Michel Moorkens (Onafhankelijkheidsfront): "Het wordt tijd om de verwezenlijkingen van de man op straat en de syndicalisten in de fabrieken in de verf te zetten."

Foto Stefaan Van Parys

Van alle mensen die konden getuigen over de gruwel van het fascisme, is bijna niemand meer in leven. Daarom moeten wij de fakkel overnemen en niet zwijgen, zodat de moedige strijd van het Verzet niet verloren gaat in de vergankelijkheid van de geschiedenis. Lees hier de toespraak die Michel Moorkens hield bij het Fort van Breendonk.

 

Geachte aanwezigen, kameraden, gezellinnen,

 

Als syndicalist sta ik hier vandaag, wij staan hier, aan de derde halte, die begint aan de Begijnenstraat en de Della Faillelaan, het hoofdkwartier van de Gestapo, met het Fort van Breendonk als voorlaatste halte voor hun deportatie. Via station Willebroek vertrokken ze naar de nazi-concentratiekampen in het oosten.

Hier werden in 1942 syndicalisten binnen gebracht die opgepakt werden in hun respectievelijke bedrijven in Antwerpen.

Ze werden geslagen, mishandeld en vermoord.

Ze werden aangeklaagd voor sabotage, het verspreiden van vlugschriften, hulp verlenen aan onderduikers en gewapend verzet. Ze werden verraden door mensen die geloofden in het Nieuwe Orde verhaal.

Vanaf juli ’42 betraden Vlaamse SS’ers de firma Mercantile en Beliard Murdoch, om er maar twee te noemen, en werden er in totaal 33 arbeiders en bedienden opgepakt, waaronder enkele kopstukken.

Vrij vroeg kwamen mensen in actie tegen het opkomende fascisme en nazisme.

In de jaren ’30 ontstonden knokploegen in het linkse milieu om op te treden tegen de fascistische ploegen die de straat wilden beheersen.

Het verbieden van onze traditionele vakbonden en het opdringen van een Duitsgezinde vakbond vanaf november 1940 had tot gevolg dat in de scheepsherstelling, en nog veel andere bedrijven, toegetreden werd tot het Syndicaal Strijd Komité-SSK en verzetsorganisaties als het Onafhankelijkheidsfront.

Daarnaast herinneren we ons de aanslag op Pot en Grijp, twee militanten die in Antwerpen door fascisten werden doodgeschoten. Gevolgd, als reactie, door een staking van de havenarbeiders!

Onder de scheepsherstellers waren er kameraden die gingen vechten in de Internationale Brigades tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Misschien vochten de kameraden in Spanje samen met Albert De Koninck, die later Luitenant-Kolonel werd van de Gewapende Partizanen.

We zien hier steeds meer de kracht van alle onderdrukten in de stakingen en conflicten. We zien echter nooit waardering en erkenning hiervoor. Hebben we hier in België een herdenkingsplaats voor de verdedigers van onze democratie, die in Spanje moorddadig ten val werd gebracht?

De voorbije dagen was het in Nederland de Dag van de Herdenking, een mooi voorbeeld van erkenning. De toespraak van Andre Van Duin over verdraagzaamheid ging veelvuldig rond op sociale media.

Natuurlijk kent Nederland niet de grote tegenstelling zoals hier in België tussen collaboratie en verzet. Onze weerstanders werden beschreven als smokkelaars, dieven en moordenaars. Dit was de prijs die zij betaalden voor hun moedige inzet.

Ik woonde onlangs een lezing bij van Nico Wouters over het “Verzet in Antwerpen tijdens de tweede wereldoorlog”. Nico Wouters vermeldt heel breed de strijd in de bedrijven en op straat. Het werd ook stilaan tijd dat men de verwezenlijkingen van de man op straat en de syndicalisten in de fabrieken eens in de verf zet. Vergeten helden, vergeten verleden! Nico, alsook enkele andere onderzoekers, vormen een nieuwe lichting in de erkenning van het verzet.

Naast de strijd die het verzet leverde tegen de collaborteurs, hielp het in België ook vele joodse medeburgers door ze onderdak te bieden. Deze helden die onderdak verleenden, met gevaar voor hun eigen leven, blijven na de tweede wereldoorlog onbekend. Het verzet regelde voedselbons voor zij die ondergedoken waren en hielpen ze om van de ene naar de andere plaats over te brengen. De joodse medeburgers traden zelfs toe tot de weerstand, wat ook niet altijd vermeld wordt in boeken, documentaires en films.

Men schaamt zich precies niet langer om fascisten op een voetstuk te plaatsen en bijvoorbeeld plaatsnamen naar hen te vernoemen. Onze weerstanders en verzetsstrijders zijn tussen de plooien van de geschiedenis gevallen ten voordele van fascisten en genieten deze naambekendheid niet.

En wat met onze vrouwelijke verzetsstrijdsters, die wel degelijk weggemoffeld zijn in de archieven van het verleden, de sluikpers o.a had niet kunnen werken zonder de medewerking van de vele vrouwen hier in België.

Ieder jaar in september woon ik de plechtigheid bij hier in Breendonk. Vroeger werden wij één voor één met naam afgeroepen om bloemen neer te leggen. Nu gebeurt dit in groep en wordt er meer aandacht geschonken aan het leggen van een krans door prominente personen. Breendonk wordt meer en meer een militaire aangelegenheid. Ook hier verliezen we de strijd als verzetsorganisatie, maar dit is een persoonlijke mening.

Breendonk is geen militair gebeuren, alleen wordt deze plechtigheid volledig in dienst gesteld van gans het militarisme. Paul Baeten, oud kampgevangene, protesteerde hier al eerder over. Hij was niet meer akkoord met de manier waarop de plechtigheid doorging.

Helaas zijn allen die konden protesteren, overleden. Deze stemmen zijn verdwenen, maar laat ons niet zwijgen. We moeten het blijven herdenken, zodat deze moedige strijd niet verloren gaat in de vergankelijkheid van de geschiedenis.

Daarom is deze herdenking op deze historisch datum van 8 mei een noodzaak. Laat ons afstappen van het militaire gebeuren en aandacht schenken aan wat echt telt: het verzet. Het Fort heeft zijn verleden, laat ons dit eren!!

Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van
het besef dat de buik die het Derde Rijk baarde nog vruchtbaar is.

Deze herdenking is altijd ook een waarschuwing.
Het verhaal van de overlevenden, van degenen die uit de concentratiekampen
terugkeerden – Joden, Roma en Sinti, politieke tegenstanders, onder wie veel
communisten en sociaaldemocraten – is een verhaal van uitzonderingen. 

Herdenken is tevens namens de doden spreken, en namens de doden spreken kan alleen door de ooggetuigen aan het woord te laten. Helaas zijn die er niet meer en zijn wij verplicht om de fakkel over te nemen.

Als herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk,
kennis bestaat uit details, dan kunnen we het ons niet permitteren te zeggen
dat wij bepaalde details niet wensen te horen omdat ze onze nachtrust
verstoren.

Als secretaris van het OF probeer ik de naam en de strijd van het Verzet in zijn brede vorm in ere te houden. Op alle georganiseerde plechtigheden in Antwerpen en uiteraard ook Breendonk, is het OF aanwezig. Van het eens zo groot en machtig OF blijft niet veel over, zoals ik al zei zijn allen helaas overleden. Die fakkel heb ik in mijn hand en ik ga proberen om de vlam niet te laten uitdoven. Daarom, nogmaals, is deze dag en herdenking belangrijk, het houdt de vlam brandend.

Zoals reeds gezegd moet het Fort in de aandacht blijven en moet de jaarlijkse herdenking blijven doorgaan. Maar er is nog een andere manier om te herdenken, die perfect past bij een bezoek aan Breendonk en de plechtigheid: de struikelstenen.

Daarom vind ik het plaatsen van struikelstenen in Antwerpen een geweldig initiatief, mede mogelijk gemaakt door mensen hier aanwezig. Zij die hun stem verloren en waarvoor de aandacht verloren ging, verdienen hun plaats terug op straat voor hun deur, waar ze opgepakt werden en waar ze meer dan 75 jaar afwezig waren.

Laten we ons hoofd buigen om de tekst op de steen te lezen.

Laten we ze terug thuis laten komen. Laten we ze vertellen!!!

Laat mij eindigen met een kort gedicht.

Wij die leven

Eren de doden …

omdat de

doden…

ons eerden

met hun… leven.

Volg de PVDA op de voet