We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

De welvaartsenveloppe: een sociale verworvenheid die vandaag wordt bedreigd

De welvaartsenveloppe is een essentieel instrument om te vermijden dat mensen met een vervangingsinkomen duurzaam achterop raken in de samenleving. De regering-De Wever-Rousseau weigert nu die welvaartsenveloppe uit te keren waardoor de armoede en ongelijkheid in Belgiƫ zal toenemen. Wij blijven ons scharen aan de zijde van de vakbonden en de armoedeorganisaties in de strijd om de welvaartsenveloppe te behouden.

woensdag 18 februari 2026

Euro-muntstukken naast elkaar gestapeld

door Robin Tonniau, 
federaal volksvertegenwoordiger PVDA

Wat is de welvaartsenveloppe?

De welvaartsenveloppe is een mechanisme dat het mogelijk maakt om sociale uitkeringen te verhogen wanneer de algemene levensstandaard stijgt. Het doel is eenvoudig: voorkomen dat mensen die leven van een pensioen, een werkloosheidsuitkering of een ziekte- of invaliditeitsuitkering, geleidelijk achterop raken ten opzichte van de lonen.

Het is belangrijk dit mechanisme te onderscheiden van de indexering. De indexering dient om prijsstijgingen te compenseren. Ze voorkomt dat de koopkracht daalt wanneer de levensduurte stijgt. De welvaartsenveloppe heeft een ander doel: ervoor zorgen dat uitkeringen ook de evolutie van de welvaart volgen. Wanneer de lonen stijgen omdat de in het land geproduceerde rijkdom toeneemt, moeten ook de vervangingsinkomens kunnen meegroeien.

Concreet gaat het om een globaal budget dat om de twee jaar wordt vastgelegd. Dat budget wordt verdeeld om in de eerste plaats de laagste uitkeringen te verhogen. Het kan dienen om bepaalde pensioenen op te trekken, uitkeringen van zieken of invaliden te verbeteren, werkloosheidsuitkeringen aan te passen of de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) met zeer beperkte middelen, te verhogen.

Zonder dit mechanisme, zelfs als uitkeringen geïndexeerd blijven, groeit de kloof met de lonen geleidelijk. Jaar na jaar gaat de levensstandaard van de gerechtigden achteruit in vergelijking met werkenden. Die achteruitgang is niet theoretisch: ze vertaalt zich concreet in een relatief verlies aan koopkracht en een groter armoederisico. De welvaartsenveloppe is dus geen luxe of extraatje, maar een structureel instrument om het evenwicht te bewaren tussen arbeidsinkomens en vervangingsinkomens.

Hoe is de welvaartsenveloppe tot stand gekomen?

Niet de regering, noch de politieke klasse, en al helemaal niet de goodwill van de werkgevers waren de drijvende kracht achter de welvaartsenveloppe, maar wel de vakbonden en hun sociale mobilisatie.

Eind jaren negentig stelden zij een verontrustende achteruitgang vast. Een gemiddeld pensioen bedroeg nog slechts ongeveer een derde van het inkomen van iemand die werkt. Een werkloosheidsuitkering zakte zelfs tot ongeveer een kwart daarvan. Met andere woorden: mensen met een vervangingsinkomen raakten steeds verder verwijderd van de algemene levensstandaard.

Als reactie startten de vakbonden een campagne om de uitkeringen opnieuw te koppelen aan de evolutie van de welvaart. In september 1998, oktober 1999 en mei 2000 werden in gemeenschappelijk vakbondsfront betogingen georganiseerd met 20.000 tot 25.000 deelnemers. Deze strijd leverde niet meteen concrete resultaten op, maar de sociale druk bleef aanhouden. De vakbonden en het middenveld bleven mobiliseren. In maart 2004 vond in Oostende opnieuw een grote betoging plaats.

Tijdens een bijzondere ministerraad op 21 maart 2004, vlak voor de verkiezingen, deed de regering een eerste toegeving: vanaf 2007 zouden de sociale partners, dat wil zeggen de vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers, om de twee jaar advies mogen geven over de aanpassing van de sociale uitkeringen aan de welvaartsevolutie. Daarmee werd het principe van een regelmatige correctie van de achteruitgang officieel erkend.

Maar pas na harde stakingen tegen de verhoging van de leeftijd voor het brugpensioen werd deze vooruitgang echt verankerd. De wet op het Generatiepact van 23 december 2005 nam officieel een tweejaarlijkse enveloppe op in de wetgeving om de welvaartsaanpassingen te financieren. Ze legde ook een duidelijk principe vast: de regering moet middelen vrijmaken zodat de sociale uitkeringen de evolutie van de algemene welvaart kunnen volgen. De welvaartsenveloppe werd zo een wettelijk en structureel mechanisme, dat vandaag nog steeds van kracht is.

Vanaf 2007 kreeg dit principe concrete gevolgen. Bepaalde oudere pensioenen werden regelmatig verhoogd. In 2009 werd het systeem uitgebreid en in een ruimer kader gegoten, zodat het niet langer alleen over pensioenen ging, maar ook over andere sociale uitkeringen. De welvaartsenveloppe werd het centrale instrument om alle vervangingsinkomens te laten evolueren in functie van de welvaart.

De resultaten zijn meetbaar. Dankzij de welvaartsaanpassingen daalde het armoederisico in de loop der jaren merkbaar. Dit mechanisme is dus geen bijkomstig voordeel, maar een concrete sociale verworvenheid, die voortkomt uit collectieve mobilisaties en die bedoeld is om de laagste inkomens duurzaam te beschermen.

Wil de Arizona-regering de welvaartsenveloppe afschaffen?

De Arizona-regering heeft beslist om de toekenning van de welvaartsenveloppe gedurende de volledige legislatuur op te schorten. Dat is een gevaarlijk precedent. Concreet betekent dit dat er tijdens die periode geen structureel mechanisme meer zal zijn om de sociale uitkeringen mee te laten evolueren met de welvaart. Er is bovendien niets voorzien om dit instrument te vervangen.

Voor de pensioenen is de impact bijzonder zwaar. Het vroegere systeem van jaarlijkse verhogingen wordt niet opnieuw ingevoerd, wat neerkomt op het schrappen van elke welvaartsaanpassing voor gepensioneerden. Ongeveer 1,6 miljoen gepensioneerden worden hierdoor getroffen en de geplande besparingen lopen op tot 380 miljoen euro tegen 2030. Voor een pensioen van ongeveer 1.700 euro bruto betekent dit een verlies dat zich opstapelt in de tijd: enkele tientallen euro’s in het begin, enkele honderden na een jaar en tot 1.768 euro over de volledige periode.

Daarbovenop komt nog een andere politieke keuze die de zaak erger maakt: het afremmen van de indexering. Vroeger werden de uitkeringen één maand na het overschrijden van de spilindex aangepast wanneer de prijzen sterk stegen. Voortaan moet men drie maanden wachten. Tijdens die extra wachttijd blijven de prijzen stijgen, maar de uitkeringen blijven ongewijzigd.

Ook langdurig zieken en mensen op de invaliditeit worden rechtstreeks getroffen. Na vijf jaar arbeidsongeschiktheid is normaal een verhoging van 2 procent voorzien. De regering heeft beslist deze verhoging voor bepaalde jaren op te schorten door de bestaande regels te wijzigen. Mensen die langdurig ziek zijn, zien zo een voorziene verbetering van hun inkomen simpelweg verdwijnen.

Deze opschorting treft in de eerste plaats de meest kwetsbaren. Er wordt niet bespaard op overbodige voordelen, maar op de inkomens van mensen die nu al met zeer weinig moeten rondkomen: gepensioneerden met de laagste pensioenen, zieken en mensen op de invaliditeit, langdurig werklozen, ouderen die afhankelijk zijn van de IGO. Voor velen liggen deze bedragen al onder de armoedegrens.

Zelfs als de uitkeringen geïndexeerd blijven, volgen ze de evolutie van de levensstandaard niet meer. Jaar na jaar groeit de kloof met de lonen. Die achteruitgang is geleidelijk maar blijvend, en elk jaar zonder welvaartsenveloppe maakt een latere correctie moeilijker.

Er is ook een juridisch probleem. De wet bepaalt duidelijk dat om de twee jaar middelen moeten worden vrijgemaakt om de uitkeringen aan te passen aan de welvaartsevolutie. De enveloppe opschorten betekent deze verplichting niet toepassen. Regeringsbeslissingen gebruiken om wettelijk voorziene verhogingen te blokkeren ondermijnt de rechtszekerheid en schept een gevaarlijk precedent. Als één regering dit mechanisme om budgettaire redenen kan neutraliseren, kunnen volgende regeringen dat ook doen.

De gevolgen gaan verder dan de begroting alleen. Dit beleid brengt de doelstellingen inzake armoedebestrijding tegen 2030 in gevaar, verzwakt een systeem dat het armoederisico bij gepensioneerden had helpen verlagen, creëert juridische onzekerheid en opent de deur naar ongelijkheden naargelang de situatie van mensen of het moment waarop zij ziek worden. Dit is geen louter technische maatregel, maar een politieke keuze die zwaar weegt op wie het al het moeilijkst heeft.

Als reactie op die beslissing blijft het verzet tegen de Arizona-regering zich organiseren. Vakbonden en armoedeorganisaties hebben beslist om naar de Raad van State te stappen met een annulatieberoep tegen de opschorting van de welvaartsenveloppe. Zij zijn van oordeel dat deze beslissing indruist tegen de geest en de letter van de wet.

De PVDA zal zich in deze strijd aan de zijde van de vakbonden en de armoedeorganisaties blijven scharen. De welvaartsenveloppe is geen luxe of begrotingsgunst, maar een sociale verworvenheid die voortkomt uit collectieve strijd, en een essentieel instrument om te vermijden dat mensen met een vervangingsinkomen duurzaam achterop raken in de samenleving.

Bronnen

  • “Smalste schouders slachtoffer van afschaffing welvaartsenveloppe”, abvv.be en hetacv.be
  • “Enveloppe Bien-Être 2025-2026: Le gouvernement en affaires courantes doit prendre une décision”, lacsc.be
  • “Schrappen welvaartsaanpassing kost gepensioneerden tot 1.768 euro”, pvda.be