.

Wie door de coronacrisis tijdelijk werkloos werd, dreigt door een regeringsmaatregel tot 1.500 euro extra belasting te moeten betalen. Mensen die het al hard te verduren hebben, worden zo nóg een keer getroffen. De PVDA dient een wetsvoorstel in om dat te voorkomen. Het is niet aan de werkende klasse om op te draaien voor de crisis.

Meer dan een miljoen mensen werden in 2020 tijdelijk werkloos door de coronacrisis. Zo'n 600.000 onder hen (schatting van het ABVV) dreigen een flinke toeslag – tot 1.500 euro – te moeten betalen als hun aanslagbiljet in de bus valt.

De regering verlaagde de bedrijfsvoorheffing op de tijdelijke werkloosheidsuitkeringen van 26,75% naar 15%. Dat betekent dat er minder belasting vooraf betaald wordt, maar aangezien de belastingen berekend worden op het totaal van het loon plus de werkloosheidsuitkering, dreigt die voorafbetaling voor veel mensen onvoldoende te zijn.

“De oplossing is eenvoudig”, zegt PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees. “We moeten zoals bij het overbruggingsrecht – dat in zekere zin een werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen is – deze uitkeringen belasten tegen een afzonderlijk tarief dat dicht bij dat van de bedrijfsvoorheffing ligt, zonder ze samen te voegen met de andere inkomsten. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem leek aanvankelijk ook die piste te willen volgen, maar toen ik hem daarvoor in het parlement interpelleerde, antwoordde hij dat de regering nog niets besloten had. Wat in de praktijk betekent dat de regering heeft beslist om niets te doen.”

Voor de PVDA-volksvertegenwoordiger is die houding onaanvaardbaar. “De mensen die in 2020 tijdelijk werkloos werden als gevolg van het coronavirus, verloren al een flink deel van hun bruto-inkomen. Door een slechte regeringsbeslissing komt daar nog een extra belastingaanslag bovenop. Toen ik minister Van Peteghem vroeg hoe hij kon rechtvaardigen dat er zo’n verschil is tussen coronawerkloosheid en het overbruggingsrecht, ontweek hij trouwens gewoon het antwoord op de vraag.”

“De werkende klasse is al zwaar getroffen door deze crisis. Het kan niet zo zijn dat zij nog eens moeten betalen”, stelt Marco Van Hees.

Daarom dient de PVDA in de Kamer een wetsvoorstel in tot invoering van een afzonderlijke belasting op tijdelijke werkloosheidsuitkeringen. Op die manier is het alsof de roerende voorheffing bevrijdend is: er komt in het aanslagbiljet geen extra belasting op deze uitkeringen.

De vakbonden en de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen hebben al individuele belastingformulieren naar de FOD Financiën gestuurd en daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen klassieke werkloosheid en werkloosheid door corona.

Het is echter nog niet te laat om dat via wetgeving aan te passen, zegt Marco Van Hees: “Als de wetgeving wordt gewijzigd, kunnen de gegevens over tijdelijke coronawerkloosheid op een later tijdstip aan de belastingdienst worden doorgegeven, en kan de belastingdienst zelf de betrokken werknemers automatisch een korting geven.”