We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Hoe levens van duizenden migranten werden gebruikt en gemanipuleerd in het drama van Ceuta

Op 30 en 31 juli 2026 verloren meer dan 70 mensen het leven voor de kust van de Spaanse enclave in het noorden van Marokko. Mannen, vrouwen en kinderen die, zoals miljoenen anderen, op de vlucht waren voor armoede, werkloosheid en het gebrek aan toekomstperspectief in hun land. Tegelijk werden ze gebruikt en gemanipuleerd in een cynisch machtsspel. Al dagenlang woedt een polemiek over wie verantwoordelijk is voor wat. Wat is er precies gebeurd in Ceuta?

woensdag 5 augustus 2026

31 juli 2026. Migranten proberen vanuit Marokko al zwemmend de Spaanse stad Ceuta in Noord-Afrika te bereiken. 

BELGA

Ceuta, is een Spaanse enclave in het noorden van Marokko. De stad telt zo’n 80.000 inwoners en is nog een overblijfsel uit de kolonisatie. Als strategische grenspost en geopolitiek knelpunt tussen Europa en Afrika zien migranten het als de ideale plek om de oversteek naar Europa te maken.

Op donderdag 30 juli probeerden 60.000 mensen de prikkeldraadversperringen tussen Marokko en Ceuta te forceren of via zee de grens over te steken. Veel waarnemers zijn verbaasd dat de Marokkaanse grenswachters niet reageerden, en dat ook de doorgaans goed geïnformeerde Marokkaanse inlichtingendiensten deze stormloop niet hadden voorzien.

Die dag werden de Spaanse ordediensten overrompeld en kwamen effectief duizenden mensen het grondgebied van Ceuta binnen.

In de dagen erna hervatte Marokko de grenscontroles en zette Spanje de overgrote meerderheid van de migranten opnieuw de grens over. De beelden van mensen die Ceuta binnenstormden, werden eindeloos herhaald op nieuwszenders, en extreemrechtse krachten in Europa gingen los op de sociale media.

Waarom die plotse stormloop op Ceuta?

Een uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van 8 juli 2026 zou de eerste trigger zijn geweest. Die stelt dat de onmiddellijke terugkeer van een migrant zonder voorafgaande administratieve procedure niet van toepassing is op personen die via zee zijn aangekomen, maar enkel op wie via het land binnenkwam. Concreet betekent dit dat iedereen die via zee Spaans grondgebied betreedt, recht heeft op juridische bijstand en op een “individuele beoordeling” van zijn of haar situatie. De Spaanse premier Pedro Sánchez verklaarde zelf dat “deze interpretatie zich als een lopend vuurtje had verspreid” en was uitgebuit door mensensmokkelnetwerken.

Volgens de Spaanse krant El País was de beweging zeer georganiseerd. Veel Marokkanen zagen op TikTok video’s die beweerden dat de Spaanse grens open was en dat men zonder papieren kon oversteken. Nepaccounts verspreidden de berichten op sociale media om ze viraal te laten gaan. Andere, inmiddels verdwenen berichten gaven aan waar mensen duikpakken, zwemvliezen, maskers en waterdichte zakken voor documenten en telefoons konden kopen. Met screenshots van Google Maps werd getoond welke delen van het strand van Ceuta minder bewaakt werden door de politie.

Er circuleren ook video's die lijken te tonen hoe de Marokkaanse ordediensten jonge Marokkanen uit vrachtwagens laten stappen, vlak bij de grens. Naast de rol van mensensmokkelnetwerken rijst ook de vraag naar de rol van de Marokkaanse overheid zelf, temeer omdat er in die dagen geen grenswachters aanwezig waren aan Marokkaanse zijde. Waar die campagnes op sociale media zijn begonnen, moet nog worden onderzocht.

Een achtergrond van bredere spanningen en tegenstellingen

Om te begrijpen wat er in Ceuta is gebeurd, moeten we onze blik ruimer richten en rekening houden met alle tegenstellingen, conflicten en geopolitieke belangen verbonden aan de relatie tussen Spanje en Marokko, en aan de situatie van de enclave Ceuta.

1. Spanningen tussen Marokko en Spanje rond de Westelijke Sahara

Velen zien het bezoek van de Spaanse premier Pedro Sánchez aan de Algerijnse hoofdstad Algiers op 20 juli als een van de oorzaken waarom de Marokkaanse overheid zo woedend is op Spanje. Het was het eerste bezoek in vier jaar van een Spaanse regeringsleider aan Algerije, wat erop wijst dat de betrekkingen tussen Spanje en Algerije opnieuw hechter worden nadat er jaren spanningen waren tussen beide landen over de kwestie van de Westelijke Sahara, een vroegere kolonie van Spanje.

Dat is al zeer lang een gevoelig onderwerp tussen Marokko en Algerije. Algerije steunt de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara, terwijl Marokko het gebied claimt en het beschouwt als zijn zuidelijke provincies.

Daarnaast besloot Spanje op 23 juli ook om de toekenning van de Spaanse nationaliteit te vergemakkelijken voor Sahrawi's (inwoners van de Westelijke Sahara) die geboren zijn voor 1976, toen het gebied nog onder Spaans koloniaal bestuur viel, iets wat de Marokkaanse machthebbers in Rabat niet beviel.

De hypothese dat Rabat het “migratiewapen” zou hebben ingezet als vergelding is plausibel, want er bestaat een precedent.

In 2021 staken op twee dagen tijd meer dan 8.000 mensen de grens van Marokko naar Ceuta over. Dat gebeurde nadat er een diplomatieke crisis was uitgebroken tussen Spanje en Marokko, omdat de leider van het Polisario Front (het onafhankelijkheidsfront van de Westelijke Sahara) in Spanje was ontvangen voor een medische behandeling. Dat was de laatste massale toestroom vóór die van vorige week.

2. Trump en Netanyahu op de achtergrond

Deze crisis beperkt zich niet tot een geschil tussen twee landen, maar past in een wereldwijd schaakspel waarin verschillende tegenstellingen spelen, en waarbij Spanje een afwijkende stem is in het trans-atlantische kamp.

De voorbije maanden trapte de Spaanse regering meermaals op de tenen van de Verenigde Staten en Israël door standpunten in te nemen die afweken van de rest van het Europese establishment.

Sinds het begin van de oorlog in Gaza is Spanje, bijvoorbeeld, een van de Europese landen die het meest kritisch staan tegenover Israël. De regering van Pedro Sánchez erkende de Palestijnse staat in mei 2024, beschuldigde Israël van genocide in Gaza en riep zijn ambassadeur in Israël terug. In juli 2026 legde Madrid een volledig wapenembargo op tegen Israël, verbood het de levering van militaire brandstof en beperkte het de toegang van zijn havens en luchtruim voor schepen en vliegtuigen die oorlogsmateriaal naar Israël transporteren. De Spaanse regering stelde de Europese Unie zelfs voor om het associatieakkoord met Israël te verbreken.

Toen de Verenigde Staten en Israël in maart 2026 Iran aanvielen, sloot premier Sánchez op dezelfde manier het Spaanse luchtruim voor Amerikaanse vliegtuigen die aan de operatie deelnamen. In een plechtige verklaring vatte de Spaanse regeringsleider zijn standpunt samen in vier woorden: “Nee tegen de oorlog.”

Ook binnen de NAVO is Spanje vandaag een van de weinige dissidente stemmen. Pedro Sánchez is namelijk de enige Europese leider die zich openlijk heeft verzet tegen de “Trump-norm” om de defensie-uitgaven op te trekken naar 5% van het bbp. De Amerikaanse president Trump noemde Spanje daarop een land dat “erg slecht” was geweest voor de NAVO en de Verenigde Staten.

Marokko koos een radicaal andere koers. Sinds de Abraham-akkoorden van 2020 tussen verschillende Arabische landen en Israël, neemt Rabat ten volle zijn rol op als strategische bondgenoot van Washington en Tel Aviv. De akkoorden voorzien in de normalisering van de betrekkingen met Israël, in ruil voor economische akkoorden en de Amerikaanse erkenning van de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara.

De akkoorden openden ook de weg voor een ongekende militaire en veiligheidssamenwerking. Marokko en Israël ondertekenden in november 2021 een eerste militair samenwerkingsakkoord, en de Marokkaanse aankopen van wapens en uitrusting bij Israël bedragen sindsdien ongeveer twee miljard dollar. Israël vertegenwoordigt inmiddels 11% van de Marokkaanse defensie-invoer.

Deze alliantie is in 2026 nog versterkt.

Marokko is ook een van de landen die de zogenaamde ‘Vredesraad’ van Trump steunen en financieren. Op 15 juli ondertekende Marokko het kaderakkoord om deel te nemen aan de door die Raad georganiseerde internationale stabilisatiemacht in Gaza, waarmee het de eerste Arabische natie wordt die grondtroepen gaat inzetten in de Palestijnse enclave. Rabat plant er hogere officieren, leden van de gendarmerie en politieagenten in te zetten, net als een militair veldhospitaal.

De beslissing van de Marokkaanse koning Mohammed VI, enkele dagen geleden, om een snelweg van 1.000 kilometer die het zuiden van Marokko verbindt met Dakhla in de Westelijke Sahara, de Donald J. Trump-snelweg te noemen, is de kers op de taart. De weg is de langste weginfrastructuur van Afrika en is een duidelijk symbool van hoe Marokko zich schaart achter de Verenigde Staten.

Deze strategische alliantie plaatst Rabat in een machtspositie. De verzwakking van Spanje, dat gezien wordt als te kritisch tegenover Israël en te onafhankelijk ten opzichte van Washington, speelt de as Marokko-VS-Israël in de kaart. Voor de Verenigde Staten en Israël betekent een verzwakt Spanje één kritische stem minder tegen hun beleid.

Ook voor een aantal Europese regeringsleiders is deze crisis een gelegenheid om Spanje weer in het gareel te krijgen, om het te laten boeten voor zijn verzet in een reeks dossiers en om te tonen dat er geen alternatief bestaat voor de koers van het Europese establishment.

3. De migratiekwestie misbruikt door extreemrechts wereldwijd

Spanje stelde onlangs een massale regularisatie van 500.000 mensen zonder papieren voor. Het gaat voornamelijk om mensen die al in Spanje leven en werken. De maatregel past in de strijd tegen sociale dumping en haalt die mensen uit de uitbuiting en biedt hen zekerheid. Hele sectoren van de Spaanse economie zijn trouwens afhankelijk van hun arbeid.

Dit beleid is een doorn in het oog van extreemrechts, zowel in Spanje, als op Europees en internationaal niveau.

Heel extreemrechts grijpt de gebeurtenissen gretig aan, van Vox in Spanje en het Rassemblement National in Frankrijk tot Giorgia Meloni in Italië en Donald Trump in de VS. Extreemrechtse leiders deinzen er niet voor terug om te liegen. Ze stellen het voor alsof de gebeurtenissen in Ceuta het gevolg zijn van die regularisatie, of alsof tienduizenden migranten op het punt staan alle Europese landen te overspoelen.

In België nemen partijen als het Vlaams Belang, de N-VA en de MR die retoriek maar al te graag over. Georges-Louis Bouchez (MR) deelde zelfs een foto van zichzelf waarop hij glimlachend poseert voor beelden van de migranten in Ceuta, terwijl op datzelfde moment 72 mensen waren verdronken. Dat openlijke misprijzen voor mensenlevens, die worden misbruikt als decorstuk voor een misleidende politieke campagne, zegt veel over de hardvochtigheid van delen van Europees rechts en de richting die ze uitgaan.

Een twintigtal Europese landen, waaronder Italië en Duitsland, stuurden aanvankelijk een brief naar Brussel om druk uit te oefenen op Spanje. Daarin legden ze een verband tussen de crisis en de Spaanse regularisatiepolitiek. Op dinsdag 4 augustus kwamen de ministers van Binnenlandse Zaken van de Europese Unie via videoconferentie bijeen om de situatie in Ceuta en de daaropvolgende diplomatieke spanningen te bespreken.

De regering van Giorgia Meloni riep op om Spanje uit de Schengenzone te schorsen – een voorstel dat ook bij ons onder meer door de MR werd overgenomen – hoewel de enclave Ceuta zelf niet eens deel uitmaakt van Schengen. Ook de Belgische regering, ondanks interne meningsverschillen, sloot zich aanvankelijk aan bij de harde kritiek op Spanje.

Al die ophef speelt ook de Verenigde Staten in de kaart, omdat ze past in hun strategie om de Europese Unie te verdelen. Een grensconflict tussen Spanje en Marokko leidt tot een diplomatieke crisis die de Europese Unie verdeelt, Zuid-Europa verzwakt en de nationalistische gevoelens aanwakkert.

Extreemrechts buit de dood van tientallen mensen schaamteloos uit. Het schreeuwt moord en brand over een zogenaamde “invasie”, terwijl het net zelf, met zijn racistische beleid, zijn steun aan autoritaire regimes en zijn steun voor de imperialistische plundering van Afrikaanse landen, de omstandigheden creëert waarin zulke drama’s ontstaan. Figuren als het extreemrechtse Spaanse Europarlementslid Alvise Pérez, de neonazistische groepering Núcleo Nacional en de extreemrechtse influencer Vito Quiles trokken naar Ceuta om er haat te zaaien.

4. Controle over een sleutelzone voor de toegang tot de Middellandse Zee

Met een breedte van slechts 14 kilometer op zijn smalste punt is de Straat van Gibraltar de enige doorgang tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Het strategische belang ervan is enorm. Elk jaar passeren er meer dan 100.000 schepen, die een aanzienlijk deel van de wereldhandel vervoeren, maar ook olie bestemd voor Europa.

Voor Spanje betekent Ceuta: controle over deze doorgang en bevestiging van zijn soevereiniteit over een strategisch knooppunt. Voor Marokko is de Spaanse aanwezigheid in Ceuta en Melilla onderdeel van een koloniaal geschil dat nooit is afgesloten. Gibraltar, sinds 1704 bezet door de Britten, voegt daar nog een historische spanningslaag aan toe.

In een wereld waarin de controle over zeeroutes gelijk staat aan macht (zie ook de situatie in de Straat van Hormuz), wordt deze zeestraat van een nog groter strategisch belang. In 2002 bracht het kleine eilandje Perejil, vlak bij Ceuta, Spanje en Marokko bijna tot een militaire confrontatie.

Achter de schokkende beelden en de xenofobe polemiek schuilt dus een hele waaier aan politieke en geopolitieke belangen.

Geen spontane migratiecrisis

Er moet nog volledige klaarheid komen over de precieze rol van alle partijen in deze zaak. Maar een aantal elementen doen vermoeden dat het hier niet gaat om een spontane migratiecrisis. Deze crisis wordt in elk geval rechtstreeks aangewend om een bepaalde agenda en bepaalde belangen te dienen. Zoals ook elders te zien is, worden verarmde bevolkingsgroepen gebruikt als wapens in machtsconflicten en als olie op het vuur voor extreemrechtse propaganda.

Maar er is een lichtpunt in deze chaos. Terwijl Vox en andere Spaanse extreemrechtse groepen probeerden naar Ceuta te komen om een xenofobe bijeenkomst te organiseren, keerden de inwoners van de stad deze vertoning massaal de rug toe.

De inwoners van Ceuta leven dagelijks samen met hun Marokkaanse buren en weigerden mee te spelen in dit haatspektakel. Moslims, christenen, joden en hindoes – de vier culturen van Ceuta – kwamen samen om te roepen: “Ceuta unida, no dividida” (Ceuta verenigd, niet verdeeld). Alvise Pérez moest onder politiebegeleiding worden weggeleid, achtervolgd door burgers die hem toeriepen: “Hoe durf je te profiteren van deze situatie!” en “Wie islamofoob is, heeft hier niets te zoeken.”

Zoals een inwoonster van Ceuta, het samenvatte: “Mensen van buitenaf moeten niet denken dat ze in onze plaats kunnen spreken of ons vertegenwoordigen.” De mensen van Ceuta zeiden nee tegen racisme en tegen extreemrechts. Ze willen niet dat sommigen misbruik maken van wat zij hebben meegemaakt.