Een vluchtelingenkamp aan de Turks-Syrische grens. (Foto Wikimedia Commons)

Woensdag 9 oktober startte het Turkse leger een militair offensief in het noorden van Syrië. Er is sprake van minstens vijftien doden bij lucht- en grondaanvallen. Net als veel waarnemers vreest de PVDA voor een onvoorspelbare oorlog op grotere schaal.

Het Midden-Oosten staat opnieuw in vuur en vlam, na al drie decennia van luchtaanvallen, oorlog en bezetting onder leiding van de VS. Die werden daarin trouwens dikwijls gevolgd door Europese landen, waaronder België, dat de voorbije jaren deelnam aan luchtbombardementen boven Syrië.

Het doelwit van NAVO-land Turkije is naar eigen zeggen het leger van de Koerdische Democratische Unie in Syrië, de YPG. Maar net als bij de vorige oorlogen is het de hele lokale bevolking, van welke nationaliteit, geloof of origine ook, die het slachtoffer zal zijn. Het Internationale Rode Kruis waarschuwt dat het om honderdduizenden mensen kan gaan, terwijl de humanitaire noden in de regio al zo groot zijn, met onder andere miljoenen Syrische vluchtelingen in Turkije en elders.

Net als bij de vorige oorlogen zijn de geostrategische belangen van Washington de enige constante beweegreden voor de voortdurende schendingen van het internationaal recht, de militaire inmenging en de wisselingen van allianties van de VS. De Syrische Koerden doen daar vandaag eens te meer een wrange ervaring mee op.

De PVDA wil dat België in de VN-Veiligheidsraad aandringt op de noodzaak van dialoog en onderhandelingen tussen alle betrokken partijen uit de regio, en op onverkort respect voor het internationaal recht. Dat betekent in de eerste plaats dat alle Amerikaanse en Europese troepen weg moeten uit heel het Midden-Oosten en dat het Turkse leger weg blijft uit Syrië. Het is aan de Syriërs en aan niemand anders om over hun land en staatsinrichting te beslissen.