Als het stof gaat liggen, wordt de werkelijkheid zichtbaar
De PVDA groeit snel. Voor sommigen wellicht té snel. Want niet iedereen begrijpt het fenomeen PVDA: dat van een rebelse, marxistische partij die zich elke dag dieper verankert. Na het vertrek van enkele parlementsleden proberen sommigen te doen geloven dat er een crisissfeer rond de partij hangt. Maar hoe zit het echt?
door Benjamin Pestieau,
algemeen secretaris van de PVDA
Degenen die het over een crisis binnen de PVDA hebben, doen dat vaak om zo hun eigen interne problemen te verbergen, of om de aandacht af te leiden van de echte crisis van het moment: de opeenvolgende schokken veroorzaakt door Trump en het Amerikaanse imperialisme. Sommige media gaan daarin mee, andere nuanceren.
Door al het stof dat de laatste tijd is opgeworpen, is het soms moeilijk om helder te zien. Dat is begrijpelijk. Maar als het stof gaan liggen is, worden de contouren weer scherp en krijgt de werkelijkheid opnieuw de bovenhand.
De snelle opmars van de PVDA
De PVDA bestaat al lang. De fundamenten werden gelegd door generaties van pioniers. Maar pas recent kende de partij een zeer snelle groei.
Minder dan twintig jaar geleden telde de PVDA ongeveer duizend leden. De partij had enkele gemeenteraadsleden, maar geen verkozene op regionaal, federaal of Europees niveau.
Bij verkiezingen kwam de partij niet boven de 1% uit.
Vandaag telt de PVDA meer dan 25.000 leden, honderden lokale verkozenen en bijna vijftig volksvertegenwoordigers in regionale en federale parlementen. Waar we vroeger slechts enkele lokale afdelingen hadden, zijn we nu actief in tientallen gemeenten en tellen we meer dan 400 actieve groepen in gemeenten en bedrijven.
Als we enkel kijken naar de federale verkiezingsresultaten, zien we een duidelijk beeld van die spectaculaire groei:
Resultaten van de PVDA voor de Kamer (heel België)
2007 — 52.689 stemmen — 0,79%
2010 — 91.775 stemmen — 1,41%
2014 — 251.276 stemmen — 3,72%
2019 — 584.621 stemmen — 8,62%
2024 — 688.369 stemmen — 9,86%
Bijna geen enkele Belgische partij kende zo’n snelle groei op zo’n korte tijd. In minder dan twintig jaar is de PVDA niet alleen gegroeid: ze is van schaal veranderd. Op zeer korte tijd overschreed de partij verschillende historische drempels. We zijn geëvolueerd van een partij in de marge naar een politieke kracht die weegt in de sociale strijd en in het politieke debat. Die vooruitgang is geen misverstand, of een voorbijgaande trend, of een gevolg van een bepaalde tijdsgeest. Nee, het is het resultaat van een diepe verankering, die niet van plan is weer te verdwijnen.
Veel successen, maar ook enkele groeipijnen
Die snelle groei heeft ons veel succes opgeleverd, maar we kenden – en kennen – ook enkele groeipijnen. De voorbije jaren sloten duizenden leden zich aan bij de afdelingen van de PVDA. De grote meerderheid vond er een partij waarin ze hun energie konden inzetten en waar hun mening telde. Ze ontdekten een collectief dat mensen helpt groeien en zichzelf te ontwikkelen. Ze kregen vorming om de wereld beter te begrijpen...
Zoals Lolita, een jonge militante van de partij, uitlegt: “Mijn engagement bij de PVDA heeft mij nooit gebroken. Het heeft mij opgebouwd. Het heeft mij bevrijd. (...) Door de jaren heen heb ik geëngageerde, solidaire en bijzonder inspirerende mensen ontmoet. Mensen die hun tijd en energie geven en elke dag tonen dat collectieve strijd zin heeft. Wat dit engagement mij brengt, is dat: samen vooruitgaan. Elkaar steunen in moeilijke momenten en samen de overwinningen vieren, groot of klein.”
Of neem Thierry, een jarenlange militant en gepensioneerd treinbestuurder: “Het is geen toeval, het is geen gewoonte — het is een keuze die ik elke ochtend opnieuw maak. (...) Het is elke dag opnieuw een bron van trots. Want de PVDA waardeert mensen niet alleen. Ze leert hen. Ze vormt hen. Ze tilt hen op. Ze geeft je de middelen om de wereld te begrijpen, en te veranderen. In een samenleving van ieder-voor-zich zegt deze partij: je bent niet alleen, en je hoeft dat ook niet te zijn.”
Het is onmogelijk om ze allemaal te citeren, zo talrijk zijn de mensen die met enthousiasme getuigen over hun engagement bij de PVDA.
Een kleinere groep leden kwam de PVDA binnen, vond zich er niet in terug en heeft de partij verlaten. Soms kort nadat ze lid werden, soms na enkele jaren. Dat gebeurt in alle partijen en organisaties, zeker in een organisatie die snel groeit. We hebben dus snel moeten leren, soms ging dat gepaard met spanningen en frustraties, soms maakten we daarbij fouten. Dat is onvermijdelijk.
We moeten niet denken dat we onfeilbaar zijn. Maar we moeten wel elke ervaring, elk succes en elke moeilijkheid omzetten in een collectief leerproces. Wij zijn een menselijke partij, met miljoenen menselijke interacties en duizenden standpunten en analyses. We hebben allemaal onze manier van uitdrukken, onze ervaringen en onze verwachtingen die we moeten samenbrengen. We proberen telkens bij te leren.
Jezelf in vraag durven te stellen en bijsturen is een van de sterke punten van de werking van de PVDA. En die zelfkritiek dient één doel: de PVDA opbouwen, niet afbreken.
We bouwen aan een sterkere PVDA, die beter gewapend is om het hoofd te bieden aan een wereld in verandering — een wereld waarin de crisis van het imperialisme leidt tot grootschalige sociale afbraak, militarisering van de samenleving, oorlogen, racisme, seksisme en andere vormen van onderdrukking.
We bouwen aan een PVDA die in staat is iedereen te verenigen die een ander maatschappelijk project wil — een project gebaseerd op vrede en socialisme.
Want van één ding zijn we overtuigd: een machtig systeem bestrijd je niet met versnipperde verontwaardiging. Tegen een systeem dat mensen verplettert, moet je een goed georganiseerde collectieve kracht opbouwen.
Een mandaat is geen persoonlijke trofee, maar het werk van een hele groep
Van de 50 verkozenen die we tellen in de federale en regionale parlementen, hebben er vier de partij verlaten. Dat is telkens pijnlijk, uiteraard. Zowel op politiek als op menselijk vlak. Maar hoewel elk vertrek een klap is, is dat geen nieuw of uitzonderlijk fenomeen, en zeker niet iets dat alleen bij de PVDA voorkomt.
Denk maar aan Maurits Vande Reyde (Vlaams parlementslid, van Open Vld naar onafhankelijk), Annick De Ridder (Vlaams minister, van Open Vld naar N-VA), Els Ampe (Vlaams parlementslid, van Open Vld naar Voor U), Jean-Luc Crucke (Waals minister, van MR naar Les Engagés), Michel De Maegd (federaal parlementslid, van MR naar Les Engagés), Latifa Aït-Baala (Brussels parlementslid, van MR naar PS), Emin Ozkara (Brussels parlementslid, van PS naar Défi), Ludivine de Magnanville (Brussels parlementslid, van Défi naar MR in 2025), Fabian Maingain (Brussels parlementslid, van Défi naar onafhankelijk), Bertin Mampaka (Brussels parlementslid, van cdH naar MR), Anthony Dufrane (federaal parlementslid, van PS naar MR) en Peter Verlinden (ex-journalist VRT, sloot zich aan bij Voor U, maar stapte een maand later over naar CD&V in aanloop naar de verkiezingen van 2024).
Of mensen als Marc Wilmots (MR-senator), Anne Delvaux of Carine Russo, die oorspronkelijk geen klassieke politieke achtergrond hadden.
En zo zijn er nog meer voorbeelden.
Maar achter elk mandaat zitten duizenden uren militant werk. Zoals Patricia, volksvertegenwoordiger in het Waals parlement, uitlegt: “Al twee jaar zetel ik in het Waals parlement. En ik zeg het duidelijk: ik heb deze verantwoordelijkheid enkel te danken aan duizenden militanten en leden die zich hebben ingezet, campagne hebben gevoerd en in dit collectieve project hebben geloofd. Zonder hen was ik hier nooit geraakt.”
Een mandaat is geen persoonlijke trofee, maar het resultaat van een collectief werk. Het is een verantwoordelijkheid die door dat collectief aan een persoon wordt toevertrouwd.
De partij verlaten zonder het mandaat terug te geven, betekent dat gezamenlijk werk meenemen alsof het persoonlijk bezit is.
De partij verlaten zonder het mandaat terug te geven, betekent ook dat je de belofte breekt die voor de verkiezingen is gemaakt: ofwel verdedig je het programma waarvoor je verkozen bent, ofwel geef je het mandaat terug aan het collectief dat het mogelijk heeft gemaakt.
De PVDA brengt de wereld van de arbeid in de parlementen
De PVDA is geen partij zoals de andere. Waar parlementen vroeger bijna uitsluitend werden bevolkt door beroepspolitici, heeft de PVDA de werkende mensen zelf in het parlement gebracht.
Wij brachten buschauffeurs in het parlement, maar ook metaalarbeiders, bandarbeiders, belastingambtenaren, verpleegkundigen, kassiersters, grafisch ontwerpers, boekhouders, magazijniers, chemiearbeiders, zorgkundigen, kinderbegeleiders… Kortom, de hele diversiteit van de werkende bevolking, die vroeger nooit in het parlement raakte.
Mensen met beroepservaring uit de praktijk, geen beroepspolitici uit de bubbel van de Wetstraat.
Dat alles maakt de PVDA uniek. Vandaag proberen sommigen het vertrek van enkelingen te gebruiken om een crisis te suggereren en zo een schaduw te werpen over de trots van al die verkozenen die strijden, die er zijn om het volk te dienen, niet om zich te verrijken, die met hun individuele talent de kracht van het collectief doen schitteren, en die zelf schitteren omdat het collectief hen optilt.
Het woord dat schrik moet aanjagen
Om hun vertrek te rechtvaardigen, hebben sommigen het over “sekte”. Dat woord dient minder om te beschrijven dan om de blik en het denken van anderen te besmetten. Om “de voorbijgangers angst aan te jagen”, om het met de woorden van de Franse dichter Aragon te zeggen.
Tegenover dat soort karikatuur staat een koppige realiteit: die van een partij die bevolkt wordt door de brede bevolking in al haar diversiteit op het vlak van sociale positie, leeftijd en beroepscategorie, en dat in het hele land. Een partij van gewone kameraden die buitengewone dingen doen.
Vanessa is al 17 jaar lid en schrijft: “Je kunt veel zeggen, maar ik spreek over wat ik zelf meemaak. En wat ik zie, zijn concrete acties op het terrein. Mensen die aanwezig zijn op straat, dicht bij de realiteit, die luisteren, ondersteunen en handelen. Ik denk aan moeilijke momenten zoals de overstromingen in de Vesdervallei, waar solidariteit geen hol begrip was. Ik denk aan de coronaperiode, waar we ondanks beperkte middelen hebben meegeholpen: het uitdelen van zelfgemaakte mondmaskers, steun aan ziekenhuizen, kleine gebaren voor mensen die het moeilijk hadden. Ik denk ook aan al die strijd tegen onrechtvaardige beslissingen, aan al die gesprekken met mensen op het terrein, ongefilterd.”
De realiteit van de PVDA, dat zijn jonge en minder jonge mensen, dat zijn arbeiders, bedienden en leerkrachten, verpleegkundigen en metselaars, buschauffeurs en treinbestuurders, ambtenaren en werknemers in de privésector, mannen en vrouwen uit alle hoeken van België en uit alle lagen van de samenleving.
De realiteit van de PVDA, dat zijn ook duizenden vakbondsleden, mensen uit het middenveld, kunstenaars en intellectuelen. Al die leden zorgen voor verbinding en interactie met de hele Belgische samenleving. En we stimuleren die verbindingen en interacties, en we moedigen ze aan. We organiseren veel bevragingen en peilingen. Onze leden staan dagelijks in contact met wat er leeft in de samenleving.
De ambitie van de PVDA is zeker niet om zich naar binnen te keren of alleen te blijven onder gelijkgezinden. De ambitie van de PVDA is om de samenleving te veranderen. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken, en te overtuigen dat een alternatief mogelijk en noodzakelijk is. De ambitie van de PVDA vertrekt vanuit de overtuiging dat je verandering alleen kan realiseren samen met de werkende mensen, de jeugd en alle groepen uit de brede bevolking die onze samenleving vormen.
Welke realiteit blijft over als het stof is gaan liggen?
Het vertrek van die parlementsleden ging vaak gepaard met grote verklaringen, uitgebreide uitleg, beschuldigingen, harde woorden en onthullingen… maar waar dient dat allemaal voor? Wanneer het lawaai wegvalt, wordt duidelijker wat er echt speelt. Elk vertrek heeft zijn eigen verhaal en specifieke redenen, maar in de meeste gevallen keren een aantal gelijkaardige elementen terug.
Eerst en vooral is er het ego en het individualisme. Verschillende mensen die vertrekken, beginnen zich steeds meer op zichzelf te richten: op hun imago, hun video’s, het aantal foto’s, hun zichtbaarheid… Het begint vaak met kleine dingen, maar kan snel grotere proporties aannemen. Bovendien versterkt de parlementaire en mediacontext deze tendensen. Men bekijkt alles steeds meer vanuit het eigen ego en steeds minder vanuit de maatschappelijke strijd of de noden van het collectief.
Zoals een arbeiderskader van de partij, met tientallen jaren strijd achter de rug, vaak zegt: “Water stroomt naar beneden, en eens je begint af te glijden, is het heel moeilijk om weer omhoog te klimmen.”
Hij bedoelt daarmee dat individualisme een gemakkelijke weg is, omdat het aansluit bij de dominante waarden in de samenleving. Het ontwikkelen van een collectief gevoel en een solidaire ingesteldheid is een proces waarbij je voortdurend tegen de stroom in gaat.
We zitten in een bijzondere fase van het kapitalisme. Maria, een basisgroepslid, stelt zich vragen bij het vertrek van de mandatarissen: “Waarom nu, terwijl de wereld wankelt? De waarden waarvoor we ons inzetten zijn nog nooit zo belangrijk geweest, en alle krachten van het collectief zijn nodig.”
Maria heeft gelijk. Overal in Europa proberen regeringen sociale rechten af te bouwen en de samenleving in dienst te stellen van militarisering. Trump en zijn bondgenoten zetten de wereld in vuur en vlam. Het systeem kraakt onder zijn eigen tegenstellingen. Het is tegelijk sterk, maar vertoont ook duidelijke zwaktes.
Als we willen winnen, vooruitgang boeken en uiteindelijk het verschil maken, moeten we sterke organisaties opbouwen — sterk door hun aantal, hun collectieve geest en hun organisatie. Tegenover de macht van het kapitaal ligt de kracht van de werkende mensen in hun aantal, hun organisatie, hun politieke vastberadenheid en hun discipline.
En het individu in dit verhaal? Mihaela, lid van de PVDA, verwoordt het treffend op haar sociale media: “Het collectief wist het individu niet uit, het weigert alleen dat het verward wordt met individualisme en een overdreven ego.”
Bij de PVDA krijgt de verhouding tussen individu en collectief concreet vorm in een duidelijke methode: een breed democratisch debat intern, en een sterke eenheid van actie naar buiten toe. In tegenstelling tot traditionele partijen wordt geen enkele beslissing door één persoon alleen genomen, maar komen beslissingen tot stand na collectieve discussie. Deze werkwijze maakt het mogelijk om zoveel mogelijk ervaringen, standpunten en analyses samen te brengen, zodat er stevigere beslissingen genomen kunnen worden en tegelijk acties gevoerd worden die echt impact hebben. Uiteraard blijft dit een menselijk proces, met zijn beperkingen en soms ook met fouten.
Daarnaast is er, ook al wordt dat in eerste instantie ontkend of geminimaliseerd door wie vertrekt, de financiële kwestie. De aantrekkingskracht van een inkomen van 7.000 tot 10.000 euro netto per maand is niet te onderschatten. Dat is iets heel anders dan leven met een inkomen van rond de 2.500 euro per maand, zoals de volksvertegenwoordigers van de PVDA doen.
Sommigen proberen te doen geloven dat ze de afdrachten die ze vroeger aan de PVDA deden om de strijd te ondersteunen, nu aan verenigingen schenken — zonder daarbij bedragen of organisaties te noemen.
Anderen zijn daar minder terughoudend in. Zoals dat ex-PVDA-parlementslid dat nu bij de MR zit. Tijdens de persconferentie waarop hij zijn overstap aankondigde, vroeg hij zich openlijk, tot verbazing van de aanwezige journalisten, af of hij zijn volledige parlementaire vergoeding zou mogen behouden. Georges-Louis Bouchez stelde hem gerust: “Bij de MR mogen parlementsleden alles houden.” En zo kon hij zichtbaar tevreden zijn met een inkomen dat vandaag ver boven dat van de meeste werkende mensen ligt.
Ten slotte doen verschillende van degenen die vandaag op de PVDA spuwen, dat vooral om te verbergen dat ze in werkelijkheid een ander politiek project hebben gekozen dan dat waarvoor ze verkozen zijn. Ze maken veel lawaai om die waarheid te maskeren.
Dat geldt bijvoorbeeld voor die parlementariër waarover we hierboven al spraken, die ervoor koos om over te stappen naar het politieke project van de MR. Hij sloot zich aan bij een partij die staat voor sociale afbraak en voor een pensioenleeftijd op 67 jaar. Hij legde zelfs uit wat de MR voorstelt voor zware beroepen: metselaars van 67 jaar op de werf zouden geen zakken cement meer moeten dragen, omdat jongere collega’s dat voor hen doen. Dit parlementslid koos voor een racistische partij die medeplichtig is aan de genocide tegen het Palestijnse volk. Hij koos ook voor een partij waarvan de voorzitter stelt dat de oorlogen van Trump “onze oorlogen” zijn. “Zijn klassenbewustzijn is in het parlement gesmolten als sneeuw voor de zon,” zei een vakbondsafgevaardigde over hem.
Hetzelfde geldt voor degenen die zich bij de PS aansloten of dat van plan zijn. Zij kiezen voor een partij die staat voor een links dat toegevingen doet. Een partij waarvan de voorzitter internationaal sterke toespraken houdt, maar in België geen stappen zet om de pensioenleeftijd van 67 jaar terug te draaien of maatregelen rond werkloosheid te herzien. Een partij die in verkiezingscampagnes loonsverhogingen belooft, maar eenmaal in de regering loonmatiging mee goedkeurt. Een partij die betrokken was bij de afbouw van de NMBS en de privatisering van openbare banken. Een partij waarvan tal van mandatarissen hun functie gebruikten om zich te verrijken. Een partij voor wie de klassenstrijd eerder een vaststelling is dan een middel tot maatschappelijke verandering.
Tot slot geven we het woord aan Marie, voorzitster van een basisgroep
“Niet alles is perfect – niets is perfect. Maar elke dag moeten we beter worden. In een wereld die snel verandert – soms op een harde manier – moeten we ons vermogen behouden om samen vooruit te gaan, met een gemeenschappelijk project van verandering: een socialisme van onze tijd.”
Dat schreef Marie onlangs op haar sociale media. Op een inspirerende manier schetst ze de keuzes waar iedereen voor staat die oprecht wil strijden tegen onrecht en wil bouwen aan een ander maatschappelijk project.