De Senaat afschaffen? Ja, maar niet om het land te verdelen
De regering-De Wever–Rousseau heeft beslist om, na maanden zonder enig debat, de afschaffing van de Senaat door te drukken. Maandag 30 maart een stemming in de commissie, en de vrijdag erop is er al een plenaire stemming gepland in de Kamer. Er is geen enkele reden om zo gehaast te werk te gaan, aangezien de echte deadline pas in 2029 ligt.
Kevin Oeyen - Belgische Senaat
Om de Senaat af te schaffen, moet een hele reeks artikelen van de Grondwet worden gewijzigd. Dat is geen kleinigheid. De procedure is lang en moet een tweederdemeerderheid krijgen, zowel in de Kamer als in de Senaat. Tijdens een eerste commissievergadering in november in de Senaat merkten verschillende partijen, waaronder de PVDA, op dat dit niet zomaar met een vingerknip kan gebeuren. Ze vroegen om de tijd te nemen om experts en burgers te horen die zich hebben gebogen over alternatieven voor de huidige werking van de Senaat, die meer burgerparticipatie mogelijk maken. De Arizona-regering heeft deze verzoeken voortdurend uitgesteld.
Op maandag 30 maart besliste ze plots om een versnelling hoger te schakelen en weigerde ze deze experts en burgers te horen. Ze wil zo snel mogelijk het proces tot herziening van de Grondwet opstarten, een straf staaltje machtsvertoon.
Waarvoor dient de Senaat nog?
Het klopt dat de Senaat een bijna lege doos is geworden. Vroeger was het een vergadering met beslissingsbevoegdheden gelijk aan die van de Kamer, maar gaandeweg werd de Senaat steeds verder uitgehold. Van de staatshervorming van 1993, tot en met de zesde staatshervorming in 2011. Met de steun van alle traditionele partijen.
Vandaag is de Senaat enkel nog bevoegd voor grondwetsherzieningen en bijzondere wetten, en voor de benoeming van de hoogste ambtenaren, zoals rechters bij het Grondwettelijk Hof. Voor de rest bespreekt men er resolutievoorstellen, aanbevelingen en informatierapporten, en worden er tal van experts gehoord. Maar de debatten hebben vaak geen gevolgen voor het dagelijks leven van de burgers: niemand is verplicht toe te passen wat daar wordt gezegd. Van alle parlementen in België is dit het orgaan met de minste impact en het verst verwijderd van de burgers.
Aangezien ze al verkozen zijn in de regionale en gemeenschapsparlementen, ontvangen de senatoren — met uitzondering van de tien door partijen gecoöpteerde senatoren — geen extra loon. Wel krijgen ze bevoorrechte pensioenen en zijn de toelagen aan de politieke fracties veel te hoog. Dat alles pleit voor de afschaffing van de Senaat. Maar er zijn twee grote gevaren in de hervorming die door Arizona wordt voorgesteld:
- Het opdoeken van de Senaat, zoals dat nu wordt voorgesteld, versterkt de verdeeldheid van het land
- Het versterkt het autoritarisme van de uitvoerende macht door meer macht aan de regering en minder aan het parlement te geven.
Het einde van de Senaat zoals de regering het wil, versterkt de verdeeldheid van het land
De Senaat is momenteel de enige federale assemblee waar verkozenen uit de verschillende regionale parlementen elkaar kunnen ontmoeten en in dialoog kunnen gaan. Vijftig van de zestig senatoren zijn afgevaardigden uit de parlementen van de gewesten en gemeenschappen en hebben de mogelijkheid om van gedachten te wisselen over kwesties die in de Kamer niet meer worden besproken. Bijvoorbeeld over de interregionale mobiliteit op de arbeidsmarkt. Deze samenstelling garandeert ook automatisch de aanwezigheid op federaal niveau van minstens één verkozene uit de Duitstalige Gemeenschap.
Als de Senaat verdwijnt, is er geen enkel mechanisme voorzien om ervoor te zorgen dat de Kamer een actieve rol speelt in het onderhouden van de dialoog tussen de Gewesten. En er is geen enkele garantie meer dat de Duitstalige Gemeenschap nog vertegenwoordigd zal zijn op federaal niveau.
De realiteit vandaag is dat als Bart De Wever de Senaat wil afschaffen, dat niet is om het aantal politici of hun privileges te verminderen, noch om de efficiëntie te verhogen of de werking van de staat te moderniseren. Het is om een federaal dialoogniveau te verzwakken, na een proces van staatshervormingen dat de bevoegdheden van de federale staat sterk heeft uitgekleed en die van de regionale regeringen sterk heeft uitgebreid.
Voor de PVDA moet de afschaffing van de Senaat gepaard gaan met mechanismen om de eenheid van het land te garanderen en te versterken. Daarom hebben wij een amendement ingediend voor de oprichting van een federale kieskring. Deze kieskring zou een deel van de 150 Kamerleden kunnen verkiezen. Deze verkozenen, ongeacht de taal die ze spreken, zouden vertrekken vanuit een globale visie op het land. Dat zou de verkozenen in de Kamer verplichten zich te richten tot de hele bevolking van het land, uit alle regio’s, en niet tot slechts één deel. Dat zou de dialoog tussen politici uit verschillende gemeenschappen bevorderen. Voorlopig werd dit amendement in commissie verworpen door de meerderheidspartijen.
Het einde van de Senaat zoals de regering het wil, versterkt het autoritarisme
Door de Senaat af te schaffen opent deArizona-regering een gevaarlijke deur: zonder de Senaat wordt het in de toekomst gemakkelijker om de Grondwet te wijzigen. Bijvoorbeeld artikel 19, dat “de vrijheid om zijn mening te uiten” garandeert. Het besparingsbeleid en de aanvallen op pensioenen, de index en de koopkracht gaan gepaard met pogingen om het verzet van de werkende bevolking en het maatschappelijk middenveld te smoren of te verbieden. Tot nu toe zonder succes, onder meer omdat de Grondwet het recht op betogen garandeert. Zoals journalist Bertrand Henne zegt: “De afschaffing van de Senaat betekent een verzwakking van de Belgische democratie.”
De regering-De Wever-Rousseau wil zo meer autoritarisme opleggen, meer macht geven aan de regering en minder aan het parlement. Dat keert de logica om: normaal gezien is het het parlement (de verkozenen) dat wetten stemt en de regering die ze uitvoert.
Daarom hebben wij ons in de commissie onthouden bij de opstart van de procedure voor de afschaffing van de Senaat. De stemming in commissie vorige maandag en in plenaire vergadering op vrijdag 3 april zijn slechts het begin van het proces. Wij zullen blijven werken aan een oplossing die de eenheid van het land niet in gevaar brengt en die dit nieuwe machtsvertoon van De Wever–Rousseau voorkomt.