Hoe kan België een sleutelrol spelen voor de vrede, zoals het dat in het verleden heeft gedaan?

Betoging tegen de plaatsing van raketten in België, in 1983. (Foto Belga)

Meer dan een maand na het begin van de oorlog wachten we nog steeds op een groot diplomatiek initiatief vanwege de Europese Unie. De meest recente onderhandelingen vonden tot dusver plaats in Istanbul, met de Turkse president Erdogan als bemiddelaar. Vele andere landen, zoals Zuid-Afrika, India, Israël en China, boden hun diensten aan. Waarom zou België niet als voorbeeld kunnen fungeren in het streven naar vrede en veiligheid in Europa? Zou dat niet beter zijn dan een voortrekkersrol in de offensieve militaire alliantie die de Navo is? De recente geschiedenis laat ons zien dat België al eerder initiatieven nam om de veiligheid en de samenwerking in Europa te versterken.

Terug naar ‘5 cruciale vragen en antwoorden om opnieuw vrede te brengen in Oekraïne’

Europa en België kennen al precedenten van een beleid van militaire de-escalatie en ontspanning. Dit was met name het geval bij de Ostpolitik in de jaren zeventig.

In het Duits betekent Ostpolitik “politiek ten aanzien van het Oosten”. Waarover gaat het? De Koude Oorlog verdeelde destijds enerzijds de westerse wereld en anderzijds de Sovjet-Unie en de landen van Oost-Europa in twee kampen die tegenover elkaar stonden. Vanaf 1969 paste de West-Duitse regering onder leiding van de sociaaldemocraat Willy Brandt de beginselen toe van een toenaderingspolitiek op basis van een autonome diplomatie. Een beleid dat breekt met de gewoonte om zich door Washington op sleeptouw te laten nemen. Willy Brandt vatte het als volgt samen: “We zullen een trouwe bondgenoot zijn, maar geen volgzame regering.”

Het doel was de veiligheid van het Europese continent te garanderen, vorderingen te maken inzake de hereniging van Duitsland, dat toen in tweeën gedeeld was, en de West-Europese bedrijven maximaal te laten profiteren van de markten in het Oosten.

Deze Ostpolitik doorloopt verschillende fasen. Eerst die van “voorafgaande concessies”, d.w.z. het feit dat ingegaan werd op een reeks eisen van de Sovjet-Unie en van Oost-Duitsland (dat zich dan op het socialisme beroept) wat tot dusver werd geweigerd. West-Duitsland ondertekent het Non-Proliferatieverdrag en verbindt er zich zo meteen toe geen kernwapens te herbergen. Het komt daarmee tegemoet aan de Sovjet-eisen inzake nucleaire ontwapening aan zijn grenzen. Oost- en West-Duitsland worden allebei lid van de VN in 1973.

Al deze uitgestoken handen moeten de tweede fase van de Ostpolitik begeleiden, die een toenadering tot Moskou beoogt inzake veiligheid. Deze combinatie van ontwapeningsmaatregelen en besprekingen tussen lidstaten van de Navo1en het Warschaupact2moest volgens de voorstanders van de Ostpolitik leiden tot de afschaffing van deze twee entiteiten ten gunste van een Europees veiligheidssysteem, zonder Noord-Amerika.

De Harmeldoctrine, de Belgische variant van de “Ostpolitik”

In België bestaat ook een Belgische versie van de Ostpolitik. Pierre Galand, voormalig PS-senator en een van de leidende figuren van de Belgische vredesbeweging in de jaren tachtig, sprak op 26 februari jl. tijdens een betoging in Brussel over de Harmeldoctrine. Die zou, volgens hem, het bewijs leveren dat ons land “in staat is een doctrine te hebben van ontwapening, een doctrine van kernontwapening, een doctrine van samenwerking in Europa, met alle volkeren van Europa”. Maar wat houdt die precies in?

In de jaren zeventig verspreidde de logica van de detente zich over geheel Europa. Dat was ook het geval in België, waar Pierre Harmel, minister van Buitenlandse Zaken voor de Franstalige christendemocratische PSC (die later de cdH/les Engagés zou worden), deze Belgische versie van Ostpolitik ontwikkelde. “Wij hebben de stellige overtuiging dat het streven naar ontspanning en vrede belangrijker is dan de defensie-inspanning”, aldus Harmel. Hij zal het uitbouwen van bilaterale betrekkingen tussen de Europese landen aanmoedigen, in plaats van overeenkomsten die namens de Europeanen door de Verenigde Staten worden gesloten. Harmel zal de eerste westerse leider zijn die een officiële reis naar Moskou maakt.

Met Harmel wordt België een belangrijke diplomatieke speler om de spanningen te verminderen en bruggen naar het Oosten te slaan. Belangrijker nog: deze houding vergemakkelijkt de grote vooruitgang op het gebied van ontwapening en veiligheid, met de instelling van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, waar de Sovjet-Unie vragende partij was, en de onderhandelingen over een wederzijdse en evenwichtige vermindering van de strijdkrachten, waarop het Westen had aangedrongen. De klap op de vuurpijl van de Belgische Ostpolitik: de erkenning door België van de DDR (Oost-Duitsland) in december 1972.

Helaas maakte eind jaren 1970 de terugkeer van de oorlogszuchtigen in de Europese regeringen en de Verenigde Staten, die hun greep op de Europese economie en -betrekkingen en in de wereld wilden versterken, een einde aan de logica van Ostpolitik en van de ontspanning, wat een heropleving van de wapenwedloop veroorzaakte.

De rakettencrisis en de druk van de vredesbeweging

Harmels vertrek als minister van Buitenlandse Zaken in 1971 was het startsein van een – in de woorden van VUB-specialist internationale betrekkingen Rik Coolsaet – periode van “grijze en uitgebluste” Belgische diplomatie. De Belgische diplomatie verloor haar vermogen om te innoveren.

Toen in de tweede helft van de jaren zeventig de spanningen tussen Oost en West weer toenamen, met name over de plaatsing van kruisraketten in Europa (de zogenaamde rakettencrisis), nam de vredesbeweging de fakkel over om een ontspanningslogica op te leggen. Onder haar druk reageerde de Navo in 1979 in twee stappen: ze kondigde de toekomstige ontplooiing van kernwapens van de Verenigde Staten op Europese bodem aan , maar ging tegelijk de dialoog met het Oosten aan. Dat wordt het “Navo-dubbelbesluit” genoemd.

De vredesbeweging zou een massale mobilisatie op gang brengen tegen de logica van militaire escalatie. In december 1979, als de Navo op het punt staat een besluit te nemen over de plaatsing van de VS-raketten, komen 40.000 mensen bijeen in Brussel. De regering staat alleen. De socialistische minister Henri Simonet, voorstander van de plaatsing van de raketten, krijgt zelfs tot in eigen rangen openlijk tegenwind: een algemene raad van de PS stemt met 95% tegen de plaatsing van VS-raketten. In deze context aanvaardt de Belgische regering het dubbelbesluit, echter op voorwaarde dat het gedeelte over de plaatsing van de raketten wordt opgeschort door een zogenaamd moratorium. Onder druk van de bevolking zal het moratorium, dat zes maanden lang van kracht zou zijn, telkens verlengd worden, waardoor men zich kan concentreren op het diplomatieke deel van het dubbelbesluit.

De daaropvolgende jaren komen almaar meer mensen op straat. In oktober en november 1981 betogen 400.000 mensen in Amsterdam, 300.000 in Bonn, 200.000 in Londen, 200.000 in Brussel en 100.000 in Rome. In 1983 zakken tot 400.000 mensen af naar Brussel, voor de grootste betoging ooit in België. Toch beslissen de VS om dat jaar de onderhandelingen met Moskou te stoppen en met de plaatsing van hun raketten te beginnen.

Tussen 1979 en 1981 zal het oorspronkelijke standpunt van België, met dit moratorium op de plaatsing van VS-kruisraketten op zijn grondgebied, ons land een bevoorrechte positie geven bij de ontwapeningsonderhandelingen. Belgische diplomaten in Moskou worden gezien als bevoorrechte gesprekspartners.

Helaas zullen politieke crisissen voor woelige tijden in België zorgen, met drie verschillende regeringen in 1980 en nog eens drie in 1981. Dit zal de mogelijkheden van België om deze rol aan te houden inperken

Deze episode zal echter het bewijs leveren dat de Belgische openheid voor dialoog in plaats van escalatie, onder druk van de vredesbeweging, België in staat heeft gesteld gedurende enkele jaren een belangrijke rol te spelen bij de opbouw van de vrede.

België moet deze onafhankelijke weg van de diplomatie opnieuw bewandelen en mag niet meegaan in de VS-eisen voor militarisering en confrontatie.

Terug naar ‘5 cruciale vragen en antwoorden om opnieuw vrede te brengen in Oekraïne’

---------------

1 Militair bondgenootschap van West-Europese landen en de VS, opgericht in 1949

2 Militair bondgenootschap van socialistische landen, opgericht nadat het verzoek van de USSR om toe te treden tot de Navo in mei 1955 werd afgewezen