We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

De Wever en Rousseau rijden zich vast

De regering-De Wever-Rousseau begon met grote beloften. Ze zouden “werk meer doen lonen”, “de begroting op orde brengen” en “moedige hervormingen doorvoeren”. Iets meer dan een jaar later zit de regering vast. Op het vlak van begroting, koopkracht, pensioenen, energie, industrie, klimaat en internationaal beleid stapelen de tegenstellingen zich op.

donderdag 2 april 2026

fotomontage van Conner Rousseau en Bart De Wever

Die tegenstellingen komen niet uit de lucht vallen. Ze tonen hoe een coalitie die de crisis wil afwentelen op de werkende bevolking, zich vastrijdt. Een coalitie die weigert te raken aan de privileges van de rijksten en tegelijk de deur wijd openzet voor militarisering. Het resultaat: een brede sociale beweging, groeiende onvrede bij de bevolking en een regering die steeds verder verdeeld raakt, steeds meer onder vuur ligt en steeds minder in staat is om te besturen.

De voorbije weken maakten dat nog eens duidelijk: de regering is verlamd, of wordt gewoon tot terugkrabbelen gedwongen. Het wetsontwerp — met onder meer een plafonnering van de index en hogere accijnzen op gas — werd uitgesteld. Ook de stemming over het wetsontwerp van de pensioenwet is verschoven. Het begrotingstekort loopt op. Onze energieafhankelijkheid neemt toe, zonder dat er structurele maatregelen komen om de prijzen duurzaam te drukken.

Een begrotingsimpasse die ze zelf hebben gecreëerd

De regering wilde sérieux uitstralen, maar wordt nu al ingehaald door de werkelijkheid. Het begrotingstekort ontspoort. Waarom? Omdat de regering blanco cheques uitschrijft voor nieuwe militaire uitgaven en cadeaus aan het kapitaal, zoals lagere sociale bijdragen.

Daar zit een fundamentele tegenstelling. Er zou geen geld zijn voor pensioenen, sociale zekerheid of de energietransitie — maar voor F-35’s worden wel miljarden gevonden.

En dat is niet alles. Tien jaar geleden gaven de N-VA en de MR een cadeau aan de grote bedrijven. Dat noemden ze de taxshift. Dat cadeau kost de sociale zekerheid elk jaar meer dan 8 miljard euro. Deze regering gaat verder op die weg door daar nog eens een extra jaarlijks cadeau van één miljard aan toe te voegen. Daarbovenop voegt ze nog de flexi-jobs en de vrijwillige overuren toe, waarop geen belastingen en (bijna) geen bijdragen voor de sociale zekerheid worden geheven.

Alsof dat nog niet genoeg is, weigert de regering bovendien koppig het grote Belgische taboe te doorbreken: de superrijken laten bijdragen.

Kortom, het ontsporende begrotingstekort is geen noodlot, maar een bewuste politieke keuze.

Antisociale hervormingen lopen vast bij gebrek aan draagvlak

De regering botst op een politieke realiteit: haar maatregelen missen draagvlak bij de bevolking. Ondanks toegevingen onder sociale druk raakt de pensioenhervorming niet vooruit.

Hetzelfde geldt voor het wetsontwerp met daarin de plafonnering van de index en de verhoging van de accijnzen op brandstof. Het uitstel is geen ongelukje, maar een teken dat de regering er niet in slaagt een nieuwe aanval op de koopkracht verkocht te krijgen, in het bijzonder in een context van stijgende energieprijzen.

Die maatregelen — mochten ze genomen worden — zijn niet alleen asociaal, maar ook economisch contraproductief: ze leggen de koopkracht van de mensen droog, en dus ook de vraag. Ze ontnemen de economie de zuurstof die ze nodig heeft. Ze zouden bovendien de economische crisis ook kunnen versterken.

De aanpak rond langdurig zieken valt onder dezelfde logica. Er wordt verstrengd, gesanctioneerd en met de vinger gewezen. Maar een samenleving genees je niet door zieken te bestraffen. Ook hier botst de beloofde efficiëntie op de realiteit: deze politiek pakt de echte oorzaken van de stijging van langdurige ziekte niet aan.

Een energiecrisis die verergert door het afbouwen van investeringen in klimaattransitie

Op energiegebied oogt de regering stuurloos. Sommige regeringspartijen vragen steunmaatregelen tegen de prijsstijgingen. Tegelijk willen ze belastingen en accijnzen verhogen, de index beperken en spelen sommige regeringsleden voor Trump door mee te stappen in een militarisering van internationale relaties — wat net instabiliteit en prijsstijgingen voedt.

Intussen schrapt de regering cruciale investeringen, in wat men het offshore windpark noemt.  Dit gaat over een netwerk van reuzewindmolens in de Noordzee. Dit is het meest efficiënte op het vlak van energie. “Te duur”, klinkt het. Maar dat argument weegt licht tegenover de gevolgen van oorlog en onze afhankelijkheid van olie uit onder meer het Midden-Oosten. Resultaat: de regering zet een stap rond deze strategische hefboom, net op het moment dat bevoorradingszekerheid en publieke investeringen in schone energie versterkt moeten worden.

De tegenstelling is duidelijk: ze zeggen dat ze de industrie willen beschermen en de bevoorrading verzekeren, maar ze stellen essentiële investeringen uit. Ze spreken over onafhankelijkheid, terwijl de afhankelijkheid van het gas van Trump net toeneemt.

Een industrie in crisis, die vastzit in militarisering, onderinvestering en dure energie

De Belgische en de Europese industrie zitten in zwaar weer. In heel Europa verdwijnen elke maand duizenden jobs in de industrie.

Het antwoord van Bart De Wever is een schokstrategie: sociale wetgeving afbouwen, milieuregels verzwakken en pensioenen privatiseren tot risicokapitaal. Een plan dat hij uitwerkte samen met andere Europese leiders in een knus kasteel in Limburg (zie hierover aflevering 13 van Kantelpunt, de podcast van Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA).

Maar deze recepten — naast hun asociale en anti-klimaatkarakter — missen de kern van de zaak. Waar de industrie onder lijdt, zijn hoge energieprijzen, onderinvestering, technologische achterstand en het gebrek aan echte publieke planning.

De gevolgen van sancties op Russisch gas en olie, het afremmen van offshore wind en de afhankelijkheid van Amerikaanse en Midden-Oosterse energie keren als een boemerang terug in het gezicht van De Wever en co. Al hun praatjes over competitiviteit worden weggevaagd door exploderende energieprijzen.

De enige duidelijke koers die overblijft voor de industrie lijkt verdere militarisering van de economie. Ministers liepen zelfs te pronken op de wapenbeurs van Brussel. Maar ook dat biedt geen antwoord op sociale noden, de klimaattransitie of duurzame werkgelegenheid in de industrie. Zo’n model kan alleen blijven draaien in een context van oorlog — anders raken de afzetmarkten voor de wapenindustrie snel verzadigd. Maar zoals de oorlog tegen Iran laat zien: meer conflictoorlog staat gelijk aan energieprijzen die de pan uitswingen en toeleveringsketens die verstoord worden.  Uiteindelijk zet dat net onze hele industrie onder druk.

Concreet maakt de regering budget vrij voor defensie, in plaats van te investeren in een ambitieus publiek programma rond energie, spoor, isolatie, groene staalproductie, klimaatneutrale chemie en toekomstgerichte technologie. Dat is sociaal onrechtvaardig, ecologisch onhoudbaar, gevaarlijk voor de economie en duwt ons richting een steeds onveiliger wereld.

Internationaal: een gevaarlijke vlucht vooruit in militarisering

Ook op internationaal vlak zijn de spanningen binnen de regering duidelijk zichtbaar. Sommigen willen België verder meesleuren in een oorlogslogica en een nauwere aansluiting bij Trump en de NAVO. Maar de meerderheid van de bevolking wil die oorlogspolitiek niet steunen, wat de druk op verschillende coalitiepartijen verhoogt.

In plaats van de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran te veroordelen, zoals Spanje wel deed, kondigt de Belgische regering aan dat ze wil deelnemen aan een “coalition of the willing” om zogezegd de Straat van Hormuz te beveiligen.

Alsof we teruggekeerd zijn naar het koloniale tijdperk, waarin Europa militair zijn toegang tot grondstoffen veiligstelde. Maar die tijd ligt achter ons. Zulke missies zijn geen oplossing, maar een imperialistische politiek die juist meer instabiliteit en onveiligheid creëert.

Meer in het algemeen lost militarisering de crisissen van het hedendaagse kapitalisme niet op — ze verergert ze. Ze wakkert conflicten aan, jaagt speculatie op energie aan, leidt enorme middelen weg van sociale en klimaatnoden en duwt Europa in een strategische afhankelijkheid van de Verenigde Staten.

Een regering verlamd door groeiend sociaal verzet

Een cruciale factor achter de verlamming van de regering is het sociaal verzet. De betoging van 12 maart heeft indruk gemaakt. Na meer dan een jaar van acties verzwakt de beweging niet.

De onvrede groeit naarmate het echte beleid zichtbaarder wordt. Zo wordt de pensioenhervorming steeds beter begrepen — en daardoor ook breder afgewezen. De neerbuigende uitspraken van Jan Jambon over vrouwen hebben het ware karakter van die hervorming nog scherper blootgelegd en de verontwaardiging verder aangewakkerd.

Die druk van de sociale beweging werkt door in de publieke opinie en doet de regering twijfelen en terugkrabbelen. Ze weegt op Vooruit, CD&V en Les Engagés en maakt het politiek riskanter om beslissingen door te drukken. Dat verklaart waarom dossiers blijven aanslepen, worden uitgesteld of telkens opnieuw op de onderhandelingstafel belanden.

Met andere woorden: de regering zit niet alleen vast door haar eigen tegenstellingen, maar ook omdat ze tegenover zich een sterke, volgehouden sociale mobilisatie heeft, een kritische publieke opinie en een vastberaden oppositie.

Er is een alternatief

Deze regering zit vast omdat ze een systeem in crisis wil redden door net datgene te versterken wat de crisis heeft veroorzaakt: sociale besparingen, cadeaus aan het kapitaal, militarisering, gebrek aan planning en het weigeren om de rijksten te laten bijdragen.

Het kan anders:

  • De oorlogslogica afwijzen en bouwen aan een internationaal vredesfront, zoals Spanje en vele landen in het Globale Zuiden doen.
  • Massaal investeren in energietransitie en bevoorradingszekerheid.
  • De automatische indexering verdedigen in plaats van ze af te bouwen.
  • Echte loonstijgingen mogelijk maken om de vraag en de sociale zekerheid te versterken.
  • Overwinsten belasten, zeker die van degenen die profiteren van de oorlog.
  • En eindelijk het Belgische taboe doorbreken: de multimiljonairs laten bijdragen.

Deze maatregelen lossen de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme niet volledig op. Maar ze zouden wel ademruimte geven aan werkende bevolking, aan de industrie en aan het klimaat — en breken met de huidige logica: de crisis laten betalen door wie er geen verantwoordelijkheid voor draagt.