Kinderen opsluiten: ook in 2008 konden we de regering daarvan doen afzien …

Foto Solidair, Françoise De Smedt

“We hebben het zo geregeld dat kinderen de afsluiting niet kunnen zien”, vertelde Theo Francken cynisch. En even cynisch voegde hij eraan toe dat “de kinderen kunnen een geluidsdichte helm dragen” tegen het lawaai van de vliegtuigen die om de vijf minuten het centrum overvliegen. Die dag, 14 augustus 2018, werd voor het eerst sinds 2008 een gezin met vier kinderen opgesloten in een gesloten centrum, in afwachting van hun uitwijzing. ’s Anderendaags kwamen een kleine 2.500 mensen bijeen om luid en duidelijk te zeggen “Een kind sluit je niet op. Punt.”

Diezelfde dag ook trokken leden van Amnesty International naar het kabinet van premier Charles Michel met een spandoek met silhouetten van gezinnen met kinderen achter tralies. “Al enkele jaren neemt België het voortouw om alternatieven te vinden voor het opsluiten van kinderen, maar dit is een zorgwekkende stap achteruit. Het idee dat kinderen om migratieredenen als gevangenen achter tralies moeten zitten en bewaakt moeten worden door camera’s en cipiers, is onverdraaglijk”, vertelt Philippe Hensmans, directeur van de Franstalige Belgische afdeling van Amnesty. “Voor kinderen heeft zulk een opsluiting nefaste gevolgen. Ze komen letterlijk in de gevangenis terecht, hoewel hun ouders slechts één fout hebben gemaakt: ze zochten een betere toekomst.” Een van de kinderen die bij de 2.500 mensen in het centrum was, verwoordde het helder en duidelijk: “Ik ben boos op mensen die kinderen opsluiten”.

Tussen 2004 en 2008: 2.226 kinderen opgesloten

In 2008 was België nochtans gestopt met kinderen in gesloten centra op te sluiten. Verschillende verenigingen hadden daarvoor al vanaf het begin van de jaren 2000 allerhande acties, petities en demonstraties gevoerd. Van 1999 tot 2003 hadden we in België de paarsgroene regering-Verhofstadt I met liberalen (VLD/MR/PRL), socialisten (SP/PS) en groenen (Ecolo-Agalev), die werd opgevolgd door de regering-Verhofstadt II van liberalen en socialisten (VLD/MR en PS/SP.A-Spirit). Tussen 2004 en 2008 werden 2.226 kinderen in gesloten centra opgesloten. Gezinnen zoals dat van Aina Muskhadzhiyeva en haar vier kinderen van 7 maanden, 3, 5 en 7 jaar, in 2006 opgepakt en 34 dagen lang in een gesloten centrum opgesloten. Medisch onderzoek bij het 5-jarige dochtertje bracht ernstig psychische en psychotraumatische symptomen aan het licht. De diagnose werd kort nadien bevestigd werd door een psycholoog, die de toestand van het meisje als “erg kritisch” bestempelde. Die zaak kwam voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat België in 2010 veroordeelde. De opsluiting in 2007 van de kleine Angelica, een 11-jarige Ecuadoraanse, zette overal in België kwaad bloed en wakkerde het debat opnieuw aan.

Foto Solidair, Maxim Vancauwenberge

Sinds 2008: gezinnen met kinderen in open woonunits

In oktober 2008 wierp de campagne tegen het opsluiten van kinderen, die verenigingen sinds 2000 onafgebroken hadden gevoerd, eindelijk vruchten af: gezinnen met minderjarige kinderen die het bevel hadden gekregen het land te verlaten, werden voortaan in open woonunits ondergebracht en intensief begeleid door een terugkeercoach. Die open woonunits waren eengezinswoningen. Gezinnen met minderjarige kinderen werden er wel vastgehouden, maar de kinderen konden naar school gaan en de volwassenen mochten het huis verlaten om boodschappen te doen, een advocaat te raadplegen, naar de dokter te gaan ... Op voorwaarde dat er altijd minstens een van de gezinsleden in de unit aanwezig was.

Francken draait de klok tien jaar terug

De Belgische regering draait de klok nu dus 10 jaar terug door opnieuw gezinnen in gesloten centra op te sluiten. Voor maximaal vier weken. “We hebben het zo geregeld dat kinderen de afsluiting niet kunnen zien”, bevestigt de woordvoerder van Theo Francken cynisch. Die kinderen en hun gezinnen worden als misdadigers behandeld enkel omdat ze gevlucht zijn voor oorlog, repressie en armoede.

Zware impact voor kinderen

De wet omschrijft de gevangenzetting als een laatste redmiddel om een legitiem doel te bereiken met als voorwaarde dat de maatregel in proportie moet zijn met dat doel. Maar als het over kinderen gaat, is geen enkel middel in proportie met dat doel. Onderzoeken hebben inderdaad al vastgesteld dat een opsluiting een zware en blijvende impact heeft op de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die een tijd opgesloten zijn, lopen een groter risico op zelfdoding of poging daartoe, op zelfverminking, op mentale en ontwikkelingsproblemen zoals bindingsangst.

Een opsluiting heeft dikwijls ook een negatieve impact op de scholing, omdat het gewoonweg onmogelijk is om in een gesloten centrum behoorlijk onderwijs te organiseren. Maar elk kind heeft recht op kwaliteitsvol onderwijs aangepast aan zijn leeftijd en zijn niveau. Ook een kind dat in armoede of in een abnormale situatie leeft. En dit zolang het kind in het land verblijft. Als dat centrum opengaat, hebben de kinderen die er verblijven trouwens ook geen plaats meer om te spelen. 

Overtreding van rechten van het kind

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft België al drie keer veroordeeld, omdat het kinderen in niet-aangepaste condities opsluit. Het EHRM oordeelde telkens dat het opsluiten van kinderen in gesloten centra een onmenselijke en vernederende behandeling vormt, gelet op de specifieke kwetsbaarheid van kinderen. Daarom heeft België in 2008 deze behandeling stopgezet.
De opsluiting van kinderen gaat in tegen het principe van het hoger belang van het kind. Dat principe uit het internationaal recht stelt dat het hoger belang van het kind altijd voorop moet staan in alle beslissingen van een staat over kinderen. Door de Internationale Conventie over de kinderrechten te ratificeren heeft België er zich toe verbonden om dat principe na te leven. Het principe van het hoger belang van het kind is overigens ook opgenomen in de Belgische Grondwet.

“Een kind sluit je niet op. Punt”

De PVDA verzet zich tegen elke opsluiting van kinderen. En dit ongeacht hun migratiestatuut of dat van hun ouders of hun voogd. Alle kinderen moeten als kinderen behandeld worden, zodat ze vrij, verzorgd en beschermd kunnen leven en allemaal van dezelfde rechten kunnen genieten.
Daarom steunt de PVDA de campagne “Een kind sluit je niet op. Punt” van het platform Kinderen op de Vlucht en Unicef België, samen met Vluchtelingenwerk Vlaanderen, het CIRÉ, Caritas International en JRS Belgium. Meer dan honderd middenveldorganisaties hebben zich intussen bij dat platform aangesloten.

Een kind sluit je niet op. Punt.

Traditionele partijen destijds akkoord om kinderen op te sluiten

In 2011 diende  Nahima Lanjri (CD&V) een wetsvoorstel in om  bij de uitzetting van gezinnen met kinderen “een meer transparante en humane reglementering” toe te passen. In de aanhef van haar wetsvoorstel erkende ze dat de campagne van de verenigingen haar had aangezet om te pleiten voor een “een meer transparante en humane reglementering”: “De jongste jaren kwam op geregelde tijdstippen de detentie in gesloten centra van minderjarigen aan bod. Er waren allerhande acties, petities en betogingen; ook het Kinderrechtencommissariaat sprak zich uit over de desastreuze gevolgen voor de minderjarigen. De ophef die er ontstond toen de Ecuadoraanse Angelica opgesloten was in het gesloten centrum 127bis in Steenokkerzeel, zwengelde het debat nogmaals aan.”

Hoewel de campagne van de verenigingen er in 2008 toe had geleid dat in de praktijk minderjarigen niet langer in gesloten centra werden opgesloten, werd in het wetsvoorstel gesteld dat “een gezin met minderjarige kinderen […] wiens verblijf heeft opgehouden regelmatig te zijn of wiens verblijf onregelmatig is, in beginsel niet geplaatst wordt [in een gesloten centrum] tenzij aangepast aan de noden voor gezinnen met minderjarige kinderen”. In de commissie uitte Theo Francken (N-VA), toen parlementslid voor de N-VA, zijn bezorgdheid. De N-VA pleitte ervoor dat “het opsluiten van minderjarigen in gesloten centra behouden moest blijven”. Nahima Lanjri (CD&V) wou die bezorgdheid wegnemen en “benadrukte dat in het wetsvoorstel de mogelijkheid behouden bleef om een gezin met kinderen in een gesloten centrum te plaatsen. Haar wetsvoorstel […] voorzag de bouw van centra die aangepast waren aan gezinnen met kinderen”. Op basis van dat wetsvoorstel, dat in 2011 aangenomen werd door CD&V, cdH, Open-Vld, MR, FDF-Défi en N-VA, kan Theo Francken vandaag opnieuw kinderen  laten opsluiten.

Maar ook partijen die tegen het wetsvoorstel stemden, zoals de PS en Groen, namen een erg dubbelzinnig standpunt in. Rachid Madrane diende een amendement in (dat verworpen werd) waarin hij voorstelde  de opsluiting van minderjarigen “te beperken tot maximaal 7 dagen”. Huidig Groen-voorzitster Meyrem Almaci, stemde tegen het wetsvoorstel, maar met argumenten die ook erg dubbelzinnig klinken: “We willen een efficiënt en humaan terugkeerbeleid, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de vrijwillige terugkeer en waarbij opsluiting en gedwongen terugkeer slechts een pressiemiddel zijn. Bij het opsluiten van kinderen moet uiterste voorzichtigheid worden betracht” .

 


Schrijf als eerste een reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

We hebben jouw steun nodig