Foto Elio Germani.

Donderdag 20 juni legden de twaalf volksvertegenwoordigers van de PVDA in de Kamer de eed af. Ze komen uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië, en spreken een en dezelfde taal: de taal van de werkende bevolking.

De twaalf zullen in het parlement het verlengstuk zijn van de sociale strijd, en zullen de solidariteit en de eenheid verdedigen. Ze zullen daarbij blijven leven met het loon van een gemiddelde werknemer.

PVDA-voorzitter Peter Mertens is trots op de sterke ploeg. “Vorige keer waren we nog met twee, vandaag zijn we met 12 federale volksvertegenwoordigers. We zullen de stem van de straat binnenbrengen in het parlement. We gaan op tafel kloppen voor het minimumpensioen van 1.500 euro, voor een pensioen op 65, voor het verhogen van het minimumloon, voor een menselijk beleid voor langdurig zieken, voor beter openbaar vervoer, voor eerlijke belastingen … En we zullen de politieke privileges blijven bestrijden.”

“De nieuwe fractie van de PVDA is een weerspiegeling van de partij”, aldus Peter Mertens. “Mannen en vrouwen uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Met vier arbeiders die samen meer dan 100 jaar syndicale ervaring hebben. Allemaal mensen die de realiteit van het dagelijkse leven kennen.”

Maria Vindevoghel, verkozen in Brussel, zorgde voor wat commotie door haar eed tweetalig af te leggen. Iets wat voor haar als tweetalige vanzelfsprekend is. Zeker omdat ze als Brusselse de tweetalige hoofdstad wil vertegenwoordigen. Daarmee ging ze in tegen de geijkte procedures in het parlement die de Nederlandstalige en de Franstalige volksvertegenwoordigers proberen te verdelen.

De twaalf volksvertegenwoordigers van de PVDA spreken uiteindelijk wel een en dezelfde taal: de taal van de werkende bevolking.

Bekijk hier de portretten van de PVDA-verkozenen.