Een volkse, toegankelijke en diverse cultuur

We willen dat kunst en cultuur toegankelijk zijn voor iedereen. We willen ook dat deelname aan artistieke activiteiten en educatie gestimuleerd en vergemakkelijkt wordt om diversiteit en rijkdom in het culturele leven te garanderen. Cultuur is een ruimte die mensen samenbrengt, die ons vragen stelt, die ons laat nadenken over de maatschappij waarin we leven. Cultuur helpt ons onszelf te begrijpen en te emanciperen. Investeren in cultuur betekent mensen waarderen. Investeren in mensen is essentieel.

Cultuur kan ons begrip van de wereld, de samenleving en onszelf verbreden en verdiepen. Het kan ons helpen om ons te verwonderen, om tegen de stroom in te durven gaan en om buiten het enge kader te denken dat ons door de economische elite is opgelegd. Kunst en cultuur spelen een fundamentele rol in de ontwikkeling naar een meer inclusieve, eerlijkere, meer solidaire en menselijke samenleving. Onze visie staat haaks op het huidige beleid van commercialisering die ervoor zorgt dat mensen die het niet kunnen betalen geen toegang krijgen tot cultuur. Commercialisering verstikt ook de opkomst van nieuwe kunstvormen.

Tijdens de coronacrisis maakten de regeringen een onderscheid tussen zogenaamde ‘essentiële’ sectoren en ‘niet-essentiële’ sectoren. Cultuur was de sector die altijd als eerste moest sluiten en als laatste werd heropend, terwijl andere Europese landen proefprojecten opstartten en theaters, bioscopen en tentoonstellingszalen heropenden met specifieke gezondheidsmaatregelen.

Cultuur werd duidelijk niet als essentieel beschouwd door ministers. De cultuursector werd onderworpen aan beslissingen zonder dat daar de nodige ondersteunende maatregelen tegenover stonden. De kunstenaars en technici werden aan hun lot overgelaten, maar ze legden zich daar niet bij neer. De sector werd gemobiliseerd en er werden talrijke acties georganiseerd (StillStanding, No Culture No Future, enz.). PVDA-parlementslid Nadia Moscufo stond zij aan zij met hen op straat, maar ook in het parlement, waar we erin slaagden om op het hoogtepunt van de crisis een ontwerpresolutie aangenomen te krijgen waarin werd opgeroepen tot noodmaatregelen om de culturele sector te steunen. De mobilisatie van de sector was doorslaggevend bij het verkrijgen van maatregelen zoals het verlengen van tijdelijke werkloosheid of het vergemakkelijken van de toegang tot een statuut.

In het zuiden van het land vocht PVDA-parlementslid Amandine Pavet samen met culturele werkers voor directe steun, zoals dat in andere regio's was ingevoerd. Het Waalse parlement en het parlement van de Franse Gemeenschap bleven een jaar lang potdoof voor die oproep, tot de druk vruchten afwierp en er ook in Wallonië eindelijk directe hulp kwam. De versnippering van bevoegdheden tussen de verschillende bestuursniveaus is ook inefficiënt gebleken en is een bron van ongelijkheid tussen de inwoners van Brussel, Wallonië en Vlaanderen.

In plaats van meteen voor directe steun te zorgen, heeft de minister van Cultuur van de Franse Gemeenschap, Bénédicte Linard (Ecolo), projectoproepen gelanceerd. Met andere woorden, er werden wedstrijden uitgeschreven, met winnaars en verliezers. Bij de eerste golf oproepen voor projecten van Future for Culture waren er 238 winnaars en meer dan 750 verliezers. Meer dan driekwart van de projecten werden niet geselecteerd. Meer dan 750 dossiers werden dus voor niets geschreven. De mensen achter deze 750 dossiers werden niet alleen niet geholpen, maar moesten ook nog eens gratis werken om hun dossier in te dienen.

Naast de verschillende gevechten om ervoor te zorgen dat de culturele sector voldoende steun kreeg tijdens de coronacrisis hebben we herhaaldelijk opgeroepen om de culturele sector in veilige omstandigheden te heropenen, zowel op straat als in de parlementen. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de meeste werkplekken een veel groter risico liepen dan culturele zalen. Toch hebben de partijen die aan de macht zijn besloten om bioscopen en theaters te sluiten in plaats van fabrieken.

Het verzet van de sector weerspiegelde een diepe malaise die werd veroorzaakt door een bezuinigingsbeleid dat al jaren ravages aanricht. De werkomstandigheden in de culturele sector zijn onwaardig: een doolhof om je weg te vinden als nieuwe kunstenaar, om toegang te krijgen tot sociale rechten en, na een hervorming van het zogenaamde statuut van kunstenaar, een hindernissenbaan om het statuut te behouden dat toegang zou moeten geven tot sociale zekerheid. De sector wordt ook geplaagd door een enorme flexibiliteit, precaire contracten en lage inkomens.

Voor ons is iemand die in de culturele sector werkt een werknemer zoals iedereen. Daarom strijden we voor eerlijke arbeidsomstandigheden en lonen voor alle culturele werkers.

In Vlaanderen dook een ander probleem op toen er een rechtse regering werd geïnstalleerd. In 2019 is de N-VA een besparingscampagne gestart tegen de culturele sector, die als te onafhankelijk en te kritisch wordt gezien. Naast het einde van de indexering en een algemene besparing van 6 procent op de exploitatiesubsidies, had minister-president en minister van Cultuur Jan Jambon besloten om de projectsubsidies met meer dan 60 procent te verlagen. Deze maatregelen waren een ramp voor de culturele diversiteit en de opkomst van jonge talenten. Maar het was vooral een poging om een sector te intimideren die niet gebruikt wil worden als instrument in een nationalistisch verdeelbeleid.

Op korte tijd organiseerde de sector meerdere acties voor het Vlaams Parlement. De beweging verspreidde zich als een lopend vuur door heel Vlaanderen. Duizenden cultuurwerkers, studenten, toeschouwers en Franstalige collega's kwamen samen om de aanvallen van de Vlaamse regering af te slaan... met succes. Sommige bezuinigingen werden in 2020 ingetrokken. Deze beweging heeft ook de eenheid gestimuleerd en het vertrouwen gevoed dat strijd loont.

Dat is ook waar cultuur om draait: kritisch zijn. Durf je te verzetten tegen een beleid dat aanstuurt op besparingen en dat cultuur wil gebruiken om een nationalistisch beleid te propageren en de werkende klasse te verdelen. Cultuur speelt een fundamentele rol in de ontwikkeling naar een meer inclusieve, eerlijke, solidaire en menselijke samenleving. Daarom strijden we om toegang, deelname en bijdrage aan cultuur voor iedereen te garanderen.

Wat wij willen

Een. Voor een rijke populaire cultuur

  • We introduceren een jongerencultuurpas, zodat elke jongere tussen 15 en 24 jaar 100 euro per jaar krijgt om toegang te krijgen tot culturele activiteiten.
  • We investeren in culturele centra en openbare bibliotheken als plaatsen voor ontspanning, spel, informatie, debat, uitwisseling en leren. Elke gemeente heeft minstens één actief cultureel centrum en een kwaliteitsbibliotheek nodig.
  • We vergroten de diversiteit van ons culturele aanbod, met name door het quotabeleid in de programmering te versterken. Dit zal de vertegenwoordiging van jongeren, vrouwen en mensen met verschillende achtergronden verbeteren, evenals de uitwisselingen tussen culturen.
  • We investeren in de nodige structuur om culturele locaties rolstoeltoegankelijk te maken. We investeren in een aanbod voor mensen met een beperking.
  • We breiden de gratis toegang tot musea uit naar andere culturele locaties. We verlagen geleidelijk de prijzen in bioscopen, theaters en concertzalen door de subsidies te verhogen.

We maken ruimte voor alle smaken en genres, voor een divers artistiek leven dat alle lagen van de samenleving in staat stelt om een rijke cultuur te beleven. Ons doel is om kunst in al zijn vormen te promoten: populaire kunst, straatkunst, jeugdkunst, klassieke kunst, hedendaagse kunst en amateurkunst.

Voor veel mensen is de toegang tot culturele locaties en activiteiten ingewikkeld: vooral voor jongeren, die zich in een periode van hun leven bevinden waarin muziek, fotografie en andere kunstvormen nochtans een belangrijke rol spelen. Cultuur stelt hen in staat om elkaar te ontmoeten en andere leefwerelden te leren kennen. Om de toegang tot cultuur voor iedereen te verbreden, is een reeks maatregelen nodig.

We introduceren een Cultuurpas voor jongeren, zodat elke jongere tussen 15 en 24 jaar 100 euro per jaar krijgt om van culturele activiteiten te genieten. Voorbeelden uit Frankrijk, Spanje en Duitsland laten het onmiddellijke succes zien van zo’n pas die jongeren de kans geeft om culturele ontdekkingen te doen. Het is ook een indirecte steun aan de culturele sector, die worstelt om te herstellen van opeenvolgende crisissen.

We investeren in culturele centra en openbare bibliotheken. Elke gemeente verdient minstens één cultureel centrum met een breed aanbod aan voorstellingen, workshops, cursussen, tentoonstellingen en debatten om een divers publiek (kinderen, jongeren, ouderen) dicht bij huis toegang te geven tot, te laten genieten van en te laten deelnemen aan cultuur.

Elke gemeente heeft ook recht op een moderne bibliotheek. Met andere woorden, een plek waar je boeken, muziek en games kan lenen. Een bibliotheek is een bron van informatie, uitwisseling en leren.

Omdat we de toegang tot cultuur willen behouden en zelfs verbeteren, hebben we samen met het personeel en de gebruikers het behoud van PointCulture - een netwerk van mediatheken en cultuurhuizen - verdedigd. Authentiek links parlementslid Amandine Pavet nam deel aan de acties die ze organiseerden en ondervroeg meerdere keren minister van Cultuur Bénédicte Linard (Ecolo). Ze verdedigde ook een ontwerpresolutie om de werknemers en collecties van PointCulture te verdedigen. Dit voorstel werd door geen van de meerderheidspartijen (PS-MR-Ecolo) gesteund. Minister Linard van haar kant heeft besloten een einde te maken aan het PointCulture-netwerk.

We richten ons op culturele buurtinitiatieven, die mensen in staat stellen elkaar te ontdekken en te verrijken door gebruik te maken van het leven in hun buurt. We diversifiëren de programmering van onze culturele centra om alle lagen en segmenten van de bevolking te bereiken. We werven programmatoren en medewerkers met verschillende achtergronden aan, zodat we een breder scala aan culturele opties kunnen bieden waar iedereen zich in kan vinden. We moedigen uitwisselingen aan tussen de verschillende taalgroepen in het land.

We willen ook de diversiteit in het culturele aanbod vergroten door het quotabeleid in de programmatie te versterken. Dit zal de vertegenwoordiging van jongeren, vrouwen en mensen van kleur en met verschillende achtergronden verbeteren. In de Franse Gemeenschap werd bijvoorbeeld een voorstel ingediend om uitzendquota in te voeren voor minder bekende en vrouwelijke artiesten op publieke en private radiostations.

Mensen met een beperking hebben het recht om festivals te bezoeken, naar tentoonstellingen te gaan, een film of een theatervoorstelling mee te pikken. Toch staan er tussen de zetel thuis en de zetel in de schouwburg veel obstakels. We investeren in de toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking en voorzien informatie op maat. We ondersteunen ook het gebruik van audiodescriptie en gebarentaal in het culturele aanbod om in te spelen op de noden van slechtziende en dove mensen.

We vechten voor betaalbare toegang in musea en tentoonstellingen. Toen het Louvre in Parijs begon te experimenteren met één zondag per maand gratis toegang, steeg het aantal bezoeken met 60 procent. Het publiek op die zondagen is jonger en bestaat vaker uit arbeiders en gezinnen met kinderen. Een aantal musea in België openen ook één of meerdere dagen per maand hun deuren zonder toegangsprijs. We willen de gratis toegang op zondag uitbreiden naar alle musea en geleidelijk aan naar de andere dagen van de week. Op deze manier wordt de toegang tot kunst en cultuur uitgebreid naar alle lagen van de samenleving.

De afgelopen jaren hebben festivalgangers diep in de buidel moeten tasten. In België hebben Rock Werchter, Les Ardentes, Tomorrowland en andere festivals hun prijzen sterk verhoogd. Vier dagen op Rock Werchter kosten bijvoorbeeld 292 euro, terwijl de prijs vorig jaar, in 2022, al was gestegen van 243 naar 266 euro. Vergelijkbare trends zijn te zien in bioscopen, theaters en concertzalen. Van de festivals die verhogingen aankondigen, ontvangen sommige, zoals Les Ardentes, honderdduizenden euro's aan publieke financiering. Voor ons moeten subsidies hand in hand gaan met aandacht voor betaalbaarheid. We verlagen geleidelijk de prijzen in bioscopen, theaters en concertzalen en passen de subsidies aan om dit mogelijk te maken zonder dat dit ten koste gaat van de arbeidsvoorwaarden of de kwaliteit.

Als de overheid culturele initiatieven in de armen van de markt duwt, leidt dat tot een gestandaardiseerde cultuur. 80 procent van alle muziek ter wereld wordt gedistribueerd door slechts vier bedrijven. Dus eindigen we met een saai cultureel landschap waar de monopolies de dienst uitmaken. Het Unesco-verdrag over de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen is een antwoord op deze trend. De Conventie moedigt landen aan om een cultureel beleid en maatregelen te ontwikkelen dat de macht van deze monopolies ondermijnt. Hoewel België het Verdrag heeft geratificeerd, is er nog niet veel gebeurd. Er is geen tekort aan uitvluchten: overheidsgeld investeren in cultuur "zou de vrije handel en concurrentie verstoren". Maar in werkelijkheid is de publieke sector slachtoffer van een bezuinigingsbeleid. Zowel in het zuiden als in het noorden van het land moeten de nationale openbare zenders steeds meer doen met steeds minder middelen. Er wordt onvoldoende geïnvesteerd in cultuur. De besparingen hebben de middelen voor de kunsten doen dalen. De sluiting van culturele plekken in Wallonië, het ontslag van de stadsdichters in Antwerpen, de vermindering van de structurele financiering met 6 procent in Vlaanderen… Er is dringend nood aan een beleid dat de culturele pluraliteit en diversiteit verdedigt, en dat betekent investeren.

Twee. Iedereen in staat stellen een bijdrage te leveren aan het culturele leven

  • We zorgen ervoor dat iedereen meer tijd heeft om deel te nemen aan en bij te dragen tot het culturele leven door een collectieve arbeidstijdverkorting.
  • We geven scholen de menselijke en financiële middelen om een veel grotere plaats in te ruimen voor artistieke vorming, van jongs af aan. Verenigingen die jonge (en minder jonge) mensen in staat stellen een kunstvorm te beoefenen, krijgen ook meer steun.
  • We verlagen de kosten voor toegang tot opleidingen aan kunstacademies en scholen en stellen de academies open voor nieuwe vormen van kunst en cultuur.
  • We zetten een netwerk op van buurtcultuurcoördinatoren voor het identificeren van lokale culturele behoeften en aspiraties en het uitwerken van initiatieven om hieraan tegemoet te komen. Met speciale aandacht voor straatkunst.
  • We bevrijden de digitale creativiteit, die momenteel de gevangene is van GAFAM (Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft), met een publiek fonds voor YouTubers, TikTokkers en degenen die zich uiten op andere sociale netwerken om nieuwe makers aan te moedigen, zoals in Frankrijk gebeurt met het Centre national du cinéma.

Kunst is niet alleen voor mensen met buitengewone talenten, het is een activiteit waar iedere mens toegang toe zou moeten hebben en die ieder mens nodig heeft: als publiek, maar ook als maker. Cultuur moet niet worden opgesloten in een ivoren toren. We willen kunst in al haar vormen promoten: klassieke artistieke praktijken, maar ook amateurkunst, populaire cultuur, jeugdcultuur of straatkunst.

We willen dat iedereen de kans krijgt om deel te nemen aan het culturele leven. Om alle werknemers de tijd te geven een kunstvorm te beoefenen, voeren we een collectieve arbeidstijdverkorting in zonder loonverlies en met compenserende aanwerving.

Tijd is essentieel, maar niet genoeg. We moeten ook iedereen de middelen geven om artistieke werken te creëren. Scholen spelen hierbij een fundamentele rol. We willen cultuur een prominentere plaats geven in het onderwijs en bieden introductiecursussen aan in verschillende kunstvormen gedurende de hele schoolloopbaan, te beginnen op kleuterschoolniveau. Cultuur op school is meer dan een excursie. Het zou een integraal onderdeel van het schoolcurriculum moeten zijn. In Nederland zijn er cultuurcoördinatoren op basisscholen. Een bepaald aantal uren wordt specifiek gereserveerd voor kunst en cultuur. Ze zorgen ervoor dat scholen, culturele instellingen, kunstenaars en de lokale overheid samenwerken om te garanderen dat elke leerling het recht heeft om ervaringen op te doen en te leren door middel van artistieke activiteiten.

In het secundair onderwijs doen we een beroep op kunstenaars en culturele actoren. We verwelkomen alle artistieke disciplines en besteden bijzondere aandacht aan culturele uitingen die jongeren aanspreken, zoals DJ-mixen, videoclips, fotografie, webdesign, urban dance, slam en graffiti. We geven scholen voldoende personeel en financiële middelen om dit te realiseren.

We geven ook meer steun aan verenigingen die jongeren (en minder jongeren) in staat stellen een kunstvorm te beoefenen. Met dit in gedachten pleitte Amandine Pavet, PVDA-parlementslid voor de Franstalige Gemeenschap, voor de oprichting van een Réseau Urbain d'Expression (RUE) in 2023, gebaseerd op het model dat bestaat in Rennes. Dit programma biedt burgers de mogelijkheid om muren te gebruiken voor artistieke fresco's, biedt lokale partners (verenigingen, culturele centra, jeugdcentra, jeugdbewegingen, scholen, enz.) het kader en de middelen om stedelijke kunstinitiatieven te ontwikkelen en zorgt voor het creëren en onderhouden van een onlineplatform met een overzicht van alle muren met vrije expressie, stedelijke kunstactiviteiten, stedelijke kunstenaars en routes.

De rijkdom van cultuur ligt in haar diversiteit en het feit dat ze zichzelf telkens opnieuw heruitvindt. We stellen de academies open voor niet-klassieke vormen van kunst en cultuur: hiphop, elektronische muziek, slam, rap, graffiti, urban dance, beeldende kunst, fotografie of wereldmuziek. We geven alle ruimte aan vernieuwende initiatieven van leerkrachten en leerlingen.

We pakken ook de financiële obstakels aan die het leren van artistieke praktijken in de weg staan. Academiecursussen zijn nu gratis voor een deel van de bevolking. We breiden deze gratis service geleidelijk uit naar iedereen. Voor kunstscholen, zoals voor alle instellingen voor hoger onderwijs, verlagen we geleidelijk het inschrijvingsgeld tot we uiteindelijk gratis onderwijs bereiken. Leren drummen of kortfilms maken vereist apparatuur die onbetaalbaar kan zijn. Daarom geven we kunstacademies en scholen de middelen om bruikbare apparatuur uit te lenen aan hun leerlingen en studenten.

Geïnspireerd door het Nederlandse model van Cultuurregisseurs zetten we in elke buurt een netwerk van cultuurcoördinatoren op. Deze coördinatoren moedigen bewoners en kunstenaars aan om hun grote en kleine ideeën op cultureel gebied te uiten en te realiseren. Culturele coördinatoren koppelen de culturele aspiraties van de plaatselijke bewoners aan bestaande structuren. Ze helpen deze dromen te verwezenlijken, bijvoorbeeld door repetitieruimte of de benodigde apparatuur te vinden.

In Frankrijk heeft de CNC (Conseil national du cinéma et de l'image animée) sinds 2017 een fonds voor YouTubers. Het is een plek waar je financiering kan krijgen om video's te maken die innovatief, uniek, ambitieus en creatief zijn. Van korte video's tot lange documentaires, alles is mogelijk, zolang ze maar gratis beschikbaar worden gesteld aan het publiek en volledig vrij zijn van reclame. Makers kunnen experimenteren met nieuwe formaten in plaats van alleen maar te doen wat de private labels willen zien. Ze kunnen ook onderwerpen aanpakken die te ‘gevoelig’ zijn voor het imago van de merken die YouTubers of TikTokkers sponsoren.

Er is genoeg creativiteit, maar te weinig middelen. Daarom plannen we, net als in Frankrijk, een fonds om creatieve mensen de kans te geven onafhankelijke en originele projecten te ontwikkelen voor bestaande sociale mediaplatforms. Zodat ze projecten kunnen ontwikkelen die dingen in beweging brengen. We willen directe democratie toepassen op de verdeling van middelen. Tegenwoordig zijn het de grote multinationals die beslissen welke projecten een kans krijgen op sociale media. Laten we de switch maken en deze macht aan de mensen geven. Elk jaar organiseren we een grote raadpleging over wat het publiek op de platforms wil zien, welke content er volgens hen ontbreekt en welke makers ze een handje willen helpen. De resultaten van deze raadpleging zullen de rode draad vormen voor de slectie van toekomstige projecten. De jury die de financiering verdeelt, moet een afspiegeling zijn van de samenleving. Met de aanwezigheid van het brede maatschappelijk middenveld, mensen uit de arbeidersklasse, studenten en jongeren.

Drie. Voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden

  • We zien toe op de naleving van arbeidstarieven en contracten en geven culturele actoren de middelen om dat te doen. Geen waardige statuut zonder waardig werk.
  • We creëren een openbaar sociaal bureau (gebaseerd op het Smart-model) voor cultuurwerkers die werken met korte contracten. Dit sociale kantoor zorgt voor arbeidscontracten, betalingen en juridische opvolging zonder bijkomende kosten.
  • We herzien het kunstwerkattest in overleg met iedereen die betrokken is bij cultuur. Dit statuut moet gebaseerd zijn op duidelijke, objectieve regels die werknemers perspectieven bieden. Het moet rekening houden met de diversiteit van de sector en de specifieke situatie van vrouwen. Het moet de kwaliteit van de werkgelegenheid verbeteren en socialezekerheidsrechten bieden.
  • We zijn bezig met het opzetten van een nationale kunstbalie om informatie te verstrekken en kunstwerkers te helpen met hun administratieve en professionele procedures.
  • We promoten betaald artistiek werk en breiden het concept van de nationale dichter uit naar andere artistieke disciplines, voor periodes van twee jaar.

Cultureel werkers maken deel uit van de arbeidswereld. Als we een schilderij of een choreografie op het podium bewonderen, zien we niet de uren van oefening die nodig waren om de techniek onder de knie te krijgen. Op dezelfde manier zal een pianist, zelfs voordat hij of zij een podium betreedt, duizenden uren achter het instrument moeten doorbrengen om de nodige kennis te verwerven. Dit werk van onderzoek, repetitie en verbetering is vaak onzichtbaar, maar des te belangrijker. Dit werk zou gewaardeerd moeten worden, maar het staat onder constante druk van de wetten van de markt, die kunstenaars dwingt om hun werk tegen elke prijs te verkopen. Het flexibiliseringsbeleid van de voorbije regeringen heeft deze trends vaak versterkt.

De flexibilisering in de sector is zo dominant geworden dat ze de culturele werkers kwetsbaar maakt. Tijdens deze regeerperiode, waarin de gezondheidscrisis ons heeft laten zien hoe belangrijk vaste en goedbetaalde jobs zijn, heeft de PS-minister van Arbeid flexbanen uitgebreid naar de culturele en evenementensector. Deze banen gaan echter gepaard met uiterst flexibele contracten, waarbij de werknemer op elk moment kan worden opgeroepen, salarissen die onder het minimum van de sector liggen en de afschaffing van allerlei voordelen, zoals nacht- of zondagtoeslagen. Het is een werkgelegenheidsbeleid dat geworteld is in een neoliberale visie. We maken een einde aan deze onzekere contracten ten gunste van kwaliteitsbanen.

Wij zijn voor eerlijke beroepspraktijken: goede arbeidsomstandigheden, het opwaarderen en respecteren van de bestaande loonschalen, fatsoenlijke vergoedingen, transparantie in het gebruik van publieke middelen en inspraak. We willen dat de voorwaarden voor toegang tot subsidies organisaties verplichten tot het respecteren van collectieve arbeidsovereenkomsten en aanbevelingen met betrekking tot de vergoedingen van alle werknemers, inclusief freelancers en werknemers met korte contracten. Dit veronderstelt natuurlijk dat de gesubsidieerde projecten over een toereikend budget beschikken. We willen een einde maken aan de algehele onderfinanciering van culturele actoren. We zorgen voor een eerlijk en transparant subsidiebeleid dat rekening houdt met de diversiteit van culturele projecten en de duurzaamheid ervan waarborgt.

Veel betaalde banen in de culturele sector zijn afgeschaft en vervangen door vrijwilligerswerk of flexibel werk. Dit geldt vooral voor de conciërges en het barpersoneel in onze culturele centra. Vrijwilligerswerk verrijkt onze samenleving enorm, maar het is niet aanvaardbaar als smoes om banen te schrappen.

Momenteel bieden sociale bureaus voor kunstenaars (zoals Smartbe, Amplo en Merveille) culturele werkers de mogelijkheid om een economische activiteit te ontwikkelen en een zekere bescherming te genieten zonder zelf een bedrijf te moeten oprichten of een zelfstandigenstatuut te hebben. Het betekent wel dat de freelancer de kosten van de administratie draagt en niet de werkgever. Deze bureaus genereren soms grote winsten ten koste van de werknemers. We willen de oprichting van een openbaar sociaal bureau met lokale afdelingen. Dit bureau moet nauwe banden hebben met de vakbonden, om ervoor te zorgen dat werknemers in de sector beschermd worden. Het zal ook opleidingen over de realiteit van de sector geven aan de werknemers van de VDAB, Actiris en Forem.

De hervorming van kunstenaarsstatuut heeft niet de antwoorden opgeleverd die een aantal culturele en vakbondsorganisaties hadden verwacht. Ondanks enige vooruitgang is er veel kritiek op de toegang tot dit statuut: het gebrek aan objectieve criteria voor het verkrijgen ervan, de complexiteit en de bureaucratie, het ontbreken van echte beroepsprocedures en de veralgemening van een systeem dat de lonen dreigt te plafonneren. In overleg met de hele sector (werknemers, beroepsfederaties en vakbonden) onderhandelen we opnieuw over dit statuut om een beroepsprocedure in te voeren en het voor de kunstenaars gemakkelijker te maken om hun kunstenaarskaart te behouden. Het statuut van culturele werkers moet gebaseerd zijn op vereenvoudigde procedures en duidelijke, objectieve regels die de werkers reële vooruitzichten bieden. Het moet ook rekening houden met de diversiteit van de sector, de specifieke kenmerken van de loopbaan van vrouwen en het feit dat ze soms verschillende beroepen combineren (onderwijs, horeca, …). Het statuut moet de kwaliteit van de werkgelegenheid verbeteren, een passende beloning bieden en werknemers in staat stellen te genieten van de sociale zekerheid.

We introduceren een nationaal kunstloket, naar het voorbeeld van het Cultuurloket in Vlaanderen. Het is een digitale en fysieke plek waar kunstwerkers antwoord kunnen krijgen op hun administratieve en professionele vragen. Hoe professionaliseer je portfolio's, waar vind je toegang tot projectondersteuning, financiering, subsidies, hoe vind je de weg naar het buitenland, hulp bij het vinden van apparatuur of repetitieruimtes, enzovoort. Dit bureau fungeert als een paraplu voor de verschillende regionale kantoren. Het houdt toezicht op het opzetten van een Franstalig loket en zorgt voor de uitwisseling van goede praktijken.

We willen experimenteren met nieuwe vormen van artistiek werk in loondienst. We breiden de concepten van nationale dichters en stadsdichters (zoals in Antwerpen tot 2022) uit naar andere artistieke disciplines. Zo kunnen schrijvers, rappers, dansers, componisten, beeldhouwers of schilders hebben die gelinkt zijn aan een bepaalde stad of het hele land. Deze kunstenaars worden aangesteld voor een periode van 2 tot 4 jaar, waarin zij een aantal werken moeten maken over thema's die verband houden met de actualiteit of onze geschiedenis. De keuze van deze kunstenaars wordt gemaakt door een samenwerking tussen kunstorganisaties die actief zijn in het veld, waardoor de jury’s de diversiteit weerspiegelen.

Vier. Cultuur als publieke rijkdom

  • We versterken de solidariteit in de culturele sector, in het bijzonder met een eerlijkere bijdrage van de internetgiganten (GAFAM, Netflix, TikTok, Spotify, enz.).
  • We herfinancieren de nationale omroepen (RTBF/VRT) om een gediversifieerde programmering aan te bieden en te breken met de cultuur van uitbesteding aan de privésector en onzekere werkgelegenheid.
  • We streven naar werkomgevingen die respectvol zijn voor het personeel, zowel professioneel als emotioneel, in alle kunstcentra en culturele instellingen die met overheidsgeld worden gesubsidieerd.
  • We indexeren alle subsidies voor culturele actoren.
  • We herfinancieren de culturele sector structureel.
  • We slaan bruggen tussen Franstaligen en Nederlandstaligen door tweetalige programma's te produceren op publieke radio en televisie.
  • We stimuleren culturele samenwerking, zoals bijvoorbeeld nu al bestaat tussen de KVS en Théâtre National. We moedigen initiatieven aan die taal- en cultuurgrenzen overschrijden en superdiverse groepen samenbrengen.

Het cultuurlandschap is een enorm gebied dat publieke en private spelers in verschillende disciplines samenbrengt. Op sommige terreinen, zoals film of muziek, zwaaien de multinationals de plak en zien we jonge kunstenaars die het opgeven bij gebrek aan middelen. Het versterken van de culturele sector betekent het versterken van de solidariteit. We voeren een belastingstelsel in dat gebaseerd is op solidariteit en rechtvaardigheid om de kapitalistische logica te doorbreken. Dit kan worden bereikt door hogere belastingen te innen bij de webgiganten zoals GAFAM, Netflix, TikTok en Spotify. Een deel van deze inkomsten zal worden gebruikt om cultuur en onderwijs in Brussel, Vlaanderen en Wallonië beter te financieren.

De afgelopen jaren hebben de nationale zenders (RTBF/VRT) steeds meer moeten produceren met minder middelen. Deze ontwikkeling is schadelijk voor de gezondheid van de medewerkers, die onder enorme stress staan, wat leidt tot burn-outs, depressies en zelfs zelfmoord. Daar moet paal en perk aan worden gesteld. We willen de publieke pijlers in de audiovisuele en digitale sector herfinancieren. Onze zenders verdienen de middelen om een gevarieerde programmatie en een gezonde werkomgeving te garanderen. We willen een einde maken aan het uitbesteden van werk aan de privésector en het statuut van het personeel verbeteren. We sleutelen aan de beroeps- en klachtenprocedures zodat het personeel de kans krijgt om giftige vormen van leiderschap (zoals bij Studio 100 waar omzet boven respect voor werknemers werd gesteld) aan de kaak te stellen. We slaan bruggen tussen Franstaligen en Nederlandstaligen door gezamenlijk tweetalige programma's te produceren op publieke radio en televisie.

De culturele sector is deels afhankelijk van eenmalige subsidies. Elk jaar verliezen cultuurorganisaties en cultuurwerkers veel tijd met het doorlopen van de administratieve procedures om in aanmerking te komen voor deze subsidies. We geven organisaties die op regelmatige basis content creëren sneller toegang tot structurele subsidies, zodat hun werk op de lange termijn kan worden voortgezet. Terwijl de actoren van de podiumkunsten in de Franstalige Gemeenschap aanvragen voor structurele steun hebben ingediend voor een totaalbedrag van meer dan 200 miljoen euro in 2023, bedraagt het budget dat is voorzien door minister van Cultuur Bénédicte Linard (Ecolo) ongeveer 100 miljoen euro. De behoeften zijn dus twee keer zo groot als de aangekondigde financiële middelen. "Natuurlijk zullen er blije en teleurgestelde mensen zijn," reageerde ze. We kunnen deze onderfinanciering van cultuur niet tolereren.

We zijn van plan om alle subsidies automatisch te indexeren. Terwijl de inflatie in 2022 10 procent bedroeg, was er geen indexering gepland voor honderden subsidies. Het garanderen van de indexering is essentieel om cultuurorganisaties een minimum aan stabiliteit te bieden.

In Vlaanderen toonde een subsidieregister aan dat slechts 1,2 procent van alle subsidies (265 miljoen euro op 17 miljard euro) in de culturele sector wordt geïnvesteerd. We verhogen de culturele budgetten en herfinancieren culturele podia, klassieke ensembles, gezelschappen en andere spelers die essentieel zijn voor het culturele leven.

De staatshervorming heeft geleid tot een culturele tweedeling tussen de taalgemeenschappen. Maar de culturele sector laat zich hierdoor niet ontmoedigen en neemt meertalige initiatieven. In Brussel wordt daar creatief mee omgesprongen. Deze stad ontwikkelt zich tot een echte multiculturele stad. Toch is het huidige cultuurbeleid nog steeds verdeeld langs taalkundige lijnen. Als gevolg daarvan hebben initiatieven die meerdere talen combineren moeite om in de bestaande hokjes te passen. Maar veel kunstenaars en culturele instellingen - bijvoorbeeld de KVS en het Théâtre National - laten zich niet doen. Brussel is een van de rijkste culturele steden van Europa. Een multiculturele aanpak moet de huidige hokjes van de cultuursector vervangen. We moedigen initiatieven aan die taal- en cultuurgrenzen overschrijden en willen we taalgemeenschappen samenbrengen.