De politieke verantwoordelijkheid voor het PFOS-schandaal is verpletterend

Foto Belga

De onderzoekscommissie PFOS onderzocht de afgelopen maanden hoe het komt dat de PFOS-vervuiling in Zwijndrecht pas zo laat aan het licht is gekomen en waarom er geen maatregelen werden genomen om de volksgezondheid te beschermen. Het eindverslag van de commissie blijft echter op de vlakte over de verpletterende politieke verantwoordelijkheid in dit dossier.De PVDA diende daarom samen met Groen het volgende amendement in op het eindverslag, dat door de de N-VA, Open VLD en CD&V werd weggestemd.

Toen in 2017 bleek dat de PFOS-vervuiling rond 3M verder reikte dan aanvankelijk gedacht, was alle wetenschappelijke kennis beschikbaar om de ernst hiervan in te zien, de vervuiling in kaart te brengen en maatregelen te nemen om de impact op mens en milieu te beperken. Een aantal politieke beslissingen hadden, naast de hierboven beschreven elementen, een belangrijke impact op het verloop. De onderzoekscommissie onderscheidt hierin vier zaken:


1. De aanhoudende besparingen en beslissingen die ertoe geleid hebben dat de overheid haar kerntaak niet heeft kunnen vervullen voor de bescherming van mens en milieu, zowel op het vlak van kennisvergaring, vergunningverlening als handhaving.

2. De grote politieke druk om de Oosterweelwerken tijdig van start te laten gaan en om de kosten voor dit project te beperken. De PFOS-vervuiling werd door het Politiek Stuurcomité ingeschat als “het voornaamste resterende risico voor een tijdige start der werken” van de infrastructuurwerken op Linkeroever (de eerste fase van de Oosterweelwerken). Het Stuurcomité vroeg de verschillende Vlaamse administraties om een plan van aanpak uit te werken “dat de financiële risico’s van het project beheersbaar houdt” en communicatie af te spreken. Op die manier werd - expliciet of impliciet - druk gezet op de betrokken administraties om naar oplossingen te zoeken die in de eerste plaats zowel de financiële kost als de impact op de timing van de werken zouden beperken. Daardoor zijn op verschillende plaatsen in de keten significante fouten gemaakt ten koste van de volksgezondheid en het milieu:

  • Er werden onvoldoende gegevens en expertise samengebracht - zowel wetenschappelijke kennis, kennis van internationale cases, als bodem- en andere metingen - om het risico voor de volksgezondheid te onderzoeken. Veel van deze kennis was nochtans bij verschillende betrokken actoren gekend.
  • De conclusies van deze risico-inschatting werden vervolgens foutief doorgecommuniceerd door BAM/Lantis naar het Politiek Stuurcomité. Waar OVAM sprak over een “onzekerheid” over de blootstelling in woongebied en aandrong op metingen in het woongebied, beweerde BAM/Lantis dat er “zekerheid” was dat er in Zwijndrecht “geen enkel risico” voor de mens kon zijn. Daar was geen feitelijke basis voor.
  • De toetsingswaarden voor de behandeling van de vervuilde gronden op de Oosterweelsite werden bepaald door een tijdelijk handelsvennootschap dat nauw betrokken is bij zowat alle aspecten van het Oosterweelproject en nauw verweven blijkt met BAM/Lantis. Ook bij deze bepaling werd zonder afdoende motivatie gebruik gemaakt van verouderde wetenschappelijke kennis, terwijl de meest recente kennis gekend was.
  • OVAM wees op het gebruik van deze achterhaalde gegevens en op het gebruik van foute methodes, maar verklaarde zich toch akkoord met dit toetsingskader. Als motivatie hiervoor verwees het onder meer naar “de verregaande economische consequenties van oponthoud voor dit dossier, en de omvang en kosten voor het nodige verder onderzoek”.
  • BAM/Lantis onderhandelde met de VMM over lozingsnormen voor met PFOS vervuild grondwater en stuurde daarbij steevast aan op hogere normen. Deze onderhandelingen waren gebaseerd op ‘realisme’ en technische haalbaarheid, in plaats van wetenschappelijke, milieukundige en gezondheidskundige elementen. BAM/Lantis koppelde hierbij voortdurend terug met vervuiler 3M.

3. Het afsluiten van een dading tussen BAM/Lantis en 3M, met medeweten van de bevoegde minister, zonder debat en zonder escalatie naar de regering. In de dading werd afgesproken om zwaar vervuilde grond op te slaan in een constructie met de misleidende naam ‘veiligheidsberm’. Er werden ondertussen verschillende juridische vraagtekens geplaatst bij de inhoud van deze dading. Het is onduidelijk in welke mate de dading een obstakel kan vormen bij het terugvorderen van deze kosten bij de veroorzaker van de vervuiling, 3M, volgens het principe ‘vervuiler betaalt’. 

4. De beslissing van de kabinetten Weyts en Schauvliege, in overleg met BAM/Lantis en OVAM, om in tegenstelling tot de eerdere beslissing van het Politiek Stuurcomité geen communicatie over de PFOS-vervuiling op te zetten. Er werd niet besloten om onmiddellijk bodem- of andere stalen te nemen om duidelijkheid te krijgen over het humaan toxicologisch risico in woongebied, maar om strikt het bodemdecreet te volgen. Dat betekende dat er op korte termijn geen stalen genomen zouden worden in woongebied. Het politiek stuurcomité heeft zich, door hier geen bezwaar tegen te maken, door dit niet opnieuw te agenderen in een volgend PSC en door akkoord te gaan met de budgetverhoging van BAM in december 2017, impliciet aangesloten bij deze beslissing. Was er sneller zicht gekomen op de omvang van de vervuiling en de risico’s in het woongebied, hadden er veel eerder ‘no regret’-maatregelen genomen kunnen worden om jarenlange blootstelling te voorkomen.