Voldoende regen, maar toch veel droogte: hoe we de prijs betalen van 50 jaar wanbeleid

.

We stevenen deze zomer opnieuw af op droogte en mogelijk een drinkwatertekort. De klimaatopwarming maakt ons kwetsbaar. Maar waarom doen wij het dan slechter dan landen als Spanje en Portugal, waar veel minder neerslag valt? Daarvoor moeten we naar het wanbeleid van de voorbije jaren kijken. De PVDA heeft tien voorstellen om het tij te keren en de droogte aan te pakken. Want water is een basisbehoefte voor iedereen. Ook in droge en warme periodes.

Droog. Ons land is weer kurkdroog. Na een nat 2021 beleven we weer een extreem droog voorjaar, met als gevolg dat de grondwaterstanden en het peil in beken en rivieren sterk gedaald zijn. 73,5 mm neerslag in de maanden maart tot mei in Ukkel tegenover een gemiddelde van 166 mm. Zo’n extreme droogte in een periode van drie maanden komt statistisch gezien maar één keer om de vijftig jaar voor, maar sinds 2018 is het nu al de vierde keer. De regen van eind mei heeft een beetje soelaas gebracht, maar niet meer dan dat. De vooruitzichten zijn somber. Zowel de Vlaamse Milieumaatschappij als het KMI verwachten een “intensivering van de huidige toestand” en een uitbreiding van de droge tot extreem droge zones, vooral in West-Vlaanderen, de Ardennen en de Famenne.

Volgens hydroloog Patrick Willems (KU Leuven) is de situatie precair.

“Om ons te wapenen tegen een droge zomer hebben we twee regenmaanden nodig. Die tijd is er niet meer. De voorbije dagen heeft het stevig geregend. Maar door verdamping ging ook veel regen verloren voor het de grond kon intrekken. We volgen nu exact hetzelfde scenario als de uiterst droge zomer van 1976. Ook toen zorgde neerslag eind mei voor een pauze, waarna in juli en augustus alsnog een heel lange droge periode aanbrak.”

Ook weerman Frank Deboosere vreest dat we nog moeilijke maanden zullen krijgen:

“Volgens het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts krijgen we eerder een warme en droge zomer dan een koude en natte zomer.”

De gevolgen zijn vooral voelbaar in de landbouw en in de natuurgebieden, en uiteraard in ieders tuin en moestuin. Het voorjaar is het groeiseizoen voor de gewassen en de droogte legt die groei stil. Dat geldt zowel voor de voedergewassen, de groenteteelt (die veel water vraagt) als voor de extensieve veeteelt (het gras groeit onvoldoende). In de natuur zijn het vooral de waterrijke gebieden die afzien, maar ook de heide, droge bossen en veengebieden.

De drinkwatervoorziening is nog niet in gevaar, maar als de droogte aanhoudt, kan dat veranderen. En dan komt de vraag wiens gebruik moet ingeperkt worden: de industriële grootverbruikers (die in Vlaanderen de helft van het drinkwater verbruiken en daarnaast ook nog eens zelf veel grondwater oppompen), de scheepvaart, de landbouw, de natuur of de gezinnen, de zelfstandigen en de kleine ondernemingen? Water is een recht waarvan de toegang niet ontzegd mag worden.

Het patronaat wil alleszins zijn belangen veiligstellen als voornaamste watergebruiker. In 2020 stelde de Vlaamse werkgeversfederatie Voka al heel duidelijk:

“Het is belangrijk dat de Vlaamse overheid en de provinciegouverneurs bedrijven ontzien in geval van watertekorten in de komende zomer en hen voldoende prioriteit geven bij een waterafschakelplan om hun watertoevoer te waarborgen.”

En dat wordt dit jaar herhaald:

“Water is voor vele bedrijven een essentiële grondstof. Bedrijven zijn de grootste watergebruikers… De Vlaamse economie hecht een groot belang aan beschikbaarheid van voldoende water. De bedrijfscontinuïteit moet gegarandeerd blijven...”

Dit is niet het noodlot

Is het dan het noodlot dat ons land en heel West-Europa treft? Helemaal niet. De droogte is het gevolg van een combinatie van de (door het kapitalisme veroorzaakte) klimaatopwarming enerzijds, en decennialang wanbeleid tegenover onze watersystemen anderzijds.

Immers, het regent in ons land meer dan genoeg. En de gemiddelde jaarlijkse neerslag neemt net toe door de klimaatverandering. Met andere woorden: het regent gemiddeld méér. Hoe komt het dan dat Vlaanderen een van de regio’s is met de hoogste waterstress in Europa? En dat op wereldvlak België op de 23ste plaats staat van de waterstressindex van het befaamde World Resources Institute, net na Marokko, en vóór Niger, Syrië en Egypte. Onze hoge bevolkingsdichtheid en een grote vraag naar water van de industrie en landbouw spelen natuurlijk een rol. Maar ook hoe we omgaan met ons water. Om dat te begrijpen moeten we eerst even stilstaan bij de invloed van de klimaatverandering op de waterhuishouding.

De meteorologen en hydrologen zijn het eens over het feit dat onze weerpatronen aan het veranderen zijn onder invloed van de opwarming van de aarde. Zo dateren de warmste 25 jaren in de geschiedenis van ons land allemaal van na 1989. De luchtcirculatie op aarde (en meer bepaald de zogenaamde straalstroom op 10 km hoogte) verandert en warme lucht kan ook meer waterdamp bevatten. Dat heeft zeer concrete en meetbare gevolgen. Volgens de Verenigde Naties staat de droogte op het punt “de volgende pandemie te worden, en er bestaat geen vaccin om ervan te genezen”. Een derde van de Europese bevolking zal in regio’s leven waar water het hele jaar door zeldzaam zal zijn.

In België kennen we de laatste jaren bijna stelselmatig droge voorjaren, die een hypotheek leggen op de waterstanden voor het vervolg van het jaar. Er zijn ook vaak langere periodes van droogte of neerslag (“blokkering” van anticyclonen of depressies). En de regenval wordt intenser, met meer hevige onweders. VUB-professor hydrogeologie Marijke Huysmans zegt het zo:

“De voorbije jaren tonen dat deze periodes van droogte niet meer uitzonderlijk zijn. We zien steeds vaker langere en intensere periodes van droogte. De totale jaarlijkse hoeveelheid neerslag neemt niet af, maar er zijn wel meer extremen: enerzijds periodes van droogte en anderzijds meer extreme regenval. En ook dat laatste is allesbehalve goed, want onweer is niet het soort regen dat ideaal is om grondwater te voeden. We hebben zachte, malse regen nodig die rustig doorsijpelt. Maar dat regenwater wordt een kostbaar goud in onze regio.”

De klimaatverandering maakt ons dus veel kwetsbaarder. Zo blijkt uit onderzoek van het KMI dat we tegen het einde van deze eeuw ongeveer één derde meer periodes van abnormale droogte zullen zien en dat het aantal uitzonderlijke droogteperiodes zal vervijfvoudigen. Door de hoge bevolkingsdichtheid en het hoge percentage aan verharding is ons land zeer kwetsbaar voor droogte. Als we kijken naar de hoeveelheid water die beschikbaar is per persoon, dan heeft België zelfs minder water beschikbaar dan Spanje of Portugal!

Het probleem is dat we er niet in slagen om ons regenwater vast te houden en te infiltreren, maar dat we het veel te snel afvoeren. Voor drie druppels regen die op ons land vallen, is er slechts één die de kans krijgt om het grondwater te vervoegen. Dat heeft verschillende oorzaken. Eerst en vooral het nog altijd stijgend percentage aan verharding in ons land: 16% van de gronden in Vlaanderen en 10% in Wallonië zijn ondoorlaatbaar. In de jaren ‘70 was dat in Vlaanderen nog maar 5%... Hierdoor kan regenwater amper doorsijpelen in de bodem, maar wordt het rechtstreeks (en versneld) afgevoerd naar de riolering of een waterloop.

Historische ingrepen in het watersysteem hebben onze omgeving ook kwetsbaarder gemaakt. Door het rechttrekken van beken en rivieren wordt regenwater veel sneller afgevoerd naar de zee. Meanderende beken en rivieren zorgden voor veel meer infiltratie. Ook de kwaliteit van onze bodems gaat sterk achteruit. Verdichting van de landbouwgrond door zware machines, de vernietiging van het bodemleven (pesticiden) en de vermindering van het gehalte aan organisch materiaal, maken dat de bodem minder water kan opnemen en vasthouden.

Dat het anders kan, bewijst een land als Spanje. Op veel plaatsen regent het er veel minder dan hier, maar ze gaan anders met de droogte om. Het water wordt er veel meer gerecycleerd, het afvalwater wordt gezuiverd en opnieuw gebruikt, of in het grondwater geïnjecteerd.

In De Standaard van 14 mei stelde hydroloog Patrick Willems dat zestig procent van het zoet water dat we binnenkrijgen via regen of rivieren, ongebruikt naar zee stroomt. Hij noemde dat “de grootste stroom van verspilling in Vlaanderen” en schat dat we het watertekort kunnen opvangen als we 10 procent daarvan tegenhouden. Als de droogte door de klimaatverandering toeneemt, rekent hij eerder op 20 procent. Dat zijn uiteraard enorme volumes (honderden miljoenen kubieke meters per jaar), maar perfect haalbaar met ambitieuze maatregelen.

Er moet één plan zijn voor heel België

De watersystemen kennen geen grenzen, en al helemaal geen taalgrenzen. Er is slechts één wet: het water zoekt altijd de gemakkelijkste weg van hoog naar laag. In ons land betekent dit dat vrijwel alle beken en rivieren van Wallonië naar Vlaanderen stromen. En het grondwater volgt gewoon de geologische lagen. Daarom moet er in ons land één plan zijn om daarmee om te gaan, of het nu gaat om de overstromingen, de droogte, de drinkwatervoorziening of het bevaarbaar houden van onze rivieren en kanalen. En elke Belg heeft het recht dezelfde (lage) prijs te betalen voor zijn drinkwater.

Vlaanderen is voor zijn watervoorziening deels afhankelijk van Wallonië. In de Vlaamse waterbalans heet dat “aankoop in het buitenland”. Absurd. Maar erger: het gaat om commerciële transacties tussen openbare waterbedrijven aan weerszijden van de taalgrens die de consument veel geld kosten. De Oost- en West-Vlaamse intercommunale Farys koopt bijvoorbeeld veel water aan in Wallonië. Het heeft de duurste drinkwatertarieven van Vlaanderen...

Water-link is een ander voorbeeld. Het levert water aan de gezinnen en bedrijven van de hele Antwerpse agglomeratie, maar is daarvoor vrijwel volledig afhankelijk van de aanvoer van ruw water door het Albertkanaal, dat in Wallonië (bij Luik) afgetakt wordt van de Maas. Zowel voor wat de hoeveelheid water als voor de kwaliteit ervan is het dus afhankelijk van wat in Wallonië gebeurt.

Tot slot zijn er conflicten tussen gebruikers over een belangrijke grondwaterlaag die zwaar onder druk staat en zich uittrekt over Zuid-West-Vlaanderen, West-Henegouwen en Frankrijk. Wie hoeveel mag onttrekken is geregeld via een tripartite akkoord tussen Frankrijk, Vlaanderen en Wallonië. Het akkoord loopt eind dit jaar af.

Te laat en te weinig

Na de extreme droogte van 2020 zijn de gewesten in gang geschoten.

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) liet haar administraties en wetenschappelijke deskundigen een ambitieus plan opstellen onder de naam “Blue Deal”, dat 70 acties oplijst “om Vlaanderen klaar te maken voor ‘de droogte van morgen’”, de klimaatrobuustheid van het systeem te verhogen en de omslag naar een zuinig, duurzaam en circulair watergebruik te versnellen. Op zich is dat positief, en op het terrein wordt dat ook vertaald in concrete werkzaamheden. Maar de uitgetrokken budgetten (op dit moment enkele tientallen miljoen euro’s, en maximaal 500 miljoen in het plan) staan niet in verhouding tot de omvang van de uitdaging.

Maar wat erger is: de vorige Vlaamse regering, onder leiding van de N-VA, heeft indertijd het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (beter gekend als de “betonstop”) afgeschoten. Aan het plan werd jaren gewerkt door de administratie. Doel van het plan was om de toename van verharding in Vlaanderen vanaf 2025 te beperken tot 3 hectare per dag en te reduceren tot 0 (geen netto-toename) vanaf 2040. De betonstop zou de ruimtelijke versnippering een halt moeten toeroepen en de open ruimte moeten vrijwaren. De Vlaamse regering wilde de betonlobby echter niet in de weg leggen en kelderde de ambities van haar eigen administratie. Nu, zolang men niet begint aan een ontharding van onze open ruimte, gaan we blijven dweilen met de kraan open.

Het “plan sécheresse” (of “stratégie intégrale sécheresse”) van Waals minister van Milieu Tellier (Ecolo) werd pas in juli 2021 door de regering aangenomen. Het bevat 76 maatregelen die volledig in de lijn liggen van die van Vlaanderen. Het is echter nog steeds niet aan het parlement voorgesteld. Op aandringen van de PVDA zal dit nu in september (eindelijk) gebeuren, met eveneens hoorzittingen van experten, drinkwatermaatschappijen en gebruikers. In Wallonië is het gebrek aan (menselijke en financiële) middelen echter nog schrijnender dan in Vlaanderen.

Water is een recht

De PVDA is tegen elke prijsverhoging voor de consument. Zogenaamd “flexibele tarieven”, die hoger liggen in droge periodes – net wanneer de mensen meer water nodig hebben dus – kunnen voor ons niet. De waterbedrijven investeren beter in goede leidingen dan in digitale watermeters. Water mag dan al (door het wanbeleid van de traditionele partijen de voorbije 50 jaar) een schaars goed zijn, het blijft een essentiële basisbehoefte en een elementair mensenrecht. Voor dat recht mogen er geen financiële belemmeringen zijn. Ook in droge en warme periodes moet iedereen toegang hebben tot voldoende drinkbaar water en water om zich te verkoelen en te ontspannen.

10 voorstellen tegen de droogte

1. We pakken de droogte eerst bij de industriële grootverbruikers aan. Elke grootverbruiker moet een plan voorleggen voor maximale waterbesparing en hergebruik, en een tijdspad om de maatregelen door te voeren. Tegelijk moet dit plan onderzoeken welke activiteiten stopgezet kunnen worden bij waterschaarste.

2. Toegang tot grondwaterreserves verlenen we prioritair aan de publieke drinkwaterbedrijven en pas daarna, volgens wat voorradig is, aan particuliere ondernemingen. De onttrekking door de industrie controleren we strikt en belasten we. We schaffen het degressief tarief van drinkwater voor grootverbruikers af. Zo zetten we bedrijven aan om zuinig met water om te springen.

3. Met een derdebetalersregeling helpen we de gezinnen, zelfstandigen en kleine bedrijven om te investeren in een regenwaterput en het regenwater en het te gebruiken voor minderwaardige toepassingen zoals de wc, de wasmachine en de tuin.

4. Regenwater moet afgekoppeld worden van de riolering en ter plaatse gebufferd of geïnfiltreerd worden. Elke gemeente moet hiervoor een hemelwaterplan opstellen en hierbij rekening houden met de impact van klimaatverandering.

5. Elke drinkwatermaatschappij moet een plan opstellen om haar waterleidingnet versneld te renoveren, met steun van de overheid. In Vlaanderen gaat immers elk jaar ongeveer 60 miljoen kubieke meter water verloren door lekken in de waterleidingen.

6. Bij het oppompen van water voor bouwwerven (bemaling) wordt retourbemaling, het terug infiltreren van het opgepompt grondwater in de bodem, de standaard. Indien dit technisch niet mogelijk blijkt, wordt nagegaan of het water op een andere manier hergebruikt kan worden. Bemalingswater mag niet meer afgevoerd worden via de riolering.

7. Bij zuiveringsinstallaties voor rioolwater wordt onderzocht of we het gezuiverde water efficiënt kunnen hergebruiken of opnieuw kunnen infiltreren in de bodem.

8. We moeten stoppen met bijkomende verharding (betonstop). Er mag niet meer verhard worden, tenzij men elders onthardt. Bedrijven, grootwarenhuizen en commerciële centra moeten hun verharde oppervlakten tegen 2030 terug doordringbaar maken of het water opvangen en bergen voor hergebruik of infiltratie.

9. Verandering van de landbouwpraktijken (overgang naar agro-ecologische en biolandbouw) zodat de bodem meer organisch materiaal bevat, meer water doorlaat en vasthoudt. In samenwerking met de landbouwsector moeten alternatieve, meer droogtebestendige teelten uitgetest worden.

10. Er moet meer ruimte komen voor water. Alle natte natuurgebieden moeten beschermd worden en waar mogelijk moeten rivieren en beken meer ruimte krijgen, zodat ze bij hoog water kunnen overstromen en het water kan infiltreren. Tegelijk moeten ze ook terug kunnen meanderen om de afvoer trager te laten verlopen.