Internationale solidariteit

De internationale samenwerking waar wij voor staan moet de oorzaken van armoede en ongelijkheid aanpakken. Ze helpt de ontwikkeling van de productiecapaciteit van de landen in het Zuiden. Ze stimuleert een duurzame ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van de plaatselijke bevolking. Ze schenkt bijzondere aandacht aan basisrechten als onderwijs, gezondheidszorg en voedselvoorziening via duurzame landbouw. Ze staat ook in het teken van de strijd tegen de klimaatverandering: nieuwe technieken en technologieën worden snel en zonder voorbehoud gedeeld.

De ongelijkheid, de armoede, de gedwongen migraties en de oneindige reeks oorlogen in het Globale Zuiden zijn geen natuurramp en nog minder een noodlot. Ze zijn het directe gevolg van een systeem dat steunt op winstbejag en op de verovering van markten. De 1% rijksten in de wereld bezit meer dan de overige 99%. 81 miljardairs hebben evenveel als de helft van de wereldbevolking, 10 miljardairs bezitten zelfs meer dan 200 miljoen Afrikaanse vrouwen samen. Meer dan één op de tien mensen leeft onder de absolute en tegelijk heel arbitraire armoedegrens van 1,9 dollar per dag, een aantal dat nog steeds blijft toenemen Ondertussen houden enkele van de rijkste mannen ter wereld zich onledig met een wedstrijdje om als eerste de ruimte in te gaan.

De kloof blijft groeien. Van alle rijkdom die sinds 2020 werd gecreëerd ging bijna twee derde naar de rijkste 1%, dat is bijna het dubbele van het deel dat naar alle andere mensen gaat. De aarde waarop wij leven kan 12 miljard mensen voeden, maar om de vijf seconden sterft een kind van de honger. In 2017 leden 821 miljoen mensen honger, een cijfer dat volgens de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, sinds enkele jaren weer stijgt. De grootste paradox is misschien wel deze: 70 procent van de landbouwers heeft niet genoeg te eten. De winsten uit de agro-industrie vloeien naar de aandeelhouders terwijl 15 procent van de wereldbevolking honger lijdt. 70 tot 90 procent van de globale graanhandel is in handen van 4 multinationals, de zogenaamde ABCD-groep (ADM company, Bunge limited, Cargill en Dreyfus). Dat betekent dat de grondstof van zowat elke boterham, elke pasta en elk koekje door hun handen gaat. Terwijl de honger wereldwijd in opmars is, maken deze bedrijven recordwinsten.

Die kloof kwam er ook niet zomaar. Dankzij een langdurige en heroïsche bevrijdingsstrijd wisten de landen in het Zuiden een einde te maken aan het koloniale tijdperk. Maar de echte bevrijding bleef uit omdat de politieke inmenging, de militaire interventies en de economische plundering onverminderd doorgingen. Kolonialisme ging zo over in neokolonialisme. Enkel specialisten houden nog het aantal Amerikaanse en Europese staatsgrepen in Afrika of Latijns-Amerika bij. Het aantal leiders van sociale bewegingen in het Zuiden - van Colombia tot de Filipijnen - die vermoord werden door doodseskaders is niet te tellen. De afgelopen decennia kwamen daar ook nog eens de vrijhandelsakkoorden bij. Ze werden als breekijzer ingezet om de markten van het Zuiden open te wrikken zodat multinationals van het Noorden geen strobreed in de weg werd gelegd om de lokale industrie en landbouw kapot te concurreren. Dergelijke akkoorden leiden vaak tot grootschalige ontbossing, een sterke toename van industriële landbouw en monocultuur ten nadele van duurzame landbouw en sociale bescherming van de lokale boeren. Volgens een recent VN-rapport slaan 1 op 3 Argentijnen uit geldgebrek wel eens een maaltijd over. Argentinië is nochtans een van de grootste exporteurs van soja, maïs en graan ter wereld.

De globalisering van het kapitalisme is gebouwd op de globalisering van de uitbuiting. Van de 54 euro die een jeans kost in een Europese winkelstraat gaat 32 eurocent naar de naaister in een sweatshop in Bangladesh. Buitenlandse multinationals laten in Congo kinderen werken in de koper- en coltanmijnen. Terwijl de Afrikaanse bevolking honger lijdt, maken internationale investeerders zich meester van de landbouwgronden en van het drinkwater. In de landen van het Zuiden worden wouden en landbouwgronden vernietigd voor biobrandstof en industriële veeteelt. Het drinkwater gaat er op aan de productie voor de export.

Smartphones en elektrische wagens doen de vraag naar bepaalde grondstoffen exploderen. Die bevinden zich dikwijls geconcentreerd in slechts enkele landen in het Zuiden. De Democratische Republiek Congo heeft grote reserves kobalt dat gebruikt wordt voor de productie van Li-ion-batterijen. Maar het zijn buitenlandse multinationals die de kobaltmijnen exploiteren. De lokale bevolking heeft er - behalve hongerlonen om gevaarlijk werk uit te oefenen - weinig aan. Drie multinationals controleren 75 producten van de palladiumproductie, een metaal dat onontbeerlijk is in de autosector. Voor niobium, een materiaal nodig voor staal en elektronica, geldt hetzelfde. Buitenlandse multinationals lieten ook hun oog vallen op de Boliviaanse lithiumvoorraden. De linkse president Evo Morales wilde deze echter in Boliviaanse handen houden. Dit leidde tot een door de VS gesteunde staatsgreep die een rechtse regering aan de macht bracht. Na die staatsgreep tweette Elon Musk, wiens imperium gebouwd is op goedkoop lithium: "We will coup whoever we want! Deal with it." Na lang volgehouden protesten werden er uiteindelijk nieuwe verkiezingen gehouden die opnieuw gewonnen werden door links.

Zo blijven multinationals, ook nog tientallen jaren nadat de onafhankelijkheid uitgeroepen werd, Afrika en Latijns-Amerika leegplunderen. De Economische Commissie voor Afrika van de VN meldt: jaar na jaar raken Afrikaanse landen op die manier 50 miljard dollar kwijt aan multinationals. Voor elke euro die via ontwikkelingssamenwerking Afrika binnenkomt, keert 6,5 euro terug naar westerse landen. Een aderlating, een neokoloniale plundering.

Met de steun van de rijke landen uit het Noorden met hun economische en militaire apparaat beroven de multinationals de landen van het Zuiden van hun hulpbronnen. De Verenigde Staten beschikken over meer dan 800 militaire basissen buiten hun grondgebied. De regeringen van de landen uit het Noorden helpen elk hun eigen multinationals te heersen over werknemers op de hele aardbol, in het Noorden zowel als in het Zuiden. Het arsenaal dat ze daarvoor gebruiken bestaat uit economische chantage, het opleggen van structurele ingrepen (lees besparingen en privatiseringen) in de economie via het IMF of de Wereldbank, politieke en zelfs militaire inmenging, onredelijke leenvoorwaarden en een antisociale en milieuonvriendelijke handelspolitiek. In het Zuiden slaan multinationals meer verwoestend toe dan bij ons. Met de hulp van de Wereldbank konden westerse multinationals in een paar jaar tijd de hand leggen op alle goudreserves van Mali. De prijs die ze daarvoor betaalden aan de Malinese overheid was lachwekkend. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds porren zulke landen aan om hun natuurlijke hulpbronnen, hun energie, hun overheidsdiensten en zelfs hun watervoorraden aan grote multinationals te verkwanselen. Olieproducerende landen staan constant onder druk om hun prijzen te verlagen. De Franse radicaalrechtse miljardair en mediamagnaat Vincent Bolloré dankt zijn fortuin aan dat soort praktijken. Vanaf de jaren 80 kocht hij voor een appel en een ei grote delen van de infrastructuur (havens, spoormaatschappijen en bossen) van maar liefst 45 Afrikaanse landen. Landen die met het mes van het IMF op de keel overgingen tot massale privatiseringen.

Internationale solidariteit kan de volkeren in het Zuiden helpen om weer controle te krijgen over hun grond en hun natuurlijke hulpbronnen. Dat is de enige manier om hen de kans te geven hun economie zelfstandig te ontwikkelen en een menswaardige toekomst te geven aan de bevolking. Verenigd en georganiseerd kunnen zij de macht van het getal doen gelden. De belangen van arbeiders overal ter wereld zijn innig met elkaar verbonden. Multinationals lijken oppermachtig maar als we er in slagen om hun macht op één plaats terug te dringen, dan varen arbeiders over de hele wereld er wel bij. Een veroordeling van Bayer-Monsanto in het Zuiden zet de strijd voor gezonde voeding in het Noorden kracht bij. Hogere lonen in Bangladesh geven een impuls aan het gevecht voor betere lonen hier. Mocht H&M de lonen van de textielarbeidsters in Bangladesh verdubbelen dan zou een t-shirt maar 25 eurocent meer kosten. Het probleem zit vooral in de winstmarge van dergelijke bedrijven. H&M flirt al jaren met een bruto winstmarge van 50 procent. Om de lonen te verdubbelen hoeven de kledingstukken niet eens duurder te worden. Het volstaat om de winst wat te drukken. De strijd voor het behoud van watervoorraden tegen Coca-Cola of Nestlé zorgt voor vooruitgang inzake het recht op water in de hele wereld.

Wat wij willen

Een. Een efficiënte ontwikkelingssamenwerking

  • We maken bijkomend budget vrij voor internationale samenwerking. We besteden ten minste 0,7 procent van het Belgische bbp aan internationale solidariteit met de volkeren in het Zuiden.
  • We ijveren voor beleidscoherentie in de ontwikkelingssamenwerking. Belgisch en Europees beleid, bijvoorbeeld inzake handel, mag de ontwikkeling in het Zuiden niet ondermijnen.
  • We stellen de strijd tegen armoede en ongelijkheid centraal in onze internationale samenwerking. Bijzondere aandacht geven we aan het recht op onderwijs, gezondheidszorg en duurzame landbouw.
  • Ontwikkelingssamenwerking instrumentaliseren voor de economische agenda van de donorlanden, aanvaarden we niet.

Ontwikkelingssamenwerking blijft een doekje voor het bloeden zolang de handelspolitiek en de buitenlandse politiek van België en de Europese Unie niet veranderen. Om kans op slagen te hebben, is beleidscoherentie nodig. We ondersteunen de landen van het Zuiden in hun streven naar politieke en economische soevereiniteit. We doen dat door hen hulp te bieden bij de uitbouw van een zelfstandige voedselvoorziening en industrie en door hen te helpen zich te weren tegen de landroof en de wurggreep van de multinationals. Ook de aanwezigheid van buitenlandse militaire basissen speelt hierbij een rol. We brengen deze in kaart en pleiten op internationaal niveau voor een ontmanteling van deze basissen.

Internationale samenwerking moet de ontwikkeling van de productiecapaciteit van de landen in het Zuiden stimuleren. Ze moet nuttig zijn voor een duurzame industriële en agrarische ontwikkeling die vertrekt vanuit de behoeften van de plaatselijke bevolking. De landen in het Zuiden moeten hun eigen soevereine instellingen en hun eigen capaciteiten kunnen ontwikkelen zonder dwang of eisen van buitenaf. Daarom weigeren we elke vorm van “hulp” die landen verzwakt of onderwerpt. Zo willen we geen hulp waarvoor landen in ruil moeten privatiseren of besparen.

Wij willen ten minste 0,7 procent van het bbp van ons land besteden aan internationale solidariteit. Het is een belofte die al vaak gemaakt is, ook door de Vivaldi-regering. Volgens hun regeerakkoord zouden we dat tegen 2030 moeten halen. Toen er onderhandeld werd over het optrekken van het defensiebudget werd deze belofte nogmaals herhaald, vooral om de groenen en sociaaldemocraten over de streep te trekken. Maar sindsdien werden er nog geen stappen vooruit gezet. Er is geen groeipad uitgetekend en we zien geen stijging van het budget. In het eerste jaar van de regering De Croo zagen we zelfs een daling: van 0,47% van het BBP in 2020 naar 0,46% in 2021. Tijdens de begrotingsbesprekingen voor 2023-2024 gaf minister Vandenbroucke toe dat het budget zou standhouden in plaats van te stijgen. Voor het defensiebudget daarentegen zien we dat de stijging wel zal doorgevoerd worden. Hoe ernstig kunnen we de beloftes van deze regering rond internationale solidariteit nog nemen?

We waken erover dat voor de berekening van de 0,7 procent er enkel rekening wordt gehouden met de structurele uitgaven. Uitgaven voor noodhulp, zoals na de zware aardbeving in Turkije in Syrië in 2023, zijn zeer belangrijk maar tellen we niet mee in deze berekening.

De strijd tegen armoede en ongelijkheid moet het hart vormen van de ontwikkelingssamenwerking. We hebben in het bijzonder aandacht voor basisrechten zoals onderwijs, gezondheidszorg en voedingszekerheid door duurzame landbouw.

De samenwerking moet het belang van de plaatselijke bevolking dienen. We laten haar niet instrumentaliseren voor andere belangen. Al te vaak krijgt geld dat officieel aan ontwikkeling besteed wordt, andere bestemmingen. Dan gaat ontwikkelingssamenwerking vooral de agenda van de donorlanden dienen. Een voorbeeld hiervan is de deal tussen de EU en Tunesië waarbij Europa heel wat geld geeft aan Tunesië in ruil voor het tegenhouden van vluchtelingen. De Europese Unie schakelt de Tunesische staat in om mensen op de vlucht tegen te houden, terwijl de mensen op de vlucht en de Tunesische bevolking er zelf niets aan hebben.

We werken samen met de landen in het Zuiden op voet van gelijkheid en met respect voor het principe van nationale soevereiniteit en wederzijds voordeel. Onze solidariteit zal uitsluitend waargemaakt worden door openbare instellingen die samenwerken met hun partners in het Zuiden en door ngo’s, vakbonden en verenigingen die op gelijke voet samenwerken met de sociale bewegingen die in het Zuiden opkomen voor sociale en mensenrechten. De privésector heeft andere objectieven en wordt dus best niet betrokken.

Twee. Meer middelen voor ontwikkeling en ecologische transitie

  • We ondersteunen de ontwikkeling in het Zuiden met een breed programma van technologieoverdracht voor duurzame industrie en landbouw, transport, gezondheidszorg en groene energie.
  • We heffen de patenten op basisgeneesmiddelen en vaccins op. Op die manier worden medicijnen veel breder toegankelijk, wat de gezondheidszorg wereldwijd ten goede komt.
  • De strijd tegen belastingparadijzen is een prioriteit. Zo stellen we zowel de inkomsten van ons land als de begrotingen van de landen in het Zuiden veilig.
  • We organiseren een audit over de schulden van de landen in het Zuiden. Zo bepalen we welk deel daarvan onrechtvaardig is en moet worden kwijtgescholden.
  • We willen een instelling voor internationale samenwerking en eerlijke kredieten in de schoot van de UNCTAD, als alternatief voor het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

Om samen de klimaatverandering aan te pakken, is een snelle overdracht van nieuwe technieken en technologieën nodig, zonder voorbehoud. Al te dikwijls verhinderen patenten dat we overal ter wereld kordaat kunnen optreden tegen de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering. Patenten verlammen zelfs de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën. Ze vertragen ook de verspreiding van noodzakelijke geneesmiddelen. De verkoop van coronavaccins zal Pfizer alleen al meer dan 30 miljard euro opleveren. De farmagiganten geven dan ook niets om de volksgezondheid. Bij een virus dat zich zo snel verspreid is de beste bescherming zo snel mogelijk de wereldbevolking inenten. Maar doordat de monopolies weigerden om de technologie, die met publieke middelen werd ontwikkeld, te delen, was het niet mogelijk om de productiecapaciteit optimaal te benutten.

Sinds het begin van de coronacrisis steunden wij het internationaal initiatief om alle patenten op de covid-vaccins en medicijnen op te heffen. Geen enkele andere partij heeft ons voorstel daarover in het parlement willen steunen. Er lijkt bij de andere partijen weinig besef te zijn over de urgentie. We pushen een breed programma van technologieoverdracht voor duurzame industrie en landbouw, voor het transport en voor de productie van groene energie. De landen in het Zuiden zullen de nodige patenten kosteloos kunnen verwerven. We zetten ons ook in om patenten op levensnoodzakelijke producten af te schaffen.

In Afrikaanse landen die over te weinig middelen beschikken om belastingen te controleren en te innen, weten multinationals schromelijk te frauderen en belastingen te ontwijken. We streven ernaar dat de volkeren in het Zuiden hun lot in eigen handen kunnen nemen en dat ze zich kunnen bevrijden van het neokoloniale juk.

Belastingparadijzen aanpakken helpt de begroting van landen uit het Globale Zuiden op te krikken. We hebben daarbij een Europese lijst van de belastingparadijzen nodig. De extra inkomsten in België door de aanpak van belastingparadijzen gebruiken we om onze investeringen in internationale solidariteit op te trekken.

We organiseren een audit over de overheidsschuld van arme landen. Landen in het Zuiden betalen dikwijls leningen af die in verhouding tot hun bbp veel te zwaar wegen. Hoe kan een land de eigen industrie en infrastructuur duurzaam ontwikkelen als de eigen middelen daarvoor geplunderd zijn of in handen van buitenlandse multinationals zijn? Als het land geen belastingen kan innen en toch kolossale schulden moet afbetalen? Van veel landen zal de schuld nooit afbetaald geraken. Met de schuld komt ook de chantage: om een besparings- en privatiseringsbeleid op te dringen of om gunstige contracten af te dwingen. Er moeten een einde komen aan die praktijken. Met een audit willen we onderzoeken welk deel van de schuld onrechtvaardig is. Werd de lening afgesloten onder zware druk van de Wereldbank of van het Internationaal Monetair Fonds? Werd ze afgesloten door een dictator? Werd ze afgesloten in het kader van de dekolonisatie? Dat deel van de schuld kwijtschelden zou een gebaar van gerechtigheid zijn, van herstel van onrecht. De schuldkwijtschelding mag niet verrekend worden in de budgetten voor internationale samenwerking.

Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank hebben de landen in het Zuiden versmacht met leningen waar hoge rentevoeten en talrijke voorwaarden aan vast hingen. Zij hebben die landen privatiseringen en structuurhervormingen opgelegd om zo multinationals toegang te verschaffen tot hun markten. Vandaag zijn er alternatieven voor deze financiële instellingen. Hun plaats kan worden ingenomen door een nieuwe instelling, onder het beheer van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling, de UNCTAD. Deze instelling is het best geplaatst om op een gelijkwaardige manier de belangen van de landen in het Zuiden te verdedigen. Wij willen een nieuw mechanisme voor internationale ontwikkeling, met rechtvaardige voorwaarden voor kredieten. Ieder land moet één stem hebben. Binnen het IMF hebben vijf landen nu meer stemmen dan alle andere landen samen. Alleen al de VS en het VK hebben samen 40 procent van de stemmen. Deze nieuwe financiële instelling zal democratischer zijn en niet langer de belangen van de schuldeisers vertegenwoordigen of de schuldenaren tot onderwerping dwingen. Ze zal de ontwikkeling en de belangen van de volkeren verdedigen.

Drie. De internationale relaties dekoloniseren

  • We zijn voorstander van samenwerking met de vroegere Belgische kolonies op basis van gelijkwaardigheid en met respect voor de nationale soevereiniteit. Zo maken we werk van de dekolonisatie.
  • We zetten het werk van de Bijzondere Kamercommissie "Congo-Koloniaal Verleden" verder zodat deze commissie haar taken kan afwerken.
  • We pleiten voor officiële excuses van de Belgische staat en het Belgisch koningshuis voor de misdaden in de gewezen Belgische kolonies en mandaatgebieden.
  • We gaan na hoe grote fortuinen opgebouwd tijdens de kolonisatie kunnen instaan voor herstelbetalingen.
  • Menselijke resten en voorwerpen die ten tijde van de kolonisatie werden geroofd, worden na bestudering en inventarisering teruggegeven.
  • We stellen alle onderzoek over of in verband met Congo, Rwanda en Burundi ter beschikking van deze landen.
  • Op alle Belgische scholen wordt de geschiedenis van het kolonialisme, het neokolonialisme en de strijd van de Afrikaanse volkeren onderwezen.

In het tijdperk van de kolonisatie werd racisme in de koloniale metropolen als een gif verspreid om de schaamteloze uitbuiting van de volkeren in de kolonies te rechtvaardigen. Die koloniale mentaliteit van destijds is vandaag nog altijd springlevend. Ook nu nog praat ze de Belgische en Europese tussenkomsten ten gunste van “onze” multinationals goed. Denk maar aan de uitspraak van Josep Borrell, Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, waarin hij Europa als een tuin omschreef en het grootste deel van de rest van de wereld als een jungle. Met zo’n mentaliteit kan je onmogelijk tot een relatie van respect en gelijkwaardigheid komen. We maken daarom werk van een echte dekolonisatie. Die is gebaseerd op een reële breuk met de politiek van neokoloniale inmenging en aan steun voor een lokale ontwikkeling ten gunste van de behoeften van de bevolking. We hebben ook een brede culturele strijd nodig om eindelijk de koloniale mentaliteit af te werpen. Elke leerling in ons land moet zich daarvan bewust worden door middel van de nodige lessen en heldere schoolboeken. Hierbij leggen we de focus niet enkel op de Belgische kant van het verhaal maar bekijken we dekolonisatie vanuit het standpunt van de gekoloniseerden.

Ons werk van internationale solidariteit moet samengaan met deze culturele strijd om onze maatschappij te dekoloniseren, na zoveel jaren geïnstitutionaliseerd racisme dat diende om het kolonialisme van ons land goed te praten. Dekoloniseren gaat niet enkel over straatnamen aanpassen of uitlegbordjes plaatsen bij foute standbeelden. Dit kunnen belangrijke eerste stappen zijn, maar er is meer nodig. Meer dan 60 jaar zijn er verlopen sinds Congo, Rwanda en Burundi onafhankelijk werden. De Belgische staat heeft deze landen gekoloniseerd en er talrijke misdrijven begaan. Grote ondernemingen en de Belgische elite hebben er volop voordeel uit gehaald. Van de 23 rijkste families in België hebben er negen hun fortuin opgebouwd door Congo leeg te plunderen. Een van deze families, de familie Bertrand, heeft ondertussen een rechtstreekse vertegenwoordiger in de Belgische regering. De misdaden van het kolonialisme, de aderlating van Congo, de moord op de eerste Congolese premier Lumumba, de dertig jaar lange steun aan de neokoloniale dictatuur van Mobutu: ons land moet dat allemaal volledig erkennen.

De Bijzonder Commissie Koloniaal Verleden heeft vanaf de zomer van 2020 tot eind 2022 tal van experts gehoord over de Belgische kolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi. Het lange en intensieve werk van deze commissie is uiteindelijk op niets uitgedraaid door de sabotage van de rechtse partijen, zowel uit de meerderheid als uit de oppositie. Wij willen het werk van deze commissie verder zetten. Een vraag van de PVDA-volksvertegenwoordigers in die zin werd door de Kamervoorzitster evenwel onontvankelijk verklaard. De PVDA diende daarop de resolutie betreffende de bevordering van een dekoloniaal optreden op grond van de werkzaamheden van de Bijzondere commissie "Koloniaal verleden" in. Aangezien uit de vele hoorzittingen blijkt dat de schuld van de Belgische staat bij de misdaden van de kolonisatie vaststaat pleiten wij ervoor om officiële verontschuldigingen aan te bieden, zowel door de eerste minister als door het koningshuis. Wij willen dat verder onderzoek gebeurt naar de geldstromen vanuit de gekoloniseerde gebieden naar de rijke Belgische families teneinde na te gaan in welke mate zij hun rijkdom te danken hebben aan die koloniale exploitatie. Op basis hiervan kan er werk gemaakt worden van de nodige herstelbetalingen.