.

Marc Botenga, PVDA-volksvertegenwoordiger in het Europees Parlement sprak met Peoples Dispatch over de officiële discussies op de COP26 en de noodzaak van een sociale aanpak in de groene transitie.

Dit artikel werd geschreven door Muhammed Shabeer en verscheen op 8 november in Peoples Dispatch.

Terwijl de conferentie van de Verenigde Naties over klimaatverandering (COP26) in Glasgow van start gaat, doen progressieve groepen overal ter wereld radicale en concrete voorstellen om de desastreuze gevolgen van dit wereldwijde fenomeen aan te pakken. Een groot aantal klimaatactivisten en jongeren heeft al in de straten van Glasgow betoogd en dringend maatregelen geëist om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Peoples Dispatch sprak met Marc Botenga, lid van het Europees Parlement (MEP) en PVDA-volksvertegenwoordiger, over klimaatverandering.

Wat vindt de PVDA van de COP26? Hoe belangrijk is deze conferentie voor het klimaatbeleid? Is er kans op consensus tussen de wereldmachten, waarbij hun exceptionalisme terzijde wordt geschoven?

Marc Botenga. Deze top moet belangrijk zijn, maar ik ben het met Greta Thunberg eens dat het risico op veel "blah blah blah" groot is. Ten eerste valt het overwicht van de westerse, rijkere delegaties op, mede vanwege de reisbeperkingen door COVID-19. Wij weten, zoals sedert de Top van Rio in 1992 is vastgesteld, dat deze geïndustrialiseerde landen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de emissies. Dus is het aan hen om verantwoordelijkheid te nemen. Niet de bevolking van deze landen, laat dat duidelijk zijn, maar de grote bedrijven.

Ten tweede is een van de centrale voorstellen, die onder meer door de Europese Unie worden gepromoot, de zogenaamde koolstofmarkten . Die stellen bedrijven in staat het recht om uit te stoten te ontvangen, te kopen en zelfs te verkopen. Het is een handelssysteem voor het recht om te vervuilen. Deze marktgerichte aanpak, het zogenaamde emissiehandelssysteem (ETS), is een van de hoekstenen van het klimaatbeleid van de EU. De redenering hierachter is dat de prijs van koolstof geleidelijk zal stijgen, wat bedrijven op hun beurt zal motiveren om over te schakelen op duurzamere energie. Het probleem is dat dit systeem er de afgelopen 15 jaar absoluut niet in is geslaagd de uitstoot in de Europese Unie voldoende terug te dringen. De landen hebben gratis vergunningen uitgedeeld, de prijs is over het algemeen nergens in de buurt van het geraamde noodzakelijke niveau gekomen, en het aantal beschikbare vergunningen is onvoldoende gedaald. Deze marktlogica wereldwijd doorvoeren zal de planeet niet redden.

We hebben radicale verandering nodig, een echte sociale klimaatrevolutie. Het jongste rapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) bevestigt dat de recente klimaatverandering wijdverspreid, snel en intens is en in de afgelopen duizend jaar zijn weerga niet heeft gekend. Het verslag is heel duidelijk: alleen "onmiddellijke, snelle, aanhoudende en grootschalige mitigatie" kan de ramp nog beperken. Dat vereist natuurlijk massale overheidsinvesteringen en bindende reductiedoelstellingen voor multinationale ondernemingen, maar ook een verandering van logica. Laat me een voorbeeld geven. Een marktgerichte aanpak, bijvoorbeeld van het energiebeleid, heeft als doel markten te creëren voor hernieuwbare energie en investeringen in hernieuwbare energie rendabel te maken. Dit moet dan particuliere spelers overhalen of verleiden om in duurzame energie te investeren. Maar zolang investeringen in fossiele energie winstgevend zijn, zullen bedrijven uiteraard beide blijven doen. De investeringen in groene energie zullen dus dienen als greenwashing voor grote fossiele energiebedrijven, terwijl zij massaal in fossiele brandstoffen blijven investeren.

In plaats van fundamentele keuzes aan de markt over te laten, moet de burger het heft in handen krijgen en het klimaat boven winstbejag kunnen stellen. Met zowel wetenschappelijke als publieke druk zou de COP26 in Glasgow ambitieuze besluiten moeten nemen, en de financiering van fossiele brandstoffen stoppen zou het absolute minimum zijn. De top zou in ieder geval een basis kunnen vormen waarop de beweging voor sociale én klimaatrechtvaardigheid verdere eisen kan uitwerken. Sociale bewegingen, zowel uit het Noorden als uit het Zuiden, moeten zoveel mogelijk druk uitoefenen, zodat dit de verandering teweegbrengt die wij nodig hebben. Comac, de studentenbeweging van de PVDA, is met meer dan 200 jonge klimaatactivisten in Glasgow. Zij zullen de boodschap overbrengen: verander het systeem, niet het klimaat. Zoals het IPCC-rapport zegt: "het toekomstige klimaat zal afhangen van de keuzes die we nu maken." En de activisten zijn er om de wereldleiders daaraan te herinneren.

Wat is uw kijk op het energietransitieproject van de EU en hoe goed vordert het? Hoe beoordeelt u een dergelijk programma tegen de achtergrond van de verslechterende klimatologische omstandigheden in Europa: frequente overstromingen, woedende bosbranden, enzovoort? Wat denkt u van de vooruitzichten op massale investeringen in kernenergie ter compensatie van de desinvesteringen in de koolwaterstofindustrie?

Marc Botenga. Je kunt de European Green Deal vanuit twee invalshoeken bekijken. Enerzijds is het de meest ambitieuze en coherente visie die tot dusver op Europees niveau vanuit een marktgerichte invalshoek tot stand is gebracht. Anderzijds is het afhankelijk van de goede wil en de bereidheid van privékapitaal om te investeren, en zijn de doelstellingen niet ambitieus genoeg om de belofte van een opwarming van de aarde onder 1,5°C waar te maken. De Green Deal moet de uitstoot tegen 2030 met 55% verminderen en tegen 2050 klimaatneutraliteit bereiken. Een vermindering met 55% tegen 2030 is echter verre van voldoende. De wetenschap vertelt ons dat we een vermindering van minstens 65% nodig hebben om overeen te stemmen met de Overeenkomst van Parijs. De concrete maatregelen van het plan worden gedetailleerd beschreven in het "FitFor55"-pakket. En deze lijken ontoereikend om zelfs maar die vermindering van 55% te bereiken.

De Green Deal belooft jaarlijks 100 miljard euro uit te geven aan de klimaattransitie, maar de Europese Commissie geeft zelf toe dat er 260 miljard per jaar nodig is om de eigen doelstellingen te halen. Daarom noemen activisten de Europese Klimaatwet nu al een capitulatie. Volgens hen geeft de EU-wet een signaal dat er echt voldoende wordt opgetreden, terwijl dat niet het geval is.

De Europese Commissie ziet klimaatverandering vooral als een economische kans voor haar "Europese kampioenen", de multinationale ondernemingen die hun technologie zullen ontwikkelen en op de wereldmarkten verkopen. Competitieve duurzaamheid en duurzame competitiviteit, noemt de Europese Commissie het. Uit de voorgestelde maatregelen blijkt dat klimaatverandering niet in de eerste plaats wordt gezien als een mondiale uitdaging, maar als een kans voor de Europese bedrijven om hun mondiale marktaandeel te vergroten. In plaats van de overdracht van groene technologieën naar het Zuiden te vergemakkelijken, geeft de Commissie de voorkeur aan de invoering van een koolstofheffing aan de grens. In plaats van de grote vervuilers te belasten, zal de gratis toewijzing van quota in het kader van het ETS-systeem voor de koolstofmarkt worden voortgezet, terwijl er een "plasticbelasting" zou komen die de mensen gaat treffen.

Terwijl zij opscheppen over hernieuwbare energiebronnen, ontvangen fossiele projecten, voornamelijk in de gassector, nog steeds Europese financiering. Totale hypocrisie. Er zijn massale overheidsinvesteringen nodig om de vereiste overgang snel in gang te zetten, samen met bindende reductie- en prestatiedoelstellingen. Alleen zo kunnen we de uitstoot tegen 2030 met 65% verminderen en tegen 2050 klimaatneutraal worden.

Wat kernenergie betreft, laten we duidelijk zijn: elke euro die in kernenergie wordt gestoken, is een euro die niet aan hernieuwbare energie wordt besteed. Investeren in kerncentrales betekent een vertraging van de dringend noodzakelijke overgang naar een massale productie van hernieuwbare energie, hoofdzakelijk gebaseerd op zonne- en windenergie of op groene systemen op basis van waterstof. Bovendien is kernenergie heel onbuigzaam. In België worden in geval van overtollige energieproductie niet de kerncentrales, maar de productie van hernieuwbare energie uitgeschakeld. Het probleem van het kernafval is ook nog lang niet opgelost en er zijn onopgeloste vragen over de wijze waarop grondstoffen zoals uranium door westerse bedrijven worden verkregen, met name in Afrikaanse landen. Kernenergie biedt volgens ons dan ook geen oplossing voor de klimaatcrisis in België of Europa.

In de automobielindustrie over de hele wereld worden fabrieken gesloten en worden mensen ontslagen omdat men wil overschakelen op de modernste groene technologieën. Wat is uw mening over dergelijke anti-arbeiderstendensen in naam van de groene overgang en hoe oordeelkundig is het beleid geweest voor de rehabilitatie van de honderdduizenden werknemers in de koolwaterstofindustrie, die waarschijnlijk door het groene overgangsbeleid zullen worden getroffen?

Marc Botenga. Het is duidelijk dat fossiele brandstoffen niet de toekomst zijn. We moeten Big Business bindende uitstootverminderingsdoelstellingen opleggen. In België veroorzaken slechts vijf multinationals meer dan 20% aan CO2-uitstoot. Dat is bijna evenveel CO2 als alle Belgische huishoudens samen. Voor Europa bestaan soortgelijke cijfers. Ondanks de klimaatnoodsituatie is de uitstoot van deze multinationals al jaren niet gedaald.

Tegelijkertijd zal de groene transitie mislukken zonder de steun en actieve deelname van de werkende klasse. Er is geen twijfel mogelijk. Als we het over een klimaatrevolutie hebben, moeten we er altijd op hameren dat dit een sociale klimaatrevolutie moet zijn. Elke asociale maatregel verzwakt de steun van de werkende klasse voor de groene transitie. Erger nog, de elitaire aanpak van de klimaatverandering, waarbij oneerlijke belastingen worden opgelegd aan de werkende klassen, zou deze klassen in de richting kunnen duwen van de klimaatsceptici en de extreemrechtse partijen die hen steunen.

De vakbonden in heel Europa wezen er echter al snel op dat de sociale dimensie van de Europese Green Deal zo goed als onbestaande was. Ze hebben gelijk. Er wordt veel gepraat over hoe de overgang ook sociaal moet zijn, maar in werkelijkheid is de sociale agenda van de Europese Commissie niet veel meer dan retoriek. We zouden het niet alleen moeten hebben over "phase out", maar ook over "phase in" met een actief industriebeleid, geleid door overheidsinvesteringen. Er is een enorm sociaal potentieel in de groene transitie met het scheppen van kwaliteitsbanen, in de energiesector zelf natuurlijk, maar ook in andere sectoren.

Ook de vakbonden wijzen op het belang van actieve werknemersparticipatie en collectieve onderhandelingen. Ik denk dat het van groot belang is dat de werknemers actief bij deze overgang worden betrokken. Dat is van belang voor de sociale dimensie van de transitie, maar er is ook een democratisch aspect aan en zelfs een technologisch aspect. De werknemers beschikken over de nodige knowhow en ervaring om deze overgang tot een succes te maken. Werknemers uit de petrochemische sector in de Antwerpse haven kunnen bijvoorbeeld diepgaand praten over hoe overtollige warmte die door de industrie wordt geproduceerd, kan worden getransformeerd en gebruikt, bijvoorbeeld voor verwarmingsnetwerken voor een stad of district.

Een actieve, door de overheid geleide aanpak zou ons ook in staat stellen de regionale ongelijkheden in Europa aan te pakken. Want ook hier zie je een enorme tegenstelling tussen de markt en de behoeften aan gelijke ontwikkeling. De markt stuurt de investeringen naar regio's die waarschijnlijk de meeste winst zullen opleveren, terwijl de regio's die het zwaarst door de transitie worden getroffen, achterblijven, waardoor de regionale ongelijkheden worden versterkt. Gelijke ontwikkeling vereist een sterk, door de overheid geleid industriebeleid. Ik heb het niet alleen over het garanderen van een actievere rol van de staat. Zoals ik al eerder heb uitgelegd, betekent overheidssteun voor bedrijven niet noodzakelijkerwijs een omslag naar de systemische verandering die we nodig hebben. De kapitalistische staat grijpt in de economie in, maar handelt in overeenstemming met zijn klassenkarakter als beschermer van het grootkapitaal en de grote aandeelhouders. Onder het kapitalisme kunnen we het klimaat niet redden. Het klimaat en het kapitalisme zijn onverenigbaar en daarom is er een andere rol voor de staat nodig.