De coronacrisis kan geen excuus zijn om democratische rechten af te breken

Kliklijnen, warmtedrones en apps brengen het recht op privacy in het gedrang. (Foto Don McCullough, Flickr)

Naast maatregelen op vlak van gezondheid, neemt de Belgische regering ook maatregelen die de rechten van de bevolking inperken: huiszoekingen, kliklijnen, warmtedrones, apps, beperking van de toegang tot justitie,… Redenen genoeg om waakzaam te zijn.

Uiteraard is er social distancing, een belangrijke en terechte maatregel om de gezondheid van de bevolking te beschermen. Maar al snel lanceerde de regering ook ideeën waar ernstige bedenkingen bij te maken zijn en zette de politie een aantal van die ideeën om in praktijk.

Vooreerst zou de politie huiszoekingen kunnen uitvoeren zonder toestemming van de rechter. Er wordt ook gebruik gemaakt van kliklijnen, waarbij mensen naar de politie kunnen bellen om anderen te verklikken, en worden warmtedrones ingezet om te controleren of er op bepaalde plaatsen niet meer personen waren dan “normaal”. Daarnaast zijn er boetes, zoals GAS-boetes van 250 euro voor wie de maatregelen niet naleeft, die werden gegeven op basis van geheime richtlijnen van de Task Force Geïntegreerde Politie. Sommige rechtbanken willen overtreders via de snelrechtprocedure berechten. Verder denkt de regering na over een app die besmette personen in kaart moet brengen. Tot slot besliste de regering om alle lopende gerechtelijke dossiers in principe schriftelijk te laten afhandelen door de rechtbank, dus zonder mondelinge pleidooien.

Al deze maatregelen botsen met fundamentele rechten. Het voorstel van de huiszoeking is een regelrechte inbreuk op een van de belangrijkste fundamentele rechten, met name de onschendbaarheid van de woning. De woning is een van de belangrijkste elementen van het privé-leven, waar niet zomaar (zonder toestemming van een rechter) kan worden binnengevallen. Kliklijnen, warmtedrones en apps brengen het recht op privacy in het gedrang. Een schriftelijke procedure voor de rechtbank is in het nadeel van burgers die zichzelf willen verdedigen of voor wie een mondeling pleidooi van groot belang is. Denk maar aan familiezaken of aan werknemers. Als zij hun verhaal kunnen doen voor de rechtbank, kan dat ervoor zorgen dat ze gelijk krijgen. Terecht kwam er dan ook kritiek op al deze maatregelen. Zo stelde de magistratenvereniging ASM dat Geens de rechten van de meest kwetsbaren en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevaar brengt. Ook de Hoge Raad voor Justitie is kritisch.

Efficiëntie is lang niet bewezen

Maatregelen als huiszoekingen, kliklijnen, warmtedrones en apps zijn niet efficiënt. Ze verhogen integendeel het wantrouwen jegens de medemens, terwijl we nu vooral solidariteit nodig hebben, vertrouwen in elkaar en de overheid.

Om zo’n ingrijpende maatregelen gedurende een lange periode te laten naleven, is het vertrouwen van de bevolking in de overheid cruciaal. Enquêtes wijzen erop dat de grote meerderheid van de bevolking solidair is en de maatregelen volgt. Dat vertrouwen kan alleen maar worden behouden als de overheid aantoont dat ze heldere regels invoert die voor iedereen gelden, dat de maatregelen efficiënt zijn en rechten niet meer beperkt worden dan nodig.

Twee maten, twee gewichten

Als het op efficiëntie aankomt, zouden de genomen maatregelen in eerste instantie de grote actoren moeten treffen, met name de grote bedrijven. Zij stellen honderden, soms duizenden mensen te werk op een zelfde arbeidsplaats. Daar moet dus zeker veilig gewerkt kunnen worden.
Officieel zijn de maatregelen zowel op bedrijven als burgers van toepassing. Beide riskeren ze boetes als ze de maatregelen van bijvoorbeeld social distancing niet volgen. Maar het verschil zit in de details. Bij essentiële bedrijven moet de social distancing alleen worden gerespecteerd “voor zover het mogelijk is”, voor burgers moet dit daarentegen altijd worden gerespecteerd.

De wanverhouding wordt nog duidelijker als we naar de cijfers van de controles kijken. Tussen 23 maart en 4 april voerden de inspectiediensten bij ondernemingen 750 controles op afstand en 328 controles ter plaatse uit. 280 bedrijven kregen een waarschuwing, 52 kregen een termijn om zich in regel te stellen, 20 werden gesloten en er werd slechts 1 PV opgesteld. Minister van Werk Muylle verklaarde onomwonden dat er geen enkele boete werd uitgeschreven omdat “boetes opleggen weinig zin heeft”. Daartegenover werden in dezelfde periode 5.000 strafrechtelijke dossiers geopend tegen burgers. Zij werden bovendien verplicht de boete onmiddellijk te betalen, wat onwettig is, in tegenstelling tot wat Minister De Crem op 5 april zei in de Zevende Dag.

Dat burgers veel harder worden aangepakt dan bedrijven, heeft veel te maken met het denkkader van de regeringen. Zij willen zo snel mogelijk de economie terug opstarten, zonder na te gaan of de bescherming van de gezondheid van de werknemers en de bevolking voldoende is gegarandeerd. Met zo’n ideologische ingesteldheid is het bestraffen van ondernemingen niet aan de orde, maar wordt de focus verlegd naar de burgers.

Al langer in de pijplijn, nu doorgevoerd via de shockdoctrine

Het feit dat deze maatregelen op democratisch vlak zo snel werden genomen, veel sneller dan sommige maatregelen op gezondheidsvlak, is omdat ze al langer klaarlagen. Ze liggen immers in lijn van de maatregelen die de regering Michel-De Wever sinds 2014 nam. Denk maar aan het idee om huiszoekingen te doen zonder tussenkomst van de rechter bij mensen zonder papieren en iedereen die ervan “verdacht” werd hen te huisvesten. Pas na veel protest werd dit wetsontwerp opgeborgen.

Van Minister Jambon kreeg de politie de middelen om te investeren in technologie voor de massale verspreiding van camera’s, nummerplaatherkenning, elektronische vingerafdrukken, en ga zo maar door. Een van de grote plannen van Minister Geens was dan weer The Court of the Future, een rechtbank waarbij alle zaken vooral schriftelijk zouden worden afgehandeld. Geens wil een rechtbank voor de few, niet voor de many. Ziet de regering met deze coronacrisis haar kans schoon om deze plannen door te drukken?

Als tijdelijk definitief wordt

In haar boek De Shockdoctrine waarschuwt Naomi Klein terecht voor de tendens van neoliberale regimes om crisissituaties, waarin de bevolking bereid is rechten af te staan of er minder aandacht voor heeft, te misbruiken om bepaalde maatregelen te nemen die al lang klaarlagen. Na afloop van de crisis worden die maatregelen niet meer teruggedraaid, men is er immers al aan “gewend” geraakt. In een recent artikel stelde de Amerikaanse advocaat Glenn Greenwald dat dit bij de coronacrisis een reëel gevaar is. Het bekendste voorbeeld is Hongarije, waarbij Orban het parlement volledig buitenspel heeft gezet en voor onbepaalde duur alleen kan regeren. Volgens onderzoekscentrum CRISP zijn de maatregelen in België “ongezien sinds de Tweede Wereldoorlog”. Wat zal er gebeuren eens de coronacrisis achter de rug is?

Bij de stemming van de volmachten verklaarde de regering plechtig dat de maatregelen ophouden als de crisistoestand voorbij is. Alvast De Crem ziet dat toch anders. In Het Laatste Nieuws van 4 april 2020 stelt hij: “Uiteraard gaan we het best zo snel als we kunnen terug naar een normalisering van de situatie, maar een maatschappij evolueert ook. Laat mij even een andere vergelijking maken. Ook bij de dioxinecrisis zijn er maatregelen genomen voor de Volksgezondheid waar men niet op teruggekomen is. Er is vandaag geen enkel ei dat niet meer traceerbaar is, en wij vinden dat vandaag ook maar normaal”.

Eieren vergelijken met mensen kan nogal tellen, maar dit is vooral weinig geruststellend. De Crem vergeet immers de vorige grote crisissituatie te vermelden: de terroristische aanslagen van maart 2016. Daarbij werd bijvoorbeeld de mogelijkheid om iemand van zijn vrijheid te beroven (de voorlopige hechtenis) van 24u naar 48u opgetrokken. Op die manier worden bestaande rechten telkens wat meer ingeperkt. Over de warmtedrones zei De Crem in Terzake alvast dat we dat intussen al gewoon zijn. De grootste voorzichtigheid is dus geboden. Mits wat creativiteit kunnen huiszoekingen ingezet worden tegen burgers of protestbewegingen. Hetzelfde geldt voor kliklijnen en apps die verplaatsingen registreren.

Het gevaar van de volmachten

De volmachten laten de regering toe om heel ver te gaan in maatregelen die democratische rechten beperken. Alleen de PVDA stemde tegen deze volmachten, precies omdat de partij vreest dat de regering misbruik maakt van de huidige situatie om, op basis van een agenda die al klaar lag, sociale en democratische rechten in te perken en dat ze de tijdelijke maatregelen ook na de crisis zal behouden.

In het parlement legde Raoul Hedebouw duidelijk uit dat de PVDA constructieve oppositie voert (bekijk hier de video). De partij zal alle maatregelen steunen die de gezondheid van de mensen beschermen, maar niet degene die de rechten van de werkende klasse en de bevolking ondermijnen. De PVDA staat niet alleen met haar bezorgdheid over de democratische rechten. Ook de vakbonden, de mensenrechtenliga’s en verschillende academici en democraten tonen zich heel kritisch.

De PVDA roept de regering op om, in plaats van fundamentele rechten in te perken, zich bezig te houden met het bedwingen van deze enorme crisis en te doen waar de mensen om vragen: preventie, gezondheid en bescherming van de koopkracht van de bevolking. Dat zou de effectiviteit van de maatregelen ten goede komen en niet bovenop de gezondheidscrisis ook nog eens een democratische crisis teweeg brengen .