Foto PVDA

De regeringspartijen sloten een “loonakkoord” dat de loonmarge op 0,4% blokkeert. Sindsdien doen sommigen graag alsof het loondebat in kannen en kruiken is. Dat is allesbehalve zo, want zolang er geen koninklijk besluit (KB) is, is er ook geen loonblokkering. Paul Magnette maakte zich sterk dat de PS geen KB zal tekenen als er in de groep van 10 geen akkoord is over alles. Een rechtvaardig en evenwichtig akkoord zit er hoegenaamd niet aan te komen.

Ward Coenegrachts en Geert Haverbeke

Paul Magnette (PS) stelde dat als er geen akkoord is in de G10, hij ook het KB dat de lonen blokkeert niet zal tekenen. “De verhoging van het minimumloon is een fundamentele strijd voor de socialisten en maakt integraal deel uit van het voorstel van afgelopen nacht. Indien de werkgevers die weigeren, is er nergens een akkoord over en zal er totale vrijheid zijn om te onderhandelen over de lonen”, schrijft Magnette op Twitter. De deadline voor die beslissing valt 1 maand na de bemiddeling, dus op 6 juni. Dat betekent dat de loonblokkering allesbehalve een voldongen feit is, zoals sommigen het willen voorstellen. Alles moet nog beslist worden. Daarom wordt het de volgende dagen extra belangrijk om de druk te blijven opvoeren. Als het KB niet wordt getekend, is er ook geen loonblokkering om de vrije loononderhandelingen te fnuiken.

“Wij weigeren dit bemiddelingsvoorstel”

Samen met de bekendmaking van het loonakkoord tussen de regeringspartijen op 6 mei, liet de regering weten dat er door de sociale partners verder onderhandeld zou worden over de verhoging van de minimumlonen en de eindeloopbaan. Daar zouden ook de wensen van de werkgevers verder aan bod komen. Sinds die gesprekken werden opgestart, is er bij veel vakbondsmilitanten grote onduidelijkheid. Waar staan we nu? Is het debat over de lonen rond? Wat moeten we verwachten van die onderhandelingen?

Vakbondscentrales lieten van zich horen. De Algemene Centrale en ACV-BIE deden een stakingsaanzegging om alle acties te dekken. “Dit voorstel maakt dat alles zal blijven zoals het is. Er verandert geen jota aan de praktijk van de wet van ‘96. Extra voordelen zullen netto blijven. Op sectoraal niveau zullen we stranden op een miezerige 0,4%. Het sociaal overleg wordt verder naar het bedrijfsvlak geduwd. Heel het dossier van de eindeloopbaan wordt herleidt tot een discussie over landingsbanen. De werknemers in onze sectoren die aan een minimumloon presteren, zullen ook in de kou blijven. Wij weigeren dan ook dit bemiddelingsvoorstel. De wet van ‘96 is de reden waarom het overleg met werkgevers is mislukt.”

Er kwamen ook regionale acties in Charleroi, Brussel, Sint-Truiden, ... Acties die zich in de volgende dagen kunnen doorzetten. Want naarmate steeds meer mensen beseffen dat er nu een unieke kans is om de schandalige wet te wijzigen, groeit de druk. “Dit momentum mogen we niet laten passeren. Anders zitten we over anderhalf jaar opnieuw met de gebakken peren.”

Wat ligt er op tafel in de onderhandelingen?

De verhoging van de minimumlonen en de verbetering van eindeloopbaanmaatregelen, dat is waar de onderhandelingen verder over gaan. Maar nu de regering kant gekozen heeft in het loondebat, zitten ook in deze discussies de bedrijven in een zetel. De CEO’s willen helemaal niet ingaan op de eis om de minimumlonen te verhogen naar 14 euro bruto per uur. Een verlaging van de leeftijd voor SWT staat niet eens op de agenda. Zelfs dan willen ze in ruil voor kleine toegevingen aan een beperkt aantal werknemers nog bijkomende structurele toegevingen van de vakbonden bekomen.

Tijdens de coronacrisis werd een tijdelijk regime ingevoerd om het aantal toegelaten overuren uit te breiden tot 220 uur. Die zouden “vrijwillig” en vooral individueel, zonder vakbondsinspraak, gepresteerd worden. Er zou geen overloon op betaald worden, ze zijn fiscaal aantrekkelijk en niet compenseerbaar. Dat is dus een mogelijke verlenging van de werkweek met maar liefst 4 uur. Terwijl een gezond beleid overuren duur maakt en zorgt dat er extra tewerkstelling komt, dreigen we in een situatie te komen waarbij overuren net heel interessant worden gemaakt. Terwijl mensen geen extra loon mogen onderhandelen, worden de zogezegd vrijwillige overuren dan de enige manier om je loon nog te verhogen. De werkgevers vragen bovendien dat de tijdelijke regeling zou uitgebreid worden naar alle sectoren, in plaats van ze te beperken tot essentiële bedrijven.

In welk carcan werden de vakbonden gestoken?

Op 6 mei maakte de regering triomfantelijk bekend dat er een loonakkoord tussen de regeringspartijen was, met behoud van de maximale loonmarge van 0,4% voor 2021-2022. Onbegrijpelijk, want na een lange corona-winter hadden werknemers en vakbonden op drie actiedagen in februari en maart duidelijk gemaakt dat een loonmarge van kruimels onaanvaardbaar zou zijn.

Heel wat sectoren deden het afgelopen jaar gouden zaken. Denk aan supermarkten, pakjesdiensten, maar ook aan logistieke bedrijven en bedrijven in de voeding en de pharma. Werknemers werkten er door, in zware omstandigheden. En dan zou een wet na zoveel inspanningen ernstige loonsverhogingen verbieden? Niemand kon er naast dat dit een cadeau zou zijn voor de meest winstgevende bedrijven. De reacties bij de CEO’s en de liberale partijen waren dan ook laaiend enthousiast.

De loonwet, die in 2017 verstrengd werd door de regering Michel-De Wever, met steun van Vlaams Belang, wil de Vivaldi-regering nu een volledige regeerperiode verlengingen geven. Wie in de aanloop van 1 mei verwachtte dat Conner Rousseau de werkgevers zou doen inbinden, kwam van een kale reis thuis. Want aan de loonwet verandert niks. Buiten een mogelijke consumptiecheque. Die zou max 500 euro bedragen, maar enkel kunnen onderhandeld worden in goed presterende bedrijven of sectoren. Dat wil zeggen: misschien 100 euro, misschien ook niets. Die cheque - een verkapte steunmaatregel aan de handel - blijkt intussen onbruikbaar voor tal van aankopen. “Volgens handelsfederatie Comeos wordt hij in 90% van de winkels niet aanvaard”, schreef HLN op 26 mei.

 

Volg de PVDA op de voet