We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Europese industrietop: de shocktherapie van de economische en politieke elites

Een Europese industrietop met 600 CEO's, een informele top van staatshoofden gewijd aan het 'concurrentievermogen', een verklaring van de voorzitter van de Europese Commissie Von der Leyen in Davos, herhaalde uitspraken van premier Bart De Wever... De Europese leiders en de 'captains of industry' grijpen de industriële crisis aan om hun agenda op te leggen, zonder enig democratisch debat.

vrijdag 13 februari 2026

Foto tijdens Europese industrietop in Antwerpen

door Max Vancauwenberge

Een shocktherapie om oude projecten nieuw leven in te blazen, de economie te militariseren, nieuwe blanco cheques uit te schrijven voor multinationals en om milieu- en sociale regels aan te vallen... En dat allemaal om de winsten van multinationals veilig te stellen - en verder te vergroten - zonder de minste garantie voor de toekomst van de industrie of onze productiefaciliteiten in Europa.

Dezelfde figuren die ons in een industriële impasse hebben gebracht, doen zich nu voor als redders. Kortom, pyromanen die brandweerman spelen.

Ze willen het spaargeld van de Europese burgers inzetten als risicokapitaal, in plaats van hun dividenden aan te spreken. Dit is het doel van de Europese kapitaalmarktenunie, een project dat bijna tien jaar geleden werd gelanceerd en door de Europese Commissie werd omgedoopt tot de Spaar- en Investeringsunie. Ze willen dat de mensen hun geld niet langer gewoon op spaarrekeningen laten staan, maar het naar de kapitaalmarkten brengen als risicovolle beleggingen.

Meer privatisering, meer militarisering

Daarnaast willen ze de gekapitaliseerde privépensioenen promoten, naar het voorbeeld van de VS, ten koste van de publieke repartitiesystemen.

Het spaargeld van de werknemers zou zo een radertje in de financiële markten worden. In het geval van een crisis dragen de werkende mensen dan de risico's. Het voorbeeld van de Verenigde Staten in 2008 illustreert dit: enorme verliezen en gepensioneerden die soms gedwongen worden om op hoge leeftijd weer aan het werk te gaan.

De militarisering van de economie stuurt de productiecapaciteit in een andere richting, slokt openbare middelen op en leidt ons naar confrontatie in plaats van sociale en klimaatvooruitgang. Als de militaire inspanning de drijvende kracht achter de herindustrialisatie wordt, leidt dat ofwel tot een crisis ofwel tot oorlog - en in beide gevallen tot industriële achteruitgang.

Tot crisis, want zonder oorlog zijn er geen duurzame afzetmarkten voor een te grote wapenindustrie.

Tot oorlog, de enige manier om de ineenstorting van de sector te voorkomen.

In beide scenario's gaan militaire uitgaven ten koste van investeringen die echt strategisch zijn voor onze industriële toekomst: in energie, in de technologieën van de toekomst en in infrastructuur.

Cadeaus aan bedrijven gaan onze industrie niet redden

Multinationals eisen steeds meer blanco cheques en belastingvoordelen, zonder de structurele problemen aan te pakken, te beginnen met de hoge energiekosten. Groepen als ArcelorMittal, BASF en Volkswagen hebben de afgelopen jaren miljardenwinsten binnengeharkt, maar deze winsten zijn nauwelijks doorgesluisd naar de industriële toekomst van Europa: ze hebben dividenden uitgekeerd of investeringen buiten Europa gefinancierd.

De industrie van de toekomst zal niet worden gebouwd op de normen en lonen van het verleden. Milieu- en sociale regels worden nu ter discussie gesteld in de naam van “concurrentievermogen”.

Dit is bijvoorbeeld het geval met de verplichting voor multinationals om mensenrechtenschendingen en milieuschendingen in hun hele waardeketen te voorkomen - niet alleen bij directe leveranciers, maar ook bij verder weg gelegen onderaannemers. Grote bedrijven hebben dat nooit gewild, en ruiken hun kans om van deze verplichtingen af te komen.

Toch zijn regelgeving op het gebied van milieu, veiligheid, lonen en arbeidsomstandigheden juist de drijvende krachten achter industriële ontwikkeling.

Veel overeenkomsten en regels zijn na tientallen jaren strijd tot stand gekomen. Ze zijn bedoeld om chemische rampen en vergiftiging te voorkomen en bescherming te bieden tegen uitbuiting en mensenhandel.

Recente ervaringen suggereren dat het probleem niet zozeer is dat er te veel normen zijn als wel dat er te weinig zijn. Denk maar aan het PFAS-schandaal bij 3M of de mensenhandel in onderaannemers bij Borealis.

Om onze industrie te redden, moeten we een heel andere weg inslaan: een industrieel plan opstellen dat gebaseerd is op sociale en milieubehoeften en breken met de logica van particuliere winst als kompas te gebruiken.