We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Energiecrisis: moet het ergste nog komen?

Door de nieuwe escalatie in de oorlog tegen Iran schieten de energieprijzen weer omhoog. De energiecrisis is verre van voorbij. De voorbije maanden werd ze alleen afgeremd met tijdelijke ingrepen. De hogere prijzen wegen nu al zwaar op gezinnen, maar het ergste kan nog voor ons liggen. Zonder echt vredesakkoord blijft de wereld balanceren op de rand van een veel grotere energiecatastrofe.

vrijdag 17 juli 2026

Een containerschip in de Straat van Hormuz

BELGA

Hoe één zeestraat de wereld deed daveren

Begin maart stortten de VS en Israël de wereld in een nieuwe energiecrisis met hun illegale oorlog tegen Iran. 

Voor de bevolking in Iran betekende die oorlog eerst en vooral duizenden doden, angst en verwoesting. Maar de gevolgen bleven niet beperkt tot Iran. Ook de olie- en gasprijzen schoten omhoog. Diesel, benzine, kerosine en mazout werden duurder. In delen van de wereld ontstonden acute brandstoftekorten.

De reden? De Straat van Hormuz. De smalle zeestraat tussen Iran en Oman die plots elke dag op het journaal verscheen. Op de kaart lijkt ze klein, maar ze is een van de levensaders van de wereldeconomie. Ongeveer een vijfde van alle olie die wereldwijd wordt verbruikt, passeert via de Straat van Hormuz. Ook een groot deel van het vloeibaar gas uit de Golfregio moet erdoor.

Iran blokkeerde de Straat van Hormuz als reactie op de militaire agressie van de VS en Israël. Daarna volgde een tegenblokkade door de VS. Het resultaat: de levensader werd volledig dichtgeknepen. Het Internationaal Energieagentschap spreekt over “de grootste verstoring van de oliebevoorrading ooit”. 

In maart werd ook energie-infrastructuur gebombardeerd. Dat verdiepte de crisis en deed de prijzen verder stijgen. Het deed de vrees verder toenemen dat er voor langere tijd structurele tekorten zouden ontstaan. Want zelfs als de Straat van Hormuz opnieuw opengaat, is de schade niet meteen hersteld. 

Zo raakte de LNG-terminal1 van Qatar zwaar beschadigd. Qatar is een van de belangrijkste exporteurs van vloeibaar gas ter wereld. Volgens het staatsbedrijf QatarEnergy kan het 3 tot 5 jaar duren vooraleer die productie weer op het oude niveau zit.

De crisis verspreidt zich doorheen de economie zoals een olievlek

De energiecrisis stopt niet aan de pomp of bij de gasfactuur. De oorlog drijft bijna alle prijzen omhoog. Een bakker betaalt meer om zijn oven te laten draaien. Een transportbedrijf betaalt meer voor brandstof. Een fabriek betaalt meer voor gas en elektriciteit. 

Energie zit overal in verwerkt. Wanneer olie en gas duurder worden, wordt dus bijna alles duurder, soms onmiddellijk, maar meestal met enkele maanden vertraging. Zo verplaatsen de energieprijzen zich doorheen de hele productieketen: van producent naar winkel, en uiteindelijk naar de gezinnen. De energiecrisis wordt zo een algemene prijscrisis. 

Vooral voedsel wordt een groot risico. Boeren hebben diesel nodig voor hun tractoren en kunstmest voor hun akkers. Veel kunstmest wordt gemaakt met aardgas. De Golfregio is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde kunstmestproductie. Stijgt de gasprijs, dan stijgt ook de kunstmestprijs. De blokkade van Hormuz leidde in maart tot een schaarste aan ureum, een belangrijke stikstofmeststof, net op het moment dat in veel landen het zaaiseizoen begon. Als boeren minder kunstmest kunnen gebruiken of er veel meer voor moeten betalen, dalen de oogsten en stijgen de productiekosten. In Europa betekent dat vooral hogere prijzen in de supermarkt. In armere landen kan het leiden tot een voedselcrisis. 

De voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de FAO, waarschuwde in mei al dat de energiecrisis binnen de zes tot twaalf maanden kan leiden tot een zware en wereldwijde voedselprijscrisis als er niet snel wordt ingegrepen. 

Het Wereldvoedselprogramma van de VN stelt het nog scherper: als het conflict blijft duren en de olieprijzen hoog blijven, kunnen bijna 45 miljoen extra mensen in acute voedselonzekerheid belanden.

Alarm op de energiemarkt

In maart luidden experten bijna dagelijks de alarmbel. Als de Straat van Hormuz niet snel opnieuw openging, dreigden ook in Europa fysieke brandstoftekorten.

De prijzen volgden snel. De olieprijs steeg van ongeveer 65 dollar per vat voor de oorlog naar meer dan 110 dollar per vat in maart. Brandstofprijzen gingen boven de 2 euro per liter. De dieselprijs bereikte begin april een nieuw historisch record. Voor wie niet zonder auto kan, hakken de dure brandstofprijzen er al maanden in.

Experten waarschuwden dat de olieprijs, bij een langdurige blokkade van de Straat van Hormuz, nog veel verder kon stijgen. In bepaalde scenario’s werd zelfs gesproken over meer dan 200 dollar per vat. De dieselprijs zou dan kunnen stijgen naar meer dan 3 euro per liter.

Ondanks een staakt-het-vuren en een principeakkoord tussen de VS en Iran is de oorlog nog altijd niet voorbij. De Straat van Hormuz is in de praktijk nog grotendeels geblokkeerd. Van een normale hervatting van olietransporten en economische stromen is geen sprake.

Toch steeg de olieprijs niet verder zoals eerder gevreesd. Hoe komt dat?

Waarom de prijzen niet verder ontploften

Verschillende noodgrepen konden de afgelopen maanden vermijden dat de olieprijs verder ontplofte.

Ten eerste heeft China zijn olie-import drastisch verlaagd door zijn gigantische oliereserves aan te spreken. Het land verlaagde zijn import met 40 procent, goed voor 4,6 miljoen vaten per dag. Daarmee treedt China op als ‘schokdemper’ voor de wereldeconomie.

Ten tweede zetten ook de lidstaten van het Internationaal Energieagentschap (IEA), en dan vooral de Verenigde Staten, hun strategische olievoorraden in om de prijzen te stabiliseren. Samen maakten de IEA-lidstaten 400 miljoen vaten vrij, de grootste gecoördineerde vrijgave ooit. In mei bracht die ingreep 2,5 miljoen extra vaten per dag op de markt.

Een derde factor is onderbelicht gebleven, maar zeer brutaal: vraagvernietiging. In verschillende landen in het Zuiden daalde de invoer niet omdat de energiecrisis voorbij was, maar omdat olie en brandstof simpelweg te duur werden. Het Internationaal Energieagentschap schat dat er in april 2,3 miljoen vaten per dag minder werden verbruikt. 

Achter dat cijfer schuilt een harde werkelijkheid. In Bangladesh leidde het tekort aan gas en stookolie tot stroomonderbrekingen. De overheid sloot universiteiten om elektriciteit te besparen, en voerde brandstofrantsoenering in. Mensen stonden uren aan te schuiven aan lege pompstations. Ook meerdere kunstmestfabrieken sloten tijdelijk om gas en elektriciteit te sparen.

In Pakistan sloot de regering scholen en voerde ze noodgedwongen een vierdaagse werkweek in voor overheidspersoneel.

Ook Sri Lanka schakelde over op een verkorte werkweek om brandstof te besparen.

In India ontstond voor gezinnen een tekort aan kookgas: mensen stonden in lange rijen aan te schuiven voor een gasfles, en sommigen moesten noodgedwongen terugvallen op koken op hout.

Voor miljoenen mensen in het Globale Zuiden werd de energiecrisis meteen een noodsituatie.

Een vierde reden dat de prijzen niet verder stegen, is dat er zoveel mogelijk naar alternatieve routes en extra productie buiten de Golf werd gezocht. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten konden een klein deel van hun olieproductie omleiden via pijpleidingen naar de Rode Zee en de Golf van Oman. Ook olieproducenten buiten de Golf, vooral de VS, dreven hun productie verder op. 

Tot slot hebben sommige olietankers ook hun identificatiesysteem uitgeschakeld en, met gevaar voor hun vracht en hun eigen leven, toch de doortocht door de Straat van Hormuz gewaagd. 

Al deze mechanismes hebben de olieprijzen afgeremd en vermeden dat er ook in Europa fysieke tekorten ontstonden. De noodgrepen hebben een nog grotere explosie van de prijzen vermeden, maar ze hebben de crisis niet opgelost.

Het IMF, de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en het Internationaal Energieagentschap hebben al gewaarschuwd dat de wereldwijde olievoorraden aan een recordtempo worden aangesproken. De strategische reserves van de VS staan vandaag op het laagste niveau sinds 1983. Experten waarschuwen dat aan het huidige tempo de strategische reserves over enkele maanden uitgeput zijn. Alternatieve routes hebben beperkte capaciteit. De meeste olieproducenten kunnen hun productie niet verder verhogen. En vraagvernietiging betekent dat de crisis elders al volop toeslaat.

Zolang de Straat van Hormuz niet volledig heropent, blijven we teren op tijdelijke buffers. Als de blokkade nog langer aansleept en de reserves uitgeput raken, kunnen de prijzen alsnog naar ongeziene hoogtes stijgen.

Aardgas: de echte test moet nog komen

Voor aardgas is de situatie mogelijks nog nijpender. Het vullen van de Europese gasreserves is cruciaal om de winter door te komen. Maar vandaag staan die reserves op een historisch laag niveau. Aan het huidige ritme zouden ze pas voor circa 70% gevuld zijn tegen de winter, het laagste niveau in vijftien jaar. Hoe lager de voorraden, hoe kwetsbaarder Europa wordt voor een koude winter, nieuwe prijsstijgingen of pure paniek op de markt.

Het probleem is dat de voorraden vandaag te traag worden gevuld. Niet omdat Europa geen gas nodig heeft, maar omdat private gasbedrijven wachten. Ze hopen dat de prijzen later opnieuw dalen. Als ze nu duur gas aankopen en opslaan, riskeren ze het later met verlies te moeten verkopen. Daardoor wordt het vullen van de reserves uitgesteld, in de hoop op betere tijden.

Maar dat is precies het gevaar. Als de oorlog blijft duren, de winter dichterbij komt en de voorraden te laag blijven, kan iedereen plots tegelijk gas moeten kopen om de reserves alsnog te vullen. Dat kan de prijzen al deze zomer opnieuw opdrijven. Tijdens de energiecrisis van 2021-2023 gebeurde net dat: de gasprijs ontplofte midden in de zomer, toen paniek ontstond over de vraag of Europa zijn voorraden wel op tijd gevuld zou krijgen. Datzelfde risico bestaat vandaag opnieuw.

Daar komt nog een structureel probleem bovenop. Europa besliste om de import van Russisch gas volledig stop te zetten tegen het einde van dit jaar. Dat maakt Europa afhankelijker van de wereldmarkt voor LNG. Europa vervangt de import van Russisch gas door vloeibaar gas, vooral uit de VS. Voor die LNG-leveringen moet Europa concurreren met andere kopers, vooral in Azië.

Als de reserves onvoldoende gevuld raken en de winter streng wordt, kunnen sommige Europese landen opnieuw in de problemen komen. Dat kan leiden tot een nieuwe piek in de gasprijzen. Voor aardgas moet de echte test dus nog komen. 

Een uitweg uit de crisis

Zolang de oorlog tegen Iran voortduurt, zolang er geen duurzaam vredesakkoord is en zolang de Straat van Hormuz niet volledig opnieuw opengaat, blijven de energieprijzen onstabiel. De oorlog heeft de prijzen al opgedreven en dat weegt vandaag al zwaar op gezinnen en onze industrie. Maar de energieprijzen kunnen elk moment verder stijgen. Tijdelijke buffers kunnen tijd kopen, maar ze lossen de crisis niet op.

Toch is dit geen verhaal zonder uitweg. De energiecrisis is niet onvermijdelijk, maar een gevolg van politieke keuzes: oorlog en militaire escalatie, blokkades en economische sancties, fossiele afhankelijkheid en een energiebeleid dat alles overlaat aan de vrije markt. Dat betekent dat ook andere keuzes mogelijk zijn.

Ten eerste: kiezen voor vrede. De eerste verantwoordelijken voor de prijsexplosie zijn Trump en Netanyahu, en hun oorlog tegen Iran. De oorlog kostte al aan duizenden mensen het leven en laat een spoor van verwoesting achter. Tegelijk zijn het Trump en Netanyahu die olie en gas opnieuw duurder hebben gemaakt. Zij doen ons vandaag de prijs van de oorlog betalen. 

Toch blijven Europese leiders die oorlog steunen. NAVO-baas Mark Rutte noemde de nieuwe Amerikaanse aanvallen op Iran “absoluut noodzakelijk”, terwijl net die nieuwe aanvallen de prijzen opnieuw doen stijgen. Ook België en de Europese Commissie weigeren tot vandaag om de oorlog in Iran in duidelijke woorden te veroordelen. Minister van Defensie, Theo Francken, blijft de oorlog zelfs actief rechtvaardigen. Meer zelfs, Mark Rutte gaf onlangs toe dat verschillende Europese landen indirect betrokken zijn bij de oorlog: vanuit Europese luchthavens zijn al 4.000 à 5.000 vluchten opgestegen voor aanvallen op Iran. 

De meeste Europese regeringen blijven zich vastklampen aan Washington. Ze volgen de lijn van Trump, steunen de oorlog tegen Iran en lijken ervan uit te gaan dat de VS die snel zullen winnen. Daardoor onderschatten ze het risico op een langdurige oorlog, een blijvende blokkade van de Straat van Hormuz en een energiecrisis die nog veel zwaarder kan worden.

België en Europa moeten het omgekeerde doen. Het is nooit te laat om te kiezen voor diplomatie en de-escalatie in plaats van militaire agressie. Ze kunnen het voorbeeld van Spanje volgen en de oorlog duidelijk veroordelen. Ze moeten weigeren dat Europese basissen en het Europese luchtruim worden gebruikt voor nieuwe bombardementen. Daarna kan Europa mee optreden als bemiddelaar, in plaats van dit volledig over te laten aan landen uit het Zuiden.

Ten tweede kan de regering maatregelen nemen om de mensen te beschermen tegen de prijzen. Dat kan via lagere accijnzen op brandstof, maar ook via bredere prijsmaatregelen, zoals een gezamenlijke aankoop van gas en olie door importerende landen, gekoppeld aan een prijsplafond, en prijscontroles tegen de inflatie die door de hele economie dreigt te rollen. Energie is geen luxeproduct. Verwarming, vervoer en elektriciteit zijn basisbehoeften. 

Ten derde: breek met onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Zolang Europa afhankelijk blijft van olie en gas, blijft elke oorlog, blokkade of geopolitieke schok zich vertalen in hogere facturen. Daarom moeten we kiezen: investeren we massaal in oorlog en wapens, of in echte energiezekerheid? Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven. Elke euro extra voor militarisering en wapentuig is een euro minder voor hernieuwbare energie, isolatie van woningen, betaalbaar openbaar vervoer en investeringen in een industrie die minder fossiele brandstoffen nodig heeft. 

Ook het Planbureau waarschuwt daarvoor: door de druk op de Belgische overheidsfinanciën en de stijgende militaire uitgaven blijft er minder ruimte over voor publieke civiele investeringen. Meer wapens beschermen ons niet tegen hoge energieprijzen. Meer energieonafhankelijkheid wel.

Er is dus hoop: we zijn niet machteloos. Duidelijke politieke keuzes kunnen de crisis stoppen. Wie lagere facturen wil, moet kiezen voor vrede. Wie echte energiezekerheid wil, moet kiezen voor minder fossiel. En wie wil vermijden dat de crisis nog harder toeslaat, moet vandaag ingrijpen.
 

1 LNG = vloeibaar gas