Kan artikel 14 van de wet van 1996 dienen om de dividenden te blokkeren en eindelijk onze lonen vrij te maken?

.

De socialistische familie probeert al maanden om de norm van 0,4% maximale loonsverhoging op te leggen. Dat stuit al even lang op het verzet van de vakbonden. Onder druk van de sociale beweging en van de PVDA laten de socialisten op de vooravond van 1 mei plots een taboe vallen: de dividenden blokkeren. Ze verwijzen daarvoor naar artikel 14 van de wet van 1996 op de lonen en stellen: als de lonen worden geblokkeerd, dan ook de dividenden. Maar wat betekenen die woorden in de praktijk?

Wat staat er in artikel 14 van de wet van 1996?

“Rekening houdende met het verslag bedoeld in artikel 4 kan de Koning, na advies van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, bij in Ministerraad overlegd besluit, maatregelen nemen met betrekking tot een gelijkwaardige matiging van de inkomens van de zelfstandigen ten voordele van de investeringen in hun onderneming en de werkgelegenheid, evenals maatregelen met betrekking tot een gelijkwaardige matiging voor de inkomens van de vrije beroepen, de dividenden, de tantièmes, de sociale uitkeringen, de huurprijzen en andere inkomens."

Kortom, de regering zou – als daarover een politiek akkoord gevonden wordt – kunnen beslissen om de stijging van alle inkomens in de samenleving te beperken op dezelfde manier als de stijging van de lonen beperkt is. In theorie zegt het artikel dat de regering de stijging van dividenden of zelfs het inkomen van CEO’s zou kunnen controleren. Tot zover de theorie.

Wat geeft dat in de praktijk?

In de praktijk is dit artikel nog nooit gebruikt en de aandeelhouders zouden het ook gemakkelijk kunnen omzeilen. Het kapitaal kan zichzelf immers op verschillende manieren verlonen.

De beperking van de dividenden belet immers niet dat een vennootschap haar winsten naar een ander land overbrengt en vanuit dat land dividenden uitkeert.

Ze belet een vennootschap ook niet om het equivalent van de dividenden die ze wilde uitkeren in de vennootschap te houden en ze een jaar later uit te keren. Voor de werknemer gaat de niet uitbetaalde loonsverhoging onherroepelijk verloren. Dat is dus geenszins het geval voor niet uitgekeerde dividenden. Het bedrijf kan ze bijhouden en de aandeelhouder krijgt ze dan gewoon iets later terug. Artikel 14 kan dan wel de verhoging van dividenden beperken, maar het zegt niets over wat er moet gebeuren met niet uitgekeerde dividenden.

In de praktijk is dit artikel dus van weinig nut. Om doeltreffend te zijn, moet het gepaard gaan met maatregelen tegen kapitaalvlucht en maatregelen waardoor niet betaalde dividenden moeten worden gebruikt om de lonen te verhogen.

Als dat artikel 14 nutteloos is, waartoe dient het dan?

Dat is een beetje een stoute vraag. Artikel 14 is in de afgelopen 25 jaar nooit gebruikt. En het vormt niet het centrale voorwerp van de wet. Toen de toenmalige eerste minister Jean-Luc Dehaene op 30 april 1996 de inhoud van de wet aan het parlement toelichtte, vermeldde hij niet één keer de dividenden1. Want dat was niet het voorwerp van de wet van 1996. Deze wet dient om de lonen te blokkeren. Maar waarom dan dit artikel 14? Antwoord: Het was een poging om de wet te doen slikken door de vakbonden en de werknemers. Deze wet werd destijds immers goedgekeurd door een regering van christendemocraten en socialisten. Het artikel moest de wet een sociaal kleurtje geven.

De essentie is: de lonen vrij maken

De lonen bevrijden van het keurslijf waarin de wet hen opsluit, dat is vandaag de essentie en de prioriteit. Marc Goblet en Raoul Hedebouw hebben in die zin een wetsontwerp ingediend om de wet van 1996 te wijzigen. Die zou snel kunnen worden aangenomen en zo de loononderhandelingen vrijmaken. En in die context kunnen het blokkeren van dividenden, het controleren ervan en het voorkomen van hun vlucht naar het buitenland helpen om reële loonstijgingen te bekostigen.

Volg de PVDA op de voet