We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Handen af van onze zorg: 6 redenen waarom de besparingen van Arizona een slecht idee zijn

Na de Covid-crisis klonk overal dezelfde belofte: op onze gezondheidszorg besparen we nooit meer. Iedereen had met eigen ogen gezien hoe belangrijk toegankelijke zorg was. Zes jaar later lijkt die belofte alweer vergeten en is de regering van plan zwaar te besparen in de zorg. Wij leggen waarom dat geen goed idee is, en wat de alternatieven zijn. 

woensdag 7 oktober 2026

Een dokter van Geneeskunde voor het Volk onderzoekt een jonge patiƫnt

De Arizona-regering zoekt 10 miljard euro aan nieuwe besparingen en wil daarvoor snijden in de zorg. Er liggen heel wat ideeën op tafel om te besparen: 

  • Het remgeld verdubbelen (het deel dat je bij de huisarts zelf betaalt) 
  • Het aantal mensen met een verhoogde tegemoetkoming verminderen (waardoor zij goedkoper naar de dokter kunnen)
  • Een franchise invoeren in de zorg. Je betaalt dan de eerste paar honderd euro’s aan zorgkosten zelf (zoals bij een autoverzekering)
  • De groeinorm verder verlagen. Dat is het percentage waarmee het zorgbudget elk jaar bovenop de index mag stijgen. De zorgnoden nemen toe, maar omdat de groeinorm te laag is schieten de middelen jaar na jaar tekort. Een verdere verlaging zal de kloof tussen de groeiende zorgnoden en het beschikbare budget alleen maar groter maken.

We zien in al die voorstellen één rode draad: een aanval op werkende en zieke mensen en een bedreiging voor de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg. 

6 redenen waarom de besparingen van Arizona een slecht idee zijn

1. Omdat we in België al veel voor zorg betalen

Nog voor we bij de dokter binnenstappen, hebben we al voor onze zorg betaald. Dat gebeurt via de pot van de sociale zekerheid. Daar dragen we allemaal aan bij via de sociale bijdragen op ons loon. 

Maar daarbovenop betalen we in België ook veel zorg rechtstreeks uit de eigen portemonnee. Kijk maar naar onderstaande grafiek. Maar liefst 26,4% van alle zorgkosten betalen we zelf (FOD Sociale Zekerheid, 2026), via eigen bijdragen en vrijwillige verzekeringen zoals hospitalisatieverzekeringen. Dat is hoger dan het Europese gemiddelde (19,5%) en veel meer dan patiënten in onze buurlanden betalen. In Duitsland betalen patiënten 14,1% uit eigen zak. In Frankrijk is dat 15,6%. 

Dat komt in de eerste plaats omdat veel zorg niet terugbetaald wordt door de verplichte ziekteverzekering. Brillen, een beugel of een hoorapparaat: die betaal je uit eigen zak. Daarnaast betaal je ook remgeld bij de dokter en vragen sommige artsen ereloonsupplementen. Die supplementen lopen heel snel op. Zo telde het Intermutualistisch Agentschap dat er in 2024 100.000 ziekenhuisverblijven waren waarvoor de patiënt meer dan 3.000 euro betaalde (IMA, 2026). Omdat de kosten zo hoog zijn, nemen steeds meer mensen een hospitalisatieverzekering die ze duur betalen. 

Er zijn beschermingsmechanismen tegen hoge kosten, maar die schieten tekort. Zo heb je de maximumfactuur (MAF): zodra je een bepaald bedrag aan remgeld hebt betaald, betaalt je ziekenfonds alle remgelden automatisch terug. Maar wat zien we? Van de 2,3 miljard euro die patiënten in 2024 betaalden aan remgeld, werd slechts 340 miljoen euro gedekt door de MAF (Riziv, 2026). Bovendien dekt de MAF geen ereloonsupplementen, terwijl die wel zwaar doorwegen in de factuur van patiënten. 

Het remgeld verhogen zal ervoor zorgen dat mensen nog meer zelf moeten bijdragen dan vandaag het geval is. Het ondergraaft het principe waar onze sociale zekerheid op gebaseerd is en dat ervoor zorgt dat we bijdragen volgens onze behoefte en krijgen naar onze noden. 

Van een sociaaldemocratische minister verwachten we dat hij de principes van onze sociale zekerheid en de toegankelijkheid van de zorg te allen tijde beschermt, in plaats van ze aan te vallen.

2. Omdat zorg duurder maken de samenleving op termijn meer kost

Wanneer je zorg duurder maakt, stellen patiënten zorg uit. Dan worden kwaaltjes erger en belanden mensen in het ziekenhuis of op de spoed voor duurdere behandelingen. Dat is slecht voor de gezondheid, maar ook voor de begroting. Dat stelt ook het Riziv zelf in een rapport (RIZIV, 2026). Op lange termijn levert een verhoging van het remgeld geen enkele besparing op. 

We zagen dit trouwens ook al toen de Arizona-regering medicijnen zoals cholesterolverlagers, maagzuurremmers en diabetesmedicatie duurder maakte. Cardiologen trokken aan de alarmbel en waarschuwden in een open brief dat dit kon leiden tot grote uitgaven, meer hospitalisaties en meer chronisch zieken (Open brief, 2025).

3. Omdat niet iedereen gelijk is voor ziekte 

Arbeiders zijn bijna dubbel zo vaak ziek als bedienden (sdworx). Diabetes komt twee keer zo vaak voor in de armste wijken (CM, 2026). Iemand die een diploma op zak heeft, leeft 10 tot 13,5 jaar langer in goede gezondheid dan iemand zonder diploma (Sciensano, 2022).

Ziekte treft ons niet gelijk. Het is dan ook niet eerlijk om daar een extra ongelijkheid aan toe te voegen door zieke patiënten ook nog eens financieel te straffen. De zorgkosten afwentelen op patiënten gaat in tegen het principe van de sociale zekerheid. Die is gebaseerd op solidariteit: jong draagt bij voor oud, gezond voor ziek. Door het remgeld op te trekken, verschuif je de kosten naar de zieken. Dat is niet rechtvaardig. Ziek zijn is al erg genoeg.  

4. Omdat niemand voor zijn plezier bij de dokter zit

Door het remgeld te verhogen, verhoog je de drempel naar zorg. Vooral wie het vandaag al financieel moeilijk heeft, zal sneller een doktersbezoek uitstellen. 

In Vlaanderen stelde 26% van de patiënten het afgelopen jaar zorg uit omdat ze er de centen niet voor hadden (Solidaris, 2024). In Wallonië is dat zelfs 41% (Solidaris, 2024). Maar dat onderconsumptie vandaag al een groot probleem is, daar hoor je de Arizona-partijen niet over. 

De zorg duurder maken voor de patiënt, zal overconsumptie niet oplossen. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) is daar duidelijk over: “Eigen betalingen zijn geen goed instrument zijn om mensen te sturen en ertoe aan te zetten middelen efficiënter te gebruiken en kunnen een negatieve impact hebben op de billijkheid en de efficiëntie.”

We weten trouwens wat wél werkt. Studies tonen dat wijkgezondheidscentra, zoals die van Geneeskunde voor het Volk, de ongelijkheid in zorgtoegang wegwerken (CM, 2026). Patiënten kunnen er kosteloos terecht en dat verlaagt de drempel naar zorg.

5. Omdat onze gezondheidszorgsysteem niet duurder is dan in buurlanden

Vandaag gaat er jaarlijks ongeveer 45 miljard euro naar gezondheidszorg. Daarmee betalen we onze dokters, onze verpleegkundigen, een bezoek bij de kine of de dokter. Dat budget neemt elk jaar met enkele percentages bovenop de index toe, dankzij de groeinorm. En dat is ook nodig, want door de vergrijzing hebben we met z’n allen meer zorg nodig. 

In 2024 ging 11% van ons bbp naar gezondheidszorg (OECD, 2025). Frankrijk (11,5%) en Duitsland (12,3%) besteden een groter deel van hun economie aan gezondheidszorg. In de Verenigde Staten, waar mensen terugvallen op private verzekeraars en liefdadigheid, loopt dat zelfs op tot 17,2% van het bbp. En toch krijgen daar veel mensen niet de zorg die ze nodig hebben.

6. Omdat ons zorgpersoneel dringend investeringen nodig heeft

Het zorgpersoneel zit vandaag op zijn limiet. Er zijn te weinig collega’s. Daardoor loopt de werkdruk op en wordt er steeds meer flexibiliteit gevraagd van wie er nog staat. Uit een recente enquête van ACV Puls blijkt dat een op de drie zorgverleners iedere week overuren draait. 

De regering moet nú investeren in hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden, via een echt sociaal akkoord. Dat akkoord werd het zorgpersoneel beloofd, maar het komt er pas in 2028 en het budget blijft onzeker. Bovendien wil de regering een deel van het budget financieren door een remgeldverhoging voor patiënten bij de dokter. Dat is ongezien.

Als de regering bespaart op de zorg zal het zorgpersoneel dat meteen voelen. Ze zullen nog meer moeten doen met minder. En er zal voor het sociaal akkoord weinig budget overblijven. Dan krijgen zorgverleners wel mooie woorden over waardering, maar geen stevige investering die de werkdruk verlaagt en hun arbeidsvoorwaarden verbetert.

Drie alternatieven

De besparingen van Arizona in de zorg zullen ons allemaal duur komen te staan. Hoe kunnen we de zorg dan wel beter organiseren? Wij hebben 3 alternatieven: 

  1. Betaal een eerlijke prijs voor medicijnen

    Het geld dat de ziekteverzekering elk jaar uitgeeft aan medicijnen stijgt explosief. In 2014 gaf de ziekteverzekering iets meer dan 4 miljard euro uit aan medicijnen. In 2025 was dat al 8,9 miljard euro aan bruto-uitgaven. En volgens projecties van het planbureau zal dat in 2035 14,4 miljard euro zijn (Planbureau, 2026). 

    Het zijn vooral innovatieve pillen die de uitgaven drijven. Farmabedrijven vragen voor die medicijnen vaak de hoogst mogelijke prijs, omdat ze weten dat we voor onze gezondheid diep in de buidel tasten. Volgens een studie van Public Eye lopen de winstmarges op sommige kankermedicijnen op tot maar liefst 40% tot 90%! 

    We moeten die hoge prijzen aanpakken. Dat kan via de eerlijke-prijzen-calculator, waarbij je de prijs baseert op de feitelijke kosten en een eerlijke winstmarge. Volgens Solidaris kunnen we daar elk jaar 1 miljard halen. Geld dat we beter investeren in toegankelijke zorg dan laten wegvloeien naar aandeelhouders.
     

  2. Weg met het prestatiesysteem 

    Vandaag worden artsen betaald per prestatie die ze leveren, en staan onze ziekenhuizen diep in het rood. Daardoor is er een constante druk naar meer onderzoeken, meer consultaties en meer operaties. Tijd nemen voor je patiënt wordt ontmoedigd. Nadenken of een onderzoek of operatie écht nodig is, ook. Dat leidt tot overconsumptie. 

    We moeten af van het prestatiesysteem. Zorg in de plaats voor een meer gebundelde financiering voor ziekenhuizen en ook voor het werk van de artsen bestaan er alternatieven: in universitaire ziekenhuizen hebben zij een vast loon. Laat ons daarvan de regel maken. 
     

  3. Investeer in preventie 

    Terwijl andere landen gemiddeld 3,4% van hun gezondheidsbudget uitgeven aan preventie, is dat in België amper 1,8% (OESO, 2025). Nochtans weten we dat preventie oplevert: internationale studies schatten dat elke in preventie geïnvesteerde euro zichzelf tot 14 keer terugverdient (De Tijd, 2025). 

    We moeten investeren in preventie en zorg dichter bij de mensen brengen. Dat kan ook door een sterke eerste lijn uit te bouwen waar zorgverleners aandacht hebben voor genezen maar ook voor voorkomen van ziektes.Investeren in preventie kan ook met lokale preventiehuizen, waar zorgverleners de buurt kennen en problemen vroeg kunnen opsporen en aanpakken.