Een stakingsavond, Eugène Laermans, 1893

Op 24 mei 1921 wordt het gehate artikel 310 uit het strafwetboek geschrapt. Tot dan is het strafbaar voor werknemers om collectief actie te voeren als dat het ‘recht op arbeid’ in gevaar brengt. In de praktijk heerst er een verbod op staken. Een piket opzetten om de helse werkomstandigheden aan te klagen is al voldoende om als misdadiger gearresteerd te worden. De afschaffing van artikel 310 wordt gezien als het begin van de stakingsvrijheid in ons land.

Wanneer men in 1830 België in 1830 vorm gaf, was dat volledig op maat van de liberale bourgeoisie. De vrijheden die in de grondwet werden ingeschreven, betekenden in de praktijk vooral de vrijheid om de lagere klassen te onderdrukken. De staat beschermde duidelijk de belangen van de rijken. Zo waren vakbonden en collectief arbeidersprotest verboden.

Elke werknemer stond zo verplicht in een een-op-eenrelatie met de baas. Dat betekende: vrij spel voor de kapitaalbelangen. Als niet-georganiseerde arbeider is het simpelweg onmogelijk om op gelijke voet te onderhandelen met een rijke eigenaar. De gevolgen logen er dan ook niet om. Het België van de 19de eeuw werd gekenmerkt door ongebreidelde uitbuiting, miserabele levensomstandigheden en een totalitaire heerschappij van de fabrieksbazen.

Opkomen voor je rechten betekende letterlijk je vel riskeren

Maar protest laat zich niet in de kiem smoren. Ondanks de wetten verenigden arbeiders zich illegaal om voor hun rechten op te komen. Via petities, protestacties, en jawel, stakingen bouwden ze in moeilijke omstandigheden krachtsverhoudingen op tegenover de bourgeoisie.1 Vanzelfsprekend lieten de kapitalisten dat niet zomaar gebeuren. Het hele staatsapparaat werd gemobiliseerd om de eisen van de arbeiders te onderdrukken. Actievoerders kregen hoge boetes. Leiders die opriepen tot staken werden veroordeeld tot gevangenisstraffen. Stakingsposten aan fabrieken werden in naam van het ‘recht op arbeid’ met bruut politiegeweld uit elkaar geslagen. Opkomen voor je rechten betekende letterlijk je vel riskeren.

Die repressie valt niet te onderschatten. Jonge kinderen, als ze zelf al niet moesten werken, zagen hun ouders tot op het bot uitgeperst worden door het winstbejag van de fabriekseigenaars. Als papa dan bij de vakbond ging, was er veel kans dat hij in het cachot vloog. Daar werd hij opgesloten naast moordenaars en verkrachters, gewoon omdat hij zijn stem liet horen voor rechtvaardigheid.

Voor elke millimeter sociale vooruitgang heeft de werkende klasse moeten strijden

De rechten die de werkende klasse vandaag heeft om zich te verzetten en krachtsverhoudingen op te bouwen, zijn er niet gekomen via voortschrijdend inzicht van politici of via de stembus. Elke millimeter is afgedwongen via stakingsbewegingen en sociaal protest. In 1886 werden tijdens de Volksopstand, één van de grootste stakingsbewegingen tot dan, tal van arbeiders neergesabeld of -geschoten. Anderen werden nadien veroordeeld tot zware straffen. Twee vakbondsleiders kregen 20 jaar dwangarbeid opgelegd.

Toch kwamen uit de klassenstrijd ook verworvenheden voort, zoals de afschaffing van de kinderarbeid. Maar repressie bleef het ordewoord. Staken bleef in de praktijk verboden. Toch bleven in de late 19de en begin 20ste eeuw tal van stakingsbewegingen de kop opsteken. Daarin werden tientallen arbeiders over de kling gejaagd.

Na de Eerste Wereldoorlog vonden er in Europa belangrijke verschuivingen plaats die een ongeziene ruimte gaven aan de sociale strijd om belangrijke overwinningen te boeken. Dat honderdduizenden Belgische arbeiders gemobiliseerd waren, en dus in staat de wapens opnieuw op te nemen, was een belangrijk feit. Nog belangrijker was de Oktoberrevolutie in Rusland, die in tal van landen de arbeidersbeweging de wind in de zeilen gaf. In Duitsland, Italië en Hongarije vonden communistische revoluties plaats, en ook in Ierland en Spanje kwam de bevolking in opstand. Overal in Europa waren er golven van sociaal protest.

Ook in België vinden tientallen stakingen plaats tussen 1919 en 1921, waarvan sommigen maandenlang werden aangehouden. De arbeiders schoven hierbij een breed pakket aan eisen naar voor. Het is onder die druk, niet door de regeringsdeelname van de BWP (de Belgische Werkliedenpartij), dat in 1921 de stakingsvrijheid eindelijk afgedwongen wordt.

Ondanks het afschaffen van artikel 310 is de repressie tegen de werkende klasse altijd blijven bestaan

Die vrijheid was niet absoluut. Ondanks het afschaffen van artikel 310 is de repressie tegen de werkende klasse altijd blijven bestaan, in één of andere vorm, tot op vandaag.(2) De recente processen tegen vakbondsleiders tonen dat perfect aan. Vakbondsleider Bruno Verlaeckt werd veroordeeld voor het organiseren van een piket aan de Scheldelaan in Antwerpen in 2016. In Luik werden vorig jaar maar liefst 17 vakbondsmensen veroordeeld, waaronder ABVV-voorzitter Thierry Bodson. Het grootbedrijf gaat vandaag bijzonder creatief te werk: de syndicalisten werden veroordeeld omdat ze het verkeer zouden belemmeren.

De geschiedenis geeft ons belangrijke lessen. De eerste is dat vooruitgang voor de werkende klasse, zowel op sociaal als democratisch vlak, nooit vanzelf komt. Ze moet altijd afgedwongen worden op straat, door krachtsverhoudingen op te bouwen.

De tweede is dat actievoeren, stakingsvrijheid, op zich een belangrijke verworvenheid is. Staken is een recht dat de arbeidersklasse met veel offers betaald heeft. De patronale organisaties weten maar al te goed waarom ze de actiemiddelen van het werkvolk willen bemoeilijken of verbieden.(3)

De sociale strijd over de lonen toont dat het getouwtrek tussen verschillende belangen vandaag brandend actueel blijft

Daarom is het belangrijk dat de werknemers zelf weten waarom het zo essentieel is om dat wapen te behouden. Want de derde les is dat alles altijd in beweging blijft. Machthebbers blijven heel ijverig sociaal protest onderdrukken.

In landen zoals de Filipijnen en Colombia gebeurt dat op een erg dodelijke manier. Maar ook bij ons zoeken werkgevers naar middelen om stakingen te breken en vakbondsafgevaardigden aan de kant te zetten. De sociale strijd over de lonen toont dat het getouwtrek tussen verschillende belangen vandaag brandend actueel blijft. En waarom het stakingsrecht een noodzakelijke garantie blijft voor goede leef- en werkomstandigheden.

De vierde les tenslotte is dat de bourgeoisie al twee eeuwen lang hetzelfde argument gebruikt: ze eist het absolute ‘recht op arbeid’, het recht om arbeiders ten allen tijden te doen werken. Met andere woorden, een verbod op stakingen en piketten.

Zonder stakingsrecht geen sociale rechten, zei PVDA-voorzitter Peter Mertens tijdens zijn 1 mei-toespraak:


1“Hoe de werkende klasse het stakingsrecht afdwong”, interview met Gita Deneckere, Solidair mei-juni 2021, p. 14-17.

2“Mogen we nog staken?”, Patrick Humblet, Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), p. 54-58.

3“Stakingen maken het patronaat bang, daarom wil het die verbieden”, Jonathan Lefevre, interview met Jan Buelens, Solidair mei-juni 2021, p. 18-19.

Volg de PVDA op de voet