We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

In het Globale Zuiden maken Trump en Netanyahu enkel slachtoffers en vijanden

De oorlog van de Verenigde Staten en Israël in het Midden-Oosten maakt niet alleen slachtoffers in Iran en Libanon. Ook de volkeren van armere landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika dreigen de prijs te betalen. En dat jaagt hen nog meer in het harnas tegen de imperialistische agressie van de tandem Washington-Tel Aviv.

woensdag 1 april 2026

Betoging op 27 maart in 2026 in Manilla. Een jonge vrouw draagt een bord mee: “US imperialist, number 1 terrorist”

BELGA

De oorlog heeft gevolgen voor de hele wereldeconomie en die voelen we ook bij ons. De klap komt echter niet voor iedereen even hard aan. Voor de volkeren in Afrika, Azië en Latijns-Amerika bedreigt de huidige crisis hun dagelijkse overleven. Volgens het Internationaal Muntfonds stroomt in normale omstandigheden zo’n 25 tot 30 procent van de oliebevoorrading en 20 procent van de vloeibare aardgas doorheen de Straat van Hormuz, die door de oorlog bijna afgesloten is.

De eersten die de gevolgen voelen zijn de Aziatische landen die extreem afhankelijk zijn van energie uit de Golf. Ongeveer 85% van de olie en de aardgas die normaal passeert door die zeestraat is bestemd voor Azië.

De Filipijnen: van energienoodtoestand tot straatprotest

De Filipijnen illustreren hoe de energiecrisis niet alleen economische schade aanricht, maar ook sociale en politieke spanningen opwekt. President Ferdinand Marcos jr. kondigde meteen een “energienoodtoestand” af voor een volledig jaar. De Filipijnen hebben nog ongeveer veertig dagen aan energievoorraad, zonder grote strategische reserves.

De Standaard liet jeepney-chauffeur Antonio Calacat (49) uit Manilla aan het woord om de menselijke kost van de crisis duidelijk te maken. Zijn dagloon daalde van 1.500 peso (22 euro) naar slechts 200 peso (3 euro) door de stijgende brandstofprijzen. “Ik eet geen kip meer bij de rijst. Alleen voor sojasaus is er nog geld”, vertelt hij. Hij werkt nog altijd achttien uur per dag, maar verdient er bijna niets meer aan.

De gevolgen van de energiecrisis treffen de hele economie. Luchtvaartmaatschappijen Philippine Airlines en Cebu Pacific hebben al verschillende routes geschrapt. Cinemazalen en winkelcomplexen knippen in hun openingsuren en universiteiten schakelen over op online lessen.

De rand van de afgrond: economische implosie in Azië en Afrika

Hetzelfde beeld zien we in alle landen van de regio die afhankelijk zijn van geïmporteerde energie. De prijsstijgingen komen op een moment dat veel van deze economieën al worstelden met de nasleep van eerdere crises. Pakistan, een land dat 80 procent van zijn energie importeert, staat op de rand van een nieuwe economische implosie. Met brandstofreserves die binnen enkele weken op zouden kunnen raken, heeft de overheid drastische maatregelen genomen: scholen zijn gesloten, de werkweek voor overheidsambtenaren is teruggebracht naar vier dagen, en brandstoftoelagen zijn afgeschaft.

In Bangladesh, met een afhankelijkheid van 95 procent voor olie-import, staan benzinepompen in sommige districten al droog ondanks streng rantsoenering. 

Sri Lanka, een land dat nog steeds herstelt van de economische crisis van 2019, heeft een ‘no-work-on-Wednesday’-beleid ingevoerd, waarbij overheden en scholen een dag per week gesloten blijven om brandstof te sparen. De brandstofprijzen zijn sinds het begin van de oorlog met ongeveer 33 procent gestegen en worden streng gerantsoeneerd: 8 liter benzine per week voor motorfietsen, 20 liter voor tuk-tuks, 25 voor auto’s, 100 liter diesel voor bussen en 200 liter diesel voor vrachtwagens.

Hetzelfde beeld zien we in enkele Afrikaanse landen. In Egypte, een van de grootste energie-importeurs en meest door schulden belaste economieën in de regio, heeft de regering besloten om winkels en cafés vroeger te sluiten en de openbare verlichting te verminderen. President Abdel Fattah el-Sisi kondigde prijsstijgingen aan van 15 tot 22 procent voor brandstof en kookgas.

Gelijkaardige maatregelen zullen volgen in de rest van de wereld naarmate ook daar de brandstoftoevoer stokt. De landen die dichter bij de getroffen regio liggen, worden eerst geraakt aangezien daar de aanvoer ook effectief het eerste stokt. Landen die verder verwijderd zijn, voelden tot nu toe vooral de invloed van de prijsstijgingen op de wereldmarkt. De fysieke  onderbreking van de aanvoer via olietankers die langer onderweg zijn, zal echter ook daar stilaan voelbaar worden.

Voedsel als tijdbom: kunstmesttekort en honger

De crisis gaat verder dan alleen brandstof. De verstoring van de aanvoer van kunstmest, waarvan ongeveer een derde door de Straat van Hormuz gaat, vormt een existentiële bedreiging voor de voedselzekerheid. De onderbreking van deze voedingsstoffen komt precies op het moment dat het plantseizoen in het noordelijk halfrond begint. Een verminderde oogst zal echter de prijzen van voedsel op de wereldmarkt beïnvloeden.

Voor lage-inkomenslanden is dit een ramp. In deze landen gaat gemiddeld 36 procent van het gezinsbudget naar voedsel, vergeleken met 20 procent in opkomende markten en slechts 9 procent in rijke landen. Een stijging in de prijs van kunstmest en voedsel is daarom niet alleen een economisch probleem, maar een sociaal-politieke tijdbom want de gevolgen ervan kunnen zich maanden later nog laten voelen.

Geldstromen die droogvallen: de prijs van de migrant

De geopolitieke onzekerheid heeft ook gevolgen voor de wisselkoersen. Ook hier zijn het de armere landen die aan het kortste eind trekken. Beleggers kiezen eieren voor hun geld en vluchten naar de Amerikaanse dollar, waardoor de munten van veel ontwikkelingslanden in waarde gedaald zijn. De Filipijnse peso zakte bijvoorbeeld naar een historisch dieptepunt, wat de invoer van olie en gas nog duurder maakt.

Daarnaast worden de wereldwijde toeleveringsketens herschikt. Tankers en containerschepen moeten omvaren, wat de vracht- en verzekeringskosten verhoogt en de levertijden verlengt. Reken daarbovenop nog dat veel van die landen afhankelijk zijn van hun migranten in de Golflanden. Negen miljoen Indiase arbeiders, 2 miljoen Filipino’s en een miljoen Bangladeshi werken in de Golflanden. Het geld dat ze naar hun families sturen (remittances) vormt een essentiële pijler voor de economie van hun thuislanden. Door de oorlog stokt ook die bron van inkomsten voor vele families, niet alleen uit de armste lagen van de bevolking maar ook uit de middenklasse. En dat heeft dan weer gevolgen voor de handel in hun eigen land.

Uiteindelijk dragen de meest kwetsbaren de zwaarste last. In minder ontwikkelde landen besteden burgers een groot deel van hun loon aan brandstof en voedsel, waardoor ze extreem gevoelig zijn voor prijsstijgingen.

Bovendien geraakt de groene transitie nu op de achtergrond. In volle crisis zoeken de Filipijnen redding in vervuilende energiebronnen. Brandstoffen die in de ban gingen door hun hoge uitstoot, mogen weer in de brandstoftanks van de traditionele jeepneys. Het land wil de elektriciteitsproductie van lokale steenkoolcentrales terug opdrijven om de prijzen te temperen.

De politieke prijs: geopolitieke verschuivingen

Een ander gevolg is dat het protest ook toeneemt. Jeepney-chauffeur Calacat neemt deel aan de transportstakingen die Manilla platleggen. Studentenactiviste Kyla Sofia Benedicto (23) merkt op dat de protesten waar ze aan deelnam zich ook tegen de Verenigde Staten richtten en dat is niet zonder belang in een land waar de president de zoon is van een dictator die net als zijn vader destijds een trouwe pion is van Washington. Tijdens betogingen in Manilla vielen zelfs leuzen tegen de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten in het land: “Foreign troops, out now!”

Hoewel de Filipijnen een belangrijke bondgenoot van de Amerikanen zijn in de militaire omknelling van China, zaait de oorlog in Iran ongemakkelijke waarheden: militaire basissen met Amerikaanse soldaten zijn geen garantie op veiligheid; ze kunnen ook een doelwit van aanvallen worden. 

Geen wonder dus dat de economische crisis ook het verzet voedt tegen de Amerikaanse militaire agressie en de bevolking van de landen in Azië aanzet om de internationale relaties van hun land met China en andere alternatieve handelspartners te herevalueren.