Global Strike: laat de grote vervuilers betalen voor de sociale klimaatrevolutie

Foto Solidair

Venetië staat onder water, Australië en Californië hadden af te rekenen met verschrikkelijke bosbranden, bijna een miljoen mensen moesten vluchten voor overstromingen in de Hoorn van Afrika en België ontsnapte deze zomer op het nippertje aan een groot watertekort. Tenzij we radicaal van koers veranderen, gaan we allemaal moeten boeten voor de vervuiling van een kleine groep multinationals en het onverantwoorde beleid van de traditionele partijen. Een geslaagde Global Strike op 29 november is dus van groot belang in de strijd voor een echte, sociale klimaatrevolutie.

2019 was een bijzonder jaar voor het klimaat. Een hele generatie jongeren stond op voor hun toekomst en kwam massaal op straat, in België en in de rest van de wereld. Maar er werden ook weer verontrustende meteorologische records verbroken, miljoenen mensen werden slachtoffer van extreme weerfenomenen en nieuwe metingen toonden aan dat de ijskappen sneller smelten dan voorspeld.1

Nu het weer buiten afkoelt, warmt de klimaatbeweging zich op voor nieuwe mobilisaties. Op 29 november vinden op verschillende plaatsen in ons land betogingen plaats in het kader van de wereldwijde klimaatstaking #GlobalStrikeForFuture. En op 8 december willen activisten een symbolische mensenketting maken langs de Brusselse kleine ring.

De mobilisaties staan in het teken van de COP25, de internationale klimaattop in Madrid, die begin december van start gaat. Maar voor ons land komt er nog een andere dimensie bij: België moet op 31 december zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) indienen bij de Europese Unie. Voorlopig ziet er niet naar uit dat het plan de Europese doelstellingen zal respecteren. Veel druk van onderuit zal nodig zijn om een rechtvaardig, ambitieus en sociaal klimaatbeleid af te dwingen.

4 klimaatministers, 0 klimaatbeleid

De Europese lidstaten moesten hun klimaatplannen eigenlijk vorig jaar al indienen, maar België leverde een plan af dat de Europese doelstelling van 35% minder broeikasgassen tegen 2030 niet kon waarmaken. De Europese Commissie gaf ons land tot 31 december van dit jaar om een nieuw plan in te dienen dat wel ambitieus genoeg is. Door de absurde federalisering van bevoegdheden in ons land, moet het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) onderhandeld worden door de federale, Vlaamse, Brusselse en Waalse regeringen. Vier klimaatministers die elkaar de zwarte piet doorspelen, in plaats van één weldoordacht, visionair en doeltreffend klimaatplan.

Bovendien is de Europese doelstelling voor 2030 intussen achterhaald, vinden klimaatwetenschappers maar ook steeds meer regeringen en instanties, waaronder de Europese Commissie zelf. Die laatste zoekt nu steun voor het optrekken van de ambitie naar -55%, terwijl het Climate Action Network de lat legt op -65% tegen 2030. Zoals het er nu naar uitziet, zijn we daar nog héél ver van verwijderd.

De Vlaamse regering-Jambon vindt het klimaat ondergeschikt aan het winstcijfer van de grote bedrijven en gooit zelfs de algemeen aanvaarde doelstelling van een klimaatneutrale economie tegen 2050 overboord. Niet alleen verlaagt ze de ambities, de Vlaamse regering richt ook nog eens haar pijlen op de klimaatbeweging met dreigende taal en het voornemen om ‘alle vormen van spijbelen’ harder aan te pakken. Jan Jambon zelf brak zelfs een lans voor meer klimaatsceptici op de openbare omroep. En terwijl ze het klimaatdebat probeert te begraven, verhoogt de regering-Jambon in alle stilte de subsidies voor de meest vervuilende multinationals. De Brusselse en Waalse regeringen beweren wel dat ze het klimaat belangrijk vinden, maar de maatregelen die ze aankondigen volstaan niet om de eigen ambities waar te maken. Het Waalse regeerakkoord weigert om de multinationals aan te spreken. De Brusselse minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) kondigde een asociale en inefficiënte kilometertaks aan. Ondanks de goede bedoelingen in Brussel en Wallonië, ontbreekt het aan ambitie en daadkracht en moeten de gewone gezinnen alweer het gelag betalen, terwijl de grote vervuilers nog maar eens de dans ontspringen.

Doe de grote vervuilers betalen

Het grote knelpunt in het huidige klimaatbeleid is de onwil van de traditionele partijen om het neoliberalisme ter discussie te stellen en buiten de lijntjes van de markt te kleuren. Dat geldt voor de N-VA en de Vlaamse regering, maar evenzeer voor de Europese Commissie en de Brusselse en Waalse regeringen. Een klimaatplan kan pas effectief zijn én draagvlak vinden, als het de grote vervuilers aanpakt en niet de rekening doorschuift naar de werkende klasse. Dat heet sociale rechtvaardigheid.

Slechts 300 bedrijven in België zijn verantwoordelijk voor 40% van de uitstoot van broeikasgassen. Amper 20 multinationals nemen 30% voor hun rekening. En volgens voorspellingen van de federale overheid gaat de uitstoot van deze bedrijven de komende jaren nog stijgen! Het is niet aanvaardbaar dat deze grote bedrijven, die nota bene amper of geen belastingen betalen, gewoon verder mogen blijven vervuilen en bovendien nog eens miljoenen euro’s aan subsidies opstrijken.

Het Europese emissiehandelsysteem ETS, dat speciaal ontworpen is om de grootste vervuilers buiten de reguliere klimaatplannen te houden, moet op de schop. In de plaats moeten er bindende normen komen voor multinationals om hun uitstoot te verlagen. Ten tweede moet de overheid breken met het neoliberale soberheidsprincipe en een plan van publieke investeringen ten uitvoer brengen, buiten de begroting om. Dat kan door de oprichting van een publieke bank zoals de KfW in Duitsland, die jaarlijks miljarden investeert in groene energie mét meeropbrengst voor de overheid. Alleen zo kan men een ambitieus en sociaal rechtvaardig klimaatbeleid waarmaken. Denk aan een masterplan om alle woningen te isoleren via een derdebetalerssyteem, de oprichting van publieke energiebedrijven voor 100% hernieuwbare energie, de ontwikkeling van waterstoftechnologie voor onder meer energieopslag, grootschalige investeringen in modern, fijnmazig en gratis openbaar vervoer ... Zulke sociale investeringen zijn ondenkbaar als men blind blijft vertrouwen op de markt, waar winst het enige motief is.

Strijdbewegingen verbinden

Het klimaat kan niet wachten tot de traditionele partijen tot inkeer komen. Daarom zijn de acties op 29 november en 8 december belangrijk om de druk op de regeringen te verhogen. In Vlaanderen lopen deze mobilisaties parallel met het protest tegen de besparingen op de openbare diensten en cultuur. Deze strijdbewegingen kunnen elkaar versterken en voor een momentum zorgen. Ze hebben dan ook meer met elkaar gemeen dan je op het eerste zich zou denken. De besparingen op De Lijn treffen het personeel en de reizigers, maar blokkeren ook de mogelijkheid om het openbaar vervoer beter en toegankelijker te maken om zo een aantrekkelijk alternatief aan te bieden voor de wagen. Bovendien wil men met de besparingen de privatisering van de openbare diensten voorbereiden, wat de greep van de markt alleen maar versterkt.

Wat de strijdbewegingen ook verbindt, is de clash tussen maatschappijvisies. De VRT betoogt op 5 december niet alleen tegen bezuinigingen en afdankingen, maar ook omdat men geen propagandazender voor het Vlaams-nationalisme wil worden – zoals door meer ruimte te geven aan klimaatsceptici. De cultuursector vecht voor haar overleven maar ook voor het recht om kritische, emanciperende en rebelse kunst te maken die de samenleving wakker schudt over problemen zoals klimaatverandering. Het gaat telkens om verzet tegen een neoliberale en nationalistische logica. Het gaat telkens om het geloof in een betere toekomst dan de ongelijkheid, verdeeldheid en natuurrampen die het kapitalisme voor ons in petto heeft.


Schrijf als eerste een reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

We hebben jouw steun nodig