vandaag boeken de VS en Qatar enorme overwinsten (200 miljoen euro per lng-tanker) ten koste van de Europeanen. Er is dus zeker marge voor onderhandeling. We moeten aan de kaak stellen hoe de Verenigde Staten Europa richting een escalatie met Rusland duwen en ons vervolgens hun gas duur verkopen. De Europese landen zouden hun politieke en economische gewicht in de schaal moeten leggen om een redelijke prijs af te dwingen.

  • We moeten terugkeren naar langetermijncontracten. Met de liberalisering wordt gas gekocht op spotmarkten, per maand, week of zelfs per dag (= 80% van de gasleveringscontracten in Europa zijn kortlopend). Dit maakt speculatie en prijsexplosies mogelijk. In Azië is 80% van de leveringscontracten langlopend, met vaste prijzen, wat betekent dat de gasprijzen daar nu nog veel lager zijn (ongeveer 70 euro/MWh, terwijl de prijzen hier tegen de 200 euro zitten). We moeten terug naar dat model, met veel lagere, vaste prijzen voor de lange termijn.

  • Ondertussen kan op korte termijn een prijsblokkering op Europees of Belgisch niveau worden gefinancierd als de gigantische overwinsten van de verschillende spelers in de Europese energiesector worden gebruikt om deze te subsidiëren.

70 euro/MWh, dat is nog altijd een veelvoud van de marktprijzen van de afgelopen jaren, die gemiddeld rond de 17 euro/MWh lagen. Met deze ingreep en maximale prijsblokkering brengen we de gasprijs wel opnieuw op het niveau van oktober 2021, net voor de prijzen volledig door het dak gingen. We kunnen de totale gasfactuur bij gemiddeld verbruik zo plafonneren op een absoluut maximum van 127 euro per maand voor een gezin, en 81 euro per maand voor een alleenstaande. Op lange termijn verlagen we de prijzen nog drastischer.

De gasprijs blokkeren zorgt er ook voor dat de prijs stabiel blijft voor elektriciteitscentrales die met gas elektriciteit produceren

  • We blokkeren de brandstofprijs op maximaal 1,40 euro/liter

Tussen 2015 en 2020 bedroeg de gemiddelde brandstofprijs 1,40 euro per liter. Dankzij de explosief gestegen prijzen boeken de oliegiganten nu enorme overwinsten. En vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de prijzen de komende maanden zullen dalen (integendeel). Het is absoluut noodzakelijk de prijzen te blokkeren, en dit kan snel gebeuren door de resterende 46 cent accijns in België af te schaffen. Om dit te financieren moet de staat de overwinsten afromen. Lees meer over de blokkering van de brandstofprijzen

  • We blokkeren de prijs van stookolie en pellets

Stookolie - De prijs van stookolie is geëxplodeerd, van 0,70 euro/l begin 2020 tot 1,30 euro/l begin september 2022. Bij een verbruik van 2500 liter per jaar steeg de jaarrekening dus van 1.750 euro tot 3.250 euro. Dit is simpelweg onbetaalbaar en onhoudbaar. Als we alle belastingen, accijnzen, heffingen en distributiekosten schrappen, kunnen we de prijs van stookolie blokkeren op 0,90 euro/l. Om dit te financieren moet de regering de gigantische overwinsten van de oliemultinationals belasten.

Pellets - De prijs van pellets is sinds het begin van het jaar verdubbeld, van minder dan 5 euro per zak van 15 kilo tot 12 euro per zak. Wij willen de prijs opnieuw doen zakken en blokkeren op maximaal 5 euro. In de sector van de houtpellets zijn machtige actoren actief, zoals Bertic, een van de grootste pelletproducenten van Europa en dochteronderneming van de Fruytier, een van de reuzen van de sector, en het onvermijdbare TotalEnergies. We kunnen niet aanvaarden dat deze kapitaalkrachtige groepen van de crisis profiteren om extra winsten te boeken.

2) Engie doen betalen via een overwinsttaks: stem voor het wetsvoorstel-Mertens

  • Waanzinnige woekerwinsten

Engie, TotalEnergies, Shell, BP ... al die multinationals boeken sinds het begin van de crisis ongekende megawinsten. Het gaat om honderden miljarden euro’s. Het Internationaal Energieagentschap schat de overwinsten voor energiebedrijven in de Europese Unie op 200 miljard euro. Dit geld vloeit rechtstreeks van onze zakken naar die van de aandeelhouders van de energiereuzen. Alleen al in België zal Engie-Electrabel tegen 2025 naar schatting 9 miljard aan overwinsten boeken dankzij de prijsstijgingen. Met dit geld zouden we een fikse verlaging van de facturen kunnen financieren.

  • Overwinsttaks in België: een werk van lange adem

De PVDA zette de kwestie van de waanzinnige woekerwinsten van Engie in september 2021 onmiddellijk op de politieke agenda. Na een maandenlange ontkenningsfase, veranderde de regering het geweer begin 2022 van schouder toen de PVDA-studiedienst met eigen berekeningen de overwinsten zwart op wit kon aantonen.

De regering belooft sindsdien dat “niemand zich tijdens deze crisis mag verrijken”, maar het is de PVDA die in maart 2022 schot in de zaak brengt als volksvertegenwoordiger Peter Mertens in de Kamer een wetsvoorstel indient voor de invoering van een overwinsttaks.

We zijn ondertussen opnieuw een paar maanden verder en de regering heeft nog altijd geen concrete actie ondernomen. Men probeert de verantwoordelijkheid door te schuiven naar Europa, maar vergeet er dan wel bij te vertellen dat de Europese Commissie de bal definitief in het kamp van de lidstaten heeft gelegd. Italië, Spanje, Hongarije, Bulgarije, Griekenland, Roemenië en ook het Verenigd Koninkrijk hebben ondertussen al zelf initiatief genomen voor het invoeren van een overwinsttaks.

In ons land verstopt de regering zich achter een berg juridische hindernissen die de toepassing van een overwinsttaks binnen de Belgische wetgeving in de weg zouden staan.

Niet getreurd: de PVDA zat deze zomer niet stil en werkte samen met een gespecialiseerd fiscaal advocatenbureau aan een juridisch sluitende tekst. We amendeerden het wetsvoorstel-Mertens om er een echt waterdicht voorstel van te maken. Geïnspireerd op het Italiaanse model (zie verder), biedt het nieuwe voorstel een sluitend antwoord op alle hindernissen die een overwinsttaks tot nu toe in de weg stonden.

De enige échte hindernis die een snel ingrijpen van de Belgische regering voorlopig in de weg staat, is de belofte die eerste minister Alexander De Croo en minister van Energie Tinne Van der Straeten deze zomer deden aan de directie van Engie-Electrabel. De Croo en Van der Straeten sloten op 21 juli een zomerakkoord met Engie over de verlenging van twee kerncentrales. De regering beloofde Engie tijdens deze onderhandelingen om geen cent te gaan halen bij de kerncentrales van de energiemultinational en de miljardenjackpot aan overwinsten ongemoeid te laten. Een bijzonder dure belofte, maar vooral totaal onverantwoord op het moment dat honderdduizenden gezinnen hun facturen niet kunnen betalen. Het is dan ook hoog tijd dat de regering op deze belofte terugkomt en eindelijk kiest om de koopkracht van de bevolking te beschermen, en niet langer de winsten van Engie-Electrabel.

  • Wetsvoorstel-Mertens: een waterdicht voorstel om overwinsten te belasten en Engie te doen betalen

In het nieuwe wetsvoorstel komt de PVDA tegemoet aan de opmerkingen en bezwaren die de Raad van State en energiewaakhond CREG bij de tekst formuleerden die de partij eerder dit jaar indiende. Peter Mertens zet de kernpunten van zijn aangepast wetsvoorstel op een rijtje:

- We voeren een ‘belasting van algemene toepassing in’, naar Italiaans model, en omzeilen zo de wurgcontracten die de vorige regering met Engie sloot;

- We leggen een precieze, boekhoudkundige definitie van ‘overwinsten’ vast in de wet en komen zo tegemoet aan het legaliteitsbeginsel;

- We belasten alle producenten en leveranciers uit de energiesector op dezelfde manier en komen zo tegemoet aan het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie;

- We brengen de bestaande nucleaire taksen in mindering en vermijden zo het probleem van dubbele belasting;

- We leggen het belastingpercentage vast op 70% - een percentage dat energieregulator CREG zelf in een van haar adviezen naar voren schuift - en respecteren zo het eigendomsrecht en de proportionaliteit;

- We belasten de overwinsten vanaf 2022 en anticiperen zo eventuele moeilijkheden op het vlak van retro-activiteit.

3) Onze toekomst weer in eigen handen: haal de energiesector weg uit de handen van de multinationals

  • Erken dat de markt gefaald heeft

De heersende politieke klasse doet veel straffe uitspraken over de energiecrisis. “De markt is compleet irrationeel geworden”, zei Alexander De Croo. Hij waarschuwde er even later voor dat “de vijf tot tien volgende winters moeilijk” zouden worden. “Deze markt werkt niet meer”, zei Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dan weer.

Die uitspraken staan in schril contrast met wat diezelfde leiders ons beloofden aan het begin van deze eeuw toen de energiemarkt werd geliberaliseerd. De liberalisering van de energiemarkt was een beslissing van de regering-Dehaene-Di Rupo in 1999, en werd vervolgens tussen 1999 en 2003 versneld uitgevoerd door paarsgroen (liberalen, sociaaldemocraten en groenen, met toen ook al ene Frank Vandenbroucke in de regering...). Dankzij de vrije markt zouden de mensen kunnen kiezen tussen verschillende bedrijven, waardoor de prijzen zouden dalen, zeiden ze allemaal in koor. Bovendien zou de concurrentie massale investeringen in goedkope groene energie aanmoedigen.

In werkelijkheid gebeurde exact wat je kan verwachten als de energiemarkt wordt toevertrouwd aan de markt. Om te beginnen aten de groten de kleintjes op. Vandaag wordt de Europese elektriciteits- en gasmarkt gedomineerd door zeven multinationals: Engie, EDF, E.ON, Iberdrola, ENEL, Vattenfall en RWE, aangevuld met drie petroleumgiganten: Shell, TotalEnergies en BP. In België werd Electrabel opgekocht door Engie. EDF kocht Luminus, TotalEnergies nam Lampiris over, terwijl Eneco nu in handen is van Mitsubishi. In de eerste tien jaar na de liberalisering3 stegen de elektriciteitsprijzen voor particuliere afnemers in België met bijna 70% en de gasprijzen met 40%. Dat was ruim vóór de huidige crisis.

In tegenstelling tot de liberale beloften vormden de winsten van de energiereuzen niet de basis voor de “investeringen van morgen”, maar wel voor de dividenden van de aandeelhouders. Na de liberalisering van de sector daalden de investeringen in energie in Europa sterk. Waarom het risico nemen om te investeren als er zoveel winst te behalen viel op de energiebeurzen of via de overname van concurrerende bedrijven? Om deze lage investeringen te compenseren verhoogde de overheid de subsidies aan de particuliere sector. Voor hernieuwbare energie werden groenestroomcertificaten uitgereikt, er kwamen subsidies voor de bouw van nieuwe gasgestookte centrales of voor de uitbreiding of bouw van kerncentrales.

De energiereuzen stopten zich niet alleen vol met overheidsgeld, daarnaast lobbyden ze ook hard om milieudoelstellingen af te zwakken. Ze vonden dat een te snelle overgang naar hernieuwbare energie het risico inhield dat de winsten uit fossiele brandstoffen of uit oude gas-, steenkool- of kerncentrales, verloren zouden gaan. Dus lobbyden ze om de klimaatdoelstellingen af te zwakken, om gas- en kernenergie te laten erkennen als groene technologieën en om de behoefte aan fossiele brandstoffen te overschatten.

De crisis die we vandaag meemaken, is geen eenmalige gebeurtenis en geen ‘accident de parcours’ dat eventjes kan worden gecorrigeerd. Het is wel degelijk het complete falen van de vrije markt. Aangezien de gasleveringscontracten werden geliberaliseerd, is er geen enkele controle meer over de prijs noch over het volume. De huidige crisis doet dan ook de koersen op de energiebeurzen exploderen, en ze bedreigt onze bevoorrading. Door het gebrek aan investeringen, vooral in hernieuwbare energie, blijven we sterk afhankelijk van vervuilende fossiele brandstoffen. Omdat er geen Russisch gas is, gaan we dus duurder en vervuilender Amerikaans schaliegas invoeren, starten we opnieuw kolencentrales op... En het zijn de mensen die de rekening betalen: ze zien hun rekeningen exploderen, ze worden gedwongen over te stappen op onvoorspelbare variabele contracten, ze moeten hun verwarming lager zetten in naam van een ‘collectieve inspanning’, en hun banen staan op de tocht. Ondertussen schrokken de hoofdschuldigen van deze chaos, de energiemonopolies, zich vol met winsten: 9 miljard overwinst voor Engie tegen 2024 alleen al uit zijn Belgische kerncentrales. TotalEnergies doet het nog beter: 10 miljard winst alleen al in de eerste helft van 2022.

De liberalisering van de Europese energiemarkt heeft ons recht naar de afgrond geleid, dat moeten vandaag zelfs onze politieke leiders erkennen. Maar achter hun woorden gaat absoluut niet de wil schuil om het probleem bij de wortel aan te pakken. Integendeel, de vele vergaderingen op Europees, nationaal en zelfs regionaal niveau zijn er allemaal op gericht om koste wat het kost te proberen “de markt te redden”, door pleisters aan te brengen: premies die te laag zijn en die uiteindelijk toch op onze factuur belanden, prijsplafonds die te hoog zijn om de facturen te doen dalen, minimale aanpassingen aan de markt... maar wel miljardensteun voor de grote energiemultinationals.

  • De publieke controle over energie terugnemen

Als we de energieprijzen drastisch willen doen dalen, als we weer stabiele prijzen en een stabiele bevoorrading willen, dan zit er maar één ding op: de energiesector uit de handen van de multinationals halen en er een publiek goed van maken. De klimaatcrisis maakt een snelle overgang naar hernieuwbare energie meer dan ooit noodzakelijk. Er zal een zorgvuldige planning nodig zijn om deze uitdaging aan te gaan. Ook hier is publieke en democratische controle van fundamenteel belang.

Op alle niveaus, van Europees tot lokaal, willen we een geïntegreerd publiek alternatief ontwikkelen. We eisen de oprichting van publieke en democratische bedrijven voor de productie, distributie en opslag van energie. Van het Europees niveau, om de landen rond de Noordzee samen te brengen, tot het lokale niveau. Publiek beheer en publieke controle door gebruikers en werknemers zal ervoor zorgen dat investeringen gebeuren in de technologieën en op de plaatsen waar zij collectief het meest interessant zijn en niet waar zij individueel het meest winstgevend zijn.

Maar dat volstaat niet. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat spelers als Engie, die alles te verliezen hebben bij de ontwikkeling van een goedkoper, publiek alternatief, “het spel meespelen”, als zij de macht hebben om in het hele land de stroom af te schakelen? Hoe naïef is het om te verwachten dat Total alle olie en gas in de grond laat zitten, als zij zo massa’s winst aan hun neus zien voorbijgaan? Het kan alleen lukken als die bedrijven geen andere keuze hebben. Energie is te belangrijk om over te laten aan de grillen van een paar CEO’s en aan de hebzucht van aandeelhouders. Laten we de publieke controle over de energiereuzen terugnemen, om de infrastructuur die we nodig achten voor de klimaattransitie, zoals windmolenparken of stuwdammen, als samenleving in handen te nemen, en om democratisch te bepalen aan welk tempo we oude, vervuilende centrales en olie- of gasbronnen sluiten. Als we oude centrales moeten behouden tot we voldoende hernieuwbare energie kunnen produceren, laten we er dan zelf eigenaar van zijn, zodat we de kosten kunnen beheersen en ze zo snel mogelijk kunnen sluiten. Laten we de particuliere aandeelhouders van de monopolies die miljarden hebben vergaard, doen betalen voor de sluiting, de ontmanteling en het afval van oude kerncentrales en fossiele centrales.

De macht die particuliere monopolies vandaag hebben, is het gevolg van politieke keuzes, en die moeten worden herzien. Er worden krachtsverhoudingen opgebouwd voor een publieke en democratische overname van de energiesector. In Duitsland hebben burgers, vakbonden en werknemers in de grootste steden al actie ondernomen om de controle over hun energie weg te halen bij de energiereuzen. Nu wil de linkerzijde in Duitsland verder gaan en de energiereuzen in handen van de samenleving brengen door ze te socialiseren. In Frankrijk dringen de vakbonden aan op afschaffing van de geliberaliseerde energiemarkt en willen ze dat werknemers en gebruikers het nationale publieke energiebedrijf EDF in handen nemen. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk is bijna driekwart van de conservatieve kiezers voorstander van een dergelijke nationalisatie.

Nu zien we ook in ons land een brede coalitie ontstaan van vakbonden, milieubewegingen en burgers die precies hetzelfde willen doen. Ze willen de macht van de monopolies breken en van energie een publieke sector maken. Het idee wint in heel Europa aan populariteit: Power to the people. De macht om te beslissen over de toekomst van onze energie en het klimaat. Of je nu 's avonds genoeg hebt aan kaarsen of liever wat sfeerlichtjes aansteekt. Of je nu een maaltijd opwarmt in de microgolfoven of liever een uitgebreid diner bereidt op het gasfornuis. Of je je prettig voelt bij 19 of 20 graden... Het zijn geen beslissingen die in de directiekamers van Engie en TotalEnergies horen te worden genomen. Hun rijk heeft lang genoeg geduurd. Hun bankrekeningen zijn genoeg gevuld. Het is tijd dat ze betalen om het puin op te ruimen. Wat we daarna heropbouwen, beslissen we samen en zonder hen.

Het is niet meer dan rechtvaardig dat we de controle over onze elektriciteitscentrales en ons energienetwerk opnieuw in handen nemen. In de jaren ’70 en ’80 betaalden alle Belgen meer voor hun energie dan ze werkelijk kostte. Het doel was om de infrastructuur, met name de kerncentrales, versneld af te schrijven, om daarna te kunnen genieten van goedkopere energie.

Alleen werden deze afgeschreven installaties vervolgens aan Engie verkocht. Het zijn dus de aandeelhouders van Engie die profiteren van de goedkope energie die door alle Belgen werd gefinancierd. En de ministers in ons land moeten nu gaan bedelen bij de CEO van Engie om over de toekomst van onze energie te beslissen. Hetzelfde is aan het gebeuren met de windmolenparken of met de toekomstige infrastructuur voor de productie en opslag van waterstof. De overheid deelt massaal subsidies uit, waarvan alleen de private eigenaren zullen kunnen profiteren.


Steun het verzet van de boze mutsen

Terwijl voor steeds meer mensen ‘verwarmen’ ook ‘verarmen’ betekent, maakt Engie-Electrabel megawinsten. En de regeringen? Die rollen vechtend over elkaar.

Het is genoeg.


 

1 In België wordt ongeveer 50% van de elektriciteit geleverd door kerncentrales, 20% door gascentrales en ongeveer 17% door hernieuwbare energiebronnen (cijfers 2021).

2 De productiekost van elektriciteit geproduceerd door een gascentrale is bij benadering gelijk aan 2 keer de gasprijs (uitgaande van een efficiëntie van 50%) plus 40% van de CO2-kosten (gemiddelde uitstoot van 0,4 ton CO2/MWh). Uitgaande van een gasprijs van 70 euro/MWh en een CO2-prijs van 80 euro/ton CO2 leidt dit tot een productiekost van 172 euro/MWh voor elektriciteit.

3 Voor de grote multinationals daarentegen daalden de prijzen. Zij zijn de enigen die profiteerden van de liberalisering…