Macron effent het pad voor Le Pen, maar hoop komt van onderuit

Foto Christophe ARCHAMBAULT / AFP

De tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen belooft spannend te worden. Extreemrechts was nog nooit zo dicht bij de overwinning. De voorbije ambtstermijn van Macron wordt gekenmerkt door een neoliberaal beleid en minachting voor de werkende klasse. Iets wat extreemrechts niet tegenhield, maar juist groter maakte. De traditionele sociaaldemocratische, republikeinse en groene partijen zijn ineengestort. Het echte alternatief voor het marktextremisme van Macron en voor het nationalistische extremisme van Le Pen zal komen van de velen die Mélenchon en zijn authentiek linkse programma hebben gesteund.

Met 27,8% voor Macron en 23,1% voor Le Pen is de tweede ronde de Franse presidentsverkiezingen een heruitgave van die van 2017. Met dit verschil dat Macron niet langer het voordeel van de twijfel geniet. Hij probeert tegen de tweede ronde ietwat onhandig de kiezers van Mélenchon te verleiden, maar die kijken met weerzin naar de catastrofale sociale balans van zijn bewind. Als Le Pen nu kans maakt om deze tweede ronde te winnen, draagt Macron zelf een zeer grote verantwoordelijkheid.

Mélenchon herhaalt zijn stunt

Mélenchon zorgde met zijn bijna 22% van de stemmen voor de verrassing. Die score lag meerdere procentpunten hoger dan wat de beste peilingen hadden voorspeld. Hij verbeterde zelfs zijn resultaat van 2017 met 3%. Mélenchon is de favoriete kandidaat van de 18-34-jarigen, van wie meer dan 30% op hem heeft gestemd. In veel voorsteden behaalde hij zelfs meer dan 50% van de stemmen. Daaruit blijkt dat hij op een brede steun van de werkende klasse, en met name migranten, kan rekenen. En in grote steden zoals Rijsel, Montpellier of Toulouse haalt hij meer dan 35%.

Het radicale karakter van zijn programma spreekt de jongeren duidelijk aan. Een authentiek links programma met straffe maatregelen voor het minimumloon, het klimaat, prijsbevriezingen, jobs voor jongeren, voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de terugkeer naar een pensioen op 60 jaar, een belastingstelsel dat de rijken meer laat bijdragen, voor de strijd tegen islamofobie en racisme, tegen oorlog... Eenvoudige en doeltreffende maatregelen, in tegenstelling tot de weinig ambitieuze voorstellen van de socialisten of de groenen.

Dit succes van La France Insoumise (de partij van Mélenchon, n.v.d.r.) toont ook het failliet en de diepe crisis van de traditionele partijen aan. Macron at in 2017 de PS op, en nu doet hij hetzelfde met zijn rechterflank, waar Valérie Pécresse, de kandidate van traditioneel rechts, niet eens 5% van de stemmen haalt. PS (sociaaldemocraten) en EELV (groenen) haalden samen minder dan 7%, minder dan een derde van wat Mélenchon heeft gehaald. Aan het eind van de campagne hadden de sociaaldemocraten Mélenchon zelfs tot hun belangrijkste tegenstander gemaakt...

Al meer dan 20 jaar belooft traditioneel links veel, maar doet het tegenovergestelde wanneer het aan de macht is. Het betaalt zo het gelag voor zijn gehechtheid aan het neoliberalisme, dat de werkende mensen verarmt en uitput en de aandeelhouders verrijkt. Lionel Jospin werd al in 2002 afgestraft voor zijn liberale beleid. Maar die achteruitgang lijkt de traditionele partijen niet tot enig gewetensonderzoek te bewegen. Net als in 2017 en 2022 geven ze liever Mélenchon de schuld van de mislukking van links om zich voor de tweede ronde te plaatsen dan hun eigen falen te analyseren. En de Belgische partijen volgen dezelfde redenering. Magnette legt de schuld bij Mélenchon,
"die elke voorverkiezing weigerde [en] een bijzondere verantwoordelijkheid draagt" 1. Maar precies het radicale karakter van Mélenchons programma heeft laatstgenoemde in staat heeft gesteld veel niet-stemmers terug te winnen en meer dan een op de vijf stemmen te halen. Een gemeenschappelijk programma, afgezwakt met de slappe sociaalliberale voorstellen van Hidalgo en Jadot, zou niet zo'n enthousiasme hebben gewekt bij de werkende klassen.

Macron rolt de rode loper uit voor Le Pen

De start-up boy, de Rothschild-bankier, de “links noch rechts” die voor vernieuwing moest zorgen, bleek vooral de president van de rijken te zijn. Hij heeft de machtigen die hem aan de macht brachten niet teleurgesteld: afschaffing van de vermogensbelasting (ISF), invoering van één forfaitaire heffing op kapitaalinkomsten – een feitelijke belastingverlaging – en enorme subsidies voor de grootindustrie. In 2020, in volle coronacrisis, werd zeven miljard euro in Air France en nog eens vijf miljard in Renault gepompt. “We moeten de kroonjuwelen van de Franse industrie redden”, toeterden ze. Maar in datzelfde jaar kondigden diezelfde bedrijven duizenden ontslagen aan. Zelfs zakenkrant Les Echos kon er niet omheen en titelde: Hoe leg je uit dat er ondanks overheidssteun toch ontslagen vallen?”2

Macron bediende de werkgevers rijkelijk terwijl hij in de zakken van de werkende klasse zat. Vandaag leven tien miljoen Fransen in armoede. Ze moeten ondraaglijke keuzes maken. Eten of zich verwarmen? Gezondheidszorg of zich verplaatsen? 6,5 miljoen gezinnen met een laag inkomen die huursubsidie ontvangen, zagen hun toelage verminderen. De door Macron verhoogde brandstofaccijnzen troffen de werkende mensen hard en leidden tot de woede van de gele hesjes. Hij heeft alles gedaan om de Franse spoorwegen SNCF te liberaliseren en te ontmantelen. Hij schrapte 17.600 ziekenhuisbedden en bleef ziekenhuizen sluiten ondanks de pandemie. Hij bespotte de werklozen door te suggereren dat zij de straat moeten oversteken om een baan te vinden, terwijl er in Frankrijk dertien werkzoekenden zijn per openstaande vacature. 3 En vandaag heeft Macron het lef om de pensioenleeftijd tot 65 jaar te willen optrekken, een maatregel die 77% van de Fransen verwerpt. Telkens als Macron probeerde zijn zin door te drijven, stuitte hij op grote sociale bewegingen: tegen de afbraak van de pensioenen, tegen de ontmanteling van de SNCF, tegen de hoge kosten van levensonderhoud (gele hesjes). En elke keer reageerde Macron met geweld en minachting. Betogers werden blind of verloren hun handen door het politiegeweld. Hij heeft tienduizenden betogers uiteengejaagd en traangas op hen laten afvuren. Hij heeft constant de misbruiken van de politie geminimaliseerd, hoewel Amnesty International die heeft aangeklaagd en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ze heeft veroordeeld.

Ondertussen gaf hij almaar meer ruimte aan zijn vrienden bij McKinsey, de consultancymultinational. Meer dan een miljard in 2021 alleen al. Een duur bureau, dat altijd dezelfde recepten voor bezuinigingen op openbare diensten verkoopt, en zelf aan belastingoptimalisering doet om in Frankrijk geen belasting te hoeven betalen.

Voeg daarbij de bewuste keuze van Macron toe om het debat over identiteit en racisme te laten gaan, en je hebt de ideale cocktail voor de groei van extreemrechts. Deze keuze blijkt uit het medeplichtige stilzwijgen van Macron wanneer in Calais de tenten van migranten in stukken worden gescheurd. Of wanneer zijn minister Darmanin vindt dat Marine Le Pen "soft" is in verband met de radicale islam. Of toen hij Eric Zemmour – meermaals veroordeeld wegens racisme en een groot verdediger van de “theorie van de grote omvolking” – vroeg om een nota over immigratie te schrijven.

Macron heeft zo de weg vrijgemaakt voor extreemrechts op alle niveaus. Het aantal stemmen voor extreemrechts was nog nooit zo hoog bij een presidentsverkiezing onder de Vijfde Republiek (23% voor Le Pen en 7% voor Zemmour). Bijna een op de drie kiezers, dat is de balans van Emmanuel Macron. Zoals elders in Europa en de wereld zien we dat nationalistisch extremisme de keerzijde is van marktextremisme.

Het ware gezicht van extreemrechts achter het zogenaamde sociale programma van Le Pen

Marine Le Pen presenteert zich in deze campagne als de behoedster van de koopkracht van de Fransen. Zij maakt gebruik van de grote woede tegen het asociale beleid van Macron. In tegenstelling tot Zemmour, die niet in staat is twee samenhangende zinnen te vormen wanneer hem naar zijn sociaal beleid wordt gevraagd, heeft Le Pen handig ingespeeld op populaire sociale eisen, zoals lagere belastingen op brandstof en energie, en zelfs een voorstel voor een tijdelijke belasting op de olie- en energiebedrijven. Maar dit zijn geen structurele maatregelen. Bij nader inzien is haar programma helemaal niet zo sociaal, en is haar algemene economische oriëntatie ronduit neoliberaal.

Net als Macron verzet ook Le Pen zich categorisch tegen een verhoging van het minimumloon, weigert zij de vermogensbelasting opnieuw in te voeren en wil zij de grote ondernemingen minder belasting laten betalen. Zij verkiest ook meer belastingvrijstellingen voor erfenissen van onroerend goed van meer dan 300.000 euro en grote schenkingen. Maatregelen die de koopkracht van de werkende bevolking in geen geval verbeteren.

“Op economisch gebied bestaat de rol van de Staat er vooral in een gunstig klimaat te scheppen voor de ontwikkeling van de bedrijven, de longen van onze economie op het gehele grondgebied, en dit is precies wat ik verwacht van de invoering van een strategische Staat.” Zo vat zij in haar programma haar economische visie samen.

Die zin is niet onbelangrijk”, schrijft Romaric Godin in Mediapart.4Het is praktisch een belijdenis van neoliberaal geloof: de staat is geen "interventionist" maar een facilitator van de goede marktwerking en ondersteunt het concurrentievermogen van de ondernemingen. De algemene visie op de economie blijft dus sterk verankerd in het kader van de bestaande sociale orde: voorrang aan de bedrijven, de staat ter ondersteuning (...)”.

Bovendien, zo vervolgt Romaric Godin, is “Marine Le Pen ingegaan op de uitdrukkelijke eis van de Franse werkgevers om de belastingen op de productie te verlagen. Ze gaat hierin zelfs heel ver door voor te stellen de vastgoedbelasting voor ondernemingen af te schaffen, maar ook door bedrijven die zich weer in Frankrijk vestigen vrij te stellen van de sociale solidariteitsbelasting (...).”5 Economisch wijkt haar programma dus niet echt af van dat van Macron.

Vervolgens moeten haar voorgestelde sociale maatregelen worden afgezet tegen haar openlijk racistische beleid van “nationale voorkeur”. Zij wil sociale bijstand uitsluitend voorbehouden voor de Fransen. Zij wil toegang tot sociale huisvesting en werkgelegenheid bij voorrang aan Fransen verzekeren. Ze wil de hoofddoek uit de openbare ruimte verbannen. Haar hele politieke project stoelt op het ter discussie stellen van de gelijkheid tussen individuen, op verdeeldheid en racisme.

Le Pen heeft overigens nooit de vakbonden of de sociale beweging gesteund. De deelname van haar partij (RN, Rassemblement National) aan de macht in sommige Franse gemeenten heeft al aangetoond dat de aanvallen op de democratische rechten en vrijheden zullen toenemen. Bovendien verdedigt zij met klem het beginsel van zelfverdediging voor de politieagenten, precies diegenen betogers van de gelehesjesbeweging voor het leven blind maakten. Dat is het ware gezicht van extreemrechts, een beleid in dienst van het grootkapitaal, vermomd onder een valse sociale demagogie en gebaseerd op racisme en geweld.

De hoop komt van de jongeren en de doorbraak van authentiek links

Het duel Macron-Le Pen is een van de slechtst denkbare scenario’s. En dat is geen toeval. “Macron roept op om tegen Marine Le Pen te stemmen. Maar heel zijn strategie van de afgelopen twee jaar bestond eruit om alle extreemrechtse thema’s te legitimeren en te hopen op een tweede ronde tegen haar. Het resultaat van zijn strategie is dat zij volledig genormaliseerd is en nu zou kunnen winnen”, zegt sociaalwetenschapper Daniel Zamora. Deze strategie genoot de actieve steun van een deel van het establishment, met name in de media. Het is geen toeval dat, bijvoorbeeld, op de set van Cyril Hanouna van de zender C8 van miljardair Bolloré 53% van de politieke tijd aan extreemrechts was gewijd.6

Het scheelde niet veel of Mélenchon kwam dat plan vergallen. Voor de tweede ronde is zijn boodschap duidelijk. “Geen enkele stem voor Marine Le Pen”, herhaalde Jean-Luc Mélenchon vier keer op de avond van de eerste ronde. “De door Macron en het Franse politieke systeem gewenste keuze dwingt ons te kiezen tussen twee kwaden (...) Het een en het ander zijn niet gelijkwaardig. Marine Le Pen deelt met Emmanuel Macron een project van sociale mishandeling, en zij voegt daar een gevaarlijk ferment van etnische en religieuze uitsluiting aan toe. Een dergelijke verdeeldheid kan een volk vernietigen”, zegt hij.

Mélenchon sloot zijn toespraak af met een optimistische oproep aan de jongeren: “Jullie zijn niet zwak en niet machteloos. Jullie zijn in staat om deze strijd te voeren, en de volgende, en de volgende! Doe het beter!”, zei hij hoopvol. En hij is terecht hoopvol, want de jongeren en de arbeiders die zich tijdens de dynamische campagne van Mélenchon hebben gemobiliseerd, kunnen navolging vinden en de basis vormen van een beweging die een dam kan opwerpen tegen extreemrechts en racisme, maar ook tegen het liberale besparingsbeleid dat vandaag overal in Europa en in de wereld de voedingsbodem vormt voor extreemrechts. Een beweging die in staat is sociale en ecologische thema's op te leggen, mensen te betrekken, te politiseren en te enthousiasmeren om hun lot in eigen handen te nemen en van onderuit een tegenmacht op te bouwen.

 

1 SudPresse, 12 april

5 Mediapart, Ibidem