Waarom de werkende klasse zal betalen hoe langer de oorlog duurt

Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer men de werkende klasse zal willen doen betalen. De gas- en olieprijzen gaan nu al door het dak. Oorlogsprofiteurs en speculanten doen gouden zaken. Niet alleen de oorlog zelf, maar ook de sancties en tegensancties zullen voor de hele wereld rampzalige gevolgen hebben. De werkende klasse wordt als eerste getroffen en dreigt deze oorlog duur te betalen, als we niet snel naar een staakt-het-vuren gaan.

Alle oorlogen draaien om macht en geld. Bij deze oorlog is dat niet anders. Sommige politici en oorlogsprofiteurs vertellen ons dat we de gevolgen van de sancties en een langdurige oorlog in Oekraïne maar moeten aanvaarden. Zij zeggen er niet bij dat zij zelf de gevolgen niet moeten ondergaan.

Nochtans zijn de gevolgen groot, in de eerste plaats voor de werkende klasse. Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer problemen op vijf terreinen: (a) de energieprijzen; (b) de tewerkstelling in bedreigde sectoren; (c) het gevaar van stagnatie en crisis; (d) nieuwe besparingen om de militaire budgetten te compenseren; (e) een verdere inperking van onze democratische rechten.

Explosie van energieprijzen en kosten van levensonderhoud

Europa hangt voor zijn gas sterk af van Rusland, dat voor ongeveer een derde van de totale gasvoorziening instaat. Het kan niet zonder deze bevoorradingsbron. De Europese gasprijs stond half maart op een absolute recordhoogte: 350 euro per megawattuur (MWh). Vóór corona bedroeg de prijs ongeveer 20 euro per megawattuur. Hij was al fors gestegen, met name als gevolg van de liberalisering van de sector en de gevolgen van covid. Maar de oorlog in Oekraïne maakte de situatie dramatisch. Concreet betekent dit voor een gezin dat zich met gas verwarmt dat de factuur jaarlijks met meer dan 5000 euro kan stijgen. Voor werkende mensen zijn dat hallucinante en gewoonweg onbetaalbare bedragen. En ook vele bedrijven en bedrijfstakken raken in grote moeilijkheden.

Dan hebben we het nog enkel over gas. Rusland is de op één na grootste olieproducent ter wereld en levert ook ongeveer 25 procent van de olie aan Europa. De oorlog doet ook die prijzen door het dak gaan. De dieselprijs steeg al tot 2,20 euro per liter, en het valt te vrezen dat de prijs nog verder zal stijgen. Werkende mensen die hun auto absoluut nodig hebben, moeten nu gaan werken om hun brandstof te betalen... om te gaan werken. En een verlaging van de accijnzen met amper 0,17 euro, zoals de regering half maart besliste, zal daar helemaal niets aan veranderen.

Het ergst van al is dat die prijsstijgingen mogelijk nog maar een begin zijn. Momenteel is de Russische gas- en olietoevoer niet onderbroken. De sancties treffen heel veel sectoren, maar niet deze. Deze stijgingen worden alleen veroorzaakt door de angst dat de toevoer zal worden onderbroken. Een stopzetting van de olie- en gasinvoer zou noodmaatregelen vergen om energie te besparen en alternatieve leveringsbronnen te vinden tegen zeer hoge prijzen (met name het veel duurdere schaliegas uit de VS). Dit zou grote gevolgen hebben voor heel Europa. Het zou ook leiden tot hogere elektriciteitsprijzen, want een deel van de Europese elektriciteitsproductie komt van gascentrales.

Deze afhankelijkheid is het gevolg van het jarenlange Europese geliberaliseerde energiebeleid. Door de markt zijn gang te laten gaan, hebben we te weinig geïnvesteerd in isolatie of in duurzame energieproductie, waardoor we minder olie of gas hadden kunnen verbruiken en veel afhankelijk hadden kunnen zijn. Er is op dat gebied uiteraard een koerswijziging nodig, maar dat is geen kortetermijnoplossing.

De prijzen stijgen ook in een reeks andere sectoren, zoals voeding, mineralen, hout enz. Oekraïne en Rusland zijn twee van 's werelds grootste tarweproducenten. Samen exporteren zij wereldwijd ongeveer een derde van alle tarwe. Daarom noemt men Oekraïne de "graanschuur van Europa". Een langdurige oorlog, en de sancties, kunnen een verwoestend effect hebben op de oogsten en de export. Sancties tegen Wit-Rusland, Ruslands belangrijkste bondgenoot in de oorlog, zouden de situatie nog kunnen verergeren: het is een van de grootste producenten ter wereld van kaliumchloride, een belangrijk bestanddeel om meststoffen te verwaardigen. Het risico op een explosie van de voedselprijzen en een echte crisis in vele landen is dus reëel. Niet alleen in Europa, maar ook in landen in het Midden-Oosten die sterk afhankelijk zijn van de Russische en Oekraïense export. Volgens de Financial Times dreigen "stijgende voedselprijzen verwoestend te zijn".

Vandaag krijgt de werkende klasse al de volle laag. Deze prijsstijging drijft de inflatie in alle sectoren op, met een relatieve daling van de lonen als gevolg. De steunmaatregelen die door de regeringen - waaronder de Belgische regering - worden voorgesteld, zijn belachelijk in vergelijking met de omvang van de stijgingen. En dit zou nog maar het begin kunnen zijn als de oorlog niet ophoudt en er geen diplomatieke oplossing wordt gevonden. Daarom moeten de regeringen meteen actie ondernemen om de koopkracht van de werkende klasse te beschermen, met een onmiddellijke en structurele verlaging van de btw op energie (elektriciteit, gas en stookolie), een blokkering van de brandstofprijs op 1,40 euro, en ook maatregelen om de prijzen te beheersen.

Bedreiging van de werkgelegenheid in de rechtstreeks betrokken bedrijven en sectoren

Hoge energieprijzen bedreigen de werkgelegenheid in de industrie, vooral in energie-intensieve sectoren (staal, chemie, papier, cement enz.). Verschillende bedrijven in België, zoals BASF of Nyrstar, hebben al aangekondigd dat ze hun productie gaan beperken. In december 2021 schatte de Nationale Bank dat de hoge energieprijzen meer dan 10.000 banen in België in gevaar brachten. Dit cijfer zal nu waarschijnlijk veel hoger liggen.

Maar sommige bedrijven hebben ook grondstoffen uit Rusland nodig of voeren zelf uit naar Rusland, en dreigen zwaar te worden getroffen door de sancties. Rusland is een belangrijke speler op de wereldmarkt voor vele grondstoffen, zoals palladium (44%), tarwe (11%), platina (14%), nikkel (6%) en goud (10%). Volgens de financiële pers is de grondstoffenmarkt op weg naar de grootste wekelijkse stijging sinds 1974. Fabrieken zoals Safran Areo Booster, die werkt met titaan dat voor 70% uit Rusland wordt ingevoerd, of staalfabrieken zoals NLMK Tubize en La Louvière, die werken met plakken uit Rusland, zullen waarschijnlijk ernstige moeilijkheden ondervinden. Problemen met de olie-import kunnen gevolgen hebben voor de hele petrochemische sector.

Dit zal ook het geval zijn voor bedrijven die naar Rusland exporteren, zoals in de chemische en farmaceutische industrie. Al deze bedrijven zullen moeilijkheden ondervinden, met het risico dat de productie wordt stopgezet, dat er economische werkloosheid ontstaat en zelfs dat zij worden geherstructureerd.

Het gevaar van stagnatie en economische crisis

Maar het gevaar speelt zich ook af op wereldvlak. Twee jaar geleden moest de toch al zieke kapitalistische economie het hoofd bieden aan covid. De pandemie heeft alle logistieke en productieketens op wereldschaal ontwricht. Door de onderlinge verwevenheid van de huidige economie heeft dit gevolgen gehad voor het hele systeem. Het herstel van de wereldeconomie is een hobbelige rit geweest. Het veroorzaakt tekorten en bevoorradingsproblemen in vele sectoren. Dat leidde enerzijds tot (tijdelijke) werkloosheid, bijvoorbeeld in de automobielsector wegens de schaarste aan elektronische chips, en anderzijds tot een spectaculaire prijsstijging van grondstoffen als hout en. Die productieproblemen hadden vooral een weerslag op de prijzen van de producten en dus op de inflatie. De explosie van de energieprijzen (zie hierboven), maar ook van de voedsel- en huizenprijzen, heeft een grote invloed op de inflatie, die in Europa nu al enkele maanden sterk toeneemt. De hoge prijzen troffen de werkende klasse rechtstreeks in hun levensonderhoud. Ondanks een zeker herstel hadden wij de afgelopen maanden dus al te kampen met economische moeilijkheden.

Vandaag krijgt de economie een nieuwe schok door de oorlog in Oekraïne. Alle problemen zullen verergerd worden: de prijs van energie en grondstoffen (zie hieronder), maar ook de problemen op het gebied van logistiek en vervoer. De scheepvaartgiganten Maersk en MSC hebben bijvoorbeeld alle activiteiten met Rusland stopgezet. Daarnaast trekt het ene na het andere westerse bedrijf zich om public relations redenen uit de Russische markt terug.

"Oorlogsspanningen, bevoorradingstekorten en de vrees voor sancties veroorzaken een wereldwijde schok voor de prijzen van basisproducten. Dit zou een wereldwijde recessie kunnen inluiden en de politieke stabiliteit van samenlevingen in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Azië en daarbuiten kunnen ondermijnen", schrijft Nicholas Mulder in The Economist. Hij voorspelt dramatische gevolgen van de sancties tegen Rusland voor de wereldeconomie.

Verhoging van de militaire budgetten die men zal compenseren door bezuinigingen

Frankrijk en Duitsland hebben reeds aanzienlijke verhogingen van hun militaire budgetten aangekondigd. Zo maakt Duitsland meteen 100 miljard euro vrij en kondigt het aan dat het meer dan de door de Navo gevraagde 2% van zijn bbp wil besteden om zijn leger te moderniseren en uit te bouwen. Andere landen zullen dit voorbeeld hoogstwaarschijnlijk volgen.

Zeker naarmate de economische moeilijkheden toenemen (zie boven), zullen deze investeringen ten koste moeten gaan van andere begrotingsposten. Wolfgang Munchau, journalist van de Financial Times schrijft: "Het belangrijkste fiscale effect van de Russische oorlog tegen Oekraïne is de enorme stijging van de defensie-uitgaven in Duitsland en Frankrijk. Hebben we de fiscale capaciteit om beide te doen, defensie en investeringen in hernieuwbare energie, op een moment dat de rentevoeten weer op een normaal peil komen?"

Met andere woorden, het gevaar dat de militaire uitgaven de geplande klimaatinvesteringen inhalen, is immens. Om nog maar te zwijgen van de budgetten voor gezondheidszorg, vervoer en huisvesting, die toch al onder druk staan en dreigen te worden opgeofferd in naam van de oorlogsinspanning ...

De inperking van democratische rechten en uitzonderingswetten

Zoals we ook hebben gezien na 11 september 2001 of na de aanslagen in Parijs, worden op dergelijke crisismomenten een hele reeks uitzonderlijke maatregelen en wetten genomen die de democratische rechten beperken. In naam van de "nationale eenheid" en/of veiligheid, wordt het recht om te protesteren beperkt. In Frankrijk bijvoorbeeld werd de noodtoestand afgekondigd, die met name werd gebruikt om in het kader van COP21 geplande betogingen te verbieden en een reeks activisten te arresteren. Waarschijnlijk zal dit ook deze keer het geval zijn, waarbij de regeringen de werknemers willen laten opdraaien voor de rekening en tegelijkertijd de ruimte voor protest willen beperken. In tijden van oorlog hebben we niet minder democratische rechten en debat nodig, maar juist meer (zie Waarom juist in oorlogstijd een democratisch debat essentieel is)

De werkende klasse zal de prijs van de oorlog in Oekraïne betalen, zoals zij ook de prijs van andere oorlogen in de geschiedenis heeft betaald. Daarom is het in haar belang om deze oorlog te stoppen en vrede af te dwingen, en heeft ze een belangrijke rol te spelen (zie Waarom de arbeidersbeweging een belangrijke factor van vrede is)

IJveren voor de vrede is vandaag essentieel, maar ook de strijd voor de bescherming van de werkende klasse. Voor sociale maatregelen zoals lagere btw, prijscontroles en loonsverhogingen. Die gevechten gaan hand in hand. Nu een aantal actoren van de crisis profiteren (de energiemultinationals die buitensporige winsten maken, de wapenmultinationals ...), moeten zij aan de financiering van deze maatregelen bijdragen.