Eerste burgerwet wordt op 30 maart besproken in het parlement

Foto: Raf Degeest

Op woensdag 30 maart verdedigen enkele burgers de eerste burgerwet van het land. Het gaat over het minimumpensioen van 1.500 euro netto. Maar liefst 180.000 burgers zetten hun handtekening onder het wetsvoorstel dat werd ingediend op 11 december 2019

Enkele van de eerste ondertekenaars – meer bepaald Dorian Burnotte, Patricia Vandewalle en Cindy Eykens – zullen het voorstel nu verdedigen in het federaal parlement, bijna twee en een half jaar na het indienen. De Vivaldi regering voerde ondertussen een verwaterde versie van het voorstel in.

De burgers vroegen een minimumpensioen van 1.500 euro in 2019. Het bedrag van 1.500 euro werd niet zomaar gekozen. Het komt overeen met de berekeningen van de reële kosten van een oudere om een beetje menswaardig te kunnen leven. Vivaldi voert een minimumpensioen in van 1.500 euro in 2024. Volgens de cijfers van het Planbureau is 1.500 euro in 2019 gelijk aan 1.670 euro in 2024. De voorspellingen van het Planbureau voor de inflatie in 2022 (5,5 procent) en 2023 (1,1 procent) zijn uiterst voorzichtig. Bij hogere inflatie zal de koopkrachtwaarde van het vooropgestelde minimumpensioen verder eroderen.

De burgers vroegen ook een volledig minimumpensioen na 40 gewerkte jaren. De grootste groep van ouderen in armoede zijn vrouwen. Minder dan één op tien vrouwen komen aan 45 gewerkte jaren. Geen enkel land in de wereld heeft een langere pensioenloopbaan. Gemiddeld komen vrouwen aan 36,6 gewerkte jaren. Dat betekent dat zij recht hebben op 36,6/45 x 1.500 euro = 1.220 euro. Dat is nog altijd een armoedepensioen.

De betrokken burgers zullen hun standpunten verdedigen in het parlement, aan de hand van hun eigen situatie en die van hun vele medeondertekenaars.

Praktisch: de hoorzitting gaat door op 30 maart om 13u in De Kamer tijdens de commissie ‘Sociale zaken, werk en pensioenen’. Zij kan ook live gevolgd worden via de website van De Kamer.