Vijf hoekstenen voor een rechtvaardig pensioen

De PVDA komt op voor een rechtvaardig pensioensysteem, met recht op rust en vrijheid in de herfst van ons leven, en een menswaardig inkomen.

Ons rechtvaardig pensioenplan steunt op vijf hoekstenen:

  1. Op 67 jaar is elk beroep te zwaar. We brengen de wettelijke pensioenleeftijd terug naar 65 jaar.

  2. We maken het vervroegd pensioen weer mogelijk vanaf 60 jaar, na een loopbaan van 35 jaar.

  3. We zetten in op landingsbanen vanaf 55 jaar, zodat werken voor oudere werknemers werkbaar blijft.

  4. Voor wie vroeg begon te werken in een zwaar beroep behouden we het recht op volwaardig brugpensioen vanaf 58 jaar. Volwaardig betekent zonder verplichting om zich beschikbaar te houden op de arbeidsmarkt.

  5. We trekken het wettelijk pensioen op naar 75 procent van het gemiddeld loon of beroepsinkomen en het minimumpensioen naar 1.500 euro netto na 40 gewerkte jaren. We voeren ook een maximumpensioen in, dat gelijk is aan twee keer het minimumbedrag. Ministers, parlementairen, diplomaten, directeuren-generaal van grote overheidsdiensten moeten inbinden.

Het pensioenplan van de PVDA komt tegemoet aan de noden en mogelijkheden van de werkende klasse. Uit enquêtes blijkt dat de Belgen niet langer kunnen werken. 84 procent vindt werken tot 65 jaar te zwaar. De Belg wil gemiddeld stoppen op 61,7 jaar.

Neen, we leven niet allemaal langer

De levensverwachting stijgt sinds 1840. In vergelijking met vroeger, toen de kindersterfte zeer hoog was, zijn er vandaag meer mensen die een volledig leven leiden. Een betere hygiëne, voeding, gezondheidszorg dragen bij tot een langere levensverwachting.

Maar de mens als soort is op die kleine 200 jaar tijd niet fundamenteel veranderd. De meeste mensen zijn nog steeds vermoeid en opgewerkt na 40 jaar van intensieve arbeid. Het is geen toeval dat de pensioenleeftijd van oudsher tussen 60 en 65 jaar ligt. Op die leeftijd hebben de meeste mensen niet meer de kracht meer om mee te draaien op het ritme van hun collega’s. 40% van de 60-jarigen heeft gezondheidsproblemen. 10% is dan al overleden, ook vandaag nog.

De levensverwachting blijft bovendien zeer ongelijk. Onderzoek wijst uit: een minister, een eurocommissaris, een bankier of een kaderlid leeft gemiddeld acht jaar langer dan een bouwvakker, een poetsvrouw, een interimarbeider of een verpleegkundige, kortom werknemers die zwaar werk verrichten. Voor de levensverwachting in goede gezondheid loopt dat verschil zelfs op tot achttien jaar!

Vroeger werden de verschillen inzake levensverwachting kleiner, vandaag groeien ze opnieuw aan, omdat de levensverwachting bovenaan de sociale ladder stijgt terwijl ze onderaan daalt. Wie een zwaar beroep heeft, is sneller versleten en opgewerkt. Maar werkgevers en rechtse partijvoorzitters willen dat niet zien. Volgens hen “zijn er eigenlijk geen zware beroepen meer, alleen zwakke lichamen”.

Stop het kiezersbedrog

Bij de verkiezingen in 2014 beloofden alle partijen uitdrukkelijk dat ze de pensioenleeftijd zouden handhaven op 65 jaar. “Er komt geen verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd”, stond in alle partijprogramma’s te lezen. Kiezersbedrog, zo bleek achteraf.

Bij de verkiezingen in 2019 beloofden de socialisten uitdrukkelijk dat ze enkel in een federale regering zouden stappen als de pensioenleeftijd weer zou worden verlaagd naar 65 jaar. Het vervolg kennen we: de pensioenleeftijd stijgt nog altijd verder naar 67 jaar én de uitzonderingen voor zware beroepen zijn bovendien uit het regeerakkoord verdwenen.

Het kiezersbedrog blijft bestaan, ook vandaag nog. “Aan de symbolische leeftijd van 67 jaar wordt inderdaad niet geraakt”, zegt PS-voorzitter Paul Magnette. “Maar belangrijker is dat de werkelijke pensioenleeftijd niet verandert.” Dat is opnieuw een leugen. Alle mogelijkheden om vervroegd met pensioen te gaan worden afgebouwd:

  • Het vervroegd pensioen werd opgetrokken naar 63 jaar. Maar wie geen 42 jaar gewerkt heeft, mag niet stoppen op 63 jaar. Een drama voor vrouwen, waarvan de meesten niet aan 42 gewerkte jaren raken, omdat vrouwen nog altijd meer zorg-, opvoedings- en huishoudtaken op zich nemen.
  • De regering verplicht de bruggepensioneerden (SWT’ers) om beschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt. Word je ontslagen met brugpensioen (SWT), dan kan je enkele weken later opnieuw opgeroepen worden om te gaan werken voor een lager loon op 60 kilometer van huis.
  • Wie een zwaar beroep uitoefent, is helemaal de sigaar. De regering-Michel beloofde in haar regeerakkoord een speciale regeling voor de zware beroepen, maar die kwam er niet. De regering-De Croo heeft deze uitzondering voor de zware beroepen zelfs volledig geschrapt uit haar regeerakkoord.

De “werkelijke pensioenleeftijd” waarvan Paul Magnette spreekt, verandert dus wel degelijk. Steeds meer mensen zullen moeten doorwerken tot de leeftijd van 65 jaar, die op 1 januari 2025 opschuift naar 66 jaar en op 1 januari 2030 naar 67 jaar.

De langer-werken-brigade radicaliseert

Als het van de Europese Commissie afhangt, dan is 67 jaar bovendien geen eindpunt. In haar nieuwe Groenboek over de pensioenen schuift de Europese Commissie de pensioenleeftijd van 70 jaar naar voren voor ons land.

Voor Litouwen schuift de Commissie een pensioenleeftijd van 72 jaar naar voren. Dat is hoger dan de levensverwachting voor mannen in het Baltische land! Voor Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Griekenland, Spanje en Italië schuift de Commissie een pensioenleeftijd van 71 jaar naar voren.

De langer-werken-brigade radicaliseert. Ofwel raken we ons recht op rust en vrijheid aan het einde van ons leven volledig kwijt: van het werk rechtstreeks in de zerk. Ofwel veroveren we het recht terug. Het is het een of het ander. De stilstand bestaat niet.

De pensioenstrijd loont

De PVDA verzet zich tegen de afbraak van de pensioenen. Iedereen heeft recht op rust en vrijheid in de herfst van zijn leven. Dat is geen “privilege”, maar een mensenrecht. Wie minder lang leeft of minder lang in goede gezondheid verkeert, heeft recht om vroeger met pensioen te gaan.

De Europese Commissie én de verschillende Belgische regeringen willen dat recht stapje voor stapje inperken en afbreken. Ze schaffen het brugpensioen (SWT) af, ze bouwen het recht op vervroegd pensioen af, ze weigeren de zware beroepen te erkennen als zwaar.

  • De eerste grote stap werd gezet in 2005, met het Generatiepact van de ministers Bruno Tobback en Frank Vandenbroucke.
  • Vervolgens zette de regering-Di Rupo in 2012 het mes in het vervroegd pensioen en de gelijkgestelde periodes.
  • De regering-Michel heeft vanaf 2014 de wettelijke pensioenleeftijd verhoogd, het vervroegd pensioen verder afgebroken en de brugpensioenen in haar kern geraakt door de beschikbaarheid in te voeren.
  • De regering-De Croo heeft de leeftijd van het brugpensioen voor zware beroepen, lange loopbanen en bedrijven in herstructurering verder opgetrokken naar 60 jaar en de beloofde uitzonderingen voor zware beroepen ingetrokken.

Maar er is gelukkig ook hoop. In tal van landen is er verzet tegen de afbraak van het pensioen. En dat verzet loont steeds meer.

“We hebben niets opgelost door de pensioenleeftijd op te trekken naar 67 jaar. We hebben geen werkbaar werk geschapen voor ouderen, geen extra jobs gecreëerd voor jongeren en mensen niet gezonder gemaakt. Het was op de keper beschouwd een simplistische maatregel die heel veel mensen in de miserie heeft gestort.”

(Bron: Bloomberg News, 16 maart 2016)

Tot die conclusie kwam de Canadese premier Justin Trudeau, een volbloed liberaal. Ook Canada had de pensioenleeftijd verhoogd naar 67 jaar. De regering van Trudeau heeft ze, onder zware druk van heel de samenleving, opnieuw naar 65 jaar gebracht.

Hetzelfde gebeurde in Polen en in Kroatië, door druk van onderuit. In Kroatië verzamelden de vakbonden op twee weken tijd maar liefst 750.000 handtekeningen voor een petitie tegen het werken tot 67 jaar. In een land met een goeie 4 miljoen inwoners is dat een huzarenstukje. De regering schrapte de wet die de pensioenleeftijd optrok naar 67 jaar.

In Frankrijk ligt de wettelijke pensioenleeftijd nog steeds op 62 jaar, ondanks tal van pogingen van rechtse regeringen om die leeftijd te verhogen. In Oostenrijk op 60 jaar voor vrouwen en 65 jaar voor mannen. Een meerderheid van de landen in Europa heeft de pensioenleeftijd niet verhoogd naar 67 jaar. Waarom zouden we dat hier dan doen? Op 67 jaar is elk beroep te zwaar.